Rechercher

Martin Ravelingien (Tiegem, BE) kan terugblikken op een knap zwarefondseizoen 2014

Bij Dr. Martin Ravelingien uit het West-Vlaamse Tiegem wordt de klemtoon vooral gelegd op de zware fond, een discipline waarin hij al vele jaren op rij heel wat (inter)nationale bekendheid verwierf.

Voor wat 2014 betreft, begon het al veelbelovend op de voorbereidende vluchten en als eindbalans kan de Tiegemse fondkampioen terugblikken op een aantal knappe prestaties. In onderstaand verhaal schetsen we even het reilen en zeilen achter de schermen van een kolonie waar zware fond troef is. Dat alles gestoeld op een heel eenvoudig systeem.

Een apart systeem, maar wel met resultaten

De kwekers worden sedert 20 jaar pas gekoppeld eind juli en kweken dan tot november. Met andere woorden: geen gepruts in de winter. Die laatjes gaan iedere dag een drietal uren buiten en worden vervolgens vanaf april opgedragen. In 2014 gingen ze allen tot 350 km waarvan twee derde zelfs Chateauroux vloog, maar dan wel bij manier van spreken zonder pluimen. Het werd voor Martin een seizoen met zeer weinig verliezen, in tegenstelling tot een blijkbaar groter verschil i.v.m. vroege jongen en lentejongen. Zo kunnen er jaarlijks een twintigtal jaarlingen worden ingevuld in de lege weduwnaarsbakken terwijl er ook nog een vijftiental het jaar erop tussen de jonge duiven celibatair vliegen tot Narbonne. Deze laatste doen het uiteraard minder goed dan de weduwnaars, maar toch worden daar dikwijls de beste oude duiven uit gehaald.

Geduld en de kans geven om goed uit te groeien, dat is in grote lijnen de visie van Martin. Zo zien we dat de weduwnaars worden gespeeld op Pau, Barcelona, St.-Vincent en Perpignan. Zijn voorbereiding daartoe verloopt als volgt:

  • De vierjaarse en ouder vliegen enkele malen 300 km en gaan van daar naar Pau of Barcelona.
  • De driejaarse vliegen nog een grote halve fond nationaal en gaan dan naar St.-Vincent en Perpignan.
  • De tweejaarse weduwnaars vliegen nog twee maal een grote halve fond nationaal en gaan dan naar Perpignan. In zoverre dat nagenoeg alle weduwnaars Perpignan vliegen.

In 2014 gingen de twee Pauduiven en de drie beste uit de Barcelonaploeg na deze vlucht naar het kweekhok en werd er met een bang hartje uitgekeken naar de volgende vluchten. De driejaarse deden het op St.-Vincent en Perpignan echter zeer goed. Op St.-Vincent was de dokter uit Tiegem de enige Belgische liefhebber die vier oude duiven op de eerste lossingsdag thuis kreeg terwijl hij ook de eerste liefhebber was met tien duiven op de internationale uitslag uit Perpignan.

De vliegduiven worden gekoppeld begin februari, mogen vijf dagen broeden en gaan dan op weduwschap. In de maand mei krijgen ze iedere week bij thuiskomst een drietal uren hun duivin en dat gebeurt ook vóór de inkorving van een internationale vlucht. Bij thuiskomst van Pau en Barcelona gaan de duiven een drietal dagen op een apart hokje en krijgen in die dagen een product tegen trichomonas. Na Perpignan gaan de weduwnaars nog een viertal maal los en rond 15 augustus worden ze gekoppeld en mogen nog twee maal los broeden. Rond 15 oktober worden ze gescheiden waarna ze pas in maart opnieuw buiten gaan.

"Sedert 1983 staat Perpignan op het programma. Nog nooit heb ik een rampvlucht gekend en bijna altijd zitten de prijzen goed verdeeld over het ganse deelnemersveld", aldus Martin. "Begin augustus is er bijna altijd een mooi verloop, wat men van Barcelona een maand vroeger zeker niet kan zeggen. Sedert mijn debuut in 1986 weet ik immers zeker al tien maal een regionaal en provinciaal wedstrijdverloop van een ganse week of een slechte verdeling van de prijzen over het ganse deelnemersveld. Begin juli hebben we spijtig genoeg meer regen en westenwind.”

