De geschiedenis van de Belgische duivensport: enkele der voornaamste Belgische basishokken

Vóór de oorlog 1940-45, en meer bepaald tussen de jaren 1925 en 1939, heeft België zeer veel grote Belgische duivenkampioenen gekend. Voordien was er de beroemde Karel Wegge (overleden in 1897).

In een niet chronologische volgorde citeren wij slechts enkele namen:

       K. Wegge, Lier
       A. Hansenne, Verviers
       Ulens
       Beeckmans
       Theo Vandevelde, Oudenburg
       Delombaerde, Waregem
       Biebuyck, Olsene
       R. Benoot, Olsene
       Dr. Bricoux, Jolimont
       Caramin, Jolimont
       Vekemans
       Baciène
       Maurice Delbar, Ronse
       Charles Vander Espt, Oostende
       Oscar Devriendt, Moere
       Nestor Tremmery, Oudenburg
       Aloïs Stichelbaut, Lauwe
       Julien Commine, Leers Nord
       O. Degandt, Dottenijs
       Gebr. Brunin, Dottenijs
       Edw. Ranson, Spiere
       E v. Havenith, Hoboken
       Jos. Hermans, Luithagen

Na de oorlog 1945, is de duivensport in België geweldig gaan toenemen,  ± 200.000 duivenliefhebbers in 1949/50, en een cijfer dat in 1973 gedaald is tot ± 125.000.
Het is hier niet de plaats om de oorzaken van een gevoelige terugslag in het aantal duivenliefhebbers te bespreken. Kenschetsend is het nochtans dat de duivensport in de jongste kwarteeuw gevoelig aan standing heeft bijgewonnen.

De prestaties van de Belgische duiven in nationale- en internationale wedstrijden van 600 tot 1100 km. heeft de waarde van de Belgische duif in sterke mate doen verhogen. Spitsvondigheden of stielkennis om nog betere duiven te kweken, gepaard aan allerhande spelmethoden om de duiven beter en sneller te doen vliegen, hebben een aandeel in de zeer hoge reputatie van de Belgische duif. De dag vandaag stelt een duivenliefhebber, in welke rang of klasse hij ook behoort, meer en meer belang in de herkomst van de duiven die zij op hun hok invoeren.

Jongeren die tot de duivensport toetreden, hebben altijd in de waan verkeerd dat een duif alleen geboren werd uit een naam. Zij konden niet het idee scheppen dat een duif, hetzij een kampioen of een niet-kampioen, geboren werd uit twee duiven ; hetzij een duiver en een duivin, en dat deze twee ook nog ouders hadden, enz. Wanneer wij naar de herkomst kijken van een bepaalde duif, dan stellen wij vast dat in deze duif soms heel wat bloedstromen vloeien of verscheidene rassen, zoals men het pleegde te noemen. Wij hebben altijd gezegd en geschreven, dat de beste Belgische duiven gesproten zijn uit kruisingen van duiven, afkomstig van diverse oorsprong. Dit is altijd zo geweest, wat ook al over bloedverwante kweken werd gezegd en geschreven.

In de bladzijden die volgen geven wij u de stambomen van een hele serie kampioenen. Wij zijn de eerste om te schrijven dat bij deze huidige lijst nog vele tientallen konden gevoegd worden. Maar wij hebben ons beperkt tot de duiven die in de loop van de jaren 1945-1971, aan de basis liggen van de meest beroemde Belgische hokken. Van sommige andere (rassen), zoals Huyskens - Van Riel, hebben wij geen stambomen opgemaakt, maar toch geven wij een paar erelijsten van hun beroemde kampioenen. Ook H. - V.R. hebben hun kampioenen gekweekt uit kruisingen van diverse rassen, en wij citeren in de eerste plaats, de duiven van Jos. Vandenbosch uit Berlaar ("+" in 1970). In werkelijkheid is het zo, dat ieder Belgisch duivenkampioen van vroeger (en nu), die bereidwillig in zijn kaarten liet zien, niet moest blozen wanneer hij een stamboom van een kampioen moest presenteren. Hij is altijd fier geweest te mogen mededelen dat de kampioen geboren werd uit duiven afkomstig van een beroemd of niet beroemd hok. Dit is eerlijk spel spelen met zijn vrienden duivenliefhebbers, aan welke bron werd geput, én toegelaten heeft de kaart van de kampioenen in kwestie, te spelen.

Een stamboom is om tal van redenen zeer belangrijk, wanneer men in de eerste plaats maar in het hoofd prent, dat het niet volstaat uit een naam te kweken. U weet alvast wat wij hiermede bedoelen. Een duif met een excellente pedigree heeft alleen mijn inziens waarde, als de duif alle goede zichtbare kwaliteiten bezit om ze als basisduif in het kweekhok te gebruiken. Uit duiven kweken waarvan een ellenlange stamboom getuigt dat het om extra duiven gaat, is ten zeerste aan te bevelen; maar ook af te raden indien het werkelijk om duiven gaat die in verval zijn, tekenen van ziekte vertonen, geen spieren meer hebben en alleen nog harde pluimen laten voelen. De grootste kampioenen, zoals ge in de hierna volgende stambomen zult vaststellen, hebben dus hun benijdenswaardige duivenstam opgebouwd met nazaten van beroemde duiven. Er is een zekere reden voor om te mogen schrijven dat het geheel van de Belgische beroemde rassen, gelijkenis vertonen met een en dezelfde familie.

In de vele pedigrees zal men zich niet moeten blind staren op onbekende namen, want in een generatie worden er in de duivensport niet zoveel beroemde duiven geboren en waarvan hun nageslacht even beroemd is omwille van de crackduiven die er uit geboren worden. Er zijn veel goede duiven, maar er zijn bitter weinig cracks, en er zijn duizenden duivenhokken die nooit een crack herbergen. De goede duiven worden geboren uit goede kwaliteit x goede origine. De grote crack duiven spruiten uit een zelfde kruising, met dien verstande dat deze crack-duiven een begaafdheid bezitten om beter te presteren in de wedstrijden en om in het vervolg als kweekduif, betere afstammelingen te geven.

De stambomen die wij laten volgen, is een werk van lange adem. Wij schreven het reeds : wij hadden er nog vele tientallen kunnen aan toevoegen. Tenslotte weze het gezegd dat de Belgische reisduif, uit een en dezelfde familie spruit, want het zal bezwaarlijk, zonder onze kommentaar, geen moeite kosten om dit met ons vast te stellen. Het geheel weze als een hulde, aan alle Belgische duivenliefhebbers, die mede geholpen hebben aan de grootse roem en standing van de  Belgische Reisduif.


"Le Concentré" was een duif van Georges Fabry uit Liège - Luik