Blik op de organisatie van de duivensport in België (deel 1)

Duivensport, toffe hobby! Voor een pak duivenfanaten wereldwijd is dit nog altijd de perfecte headline. Toch verschilt de beleving van land tot land. Net als de organisatie van de vluchten en het spel op zich. Wie niet over inside informatie beschikt, riskeert zich een verkeerd beeld te vormen.

Het probleem is dat we meestal niet weten hoe het er op een ander aan toe gaat. Hoe kunnen we de sportwaarde van duiven, en de waarde van de sportieve prestaties tussen verschillende landen onderling vergelijken en inschatten? Er is niet alleen het mogelijke verschil in klimaat, reliëf, geografische omstandigheden en spreiding. Tal van andere factoren spelen evenzeer een rol van betekenis. Zoals het aantal liefhebbers per land of regio, het transport van de duiven op de wedvluchten, de afstanden waarop wedvluchten worden ingericht. De organisatie van het spelletje. Hoe sterk is de concurrentie? Bestaat er in alle andere landen ook zoiets als een dopingreglement? Het zijn vragen waarop we vaak het antwoord schuldig moeten blijven. Wegens onbekend.

De organisatie van onze duivensport, het spel op zich, het vertoont grote verschillen van land tot land… zelfs binnen één en hetzelfde land. Heel begrijpelijk dat wij als duivensporters daar niet altijd meteen zicht op hebben. Vele Belgen weten niet eens hoe het er in Nederland of Duitsland aan toe gaat, en omgekeerd. Laat staan, dat collega duivenliefhebbers aan de andere kant van de wereld zouden snappen hoe ons spelletje precies in elkaar steekt. De vraag die we ons daarbij kunnen stellen: hoe bekijken liefhebbers uit andere landen onze uitslagen (lokaal, provinciaal, zonaal en nationaal)? Idem dito voor onze asduiven en kampioenschappen? Welke waarde hechten zij daar aan? Geen makkelijke materie. Vooral omdat er in België een wezenlijk verschil zit tussen de snelheid en halve fond, ten opzichte van de provinciale en nationale vluchten. We belichten in twee delen, beiden even apart. Met enkele van hun voornaamste verschillen, pro en contra’s.

1. Nationaal spel

De nationale vluchtkalender in België omvat 3 categorieën van vluchten. De grote halve fond, de fond, en de grote fond. Het spel in deze 3 de categorieën is ook nog eens op een verschillende manier georganiseerd. Op de grote halve fond zijn er naast de nationale vluchten, ook nog de voorbereidende en/of tussenliggende (inter)provinciale vluchten. Op deze laatste spelen bepaalde provincies volledig apart, andere richten tezamen hun vluchten in (interprovinciaal). Dit brengt niet alleen een groot verschil qua speelomtrek, maar ook qua aantal deelnemende duiven, en aantal deelnemende liefhebbers. Op de verschillende disciplines zijn ook nog eens meerdere dubbelingen per vlucht voorzien.

-(inter)provinciale grote halve fond:  hier krijgen we het provinciale resultaat van de hoofdvlucht, en een lokale dubbeling met lokale uitslag. Is de hoofdvlucht interprovinciaal (overkoepelend spel tussen 2 of meerdere provincies), dan is er naast het interprovinciaal resultaat, meestal nog een onderliggende provinciale dubbeling, en een lokale dubbeling. Dus ieder met een apart resultaat per provincie, en ook nog eens per deelnemend inkorfbureel.

-nationale grote halve fond: nationaal resultaat van de hoofdvlucht, met een onderliggende dubbeling per zone (verdeeld over 6 zones: A1, A2, B1, B2, C1, C2), provincie en lokaal

-nationale fond: nationaal resultaat van de hoofdvlucht, met een onderliggende dubbeling per zone (3 zones: A,B,C), provincie en lokaal

-grote fond: internationaal resultaat van de hoofdvlucht, met een onderliggende aparte dubbeling (lees: uitslag) per land (= nationaal), provincie en lokaal. Hier is dus ‘geen’ dubbeling per zone voorzien!

