De geschiedenis van de Belgische duivensport: Vandevelde Theo (Leffinge, BE) & Vanderespt Charles (Oudenburg, BE) - deel II

In 1904 deed meneer Theo Vandevelde een verwisseling met zijn collega-onderwijzer Louis Linghier van Oudenburg. Hij kreeg verschillende duiven van twee afzonderlijke koppels, daaronder van de beroemde „Snak", die gepaard was aan een duivin Constant Deherdt van Berchem.

Een duiver uit dit koppel, de „Pokke" genaamd, werd gepaard aan een duivin Janssen van Edegem, die de soort bezat van Boerke van Gijsel, zuiver Wegge van Lier, afgestorven in '97. 't Was een blauwe witslag duivin met rode schelen. Zij gaven twee koppels eiers waaruit drie duivers voortkwamen. Een blauwe  wittepen, genaamd „Gelijke Pen" en twee blauwe duivers, waarvan er een de kop afgedaan werd omdat hij als jong zo slecht afkwam. Uit een ander koppel der in verwisseling bekomen jongen, was er een blauwe duivin gesproten, die later „Oude Blauwe" genoemd werd. 't Was een uitmuntende kweekduivin.

Deze duivin was gepaard met een blauwen duiver, zoon van de „Gelijke Pen" met de blauwe „Barones". Daaruit kwam een grote blauwe duiver, die de naam van de „Beer" kreeg, 't Was een sterk gebouwde duif met gele ogen, maar die altijd stond te slapen. Hij onderscheidde zich tot Bordeaux waarop hij de 4e prijs weghaalde te Diksmuide met felle Noordenwind en vuil regenweder. Hij vloog de 1ste op Breteuil te Kortemark, met velo.
Spijtig genoeg bleef hij achter op Creil te Rumbeke, in een rampvlucht.


Dit is Meester Theo Vandevelde uit Oudenburg. Foto genomen in 1920, de Belgische grootmeester in de duivensport.
Zijn duiven hebben wereldberoemde hokken gemaakt zoals Nestor Tremmery, Dr Bricoux, Caramin, Commine, Charel Vanderespt.

In de jaren 1905 en 1907 kweekte de „Gelijke Pen" met de „Barones" en gaf:
de „Plekke", schone, korte, gestuikte duiver, vader van den „Beer". De „Plekke" vloog altijd vooruit. Hij won als jong in 't syndicaat te Oostende op Etampes de 2e prijs en op Orleans de 1e met minuten vooruit. Die wonderbare duif was voor het eerst buitengekomen de tweede zondag van Juni en was dus enkel een drietal maanden oud als zij boven aangehaalde prijzen veroverde.

Het jaar daarna, in 1907, behaalde zij te Brugge de 2e prijs op Etampes; doordat de constateur niet rap genoeg daar was, verloor zij de eerste. Acht dagen nadien te Brugge op Orleans veroverde zij eens te meer den eersten. Het was een uitmuntende vlieger en kweker. Vader van den „Beer" en de „Goede Molenaarde", die verder in de beschrijving voorkomt.

de „Stijve", broeder van de „Plekke", blauwe duiver en beste reiziger. Verloren op de desaster Bordeaux te Diksmuide.

de „Schone", zuster van de beide voorgaande en op dezelfde dracht verloren als de „Stijve".

de „Grote", nog een broeder van voorgaande, kloeke, welgebouwde duiver met oranje ogen. Vader van de „Elfpender", een der beste kweekduiven die  meester Vandevelde ooit bezat. Van dit fameus kweekkoppel „Gelijke Pen" met „Barones" heeft Alfons Vandevelde twee duivers gehad, de „Grote Blauwe"
en de „Bonte", alsook een duivin, zijn „Blauwe Kweekduivin".

De „Grote Blauwe" won o.a. 5e Tours te Dottenijs. De „Blauwe Kweekduivin", gepaard met het „Blauw Papaatje" heeft vier uitmuntende vlieg- en kweekduiven gegeven. Van dit laatste kweekkoppel hadden de Gebr. Delombaerde te Waregem, twee duivers en een duivin, waaronder de vader van hun fameuze „Vuile". De beroemde vooruitvliegers van Florent Debacker van Kwaremont waren Vandeveldes via Delombaerde. In het bovenstaande werd gezegd dat de „Gelijke Pen" een broeder had. 't Was een blauwe duiver met oranje ogen, die de naam kreeg van het „Pokje".

