Search

De opbouw van het ras Jan Aarden (NL)

Behalve Delbar, een schitterende duivin door toedoen van de schrijver van dit boek, een puike doffer hoewel ziek en onderkomen van Tiest Stok te Halsteren en een duif van Kees Dekkers te Etten, zaten er in het ras Jan Aarden blauwe Vandevelde's via burgemeester Jef Boels te Stene Conterdam tegen Oostende.

En nog een die nog beter was via een door Piet de Weerd van Oscar Devriendt geleende duivin, zuster van de "Pauw". Plus een laat jong van bakker Rinus Meesters, herkomst in feite totaal ongekend, mijnen goeien Gepakten, zoals ook bij dr. Lejeune van Rabozee het geval was en bij Pierre Vanderkeylen op St. Anneke, waar het ras Huyskens-Van Riel voor vijftig percent op berust. A. Schouteren heeft er zijn naam aan gegeven.


Jan Aarden

Waar kwam eerst en vooral de oude stammoeder uit Breda vandaan?
Toen Jan Aarden ze op de Haagdijk afhaalde in een kartonnen  margarine-doos de bodem bedekt met schavelinge, met luchtgaten opzij, was ze vier weken oud.
In november 1944 reden Sjef Oomens en Piet de Weerd op de fiets, bij regen en ontij, soms dagenlang bij hondenweer, geratel van tanks op de
grond en vliegende bommen in de lucht, het dreunen van kanonvuur en van enorme formaties zware bommenwerpers richting Duitsland, op de fiets, die twee vastbesloten duivenliefhebbers, dwars tegen de formidabele opmars van de geallieerde legers in, naar de Vlaanders. Eerst naar de Gebr. Deguffroy te Wingene, waar de Gebr. Oomens voor de oorlog een kampioen van hadden, die ze den "Duus" noemden, geen dikke maar een   magere platkop, die keihard vloog en hun eigen schone, ronde duiven vele malen vloerde...
En naar Maurice Delbar te Ronse. Hij zag er in die tijd uit als op de foto in dit boek, met zijn "Kleine Lichte". De eenvoudige boerenmensen uit  Wingene hadden de echte Delbar's uit diens wonderkoppel te pakken weten te krijgen van Charles Vanderespt te Oostende. Ze hadden die gekruist met hun "Fijnen", Ie prijs national Pau te Brussel en een groot aantal Bordeaux aan de kop, en met diens broer, de "Witte" omdat hij witte ogen had.


Maurice Delbar

De "Fijnen" zelf, die een schitterende rasvogel was, er werd verteld een Vandevelde van Oudenburg had een voor allen die hem gekend hebben onvergetelijk kastanje-oog door de glans, met koffie, goud en purper. Sjef Oomens en Piet de Weerd kregen de "Fijnen", die toen vijftien jaar oud
was voor drie maanden mee naar Breda. Bovendien konden zij twee doffers kopen, een zoon van de "Fijnen" van '42 met een duivin van Delbar en een zoon van de "Witte" van 43 met een zuster van die duivin van Delbar. Een jaarling en een tweejarige. Twee geschelpte, waarvan er één een pure woesteling was in de hand. Hij woog niks, had een kas van ijzer en een paar vleugels als een slechtvalk. Een schuwe rakker. Jan Oomens schudde het hoofd toen hij hem zag. Hij hield van kalme, rustige, intelligente duiven en had verstand van ogen en van een eivormig model, een zg. volle duif. Als hij die zoon van de "Fijnen" van het nest wilde halen om hem eens in de hand te nemen, vloog hij Jan Oomens, op gevaar af de eitjes tussen zijn poten mee te nemen, pardoes in zijn gezicht. In 1946 werd hij om die reden verkocht aan de dikke bier- en limonade-handelaar Berend  Sterken te Zwolle, voor vier honderd gulden. Nochtans was deze woesteling op aandrang van Jef Oomens en Piet de Weerd, gepaard met een duivin van Martin van Tuyn, destijds wonende te Naast, bij Soignies, in de Walenpays. Sjef en Piet hadden die duivin - een dochter van de "Kleine Lichte" van 1932 van Delbar, met een duivin Deguffroy-Rasson, door Van Tuyn bij Delbar gekocht als pieper, voor tien blauwe brieven in 1944, voor drie maanden te leen gekregen - zomer 1945 - nadat beide mannen Van Tuyn 's overwegend Horemans-duiven hadden gezift en gekoppeld. De  "Kleine Lichte" die tweemaal de Ie national van St. Vincent had gewonnen, was de primus inter pares, de beste uit Delbar's wonderkoppel.

De stamduif van het wereldras Jan Aarden
Hoe kwam Jan Aarden in Steenbergen, een totaal onbekende liefhebber, nu aan een jong van zulke duiven? Dat kwam omdat hij al vele jaren  bevriend was met Piet de Weerd, die in de jaren dertig in Jan Aarden's restaurant op de Kaai, vaak zijn boterham ging eten. In 1944 had Jan Aarden aan Piet de Weerd, die sinds 1935 in Halsteren bij Steenbergen woonde, omdat hij daar voor zijn studie van fondduiven dichter bij België zat dan in Oude Tonge, achter moeilijk water, een emmer plantevet gegeven. Hij had die meegebracht van de suikerfabriek van Van Loon in Steenbergen, waar Jan magazijnchef was. Die emmer plantevet waar Sjef Oomens zijn deel van kreeg, heeft veel teweeg gebracht. Hij heeft de naam Jan Aarden wereldberoemd gemaakt. Want Piet de Weerd regelde met Sjef en Jan Oomens dat een jong van het koppel Deguffroy-Delbar aan Jan Aarden werd geschonken. Jan kwam met de bus van de B.B.A. naar Breda; hij had een kartonnen margarinedoos bij zich waar het kleinood in werd gedaan. Dit werd de stammoeder van het hele Steenbergse ras, de beste kweekduivin van Nederland. Was dat nu van doffer toeval en duivin. Geluk zoals cynische mensen wel eens zeggen?