De goede duif: belang ogen- en vleugeltheorie

Een van onze bezoekers en zelf een groot kampioen in de duivensport schreef een brief met het verzoek deze te publiceren. De schrijver vindt het nogal opvallend dat er vooral in de wintertijd zo hoog opgelopen wordt met theorieën i.v.m. het erkennen van de echte goede duiven.

Ziehier de zienswijze :
“Iedere duivenliefhebber heeft zijn eigen stokpaardjes, zijn eigen houvast, zijn eigen aanknopingspunten, die men steeds tracht terug te vinden wanneer men een kampioen in handen krijgt. Toch zal men dikwijls moeten toegeven dat de vooropgestelde idealen niet stroken met de werkelijkheid. Bijna iedereen zal moeten toegeven dat sommige melkers iets meer feeling hebben dan de doorsnee duivenliefhebber, nochtans bestaan geen zichtbare of voelbare eigenschappen die de kampioenenduif onderscheidt van de rest. Dit gebrek aan houvast heeft door de jaren heen steeds doen zoeken naar allerlei mogelijke en onmogelijke eigenschappen. Naast tientallen lachwekkende zaken heeft men nog de drie ‘grote theorieën’: oog-, vleugel- en spierentheorie. Wie zich aan een van deze drie blijft vastklampen, slaat de bal zeker mis.

Oogtheorie

Meer over de ogentheorie vindt U hier.

Over dit onderwerp zijn mooie boeken geschreven, en wat gaat men als leek al niet zoeken in een oog. Wanneer men een kampioen laat vertellen dat men geen twee witogen mag op elkaar koppelen, dan moet een oogarts heel toch heel hartelijk om lachen. Is er dan een verschil in kwaliteit tussen blauwe, bruine of groene ogen? De prachtigste ogen zien misschien geen 10 meter ver (talrijke voorbeelden van bijziende mensen). We mogen wel aannemen dat een slimme duif anders kijkt dan een domme duif, maar dan moet de eerstgenoemde wel geen bange zijn.

Vleugeltheorie

Een mooie vleugel is prachtig en het vleugelpatroon van de laatste jaren is zeker gunstig geëvolueerd. Maar wanneer de meetlat wordt bovengehaald en men aan allerlei bijkomstigheden buitengewoon belang gaat hechten, dan zit men mis. Sommige vleugelkeurders kijken vooral naar de lengte van de zevende pen. Als zoiets belangrijk is, dan moet men dringend een studie gaan maken van de dikke teen van Kim Gevaert en andere lopers en loopsters. Deze atleten steunen hier veel op bij het lopen en wie de langste teen heeft, zal wel de beste zijn.

Spiertheorie

De meest geheimzinnige van de drie, want zo zeggen de specialisten, er zijn slechts weinigen die iets kunnen voelen...Nochtans heeft men aan spierhoeveelheid of spierlengte geen enkele houvast wanneer men eens nauwkeurig sommige atleten bekijkt. Zoals bij de vleugeltheorie wordt hier soms ook te veel belang gehecht aan een detail van het gehele spiercomplex.

Besluit

Een kampioenduif heeft al haar goede eigenschappen meegekregen van bij haar geboorte en het is voor de duivensport een geluk dat er buiten de reismand geen enkel ander middel bestaat om met zekerheid deze goede eigenschappen te herkennen. Moest er vandaag of morgen een Japanner komen die de cracks er zo kon uithalen, zoals bij de kuikens de hanen en de hennetjes, dan kon men gemakkelijk de overgebleven duiven gaan lossen met een kleine bestelwagen in plaats van met een kabien-express of trein.”
Tot zover onze briefschrijver.

Om hier op aan te sluiten nog enkele anekdotes:
Onlangs zag een bevriende melker een ‘kampioen’ bezig met het ontsluieren van alle mogelijke geheimen die verscholen zaten in het oog. Hij kon er praktisch alles uit aflezen. Toen hij echter even later iets uit de krant moest lezen met tamelijk grote letters, had hij zijn bril nodig. Maar de geheimen, verscholen in de relatief veel kleinere iris kon hij lezen zonder bril...

Een ander voorval maakte ik mee op een filmavond waar een jong duifje geveild werd als schenking van een van de beste melkers van Limburg, misschien ook wel van België. Een ander goede melker nam dit jonge duifje van amper vier weken ter hand en kon uit zijn spieren aflezen dat het slechts kon vliegen tot 700 km. Ik nam het duifje achteraf ook nog eens ter hand. Het was een prachtige jonge vogel met alles eraan...Ik zocht ook eens naar zijn borstspier, maar voelde niets dan wat papachtig vlees. Hoe kon het anders, dergelijk jong duifje heeft zeker nog geen ontwikkelde borstspieren. Maar toch was er iemand die aan de hand van deze borstspieren kon zeggen dat het duifje later geen prijs zou vliegen boven de 700 km. Om mee te lachen, niet... De beste leermeester is en blijft de mand...