Andre Colbrandt, Bottelare (BE): winnaar 1° Nationale Asduif ‘Super Grote Fond’ KBDB 2010

Het minste wat we over Andre Colbrandt kunnen zeggen is dat de man de jongste seizoenen een aardig parcours heeft afgelegd, bekroond met titels als 1° Nationaal Kampioen Grote Fond KBDB ’08, en nu dus 1° Nationale Asduif ‘Super Grote Fond’ KBDB 2010, naast nationale winst uit St.Vincent tegen 10.022 jaarlingen in 2005!

Neem daar bovenop nog enkele krakers als de 2° Internationaal Dax 11.808 d. in 2000, 2° Nationaal Carcassonne 3.932 d. ’06, winnaar ‘Euro Diamond Pigeon in 2000 en 2006… en u weet meteen dat we hier niet zomaar met de eerste de beste ‘zware fondtopper’ te maken hebben… maar met een echte ‘crack’ in zijn vak! De kolonie van sportvriend Andre Colbrandt staat in de catacomben van onze duivensport bekend als het ‘bijhuis’ Roger Florizoone. Roger en Andre waren dan ook jarenlang 2 handen op één buik, echte boezemvrienden…  ze hadden mekaar beroepshalve leren kennen. Andre was vroeger werfleider bij de firma Pieters, dat een vast contract had bij de Belgische Spoorwegen voor alles wat grondwerken aanging. André huurde hiervoor de kranen, camions en andere materialen bij ene Roger Florizoone uit Nieuwpoort. Op die manier kwam hij niet alleen in contact met Roger Florizoone, maar uiteraard ook met zijn duiven. Het hoeft dan ook niemand te verwonderen dat uit het allerbeste dat te Nieuwpoort onder de pannen zat… afstammelingen naar de Poelstraat te Bottelare kwamen. Meer zelfs, Andre genoot als het ware het privilege om zo weelderig aan die ‘rijke kweekbron’ te Nieuwpoort te gaan putten, met als logisch gevolg dat zijn kolonie voor zowat 90% uit het Florizoonebloed is opgebouwd. De ‘Vlaamse Leeuw’ (zelf 2° Intnat Dax ’00), de absolute stamvader van de kolonie Andre Colbrandt, is daar het mooiste voorbeeld van! Verder kwamen er onder andere 4 directe kinderen uit de legendarische 'Witneus',  3 kinderen uit "Primus 1", 1 broer van "Dax 2" (overigens vader van de supercracks "Beoni 1" + "Beoni 2" ), 2 dochters uit de 'Barcelona' (1° Nat Barcelona '99), zelfs de 3° internat. Dax vertoefde nog op de kweekhokken te Bottelare… destijds, stuk voor stuk ‘iconen’ die de naam Roger Florizoone ‘wereldfaam’ hebben bezorgd.