Dit „Pokje" is misschien wel de beroemdste duif geweest van het hok van meester Theo Vandevelde van Oudenburg. Hij won ontelbare kopprijzen en dat reeds als jaarling van Creil tot Bordeaux, daaronder 1e Ruffec te Oostende met 45 minuten vooruit bij N.-wind, 1e Bordeaux te Oostende, enige duif dezelfde dag gekend, 5e Bordeaux te Diksmuide. Zijn zoon won alsdan de 6e, de beide duivers in één doosje bestatigd. Op dezelfde vlucht won de „Jonge Kletsekop" de 7e prijs. Op Dax te Gent won het „Pokje" samen met de „Kletsekop" twee kopprijzen tot 20 frank goudwaarde, elk met aangeduide serie van twee duiven, zij werden met slechts 7 minuten  tijdsverschil bestatigd.

Op Bordeaux te Brugge „alswanneer 't huis verspeeld werd dat later in Oudenburg „bouwvallig" genoemd zou worden", vloog het „Pokje" de 4e en de „Kletsekop" de 20e. De stem van meester Vandevelde trilt nog van gewettigde verontwaarding als hij ons mededeelt dat een deel van het huis hem te beurt viel, maar dat alles ingevallen was, zodanig dat er enkel een puinhoop van over bleef. De rekeningen dienaangaande worden door hem voort als  stomme getuigen van deze onrechtvaardige daad bewaard. Het „Pokje" bleef achter op Orleans te Staden in 1909; hoevele goede duiven sneuvelen er op het veld van eer.....

Hij had echter uitmuntende jongen gegeven, in de eerste plaats met een sproet witslag duivin met oranje oog, door bemiddeling van Alfons Vandevelde  voortkomend van het hok Alfons Blondeel van Waregem en zijnde ras Hillaert van Gent. Met deze „Hillaert" gaf het „Pokje" de geschelpte „Wittepen Bordeaux", extra vlieger en kweker. Vader o.a. van de vermaarde „Sproete" van Jordaan  Vanderespt te Leffinge en van de „Goede blauwe witslag duivinne" G. Platteau. Het „Pokje" werd voort gepaard met de blauwe „Barones", die samen gezeten had met de „Gelijke Pen" (verspeeldin 1907).
Zij gaven:

't „Keeltje", een schone blauwe duivin met vuile ogen, het „Goed Blauwtje" Vanderespt-Leffinghe, de blauwe kweekduiver Delombaerde, waarvan twee duivers
voortkomen die gans de oorlog verdoken zijn geweest.

De „Plekke" werd in 1907 gepaard met 't „Molenaar"-duivinneke. Dit laatste was ras Putman (Kortrijk) en Bagein (leper). 't Had veertien staartpennen en grijswitte ogen.  Volgende duiven zijn er uit gesproten:  de „Grote Molenaarde" met geelbruine ogen. Het was een beste reiziger en kweker bij uitmuntendheid. Tweemaal won hij aan de kop te Gent op Angoulème. Hij werd gedood in '15, gedurende de bezetting, als het hok Vandevelde door de Duitsers was  aangeslagen.

de „Kleine Molenaarde", sterke vlieger. Dood van den steen in 1910.

de „Goede kweekduivin" van Alfons Vandevelde.
Ik zal de documentatie volledig maken tot 1914: 't zijn de gloriejaren. Na de oorlog is Vandevelde zelf zo straf niet meer geweest, maar zijn er andere gekomen die de roem van zijn soort hebben uitgedragen, daaronder Charles Vanderespt en Oscar Devriendt. Zij het dat Vandevelde nog in '22 eerste kampioen van de Stadsbond Brugge, in Brugs Verbond en in Bond Diksmuide (grote omtrek) was.

Er dient melding gemaakt van nog een andere stam die tussengekomen is, 't is te zeggen het „Roodoogske", duivin die voortkwam van de „Fijnen" van  Achiel De Keyser van Auwegem, met de hoger beschreven blauwe Weggeduiven van Louis Linghier.

Het „Roodoogske" werd gepaard met de „Grote Molenaarde".
Zij gaven het „Goed Geschelpt", een geschelpte duiver met oranje ogen die zich vermaard „miek" door zijn snelheid in de vlucht en door goede kweek.
Met de zwarte kweekduivin van Maurits Vandevoorde van Kanegem gaf hij o.a. de „Grote", een naoorlogse favori. Het oud „Molenaard-duivinneke" werd gepaard met een blauwen duiver van 't ras der Papaatjes en van een blauw duivin uit de „Gelijke Pen" met de „Barones". In 1912 gaven zij het „Vuistje", een klein blauw witoog-duivinnetje dat onoverwinnelijk was met noordenwind. Het vloog als jonge duif zeven eerste! 