Voor de nationale kampioenschappen grote halve fond (oude-jaarlingen-jonge), fond (oude en jaarlingen) en grote fond (oude en jaarlingen), komen enkel de uitslagen op de nationale vluchten in aanmerking (zie criteria nationale kampioenschappen), waarbij de liefhebber de keuze heeft uit het voor hem meest gunstige resultaat uit de nationale, provinciale en zonale uitslag (niet op de grote fond).

1.1 Meerdere factoren zijn oorzaak van wisselende, zelfs ongelijke kansen

Resultaten zeggen niet alles. De kans dat de uitslag op (inter)provinciaal, zonaal en nationaal vlak, niet altijd de juiste waardeverhoudingen op die bepaalde vlucht weergeeft, is meer dan reëel. Eén ding mogen we hierbij in ieder geval niet over het hoofd zien. Hoe groter de speelomtrek, des te groter ook de invloed van externe factoren zoals: ligging, weer, wind, massa, trek van de duiven. Een nationale winnaar is die dag niet noodzakelijk de beste duif in koers. Het kan, maar niet noodzakelijk. Zelfs moeilijk in te schatten. Hoeveel nadeel ondervond een duif aan de andere kant van het land of van de provincie van deze externe factoren? Zelfs op lokaal vlak zijn de waardeverhoudingen soms moeilijk in te schatten, al liggen die een pak korter bij elkaar dan in de provincie, de zone, laat staan… nationaal. Het grote probleem om prestaties van duiven precies te vergelijken, is het gegeven dat geen enkele duif hetzelfde traject en dezelfde afstand aflegt. Behalve deze van hetzelfde hok. Enkel in een one-loft-race zijn quasi alle omstandigheden identiek voor iedere duif en deelnemende liefhebber.

De moraal van het verhaal: er zijn altijd een pak duiven in wedstrijd die weinig of geen kans maken op winst (nationaal, provinciaal enz). Omdat de vluchtomstandigheden (ligging, wind, en dies meer) voor hen tegen zitten, alles behalve in hun voordeel spelen. Het is vechten tegen de bierkaai. Een ongelijke strijd, die ze nooit kunnen winnen. Een gegeven dat niet uit te sluiten valt. Zeker niet bij nationale vluchten. Een deel van de betere duiven in wedstrijd, ontsnapt zo aan het oog van de lezer.

We illustreren dit even aan de hand van een voorbeeld uit het verleden. De geciteerde namen doen er niet toe, en zonder afbreuk te willen doen aan bepaalde mensen hun prestaties. De duif met de hoogste snelheid is en blijft altijd de terechte nationale winnaar.

Op de nationale La Souterraine van eind augustus 2010 viel de nationale winnaar bij de 4.778 oude in de provincie Antwerpen (in Nijlen) en deze bij de 17.017 jongen op de grens tussen Brabant –Limburg (in Grazen) te noteren. Dus aan de oostkant van ons land. Wat die dag opviel, was de prestatie van de jonge duif van de familie Norman uit Westkapelle bij Knokke (vlak aan zee), gans aan de andere kant, het uiterste westen van ons land. Zowel op nationaal vlak, als in haar eigen provincie (West-Vl)… zat dit duifje op die dag in een alles behalve gunstige positie. Zelfs compleet in het nadeel. Het won de 146e prijs nationaal van 17.017 jonge. Provinciaal eindigde het op een zeer verdienstelijke 2e plaats tegen 2.463 jonge.

Een machtige prestatie, die dag geleverd volledig tegen ligging, wind en massa in, zowel provinciaal als nationaal. Dit Normanduifje was op die bewuste dag zonder twijfel één der beste duifjes in de wedstrijd. Misschien zelfs het beste? Zoiets kan men niet bepalen. Eén ding is wel quasi zeker… het kreeg nooit de eer die het wellicht verdiende. Weinigen die dit duifje zullen opgemerkt hebben (146e nationaal), zeker niet in het buitenland. Om maar te zeggen… uitslagen zeggen niet alles. Daarom juist is het zo moeilijk om de waarde van bepaalde uitslagen in te schatten en/of te vergelijken. Wie zei ook weer: uitslagen lezen is een kunst?