Andre Colbrandt sleet in zijn beginjaren uren bij “zware fondcoryfeeën’ als professor Van Grembergen (van de toenmalige succestandem De Raedt-Van Grembergen)… die hij in het Gentse inkorfbureel ‘het Zulleke‘ tegen het lijf liep,  en er later ‘vriend des huizes’ werd… en door wie hij ook Andre Vanbruaene leerde kennen… later leerde hij dan natuurlijk ook Roger Florizoone kennen. Met de duiven van deze 3 grootheden uit onze internationale duivensport bouwde Andre Colbrandt zijn stam op. Eén van de grootste lessen die hij trok uit zijn urenlange conversaties met voornoemde grootheden, was… dat om te slagen in de duivensport… men moet uitgaan van ‘topkwaliteit’! Vandaar dat Andre op dat vlak nog steeds ‘wakker’ is, want naast duiven van de 3 hoger geciteerde grootmeesters haalde Andre de jongste seizoenen ook versterking bij Etienne Devos (lijn Rivaldo-Ronaldo-Kleine Didi), bij internationaal Barcelonawinnaar Danny Vagenende (zus 1° Intnat Barcelona), Staf Haex, Roger Debusschere (dochter ‘Etterbak’), De Jaeger-De Vijlder… naast een 3-tal rechtstreekse Roger Florizoones (2 uit de 1° Nat Barcelona, en 1 uit de Blauwe Montauban’) die onlangs werden bijgehaald. Nieuwe aanwinsten krijgen normaal een 2-tal jaar de tijd om zich te bewijzen… ja, ik wil eigenlijk vrij vlug resultaten zien, aldus Andre… want ik heb nooit de intentie gehad om mijn tijd te steken in ‘veel’ duiven, wel in ‘goede duiven’! Een 3-tal jaar terug verkocht ik mijn ganse kweekhok via PiPa, sindsdien ben ik mijn kweekhok gaan bevolken met echte ‘toppers’ afkomstig van mijn eigen vlieghok… de ‘Vlaamse Leeuw’ is en blijft de aanvoerder, noem hem gerust de stamvader van de ploeg, en daar kwamen nu ook de supercracks ‘Beoni I’, ‘Beoni II’, de ‘Jonge Leeuw’… en uiteraard de ‘Geschelpte Diamant’ en zijn wonderbaarlijke zoon de ‘Blauwe Tik’, de kersverse 1° Nat. Asduif Super Grote Fond KBDB 2010… nog bij! Zij vormen momenteel de basis voor de kolonie bestaande uit een 10-tal koppels kweekduiven, een 34-tal weduwnaars (18 oude + 16 jaarse), en daarnaast worden een 80-tal jongen geringd voor eigen hok. De huidige vaandeldrager is ongetwijfeld

 -De ‘Blauwen Tik’ B07-4344041

1° Nationale Asduif  ‘Super Grote Fond’ KBDB 2010
1° Asduif ‘Perpignan’ over 2 jaar 2009-‘10

’10 Tarbes      189 d. 1
       Prov     861 d. 3
       Nat    4.576 d. 11
       I.Nat 15.035 d. 23

’10 Perpignan   185 d. 3
       Prov   1.003 d. 8
       Nat    6.257 d. 21
       I.Nat 15.847 d. 27

’09 Perpignan   169 d. 1
       Prov   1.108 d. 9
       Nat    7.364 d. 46
       I.Nat 18.354 d. 78

’09 Brive       475 d. 27
       Nat   16.815 d. 855

’08 St.Vincent  241 d. 18
       Nat    8.393 d. 572


Hij was zowat de opvolger van ‘Beoni II’ die tot vorig sportseizoen de scepter zwaaide op de vlieghokken Colbrandt, alvorens naar de kweekstal te verhuizen. Hij deed het onder meer als volgt:

 -‘Beoni II’ B04-4035076

’09 Cahors    Nat  7.347 d. 10
’08 Marseille Prov   433 d. 1
              Nat  4.000 d. 27
            I.Nat 13.938 d. 123
’08 Cahors    Nat  5.441 d. 83
’07 Montauban Nat  6.187 d. 83
’07 Narbonne  Nat  4.664 d. 87

 Wie met een dergelijke kleine ploeg weduwnaars de ganse internationale fondkalender wil afwerken, moet zijn duiven uiteraard goed verdelen over de vluchten. We kunnen Andre dan ook omschrijven als een man met de ‘kleine mand’ met telkens 2 tot hooguit een handvol duiven in koers!

 Zuurstof en nog eens zuurstof

Als we één belangrijk aspect willen benadrukken bij Andre Colbrandt dan is het wel zijn aandacht voor voldoende ‘verse lucht’ op de hokken… ‘zuurstof’ is het belangrijkste element voor een optimale gezondheid van de duiven, dixit Andre… en het kost niks! Stof daarentegen aanziet hij als de grootste vijand voor de duiven. De ramen van de weduwnaars zijn vervaardigd uit een raamwerk met houten lamellen waarachter windbreekgaas is gespannen, dat zorgt voor extra lucht en zuurstof op de hokken… en dit is nog altijd de beste remedie tegen kopziektes! Verder wordt er regelmatig gepoetst en gedweild met ‘javel’, waarna met de brander alles opnieuw droog wordt gebrand… nog altijd de beste vorm van ontsmetting voor de hokken, volgens Andre.