Het „Vuistje" werd in 1913 gepaard met een blauwe witpen-duiver, zoon van de gevreesde „Gestuikte" van Fik Vermeyen te Antwerpen. (Toen de latere redacteur van „de Duif" destijds bij Vandevelde op bezoek kwam, was hij nog in de korte broek.)
Hieruit kwamen voort:

de „Velo" een schone blauwe duiver met donkergrijze ogen, gelijk zijn moeder. In '13 volgde hij het voorbeeld van mama en won insgelijks zeven eerste prijzen. En in '14 eens te meer zeven eerste, waaronder een op Tours te Diksmuide met felle noordenwind en een velo als „heeft". Dit ras munt vooral uit door zijn grote kracht en taaiheid bij hard weder!

de „Sproete", een blauwe duivin, die na de oorlog nog op 't hok was maar alsdan verkocht aan mr Victor Biebuyck van Olsene, koeboer. Volgens de verklaringen van meester Theo is zij de stammoeder van het ras Nestor Tremmery van Oudenburg, daaronder de gevreesde „140 Wittekop" en „169", zuster van deze. Alsook zijn „Sproete", zijn „Eenpoot" en zijn „Kleine Witoog".

De vader van deze duivin, die dus gepaard had gezeten met de „Sproete" (zuster van de Velo), was de „Oude Vuile", voortkomend van de „Baron-duivin" met een molenaarde-duiver, ras Hursel (Gistel) en Sluis (Oudenburg), allemaal duiven uit de streek die uitblonken bij lastig weder.


Nestor Tremmery uit Oudenburg in de jaren 30

Tenslotte vermeld ik nog:
de „Dikke", een schoon blauwe duiver, die geboren werd in 1907. Hij stamde af van de „Wittepen Pokke" met de „Barones". In 't jaar '14 verkocht aan mr  Tremmery, werd hij gedood binst de oorlog. De „Dikke" had gepaard gezeten met de vermaarde „St. Denis" van Alfons Vandevelde en gaf den „Elfpenner" reeds genoemd.

De „St. Denis" was een geschelpte duivin die op een dracht van die naam te Gent de eerste prijs vloog tegen meer dan twee duizend duiven bij hevige  noordenwind, met acht minuten vooruit.
Naar men ziet zocht meester Theo nergens anders naar dan naar de extra's. Bij mijn weten is de evolutie van geen enkel „stamras" zo nauwkeurig bekend als dat van Vandevelde van Oudenburg. Een ander voorbeeld van zorgvuldige boekhouding uit dezelfde tijd, biedt het ras Gits. En in later jaren bv. Duray te Ecaussinnes en Vermeyen te St. Mariaburg. Maar de oude Sinjoor Gits bezat zeven en zeventig rassen en heeft „weinig of geen koten gemaakt". Hij valt daarom niet te vergelijken met Vandevelde van Oudenburg, die „aan de basis" is van bijna alle grote West-Vlaamse fondrassen, tot op de dag van heden. Als er één ras heeft bestaan dat furore gemaakt heeft, wat zijn prestaties óók op andere hokken betreft, is het dat van meester Theo Vandevelde van Oudenburg.


Julien Commine, Leers Nord

Ontelbaar veel „koten" heeft hij gemaakt, Vandevelde, de leverancier van kampioenenbloed. Hij is het geweest die Julien Commine van Leers-Nord aan de goede soort hielp. Hij zette de Gebr. Delombaerde van Waregem en Nestor Tremmery, zijn eigen dorpsgenoot op het paard. Blauwe Vandeveldes zijn de duiven van Jordaan Vanderespt van Leffinge en diens zonen Charles en Jules. De zonen van (wijlen) deze laatste, zijn de Kampioenen van België van fond en grote fond 1951 in Cureghem Centre. Vandeveldes zijn de duiven Geo Platteau, Tavernier, de Gebr. Cattrijsse, Jef Boels, Casimir Ingelbrecht, Gustje Absolom, de Casteleyns, Maurits Sanders, Cyriel Derynck en Karel Van Gampelaere. Dat wil zeggen, in al deze beroemde rassen zit Vandevelde!