Bij het lossen van de duiven kan men met quasi grote zekerheid zeggen, waar die dag de 1e prijzen en snelste duiven mogen verwacht worden. De vroegste duiven op provinciaal en nationaal vlak zullen geklokt worden.

1.2 Massa, ligging en wind…

Wanneer men een lijn trekt vanuit de lossingsplaats richting het centrum van ons land, kan je zonder twijfel zeggen, dat op de nationale vluchten de mensen die zich in de omgeving van deze vlieglijn bevinden (centrale as), een stuk voordeliger liggen dan hokken die er verder van verwijderd liggen. Zonder dan nog te spreken van de liefhebbers uit de uitersten van ons land. Vooral dan de kuststrook en de westhoek in het westen, en de grensstreek met Duitsland en Luxemburg in het oosten van ons land.
Waar de eerste prijzen zullen vallen hangt verder af van de externe factoren zoals die hierboven opgesomd zijn. Op vluchten met rugwind maken de mensen uit de kortvlucht (kortste afstanden) op nationaal vlak minder kans tegenover hun sportgenoten op de grotere afstanden. Bij west in de wind zit de oostkant van ons land (Vlaams-Brabant, Antwerpen, Limburg… bij noordwest ook een stuk Wallonië) in een voordeliger positie dan het westen (Oost- en West-Vlaanderen, en een stuk Henegouwen)? Met oost in de wind, is de situatie net omgekeerd. Op de (inter)provinciale vluchten is dit gegeven identiek. Hoe dichter bij de centrale as… hoe beter de ligging. Wie niet overtuigd is verwijzen we nog eens naar het opiniestuk dat op PIPA verscheen, naar aanleiding van de nieuwe nationale vluchtkalender op de grote halve fond in 2013 (met 2 luiken van 7, of in totaal 14 nationale vluchten). Bekijk vooral de kaartjes met de nationale winnaars!

Een ander opvallend gegeven… hoe korter de afstand van de vlucht, en hoe groter de massa (aantal deelnemende duiven), des te moeilijker de duiven het hebben om zich aan deze massa te onttrekken. Des te bepalender de ligging van het hok van de liefhebber zal zijn, rekening houdende met trek van de massa, en de externe factoren (lees: weer en wind). Het spreekt voor zich dat op een nationale Bourges (afstand gemiddeld 450 Km) met soms 40.000 deelnemende duiven of meer, het moeilijker is om zich aan deze massa te onttrekken, en daarbij nog op te boksen tegen weer en wind. Onbegonnen werk.

Op de verdere afstanden (fond en grote fond) blijven deze externe factoren hun rol spelen, al krijgt een echte crackduif door de grotere afstand en de daarbij horende extra aantal vlieguren, wel meer kans om zich van de massa los te trekken, en zijn route te corrigeren of bij te sturen. Er is niet alleen het verschil in afstand. Ook het aantal deelnemende duiven op de fond en grote fond, ligt meestal een stuk lager, vergeleken met de grote halve fond.


Voor de fond wordt België opgesplitst in 3 zones: A,B,C. Op de grote halve fond worden die verder opgedeeld in A1,A2,B1,B2,C1,C2.

1.3 Meerdere dubbelingen: lokaal, provinciaal, zone, nationaal

Het grote aantal dubbelingen is er de oorzaak van dat de kat door het bos soms zijn jongen niet meer vindt. Deze dubbelingen verschillen ook nog eens, afhankelijk van een vlucht of discipline. Drie dubbelingen zal men zowel op de grote halve fond, fond en grote fond steeds terugvinden: de lokale, provinciale en nationale dubbeling. Om aanspraak te maken op nationale winst, zal men altijd eerst en vooral op lokaal vlak (in zijn maatschappij, lokaal of club) de 1e prijs moeten behalen. De reden? Die is heel eenvoudig. De nationale winnaar is en blijft nog altijd de duif met de hoogste snelheid van alle deelnemende duiven in zijn categorie (oude, jaarlingen of jonge). Klinkt logisch. Op provinciaal en zonaal vlak liggen de zaken vaak anders. Laten we eerst en vooral even apart toe te lichten, wat deze aparte dubbelingen juist inhouden.  

