De Geschiedenis van de Belgische duivensport : Valeer Desmet-Mathys - Nokere (BE) aan het woord, opgetekend in 1960

Het is slechts na alle hindernissen van de stiel overwonnen te hebben, dat men een volmaakt duivenliefhebber wordt .....

In de duivensport, meer  dan in het even welke andere sporttak, zijn de grootste ontgoochelingen steeds toegelaten, doch pas op ; de nabije toekomst is soms wreed, dan komt de ontmoediging. Men moet met de twee voeten blijven op de grond staan. Met de nieuwelingen in de sport, is het soms het  tegenovergestelde want... door het feit enkele suksessen geleverd te hebben, denken zij dat hieraan geen einde kan komen. Zij beelden zich in  alles te kennen, de knepen van de stiel te hebben en van niemand geen raad meer te moeten krijgen. Deze verlaten even rap onze rangen als zij opgekomen zijn. In de duivensport moet men werken, studeren, begrijpen en alles noteren.


Valeer en zoon Roger

Het is reeds een kunst de duiven gezond te houden want,... een goede evenwichtige duif moet, wanneer zij van goede origine en gezond is, prijzen kunnen behalen. Men is soms verwonderd dat sommige liefhebbers prijzen winnen in de 3 of 4 eerste prijsvluchten en dat deze zelfde  begunstigden voor de rest van het seizoen niets meer presteren.
Hoe is het mogelijk, dat buurman zich klasseert met duiven zoals zij zijn, hoe zijn duiven van een blakende gezondheid genieten ? Daar... berust het geheim van de wetenschap in de duivensport. Verscheidene punten moeten bestudeerd en overwogen worden om er toe te komen !


Valeer met "De Klaren"

Hoe te voederen ?
En voornamelijk na het sluiten van het speelseizoen. Het is niet aan te raden duiven te voederen tot ze een volle krop vertonen. Wij denken dat de duiven veel gezonder zouden zijn wanneer zij als ontbijt slechts 1/3 van hun krop zouden volhebben, doch voor avondmaal, totaal zouden verzadigd zijn tot... de rui totaal vertrokken is. Indien de duiven slechts één maaltijd per dag moesten krijgen, dan zou dit   vanzelfsprekend 's avonds zijn, en dan nog, met de krop vol; doch wij verkiezen verre uit, tweemaal per dag te voederen, 's morgens licht, en 's avonds rijk. Wij oordelen dat dit voldoende is, omdat de duiven dan meer op hun ruststokken zitten dan tijdens het speelseizoen.
De duiven moeten gedurende gans het jaar hun regelmatige oefenvluchten kunnen uitvoeren, zij zullen dus niet opgesloten worden op het hok, wanneer het b.v. een klein beetje regent, doch alleen opgesloten blijven bij onweer of sneeuwval. De duiven moeten in de regen  kunnen  vliegen, en het zal niet zijn met ze opgesloten te houden dat men hen dat zal leren. Doch er zijn duiven die de oefening zullen weigeren. Hoogst waarschijnlijk zijn zij niet in uitstekende gezondheid of... oververmoeid.
Wanneer zij behoorlijk gevoederd zijn, zullen zij, van zodra zij vrij zijn, lang vliegen, doch wanneer men ze forceert te vliegen, dan zoeken zij ergens een schuilplaats, soms op de hoogste gebouwen, of op het veld, waar zij rustig en buiten het zicht van hun eigenaar zullen zijn. Desgevallend, schijnt het dat men ze tijdens de vlucht moet vrijlaten en zich laten neerstrijken op het dak van hun eigen hok zoals zij dit  verlangen, zij zullen 's winters ongetwijfeld beter vliegen op voorwaarde dat zij voldoende gevoederd zijn en volgens de noodwendigheden van het ogenblik.
Ieder duivenliefhebber ziet graag zijn duiven vliegen op alle tijdstippen van het jaar, doch hij mag dit nooit eisen boven de aanneembare perken, ook niet, volgens het gebruik dat men van zijn duiven wil maken.
De duiven moeten gedurende het speelseizoen aan een voldoende aktiviteit onderworpen worden door het vliegen. Ingeval het minimum niet kan bereikt worden, moet men de trainingen met de maatschappij overwegen.