Vandeveldes ook zijn de duiven van Julien Mathijs te Vichte, van Juultje Viaene en Oscar Devriendt. Een ras dat, in handen van bekwame stielmannen, zestig jaar heeft standgehouden. Dat telkenmale verjongd en gezuiverd werd en dat herrees gelijk de vogel Phoenix uit zijn asse. Wanneer ik zeg dat Charles Vanderespt zijn ganse, lange leven als duivenliefhebber, en dat zijn bijna zestig jaren, sterk gespeeld heeft, dan is dat geen overdrijving, maar de volle waarheid. Er zijn natuurlijk topjaren geweest, waarin hij alles en iedereen versloeg, naast andere waarin het, voor zijn doen, maar heel gewoon was.

Neem bijvoorbeeld het jaar 1911. Op 28 Mei van dat jaar had hij twee duiven mee op de provinciale Orleans: 2 en 4. Drie duiven op Orleans te Kortemark: 2,3 en 7. Vijf duiven op Orleans te Oostende: de vijf eersten. Het toeval wilde dat er die dag juist bezoek was van twee controleurs, vanwege de diverse  duivenbonden. „Ge komt juist van pas", zei de Charel goedgeluimd, „ik verwacht dat het vandaag van dik hout zaagt men planken zal zijn." Ze raakten er op de duur zo enthousiast over dat ze met een stuk in hun voeten huiswaarts keerden..... Tremmery, die in die dagen de pure Bricoux bezat - nadien zijn daar de Vandeveldes bijgekomen - verklaarde onomwonden: „Ik heb maar van één man schrik en dat is van die sakkerse bakker „uut de Stuverstraete" . . . . "


Dr Arthur Bricoux

Na de oorlog van '14 kwam alleman duiven kopen bij Vandevelde en Vanderespt. Oscar Devriendt en de Cattrijsses het eerst. Het wonderbaarlijke is dat bijna iedereen ermee gelukt is. In de jaren '20 tot '30 namen de West-Vlamingen nog slechts bij uitzondering deel aan de grote nationale fondvluchten te Brussel. Het is Nestor Tremmery te Oudenburg geweest, die de stoot daartoe gegeven heeft. Toen er één schaap over de dam was, volgden er meer. Tegenwoordig spelen ze heer en meester te Brussel, Fleurus, Luik enz.

Ik zal die oude uitslagen laten rusten. Ook de 31 eersten die hij in '37, zijn beste jaar, won! Ook de „zeven eerste" op Clermont  te Izegem, toen hij alles mee nam en het feitelijk niet nodig was dat de uitslag werd opgemaakt. Alleen Charles beroemdste duiven van voor de Tweede Wereldoorlog mogen de revue passeren. Daar is dan allereerst de fameuze „Tien", een forse blauwe duiver met geweldige neusproppen van het jaar '30. Julien Mathijs te Vichte, kampioen van de B.D.B. 1954, heeft er de jongen van gehad. Of het „roos" was, hoef ik niet te vertellen.

In zijn formidabele „Vooruit", een der allerbeste duiven van België, stroomt het bloed van de „Tien" van Charles Vanderespt. De „Tien" kwam voort van een zoon van de „Napoleon" van meester Theo Vandevelde. Charles had hem zelf op het hok gekozen. Hij kende de soort en wist wat hij mee pakte. Die „Napoleon Jr" werd gepaard aan een blauwe duivin, product van kruising. Charles die een groot duivenkenner is, heeft nimmer schrik gehad zich kruisingsmateriaal te gaan bijhalen.

De vader van die blauwe duivin (moeder van de „Tien") was een roste duiver van de velomaker Michiels van Tielt in Brabant: de moeder was weer een blauwe Vandevelde. Een jong van de „Tien", de oude blauwe „Achttien" was de beste duif van de kust. Zijn moeder was een duivin Sion van Tourcoing. De „Achttien" was gewoonweg onklopbaar op Orleans. In '38 vloog hij de 1e provinciaal Orleans te Roeselare. 's Woensdags daarop ging hij de mand in voor Augoulème national te Brussel  (Entente Beige). Er stond een straffe N.W.-wind. Men achtte de kust die dag volkomen kansloos. De „Achttien" echter vloog in heel de streek, tegen al de grote kanonnen een vol uur vooruit en won daarmee nog de 6e prijs nationaal....

In de tweede plaats noem ik de „België-Holland". Een schitterende vale duiver van het jaar '33. Zijn vader was een pure Ost-Roe van Borgerhout en zijn moeder een Vandevelde. Deze keer echter geen Vandevelde van Oudenburg maar een Vandevelde van Waregem. Ras Pol Verhoye te Kortrijk. De „België Holland" won de 1e prijs internationaal Bordeaux in '35 bij zeer hard weer. Er kwamen die dag slechts zes duiven thuis. De 6e prijs was voor Maurice Delbar te Ronse, met zijn „Kleine Blauwe", zoon van het wonderkoppel. Vanderespt en Delbar zouden dikke vrienden worden en „verwisselingen" doen, waarmee beide nationale kampioenen hun resp. renstallen zo mogelijk nog wisten te verbeteren!

