Rechercher

Eijerkamp-Muller, " Hans Bodelier sprak met : Eijerkamp-Muller, Wilhelminadorp / 'EUROPEAN STARS' "


Goese Sas, januari 1998. Een klein Zeeuws gehucht, behorende tot Wilhelminadorp en bestaande uit enkele huizen, een café en een heuse jachthaven. Aan het einde van de weg, net voordat je de dijk langs de Oosterschelde op kunt, ligt de thuishaven van een van de succesvolste combinaties van het seizoen 1997 en vele jaren voordien: Eijerkamp - Muller. Kampioenschappen en kettinguitslagen met zeer vele topprijzen zijn de voornaamste kenmerken van de gangmakers van de combinatie Wim (Willem) en Rina Muller. Nadat Wim Muller zijn kolonie aan Hans Eijerkamp had verkocht waren er velen die dachten dat het Wim grote moeite zou kosten om weer op het hoogste podium terug te keren. Niets was echter minder waar. Binnen de kortste keren wist iedereen zich weer te herinneren waar Wilhelminadorp lag, en ging zijn naam weer over ieders lippen. Menig topjaar heeft hij in zijn samenwerkingsverband met Hans Eijerkamp (dat in 1998 het 10e seizoen in ging) reeds gekend. Steeds heeft hij vastgehouden aan zijn eigen principes en vooral aan zijn eigen duiven, een met veel moeite en toewijding opgebouwde stam. Aanleiding voor dit verhaal was het winnen van de titel 'Asduif internationaal Barcelona 1993 - 1997' met 'Magic Boy', maar daar bleef het natuurlijk niet bij. Alles passeerde de revue: de Europa Beker, totaal weduwschap, zijn systeem, het motiveren van zijn ploeg, hygiëne, Barcelona en daarbij steeds benadrukkend 'het zijn de duiven die het doen, niet ik. Die verdienen het in de schijnwerper te staan, want zij moeten het doen!'

Een spreekwoordelijke waterval werd die middag over me uitgestort. Een gesprek met Wim Muller en niet te vergeten eega Rina, waarin hij openhartig vertelt zoals nimmer voordien (althans voor zover gepubliceerd).


'Magic Boy', een duif met een verhaal.
Deze uit 1990 stammende doffer werd door Wim aangemeld als deelnemer aan de competitie 'Asduif Internationaal Barcelona 1993 - 1997'. Op een apart briefje bij het formulier schreef hij de bescheiden opmerking 'Ik hoop bij de eerste 5'. Toen ik de resultaten bekeek wist ik al direct dat zijn wens in vervulling zou gaan en wellicht niemand beter zou zijn. Dat bleek al snel, want de enige die hem kon benaderen was een Barcelona-klepper van Lei Kurvers. Was het op nationaal niveau al zo dat deze beide kemphanen de strijd om de 'Gouden Barcelona Duif' ZLU 1993 - 1997 onder elkaar hadden beslist, ook internationaal wist 'Magic Boy' de hoogste eer voor zich op te eisen. Daarmee een nieuwe parel aan de al rijk bezette kroon van de combinatie Eijerkamp - Muller toevoegend. Dit resultaat over de jaren 1993 tot en met 1997 werd behaald met de volgende internationale klasseringen: 1056e (33.145 d.), 232e (26.807 d.), 355e (20.936 d.), 1297e (20.129 d.) en 110e (24.908 d.).