  

Zeker, de dagelijkse oefenvluchten mogen geen last worden, eerder dan een oefening, desgevallend moet gij u afvragen, waarom de duiven niet, of weinig vliegen. Misschien zult gij zien dat hun gezondheidstoestand dit niet toelaat of omdat zij te zwaar zijn om de lange vluchten te  volbrengen, misschien ook nog, omdat hun voedsel niet aangepast is aan de noodwendigheden van het moment. Wij hebben dikwijls gehoord dat vele liefhebbers geneigd zijn meer duiven te houden dan zij hiervoor plaatsruimte hebben en tijd  om ze behoorlijk te verzorgen en te leiden.
De maand november of december is gunstig om de nutteloze duiven uit te schakelen. Verminder het aantal en aarzel niet voortdurend
de selectie door te drijven.
Oordeel uw duiven naar hetgeen zij gepresteerd hebben, doch niet, volgens wat gij denkt dat zij zullen presteren. Supprimeer de zwakke, de misvormde, deze die niet genoeg zien, t.t.z. deze die niet genoeg hersenen bezitten om als overwinnaars van een prijsvlucht het hok te bereiken. Breek u het hoofd niet om een jonge of zelfs een oude duif te verwijderen die niet waardig is behouden te worden ; vertrek van het
principe dat... indien gij ieder jaar een of twee goede duiven kunt kweken, gij een gelukkig liefhebber zult zijn.
Bekommer u in de eerste plaats om de origine, traint vervolgens de geteelde produkten met geduld. Wanneer gij dan na enkele jaren de behendigheid zult opgedaan hebben, samen met een kollektie geëxperimenteerde duiven dan... zult gij gereed zijn om het hoofd te bieden aan
de goede en de slechte prijsvluchten. Men moet ook verstandig genoeg zijn om niet alle duiven in een en dezelfde wedstrijd in te korven, doch eerder het effectief in twee of drie ploegen verdelen. Het essentiële met het vooruitzicht van een nieuw speelseizoen is : dat de goede duiven van het vorige seizoen zouden gespaard worden en dat zij een volmaakte rui mogen doormaken. De voorwaarde van het komende speelseizoen hangt hiervan af !

  

Wat te denken over de selektie ?
Hoevelen weten waarlijk te kunnen selektionneren ? Velen begaan schromelijke missingen op dit gebied. Inderdaad, voor velen betekent dit : alles uitschakelen wat niet goed is. De goede houden en de andere uitschakelen is werkelijk het werk van de keurders, want er zijn excellente  kweekduiven die niet in staat zijn het kleinste prijsje te winnen.
Selektionneren is dus de goede kweekduiven uitzoeken, aangezien uitsluitend uitschakelen door het feit dat zij geen, niet graag, of onvoldoende kopprijzen gewonnen hebben, steeds een schifting is. Wij steunen op dit punt, — de selektie —, het uitsluitend zoeken naar de kweekduiven,  moet de voornaamste taak zijn van de duivenliefhebber.
Het is door de selektie, door de keus van de goede kweekduiven, dat men de kwaliteit zal verbeteren en goede jonge duiven zal kweken. Selektionneren is tegelijkertijd, twee totaal verschillende taken vervullen ; in de eerste plaats de kweekduiven herkennen en deze vervolgens weten te paren. Het is waar, een heel moeilijke taak, aangezien in gans de kweek van een jaar, men tenslotte toch slechts enkele jonge duiven van waarde vindt, soms hoegenaamd geen enkele.
In feite, moet de selektie voor niets anders dienen dan voor het uitkiezen van de duiven die de kultuur kunnen in stand houden, deze kunnen  verbeteren, dus in de keuze van de duiven die de meest gezochte eigenschappen bezitten, deze die het best het type vertegenwoordigen.
In de praktijk, is er geen enkele ernstige kultuur, waar er een einde komt aan de selektie.
(*) Opgesteld aan de hand van nota's opgetekend bij een hokbezoek in 1960.