In '36 won Charles Vanderespt de 1e prijs op Angoulème te leper met de jonge duiven, het spel waarin hij altijd een pikeur is geweest! Daar het sterk weder was geweest en hij zich de naam Vanderespt nog herinnerde van die fameuze Bordeaux in '35, liet Frankrijk's nationale kampioen Paul Sion te Tourcoing, die meestal zijn vacantie doorbracht aan het strand te Middelkerke, zijn chauffeur voorkomen om hem naar Oostende te rijden. Voor alle zekerheid had hij enige grote brieven in zijn portefeuille gestoken.
Hij zag het duifke en vroeg het te kopen.
„Ewel", zei Charles, „ziet gij het gaarne ?"
„Zonder fout", zei Sion, „en ik verhoop, dat ge 't wilt verkopen .... ."
„Neen", zei Charles, „dat doe ik niet. Maar ge moogt het mee doen. Ik schenk het U."
De multimillionnair Sion, die gewoon was, overal waar hij op de soort uitkwam, groot geld te moeten betalen, stond verbluft.
„Morgen kom ik terug", zei Sion, „ik wil er U ook een schenken. Ook U moogt Uw keus maken. Ik zal een verzendingsmand vol kweekduivinnen meebrengen."
En Sion hield woord.
Charles zocht er een uit, een vuulblauwe Vandevelde.
„Dat zal wellicht het best pakken", peinsde de Charel.
Hij zette er zijn België-Holland op. Resultaat, een blauwe duivin, genaamd de „Drie en dertig", een der beste kweekduivinnen, die Charles ooit in zijn bezit gehad heeft.
Hij zette er zijn „Oud Bordeauxtje" op. En de „Biarritz" van Delbar. En nog diverse andere goede duivers. Resultaat, niets dan extra's.
De moeder van de 2e prijs internationaal Bilbao 1951 van mr Robert Sion te Mouvaux.
De fameuze kweekduivin van de Gebr. Deguffroy te Wingene.
De „Mooie '83", moeder van een blauw duivinneke dat op haar beurt de moeder werd van 6e prijs international Barcelona (Vanderespt).
Zo zou ik kunnen voortgaan. De ganse huidige kolonie is er van.
„Sion is de fijnste liefhebber, die ik ooit gekend heb" zegt de Charles. Frankrijks machtige textielbaron snoeide in de hof van de Oostendse bakker de bomen.
In '47 won Charles Vanderespt de 1e prijs in West-Vlaanderen op Angoulème, met de piepers. Er kwam maar één enkele duif door dezelfde dag. Het was er een van Charles. 's anderendaags 'smorgens pakte hij te 5.30 en te 6.30. Het waren de 2e en 3e prijs van heel het provinciaal concours van 700 duiven. Charles won de drie eersten en twaalf prijzen van veertien ingezette duiven. De vlucht was ontzettend taai geweest, echt iets naar zijn tand. Hector Desmet te Geraardsbergen  hoorde van den brand. Hij startte zijn voituur en reed naar de kust. „Ewel", zei Charles, „wat goe nieuws?"
„Ik geef U tien baarden" zei Hector, terwijl hij een sigaar het puntje afdeed.
„Gij zot", gekscheerde Charles, „pakt Uw keefken en doet het mee." En hij gaf het zijn vriend Desmet ten geschenke. Geen centiem mocht hij betalen. Zulke duiven bezit Charles en zo bestaat de eenvoudige bakker uit de Stuiverstraat te Oostende, wiens rug gebogen is en wiens handen krom staan van het harde werken dat hij zijn hele leven lang gedaan heeft. Ofschoon, naar eigen getuigenis, „het beste er af is", staat hij nog altijd wakker en onversleten, als een rots in de branding, te midden der hoogopgaande golven van de duivensport.
Hij is voor velen een machtige steun en een oprecht vriend geweest en hij is dat, ondanks het klimmen der jaren, feitelijk nog. Dat zijn neven de jeugdige  Gebr.  Vanderespt te Leffinge in '51 Kampioen van België in Cureghem-Centre geworden zijn, is zijn en niemand anders' werk: Nonkel Charel