Naast deze vijf klasseringen op Barcelona scoorde 'Magic Boy' verder nog een 118e nationaal Marseille (4.601 d.), 119e nationaal Perpignan (5.024 d.) en 243e nationaal Perpignan (3.815 d.). Na de laatste Barcelona heeft Wim besloten dat hij het kweekhok gaat versterken.
'In eerste aanleg liet het zich niet aanzien dat 'Magic Boy' deze prestaties zou gaan verwezenlijken. Hij zat bij zoon Andres op het hok en deed als jaarling en eerste jaar oud helemaal niets. Hij zag het niet in hem zitten maar ik zei 'Joh, die gaat nog een keer toveren voor ons. Let maar op!' Vandaar ook zijn naam. De eerste Barcelona die hij deed, vloog hij de 629e nationaal. Perpignan moest hij helaas aan zich voorbij laten gaan. Hij vloog zijn hele 'broek' eruit in de masten van een der jachten in de haven hierachter. Dat was een streep door de rekening. Hij had dus maar één vlucht gedaan ondanks dat hij drie jaar oud was. Als vierjarige - in 1994 - behaalde hij het asduif kampioenschap ZLU. Dus zeg het maar, wie heeft er verstand van? Ik heb geen verstand van duiven, echt niet!'

Karakter
In zijn zevende levensjaar de beste prestatie op Barcelona. Zit dat in het karakter van de duif?
'Onze duiven gaan lang mee. Ik had er dit jaar nog meer mee van 1990 die al 14 en 15 prijzen hadden gewonnen. Ik heb het idee: hoe ouder hoe beter. De ervaring speelt natuurlijk ook een rol. De duiven kunnen al de ervaring die ze hebben gebruiken, dat is alleen maar gunstig. En zeker als het een beetje moeilijke vlucht wordt. Niet als het een snelle vlucht wordt met 1800 - 1900 meter, daar heb je die mannen natuurlijk niet voor nodig. Dat is logisch. Maar als er een beetje moeilijkheidsfactor aan te pas komt, en dat is met Barcelona toch vaak het geval, dan kun je die mannen rats aan de kop hebben. Ik denk ook dat duiven die constant een prijs vliegen tussen de 200ste en 300ste nationaal, bij een rotte vlucht in een keer aan de kop van de uitslag zitten. Maar dat wil niet zeggen dat ze als jaarling niet ongenadig kunnen uithalen. Ik heb twee nationaals gewonnen met een jaarling. Op München en op Bordeaux. En die Bordeaux was loei zwaar met 920 meter en München was bijna 1900 meter. Dus daar heb je het verschil. De nestmaat van de München-winnaar wint dit jaar de 8e nationaal Perpignan met 916 meter. Ze kunnen dus vroeg vliegen met grote en lage snelheid, als jaarling en op 'leeftijd'.

'Barcelona is altijd een lastige vlucht. Ik heb daarom besloten Barcelona niet meer te spelen met een twee jarige doffer. Nooit meer! Waarom? Omdat ik denk dat een twee jarige doffer nog niet is uitgegroeid. Als je schitterend weer hebt van Barcelona tot Den Helder, is natuurlijk alles mogelijk. No problem! Maar juist als die moeilijkheidsfactor te groot wordt, dan denk ik dat je beter bent met een tweejarige duivin dan met een doffer. Ik denk namelijk dat die duivin eerder volwassen is dan die doffer. Dus daarom ga ik pas met driejarige doffers naar Barcelona. Uiteindelijk heb ik besloten om over de hele lijn hetzelfde te doen en dat ook met de duivinnen te doen. De tweejarigen doen een ander programma en het jaar daarna pas Barcelona'.

Programma
'Voor de tweejarige duiven is het volgende programma volgens mij ideaal: Bordeaux ZLU, Marseille en Perpignan. Elke twee weken een vlucht, dat is hartstikke fijn. Dat kan heel goed. Mocht Bordeaux een rot vlucht zijn, wat natuurlijk ook kan, dan wordt Marseille overgeslagen en gaan ze naar Perpignan. Dan heb je een goeie voorbereiding gehad. Dan zijn ze klaar voor het echte grote werk, Barcelona'.