Het spel met de jonge duiven is hier geen doel op zich, zij verblijven het ganse seizoen in een open volière… waar zij zich naar hartenlust kunnen ontwikkelen tot volwaardige duif. Ook de weduwnaars verhuizen na het seizoen (Perpignan is traditioneel hun laatste vlucht) en het groottrekken van een ronde late jongen… naar die open volière, tot rond de Nieuwjaarsperiode, waar ze volle bak rui krijgen aangelengd met maïs. Een betere zuurstofkuur kan men zich  nauwelijks inbeelden… bovendien wordt de natuurlijke weerstand hierdoor aangewakkerd, wat hen op latere leeftijd alleen maar ten goede kan komen wanneer ze meerdere dagen in de mand verblijven en hierin te eten en te drinken krijgen!

Normaal worden de weduwnaars nog altijd volgens de oude stempel met ‘lichtmis’, zijnde 2 februari, gekoppeld. De oude vliegduiven worden na een 10-tal dagen broeden opnieuw gescheiden, hun eieren worden herlegt onder de jaarlingen die de jongen dan groot brengen… wat hen meteen ook bakvaster maakt. Eind maart- begin april worden de duiven dan opnieuw gekoppeld voor een korte broedbeurt, waarna het eigenlijke weduwschap kan aanvangen. Belangrijk voor Andre is het onder controle houden van trichomonas… welke hij als de ‘moeder’ van vele ziektes omschrijft. Tegen ‘tricho’ gebruikt Andre nog altijd het aloude maar oerdegelijke recept van Prof. Van Grembergen op basis van 1 druppel in ieder neusgat en/of bek. Voor de aanvang van het seizoen en na een vlucht met 3 à 4 dagen mand krijgen de duiven 2 dagen op rij zo 1 druppel toegediend. Dat gebeurt dus een 3 tot 4 keer per seizoen. Op de voorbereidende vluchten tot en met de Limoges (vroeger Brive) van begin juni, gaan alle duiven mee op dezelfde vlucht, vanaf daar worden ze opgesplitst over de rest van de vluchten van de nationale fondkalender, waarop meestal slechts 2 duiven worden ingezet. Enkel op de afsluitende Perpignan durft Andre dan nog wel eens uitpakken met zijn ‘elitekorps’, en zijn beste fondatleten nog eens van stal halen… bijna steeds met succes! Voor de vlucht wordt steeds de duivin getoond! Andre houdt van rust en kalmte op de hokken… vandaar dat hij zijn weduwnaars overdag opsluit in hun woonbak (zonder eten of drinken). Overdag zitten ze daarom in het schemerdonker, de ramen worden afgeschermd, zodat ze hem niet kunnen zien wanneer hij overdag voorbij de hokken loopt, de tuin in! In volle seizoen trainen ze 2 x per dag… ’s morgens gedurende 1 uur, in de late namiddag voor 1u tot 1u30 naargelang de inkorfdatum nadert, en dit met gesloten ramen. Als de trainingsarbeid niet intensief genoeg lijkt naar de zin van Andre, durft hij ook al eens de ‘vlag’ bovenhalen… hoe beter de duiven trainen, des te beter zij ook eten! Fondduiven moeten zich ‘rond’ kunnen eten, zegt Andre… vandaar dat ze hier veel ‘maïs’ op het menu krijgen. Mijn jonge duiven zelfs tot 80%, mijn oude tot ruim 50 tot 60%. Bij het binnenkomen is het zo dat ze eerst maïs geserveerd krijgen, pas daarna komt er vliegmengeling in de voederbak. Het zit zo… bij thuiskomt krijgen ze eerste 2 dagen sport- of vliegmengeling, daarna volgt er enkele dagen een mengeling van 50% kweek en 50% dieet, aangelengd met maïs. De laatste 7 à 8 voederbeurten voor het inkorven worden ze opgevoederd met steeds meer maïs . Bij de dagelijkse trainingsbeurten rond het hok, moet een echte liefhebber zien welke duiven klaar zijn om ingekorfd te worden. Duiven die een teken geven nog niet voor volle 100% klaar te zijn houdt men het beste nog een weekje thuis… het zijn dergelijke duiven waarmee men een risico loopt op verlies, wanneer men ze inzet op de ‘grote fond’! De dagelijkse trainingen zijn een graad of waardemeter voor de ‘formecurve’ van de duiven, vandaar dat ‘observatie’ hier belangrijk is!