-provinciale dubbeling: gekend als de provinciale uitslag. Deze wordt (op de nationale vluchten) bepaald door de provinciegrenzen.

-zonale dubbeling: de zones werden gecreëerd in rechte lijnen, vertrekkend vanuit een centraalpunt (momenteel is dit vanuit Chartres). Zo werd België voor de fondvluchten opgedeeld in 3 zones: A, B en C. Sinds het sportseizoen 2013 werden deze 3 zones op de nationale vluchten van de grote halve fond nog eens in 2 verdeeld of opgesplitst, zodat er nu 6 zones zijn op deze wedvluchten, zijnde zone A1, A2, B1, B2, C1 en tot slot C2. De zonale dubbeling is niet van toepassing op de internationale vluchten. Daar geldt enkel het provinciale, nationale en internationale resultaat. (hier kan u de kaart met de opdeling in zones raadplegen)

-nationaal: de nationale uitslag. Dus over gans het land, gans grondgebied België.

-internationaal: het internationaal resultaat is enkel van toepassing op de grote fond (zware fond) op de  internationale vluchten vanuit Pau, Agen, Barcelona, St.Vincent, Narbonne, Marseille en Perpignan. Een overkoepelend resultaat met alle duiven uit alle deelnemende landen, die binnen de vooraf bepaalde speelomtrek vallen (minimumafstand om te mogen deelnemen).

Zowel op de provinciale als nationale vluchten is de liefhebber verplicht AL zijn duiven in één en hetzelfde lokaal in te korven. Op de snelheid en de kleine halve fond ligt dit anders (zie deel 2). De duiven vliegen volgens de reglementen KBDB, ‘verplicht’ in hun eigen categorie (zijnde oude, jaarse of jonge duiven).

1.4 Snelste duif niet altijd winnaar, een verschil tussen provincie en zone

Het ironische aan het verhaal is dat een winnaar in de zone niet noodzakelijk de winnaar (of de snelste duif) is in het lokaal (of de club) waar men inkorfde. Ook de provinciale winnaar is niet noodzakelijk de snelste duif uit zijn provincie! “Hoe kan dit nu?”, stelt een leek in de duivensport of een buitenlandse liefhebber zich wellicht de vraag. Een ingewikkelde materie. Enige kennis van het nationaal en provinciaal sportreglement is vaak vereist. We proberen deze mensen hierin wegwijs te maken aan de hand van enkele sprekende voorbeelden.

Bepaalde inkorfburelen (meestal lokalen in de grensstreek van hun provincie) hebben een lokale speelomtrek dewelke ook enkele gemeenten uit een andere (aanpalende) provincie omvat… vanaf 2014 beperkt tot hooguit aanpalende en overaanpalende deelgemeenten. In sommige provincies zelfs beperkt tot enkel aanpalende deelgemeenten. De liefhebbers uit een aanpalende provincie worden dan niet opgenomen in de provinciale uitslag van het lokaal waar ze gaan inkorven. Omdat ze niet in die provincie wonen. Normaal zelfs ook niet in het provinciaal resultaat van hun eigen provincie. Zo kan het gebeuren dat de snelste duif van een bepaalde provincie, niet als provinciaal winnaar op de uitslag voorkomt. Een voorbeeld uit 2013 maakt dit wellicht duidelijker:

Op de nationale Tulle van 3 augustus 2013 won de Orlandor van de kolonie Geert Vanrenterghem uit Deinze (Oost-Vl) de 1e prijs in Zone A tegen 2.572 duiven. Deze duif was ook de snelste duif van zijn provincie Oost-Vlaanderen (ook van West-Vlaanderen). Toch was het de duif van liefhebber August Verstraete uit Adegem die de 2e prijs in Zone A won (dus vlak na de duif van Vanrenterghem) die de 1e prijs Provinciaal won tegen 1.605 duiven in Oost-Vlaanderen. Terwijl in West-Vlaanderen de duif van Rudi De Saer als provinciaal winnaar uit de bus kwam (tegen 1.012 d.),  welke de 4e prijs won in Zone A.