Stamopbouw en vasthouden
De 'Primus Inter Paris internationaal Barcelona' - 'Magic Boy' - stamt uit zoon 'Super Koppel' met als moeder een dochter van de 'Zilvervos 64' welke ook weer stamt uit een duivin van het 'Super Koppel' x een kleinzoon van het 'Super Koppel', dus eigenlijk ingeteeld. Zo kom je weer terug bij de twee oude lijnen van het hok, dus de '60' van Meesters en dat was weer een kleindochter van het "Zilvervosje'.

SUPER-KOPPEL


'Alle duiven die hier op de vlieghokken zitten, zijn op de een of andere manier aan elkaar verwant. Allemaal! Niet de kweekduiven. Ik haal natuurlijk ook eens een duif bij. Daar wordt uit gekweekt en dan kijk ik: staan ze me aan of niet. Zo ja, gaan ze mee op de vluchten. Zijn ze goed, zijn ze net zo goed als die van mij, liever beter, maar kunnen ze gewoon mee en passen ze ook bij mij, komen ze ook in mijn systeem in vorm, worden ze niet te vet, worden ze niet te mager, kunnen ze zich handhaven in mijn voersysteem, dat zijn allemaal dingen die een rol spelen. Oké, als dat goed gaat, kweek ik er nog een paar late jongen uit, laat ik die een jaar zitten tot ze uitgegroeid zijn en gaan dan de kweek in. Dan heb ik duiven die half verwant zijn aan de mijne. Die halve zet ik terug tegen de zuivere van mezelf. Daar heb ik goede ervaring mee en ik denk dat daar de meesten de fout in gaan. Ze denken ik heb een halve en zetten hem weer terug tegen een halve, denken dan dat ze een hele hebben, maar dat is natuurlijk niet waar. Je hebt dan nog maar een kwart. Je zult dus altijd met de halve terug moeten naar die hele om een halve te houden. Maar goed, ik vlieg dus heel graag met een gekruiste, dus een halve, teruggezet tegen een zuivere en daar de kinderen uit. Dat zijn eigenlijk mijn favoriete vliegers. Daar kun je eindeloos mee door blijven gaan en ben je nog lang niet aan het eind van je latijn. Als je een dergelijk systeem met een paar lijnen kunt opzetten kun je eindeloos verder. Je kunt die lijnen onderling ook weer gebruiken. Ik heb de laatste jaren bijna geen duiven bijgehaald, echt niet. Het is steeds maar in datzelfde kringetje verder gegaan. Steeds weer.'

'Ik verkeer eigenlijk in een bevoorrechte positie. Ik kan natuurlijk bij Hans Eijerkamp krijgen wat ik wil. Maar ik ga liever met mijn eigen duiven verder. Je kunt natuurlijk twee dingen doen: je kunt je kampioen kweken en je kunt je kampioen kopen. Dat eerste hou je langer vol! En je bouwt een hok met duiven op. Als je je kampioen koopt, bouw je nooit een hok met duiven op (eigen stam). Het probleem met dit laatste is dat je na een jaar of vier spelen in kampioensstijl, de goede duiven niet meer hebt. Omdat je de goede niet kunt kweken, je kunt geen stam opbouwen. En nog belangrijker is die stam in tact houden. Dat is voor de meesten het grootste probleem, dus...'

'Ik heb geen verstand van duiven, maar ik kan wel kweken. Ik weet wel wat ik moet doen om mijn stammetje bij elkaar te houden. En dat wil niet zeggen dat ik het niet steeds probeer op een hoger peil te brengen, natuurlijk wel. Dat zal wel moeten met een ander soort erin te brengen of een ander type duif. En dan kom ik terug bij wat ik straks heb gezegd. Die halve tegen die hele enzovoorts'.

Bijhalen
Iemand die al jaren op zo'n niveau presteert, kan toch bijna nergens iets bijhalen dat iets toevoegt aan de waarde van de bestaande stam?