Voeding en het medische luik

Martin: "De duiven krijgen een lichte, maar voldoende voeding met weinig erwten. In feite worden ze niet echt opgevoederd, maar ze krijgen wel wat fijn zaad de twee laatste dagen vóór de inkorving. De veearts komt een drietal keren langs per jaar. Er werden nog nooit wormeieren vastgesteld en de duiven worden er bijgevolg ook niet voor behandeld. Dat gebeurt evenmin tegen coccidiose met uitzondering evenwel van een appertex die wordt opgestoken één week voor een internationale vlucht. Tegen ornithose wordt er in de loop van het seizoen een drietal maal behandeld en dat gedurende drie à vier dagen."

"Begin april krijgt de ganse kolonie een week tegen trichomonas en na de kweekperiode van de kwekers worden deze een tiental dagen behandeld tegen paratyfus. De jongen, jaarlingen en bijgehaalde duiven worden ertegen gevaccineerd. Meer nog: de jongen worden aan de leeftijd van zes weken, plus nog eens aan die van vijf maanden gevaccineerd tegen paramyxo en worden vervolgens in de winter eenmalig gevaccineerd tegen pokken met het borsteltje. Dat systeem is in 30 jaar tijd niet veranderd en het kan nog altijd op deze manier."

Visie op het duivenspel van vandaag

"Ik zie graag een kolonie waar er nog duiven op vijf- tot achtjaarse leeftijd vroeg kunnen vliegen. Het spel met jongen en jaarlingen is veel te sterk in volume toegenomen, ten nadele van de echt mooie vluchten. Vroeger bijvoorbeeld vlogen de jaarlingen Limoges en ze kregen dan eventueel nog een herkansing op Narbonne. De jongen vlogen vroeger tot Bourges en dan liet men enkele duivinnetjes in nest komen voor nog een paar vluchtjes. In 2014 bijvoorbeeld gingen jongen zes keer na elkaar mee op een nationale vlucht en dan maar mekkeren dat er de laatste maal in wat moeilijkere omstandigheden heel wat van die halvefondduifjes achterblijven. Kortom: er zijn veel te veel vluchten en de uitstraling van de nationaals is enorm verwaterd. Vluchten beneden de 650 km zijn voor mij geen nationaals, maar aan elkaar geplakte provinciaals. De KBDB en de inrichters zouden eens moeten samen gaan zitten en het programma serieus 'ontvetten', maar dat wordt geen gemakkelijke klus, want ter wille van het smeer likt de kat de kandeleer."

Resultaten uit 2014

St.-Vincent Nat.: 3240 d.
11-66-81-84-125-153-269-289-340-423-620 (11 van 21)
St.-Vincent Int.: 11388 d.
42-178-343-369-548-649-950-996-1112-1274-1784-2508 (12 van 21)
St.-Vincent prov.: 797 d.
5-32-39-40-49-56-... (11 van 21)

Perpignan Nat.: 6248 d.
58-72-96-146-148-168-190-251-262-301-330-623-764-769-780-825-... (23 van 47)
Perpignan Int.: 17971 d.
109-135-181-267-275-307-343-466-484-576-638-... (24 van 47)
Perpignan prov.: 1119 d.
16-21-34-54-55-62-66-84-85-94-103-... (24 van 47)
Perpignan reg.: 272 d.
4-5-8-13-14-17-19-22-23-27-31-39-44-45-46-48-58-59-64-70-73-75-76-82-88 (25 van 47)

Pau Nat.: 1910 d.
73-450 (2 van 4)
Pau Int.: 8295 d.
461-2067 (2 van 4)
Pau Prov.: 181 d.
12-52 (2 van 4)

Barcelona Intern.: 8 van 21
Barcelona prov.: 1434 d.
188-190-198-237-240-272-285-289-437-461 (10 van 21)
Barcelona reg.: 201 d.
26-27-28-31-32-34-35-36-60-64 (10 van 21)

Montluçon Nat.: 14.230 d.
244-471-702-...
Montluçon reg.: 222 d.
4-13-15-27-30-32-35-44-45-46-47-55-60-62-63-66-67-68-71 (19 van 46)

Tot zover het systeem, de resultaten en de visie op het hedendaagse nationale vluchtprogramma van Dr. Martin Ravelingien.

Commentaires

Akkoord met de stelling van Martin omtrent het betere weer eind juli, begin augustus. Waarom Barcelona en Perpignan niet wisselen van datum?