Kan dit? Ja dus. Provinciale reglementen bepalen dit. Heel eenvoudig, omdat de heer Vanrenterghem zijn duif in het lokaal Waregem (in West-Vl, dus in een andere provincie dan zijn woonplaats) had ingekorfd. Zijn duif wordt daardoor NIET opgenomen in het provinciaal resultaat van zowel de provincie waar  hij zijn duif inkorfde, als de provincie waar hij woont. Daardoor kan de heer Vanrenterghem dit resultaat ook niet gebruiken voor de provinciale kampioenschappen van zijn provincie. Daarvoor komt enkel het provinciaal resultaat (Oost-Vl) in aanmerking. Als lezer begrijpt u meteen dat dit ook zijn percussies kan hebben op de provinciale kampioenschappen en provinciale asduiven.

Een ander mooi voorbeeld dat aantoont hoe moeilijk het vaak is om de juiste waardeverhoudingen tussen duiven onderling te vergelijken of in te schatten is het volgende:
We maken enkel de vergelijking tussen de prestatie van 2 duiven (X en Y), de namen van de eigenaars doen er in deze niet toe.

Duiven X en Y werden ingekorfd in hetzelfde inkorfbureel op een nationale vlucht op de grote halve fond. We zeggen er vooraf wel bij, dat beide liefhebbers in dezelfde provincie wonen, maar door de opsplitsing in zones… beiden in een andere zone gelegen zijn (duif X in Zone A2, duif Y in Zone A1). Duif X wint lokaal de 1e prijs, net voor duif Y die 2e werd tegen 486 duiven. Op provinciaal vlak gaf dit een 25e prijs (duif X) en 33e prijs (duif Y) tegen 2.728 duiven, nationaal 395e (duif X) en 459e (duif Y) tegen 12.071 duiven. Nu komt het! Duif X wint in haar Zone A2 de 8e prijs van 2.797 duiven (coëff: 0.286%), terwijl duif Y de 1e prijs wint in Zone A1 van 3.380 duiven (coëff: 0.029%).

Wat, wanneer beide liefhebbers dit resultaat nu zouden gebruiken voor de nationale kampioenschappen (bvb nationale asduif)? Dan  hebben zij de keuze tussen het nationaal, zonaal en provinciaal resultaat. Voor beiden is het meest gunstige resultaat nu toevallig het ‘zonaal’ resultaat, wat er dus op neerkomt dat duif Y beter is dan duif X. Terwijl dit volgens de wedstrijdresultaten in 3 van de 4 dubbelingen net andersom is. Beide hokken zijn vlakbij de scheidingslijn van de zone gelegen (ieder langs een andere kant, zijnde A1 en A2), die hun inkorfbureel middendoor deelt. De verschillen zijn op dat vlak minimaal (enkel in afstand). Welke is dan de beste duif? We laten het oordeel aan de lezer. De veronderstelling dat het oordeel of interpretatie sterk kan verschillen per lezer, is niet meer dan normaal.

Wie dit als buitenstaander allemaal leest, vraagt zich wellicht af of we ons in België bevinden of in Absurdistan? Belgische liefhebbers die met dit systeem vertrouwd zijn, snappen het plaatje. Als buitenstaander, duivenleek of als buitenlandse duivenliefhebber liggen de kaarten wellicht een stuk anders. Niet meer dan normaal.

Naast de nationale kampioenschappen KBDB zijn er ook nog de provinciale kampioenschappen. Deze hebben enkel weerklank in de provincie zelf. Waarom? Heel simpel. Iedere provincie heeft zijn eigen aparte criteria voor zijn provinciale kampioenschappen, gesteund op het vliegschema van zijn provincie. De criteria leunen dikwijls dicht tegen elkaar aan, maar zijn bijna nooit identiek. Daardoor kan je provinciale kampioenen tussen provincies onderling soms moeilijk met elkaar vergelijken. Zeker niet op snelheid en kleine halve fond. Het spel in deze beide disciplines is in iedere provincie vaak anders georganiseerd. Op basis van aparte provinciale reglementen. Vergelijken is dan schier onmogelijk. Het is als appelen met peren vergelijken, en geeft een vertekend beeld.

In deel 2 gaan we dieper in op de snelheid en halve fond, en enkele opmerkelijke verschillen met de nationale vluchten.