'Ze hoeven niet beter te zijn. Als ze net zo goed zijn, is het prima. Ik heb dan wel net ietsje frisser bloed en dat kan voldoende zijn. Het gaat in feite om procentjes. Kijk dan naar dat schaatsen en de atletiek. Dan zeg je natuurlijk dat kun je niet vergelijken. Klopt, een mens is een mens en een dier is een dier, maar ik kijk gewoon naar de aerodynamica. Als je ziet wat de mensen allemaal uitdokteren om sneller te kunnen schaatsen. Neem Rintje Ritsma, die heeft in een windtunnel gestaan, je ziet het resultaat: met twee vingers in de neus europees kampioen worden. Die heeft door die proeven zijn houding veranderd en weet wat zijn ideale houding is. Zo denk ik ook met duiven. Iedereen heeft goede duiven, maar ik denk dat het model erg belangrijk is in de toekomst. Onze duiven hebben ontzettend zachte en vette pluimen. Als die duiven in orde zijn dan 'kan daar niets meer aan verbeterd worden, dat is goed'. Maar, niet te veel pluimen. De mensen verwarren wel eens 'tjonge, die heeft lekkere pluimen'. Die heeft er veel te veel, dat kan ook. Als je tegenwoordig ziet dat wielrenners rijden in een tricot dat een tiende millimeter dik is. Vroeger hadden ze een dikke trui aan. Dat is een wereld van verschil en zo is het ook met de duiven, aerodynamica is zeer belangrijk. Het model van de duif ietsje breed van voren, helemaal weglopen van achteren.
Dat duivenlijf moet gestroomlijnd zijn, zodat de luchtweerstand zo klein mogelijk is. Zo'n type duif glijdt veel makkelijker door de lucht, dat gaat dan soepeler. Hierdoor vliegt ze sneller, makkelijker. Dat moet je hebben en daarop moet je kweken. Met duiven de windtunnel in? Dat is helemaal niet zo idioot. Dat zal er best nog wel een keer van komen'.

Vliegen
De ene duif vliegt makkelijker dan de andere, dat heeft volgens Wim alles te maken met het type duif dat je hebt. Het zijn volgens hem ook altijd dezelfde duiven die achteraan vliegen, die kunnen het tempo gewoon niet bijhouden. De duiven die het makkelijkst vliegen, dat zijn ze.

Waar zie je dat aan?
Wim gaat terug naar het seizoen 1991. Toen scoorde hij een ongelooflijke serie op Perpignan internationaal, 10 duiven in de eerste 200 tegen 17.000 concurrenten. Hij had toen iets meegemaakt dat hij niet licht meer zal vergeten.
'Zulke uitslagen spreken me wel aan. Maar hoe die duiven de week voor het inkorven tekeer gingen spreekt me nog meer aan. Ik had dat nog nooit gezien en heb het ook niet meer gezien. Die trainden zo hard, dat is niet te geloven. Wat ik daaronder versta? Zo hard, zo snel, zo roekeloos, die zeilden over het water, langs de dijken, zonder te kijken erover heen, net als een klad jonge duiven die in topconditie is. Langs en over die dijken, zo van hup-hup-hup. Zo ramden ze twee uur achter elkaar door, ze vlogen zich helemaal total los. Ik schrok me wezenloos toen ik ze na de traning in handen nam. Er zat geen gram vlees meer op. Ik dacht 'moet ik die nou inkorven?'.
's-Avonds kende ik ze niet meer terug, allemaal van die ballonnetjes. Helemaal perfect. De volgende dag trainen en weer hetzelfde liedje. Ze trainden in wezen veel harder, dan als ze normaal van een vlucht moeten vliegen. Nou ik heb duiven nog nooit zo hard zien vliegen. En dat het goed zat bewijst de super uitslag, buitengewoon. Toen ze terugkwamen van Perpignan stonden ze er ronder op dan tijdens het inkorven. Ik ben ook al vaak op mijn bek gegaan. In Middelburg staan ze altijd te kijken hoe ik de duiven bij het inmanden aangeef op Barcelona en Perpignan, echt waar. De weduwnaars geef ik zo met een hand aan, ik pak daar helemaal rond om heen. Zodra ik ze zo allemaal kan aangeven: geen slechte vlucht en als ze rond zitten 'vergeet het maar.
En weet je, iedere keer bedonder je jezelf weer. Dan denk je ze zitten goed, prima, lekker rond. Ik zie natuurlijk wel aan het trainen dat ze goed zijn. Pak ik ze in Middelburg uit de mand, dan voelen ze aan als vodden, zover zijn ze teruggelopen, dan is het goed!'