 

Opbouw van een fondcarrière

Een fondcarrière wordt ten huize Andre Colbrandt nog steeds uitgestippeld zoals in het aloude verleden… gewoon omdat Andre (en zijn duiven) zich daar het best bij voelt! De duiven rustig laten uitgroeien tot volwassen leeftijd, hen de tijd geven te ‘rijpen’… pas dan gaat de pees erop! Zoals hogerop reeds gezegd verblijven de jonge duiven in een open volière, waar ze volle bak gevoederd worden met ruim 80% maïs + ruimengeling. De jonge doffertjes worden goed opgeleerd tot zo’n 2 x halve fond, de duivinnetjes worden meestal zelfs niet opgeleerd. Als jaarling worden ze dan op 2 februari gekoppeld op het vlieghok, en brengen dan een koppel jongen groot van hun oudere collega’s op het vlieghok. Als jaarling vliegen ze reeds minimaal 1 tot 2 ‘zware fondvluchten’ (700-800 Km), kaliber St.Vincent of Soustons… in 2011 zal dit dus vermoedelijk Bordeaux en/of Narbonne zijn. Als tweejarige vliegen ze normaal Limoges en Brive + in juli nog 1 ‘internationale zware fondvlucht’, zijnde Narbonne of Perpignan. Vanaf 3-jarige start de eigenlijke fondloopbaan en werken ze 3 tot 4 nationale fondvluchten af, waarvan 2 internationale ‘grote fondvluchten’! Tussen deze nationaals krijgen ze normaal minimaal 2 weken rust… tussen de ‘internationale’ vluchten zelfs minimaal 3 weken! Een systeem van handelen dat Andre Colbrandt alvast geen windeieren heeft gelegd, dat bewijzen zijn sublieme prestaties, die  hij op de fond en vooral ‘grote ‘ fond  reeds wist neer te zetten! Andre Colbrandt is een echt ‘fenomeen’ op de internationale drachten, een echte topper… en dit met een handvol duiven! Dat zegt toch genoeg?

Een greep uit de prestatielijst 2010 op nationaal en internationaal vlak

Brive      534 d. 9-11-21-23-26-28-52-57-58… (12/20)
   Nat  16.815 d. 418-505-855-866-938-958…

Cahors     199 d. 23-27 (2)
   Nat   8.651 d. 764-808 (2)

Montauban  225 d. 41-46 (2)
   Nat   6.654 d. 1288-1504 (2)

Orange Pro 556 d. 63 (2)
   Nat   4.466 d. 362 (2)

Barcelona  335 d. 96 (3)

Limoges    454 d. 23-76-82-150 (8)
   Derby   311 d. 15-49-52-96 (8)

Limoges YL 637 d. 38-81-93 (5)

Tarbes     189 d. 1 (2)
   Nat   4.576 d. 11 (2)
  I.Nat 15.035 d. 23 (2)

Souillac   291 d. 1-55 (2)
   Nat   7.045 d. 47-1308 (2)

Tulle      174 d. 38 (2)
   Nat   6.695 d. 1284 (2)

Marseille  414 d. 8-67 (2)
   Nat   3.340 d. 69-322 (2)
  I.Nat 10.333 d. 150-786 (2)

Narbonne   151 d. 25-31 (2)
   Nat   6.330 d. 949-1190 (2)

Perpignan  185 d. 3-5-26-48-59 (9)
   Nat   6.237 d. 21-39-538-1249-1545 (9)
  I.Nat 15.756 d. 27-55-838-2223-3564 (9)