De familie Janssen (Arendonk, BE): Adriaan Janssen - Deel V

Wat Adriaan voor de familie Janssen heeft betekend is niet te schatten. Hij is van jongs af ten nauwste betrokken geweest met het hele duivengebeuren.

Meer nog, het was voornamelijk hij die de zorg van de vogels voor een groot deel op zich nam.
"Onze Adriaan heeft altijd voor de nestduiven gezorgd" zegt Louis. Als men weet dat de Janssens in vroeger jaren nooit niet anders dan nest gespeeld hebben en tot op de dag van heden nestspel zijn blijven spelen kan men zich indenken wat die woorden betekenen. Adriaan was bovendien de goedheid zelf. Met de commerce heeft hij zich nooit  bemoeid. Hij had eigenlijk maar één zorg: Goede duiven kweken en die zo perfect mogelijk gezond houden.
Voor de commerce was hij waarschijnlijk ook ongeschikt. Te zachtaardig. Hij was weinig van zeggen en als hij zijn mond opendeed moest men al heel goed luisteren of men  hoorde hem eenvoudig niet. En weer bemerkt men hoe perfect die broers elkaar aanvulden. Fons die de duiven aanschafte, Charel en Adriaan die ze verzorgden, Jef die het  loopwerk opknapte en Louis die steeds de boekhouding heeft bijgehouden. Na de dood van Adriaan spraken Charel en Louis vaak nog met weemoed over hun broer. Zo in de geest van: "Hoe zou onze Jaan dat gedaan hebben?"

Bijna vermakelijk is wat we in augustus 1983 meemaakten. Charel moest een pieper gaan ringen en hij beweerde hier een geweldige hekel aan te hebben. En wel omdat hij er  heel onhandig in was. "Jonge duiven ringen is altijd iets geweest dat onze Jaan deed" aldus  Charel. Is die taakverdeling van de Janssens duidelijker weer te geven?
Die Adriaan was trouwens ook een kei als het over afstammingen ging. Een commerciële boekhouding, zoals veel andere sportgenoten die hebben die graag verkopen, is er bij  de Janssens nooit bijgeweest. Ze hebben ook nooit geen stamkaarten gehad waarop in schreeuwende koppen de waar werd aangeprezen. Pas heel laat hebben ze uiterst  simpele stamkaarten laten drukken. En dit dan ten gerieve van de veelal Duitse kopers, die bij hun duiven persé een zo uitgebreid mogelijke pedigree eisten.
Louis heeft er altijd een geweldige hekel aan gehad die dingen in te vullen. Zijn uitspraak was "Wat willen die mannen eigenlijk? Een duif van ons of een stamkaart? Als ze  een duif willen moeten ze die zo maar meenemen of anders moeten ze op een ander gaan waar ze er een heel mooie stamkaart bij hebben." Dit laatste klonk dan altijd cynisch.
Toch werden die stamkaarten uiteindelijk wel ingevuld, zij het schoorvoetend. Nu is het natuurlijk niet zo dat ze er in hun boekhouding helemaal met de pet naar gegooid  hebben. Alle prestaties werden steeds nauwkeurig opgeschreven en bewaard. Hetzelfde kan gezegd worden van de jongen die werden geringd en ook de kopers van duiven  kwamen in een speciaal boek te staan. Dit alles was dan het werk van Louis.
Een voornaam punt in de boekhouding is altijd de verlies- en winstrekening geweest. Hoewel moet worden gezegd dat er nog niet zo veel vluchten zijn geweest dat men geld toe gaf. Anderzijds kon men in Arendonk nimmer die grote geldbedragen winnen zoals in veel andere samenspelen. De verklaring is dat de Janssens er meededen. Een aantal  plaatsgenoten vluchtte met hun duiven zelfs naar andere samenspelen of de halve fond omdat ze het op Noyon niet durfden op te nemen tegen de broers. Nog zeer onlangs vroegen de Goirlese kampioenen Albert en Sjef Verhoeven voor de grap de weg naar de Janssens. Een oude Arendonkenaar stond hen te woord. Er kwam een lang verhaal met toch de uiteindelijke erkenning dat niemand het in Arendonk waagde om geld in te zetten tegen de Janssens.
Want, "dan was men er aan," aldus die plaatsgenoot van de Janssens. Een van de redenen dat hun boekhouding bestond uit simpele aantekeningen is ook wel dat "Adriaan het toch wel wist". En dat was ook zo. Zijn bijna feilloze geheugen maakte een uitgebreide boekhouding als het ware overbodig.
Overigens is het leven van deze stille man uitgegaan als een kaars. In zijn laatste levensdagen was hij compleet "op". Hij lag veelal op de divan en werd nu en dan eens  wakker. We zien hem nog voor ons om met een peinzend gezicht de afstammingen van bepaalde duiven te geven. Naar Adriaan verwijzen was ook steeds de gemakkelijkste  weg voor zijn broers als bezoekers nadere bijzonderheden wensten te weten omtrent bepaalde duiven. Vandaar ook dat zijn heengaan Charel en Louis toch vaak voor grote problemen plaatste. Adriaan werd geboren in 1906 en heeft ook lange tijd op het sigarenfabriek van de Visser gewerkt. Later ook op de Karel l fabriek in Arendonk zelf. De  dood van zijn zus heeft hij nimmer kunnen verwerken. Als haar naam viel rolden de tranen over het gezicht van de verzwakte Adriaan. En nog geen jaar na haar heengaan  verwisselde ook deze grote sportmens het tijdige met het eeuwige. Tot bijna aan zijn dood toe is hij helder van geest gebleven. En hoewel hij in zijn laatste levensdagen zo  trilde met zijn handen dat hij amper een kop thee vast kon houden prevelden zijn lippen nog menigmaal de herkomst van bepaalde duiven.
We zullen hem er altijd dankbaar om zijn. Met het veelvuldige bezoek liet hij zich zelden in. Hij luisterde maar, om zich op gezette tijden te verwijderen. Naar de duiven natuurlijk, die hij kende als waren het zijn eigen kinderen. Van ons eerste bezoek aan de Janssens, samen met Henk van Boxtel die er tientallen jaren kind aan huis is geweest, herinneren we ons nog dat we met zijn drietjes op het kweekhok stonden. Henk, Adriaan en schrijver dezes. Adriaan wees met zijn toen reeds wat trillende hand naar een duif en prevelde de woorden: "Dat is onze Scherpe". Het waren de enige woorden die hij sprak zonder dat hem iets gevraagd werd. Geen verhalen over die Scherpe. Geen ophef  over zijn prestaties of  kweekwaarde. Als Adriaan zei "dat is onze Scherpe" moest dat genoeg betekenen voor elke bezoeker. Het tekent die brave ziel ten voeten uit. Het was  een kenner van duiven al zou niemand hem dat  aangeven. Maar het zijn in de duivensport niet de grootste praters of boekenwurmen die de wijsheid in pacht hebben. Adriaan was geen van beide. Irma, Frans en Adriaan kwamen op korte tijd te overlijden. De tekst op de doodsprent van Adriaan is veelbetekenend.