Verklaring hiervoor?
'Eigenlijk niet. Het is natuurlijk ook een kwestie van een beetje kunnen voeren. De enige verklaring die ik ervoor zou kunnen bedenken, is dat de duiven hier voor Barcelona en Perpignan anders dan anders worden behandeld. Voor deze twee vluchten wordt hier alles uit de kast gehaald om goed te presteren. Meer dan op andere vluchten. Wat ik dan doe om ze te motiveren, dat kan ik geen vier keer per seizoen doen, want daar trapt de duif dan niet meer in. Dan is het geen motivatie meer. Het moet leuk blijven. Voor mezelf kan ik dat wel opbrengen. Ze worden anders behandeld dan de duiven die Pau en Marseille doen, omdat ik op Barcelona en Perpignan persé wil pieken. Naar de toekomst toe zou ik daarvoor nog een hok erbij moeten hebben. Pau- en Marseille-duiven zouden op een ander hok moeten zitten. Dan zou ik dat daar natuurlijk ook kunnen doen'.

Hoe motiveren?
'Het is een heel ritueel. Het begint eigenlijk al een dag of 3-4 vóór het inkorven. Ik speel totaal weduwschap. De duivinnen trainen op hun eigen hok, ik rouleer dus niet, ze komen nooit binnen op het hok van de weduwnaars. Trainen dus uitsluitend op het hok met de kapelletjes. De laatste 3 dagen wordt er verandering gebracht in het normale patroon.
Dat normale patroon bestaat uit het twee keer trainen van de weduwnaars bijvoorbeeld van 7- 8 u en 17 - 18 uur. De duivinnen trainen alleen in de avond en dan ook nog het laatst. Dit gebeurd altijd op vaste tijden. Juist een kleine verandering in dit systeem kan ontzettend grote gevolgen hebben. Maar ook ten gunste natuurlijk en op dat laatste gok ik natuurlijk.
Als de duivinnen nu altijd trainen van 19 - 20.30 en in één keer verander je dat in van 17 - 18 uur, dan is dat een gigantische wijziging in het dagpatroon. Maar dat doe ik maar 2 of 3x per jaar. Normaal gaan op dat tijdstip de weduwnaars los.
Nu worden die doffers om 17 uur uit hun hok gehaald en naar de hokken van de duivinnen geloodst. Dat vinden ze al een vreemde gewaarwording. Het is nu moeilijk de duivinnen een uur aan het vliegen te houden. Dan zie je aan hun gedrag dat ze denken 'wat is hier aan de hand?". Na dat uur stuiven ze als gekken naar binnen op het hok.... van de weduwnaars. Verbazing alom 'geen doffers, nou dat is wat zeg!" Op dat moment laat ik aan de andere kant de weduwnaars los. De duivinnen krijgen op het hok van de weduwnaars iets te eten, maar hebben daar weinig oog voor. Ze hebben het veel te druk om in die nestbakken rond te struinen. Nadat ze hier een tijdje hebben gezeten gaan ze terug naar hun eigen hok. Als ze dan rustig zijn, krijgen ze te
eten'.

Hier moet ik wel opmerken dat de duivinnen niet direct de beschikking krijgen over de gehele nestbak. Ze kunnen er alleen voorlangs lopen. Als je ze gelijk de volle nestbak ter beschikking stelt, ga je er volgens Wim veel te hard in. Je moet dat rustig opbouwen en ze niet gelijk helemaal wild maken.

Wim verder: 'Met die weduwnaars heb je eigenlijk ongeveer hetzelfde, die weten ook niet wat er allemaal aan de hand is. Het is anders dan anders! Dus die krijgen ook drang en willen het liefste zo snel mogelijk naar binnen. En dan de laatste dag voor de inkorving, op zaterdag dus, dan gaan de duivinnen er al bij. Ze krijgen dan tabaksstelen en noem maar op. Tot de inkorving op zondagavond kunnen ze dan doen wat ze willen. Dan sluit ik ze een voor een op, laat er weer enkele los enzovoorts. Ik boots in feite een koppeling na. Duiven die echt bakvast zijn, die hoef je niet zonodig op te sluiten. Maar let wel, als je een duif opsluit gaat hij zich heel anders gedragen dan wanneer de nestbakken open zijn. Ze moeten dan steeds alert zijn voor de buurman, want dat is hun concurrent. Als de bakken dicht zijn wordt hij rustiger en hoeft hij de buurman niet meer te beconcurreren. 's-Avonds sluit ik echter alle bakken af, behalve twee. Dat zijn de nestbakken van de getekende duiven, die mogen dan alleen over de hokken lopen, in feite hun territorium vergroten. En zo ga ik dus inkorven. Ze hebben dan allemaal hun natje en droogje gehad. Ze zijn bij de inkorving dan ook heel rustig. Op het moment dat ik ze dan in de manden ga zetten, kun je ze bijna niet meer vastpakken, zo rond zijn ze dan. Je schrikt je dan wezenloos als je ze 2½ uur later in Middelburg uit de mand pakt. Ik heb al gezegd hoe ze zich dan aanvoelen, maar dan weet ik dat het goed zit'.

Wim vult nog aan dat hij bij de inkorving voor Barcelona bijna altijd voor een dilemma staat en wel 'laat ik ze op zondagmorgen nog samen vliegen of niet?'
'Ik zou dan met een schaartje moeten kunnen knippen. De stukjes naast elkaar leggen en zien naar welke kant de weegschaal door slaat. Het is feeling. Meestal doe ik het niet. Maar voor Perpignan gaan ze op dinsdagmorgen allemaal samen los. Hiermee doorbreek je dat vaste patroon nog een keer en je ziet wat voor gevolgen dat kan hebben'.

Territorium
Om duiven te motiveren wordt er van alles gedaan. Of dat echt helpt weet niemand van te voren voor de volle 100%. Nadien trouwens ook niet, het kan ook aan andere factoren gelegen hebben wanneer een duif de absolute kop vliegt. Maar een of twee keer in een seizoen eens wat anders doen dan normaal, kan wonderen verrichten. Zo was het ook met 'Magic Boy'. Hiermee had Wim ook een trucje uitgehaald.

De drinkbakken op de hokken staan allemaal op een verhoging en de duiven kunnen er rondom lopen. Op een gegeven moment werd 'Magic Boy' aangewend dat hij op die verhoging wat snoepzaad kon pikken. Hij was er natuurlijk al snel de baas. De drinkbak werd er naast gezet, zodat hij er de baas kon spelen. Alles en iedereen die hier wat snoepzaad wilde pikken, moest het gevecht aan en 'Magic Boy' moest zich verdedigen. Een topprestatie was het gevolg.
Natuurlijk zijn dit van die dingen die je niet een of twee dagen voor het inkorven in een keer moet gaan doen. Daar moet je de tijd voornemen en dat langzaamaan opbouwen. Zo zijn er veel dingen te bedenken en het is zoals Wim zegt: 'iedereen kan toch met een hamer omgaan. Met een plankje en een spijker kun je veel bereiken'.

Risico
Wim probeert met zijn handelwijze rond Barcelona en Perpignan de koppeling na te bootsen, dat houdt natuurlijk ook risico's in, met name voor de duivinnen. Immers, de duiven zitten voor de inkorving twee volle dagen bij elkaar, daarna nog vijf volle dagen in de mand voor de lossing in Barcelona en op Perpignan zijn dat drie dagen. Ze hebben een hele tijd gescheiden geleefd en het is hartje zomer. Er is niet veel voor nodig of binnen een dag of vijf komt het eerste ei. Een (onnodig) risico?

'Dat is inderdaad een risico. Ze zitten ongeveer een week in de mand en dat kan dus gebeuren. Het is dus ook wel eens gebeurd. Maar het is gewoon kiezen uit het minst kwaaie, zeg ik altijd. Ik heb er toch hele goede duivinnen bij en daar doe je het uiteindelijk toch voor. Ik heb vluchten gehad dat er drie of vier weduwduivinnen voorop waren. En het is ook niet mogelijk om de weduwduivinnen het hele seizoen van mekaar te houden, dus dat ze niet onderling gaan paren. Neem nou het afgelopen seizoen: nog nooit zo'n rampzalig seizoen gehad met mijn duivinnen als nu. Normaliter zijn de weduwduivinnen veel beter dan de doffers, maar nu waren de rollen omgedraaid. De doffers waren dit seizoen echt superieur'.


Voorbereiding op het seizoen
Traditioneel wordt er hier gekoppeld medio maart. Nadat de jongen circa tien dagen zijn, gaat er een met de duivin mee en het ander wordt door de doffer grootgebracht. Ze moeten dan ongeveer 3 weken voor dat jong zorgen. Herkoppeld wordt er wel, doch direct nadat de eieren zijn gelegd, begint het weduwschap. Broeden is uit den boze. Dat kost je volgens Wim een pen en daar heb je niets aan. Het is dan rond 7 mei als alles op weduwschap zit. De hele meute gaat dan naar Orleans en dat is circa drie weken voor St. Vincent.

Afgelopen seizoen heeft hij eens verandering gebracht in het al jaren gevolgde systeem. De weduwnaars hebben geen jongen grootgebracht. Na de koppeling mocht alles tien dagen broeden, alles opruimen en herkoppelen. De tweede keer was broeden taboe. Maar tussen die twee koppelingen in, paarden de duivinnen al onderling.
Wim: 'Dat moet je hoe dan ook zien te vermijden. Dat gebeurde dus toch en ook ik kon dat niet tegenhouden. Dan heb je dus een probleem. Ik denk dat dit de oorzaak was dat de duivinnen niet zo goed gevlogen hebben. Doe ik het echter op de manier zoals voorgaande jaren, dan heb je die problemen niet zo erg. Natuurlijk aan het eind van zo'n lang seizoen beginnen ze toch onderling te paren. Dat hou je uiteindelijk toch niet tegen. Nu terug naar dat risico van eieren leggen na het inmanden, dus als ze onderweg zijn naar Barcelona of Perpignan. Ik heb op Barcelona duivinnen ingekorfd, die hun eerste ei moesten leggen terwijl ik hier wegging naar het inkorflokaal in Middelburg. Ik heb toen lang getwijfeld, wel meegeven of niet. Het was uiteindelijk Barcelona, de vlucht der vluchten. Een ding was zeker: ze zouden geen last van dat ei hebben op moment dat ze naar huis moesten komen. Dat is de enige zekerheid die je hebt. Vooraf zei ik nog tegen mijn duivenmaat Chris Aerts uit Kruiningen, dat er twee een eitje moesten leggen. Die geloofde niet dat ik zulke duiven zou meegeven, 'daar ben je teveel duivenliefhebber voor', zei hij. Bij aankomst in Middelburg keek hij in de mand en jawel hoor, bij elk der duivinnen lag een eitje. Hij vond het risico toch te groot. Maar je kunt nu ook weer zien dat we niets van duiven kennen: beiden vlogen in de eerste 200 nationaal!'

'Maar het is ook wel eens anders geweest, Perpignan 1991. Een duivinnetje uit 1989, was er gewoon niet. Niet te geloven. Toen ik 's-avonds de klok ging afslaan, sprak Henk Melis uit Zoutelande me aan en toonde mij een duivinnetje dat bij hem was binnengelopen. Toen hij het ringnummer noemde, geloofde ik het niet: het bewuste duivinnetje van mij. Amper hemelsbreed 20 km van mijn hok op West-Kapelle bij hem binnengelopen. Hij had de duivin direct in de mand gezet en er lag nu een eitje in. Dus zo zie je dat dat verkeerd kan uitpakken. Ze moest dat ei kwijt en daarom is ze ergens binnengelopen'.

'Opleren alleen bij goed weer
Naast het totale weduwschap wordt op de hokken in 'Goese Sas' ook gespeeld met nestduiven. Een eerste inzicht welke echte nestduivinnen zijn, wordt door Wim al in een vroeg stadium gezien.
'Je hebt van die weduwduivinnen dat zijn echte supers. Die kijken echt niet naar een ander 'wijf'. Ik begin dan al bij de jaarlingduiven te speuren naar de echte nestduivinnen. Je hebt er bij dat zijn van die echte 'trutjes', van die moedertjes. Die zitten dan pas enkele dagen alleen en beginnen dan al te lokken naar de rest. Dat is een eerste teken. De ringnummers hiervan worden genoteerd en volgend jaar zitten deze allemaal op het nesthok. Dat zijn gegarandeerd je beste nestduivinnen. Dus kun je het mes langs twee kanten laten snijden, weduwduivinnen die nergens naar omkijken, geen belangstelling hebben voor de andere duivinnen en die alleen gefixeerd op die ene 'vent', daar moet alles voor wijken. En aan de andere kant dan die duivinnen die gelijk aanpappen met andere duivinnen, dat zijn schitterende duiven voor op nest. Van die echte moedertjes'.

Nestspel
'Dit wordt alleen gespeeld met duivinnen. Afgelopen seizoen had ik dat anders willen doen. De nestdoffers waren voorbestemd om internationaal Dax (met morgenlossing) te spelen, maar dat ging dus niet door. Vandaar dat ik voor het seizoen 1998 voor een dilemma sta. Ik heb nu veel driejarige doffers op het nesthok zitten die nog nooit overnacht hebben. Als we hier in Zeeland weer niet mee mogen doen aan internationaal Dax dan gaan ze mee naar Barcelona. Ik hoop dat dat geen beletsel is. Ze hebben immers ervaring genoeg omdat ze een 'berg' met dagfondvluchten gedaan. Ze gaan natuurlijk wel mee op vluchten als Limoges, La Souterraine omdat ik graag het hele hok in één keer speel. Dat heeft natuurlijk zijn voordelen. Zodra de eieren gelegd zijn gaan ze allemaal in de broedmachine en gaan er stenen eieren onder. Zo heb je niet dat probleem als er eentje gaat lopen en er naderhand niet meer op wil. Als ze van de vlucht terugkomen gaan ze ook weer lekker zitten. Die 'echte' eieren worden pas weer ondergeschoven tegen de tijd dat ze moeten uitkomen. Dan ga ik de duivinnen spelen op stand, kleine jongen en de doffer op grote jongen. Zo had ik ze dus willen inkorven op internationaal Dax. Maar helaas..'.

Hoe voldoen de nestduivinnen in vergelijking met de weduwschapsduivinnen?
'Ik had dit jaar een compleet hok met nestduiven, hoofdzakelijk tweejarigen en een paar oude. Die oude nestduivinnen hebben Barcelona gedaan en daarna Perpignan. Op Perpignan pakte ik eerst twee weduwnaars en dan zes tweejarige nestduivinnen. Beste nestpositie? Ik korf ze het liefste zo in dat op de dag van lossing het jong zeven dagen is. De meeste liefhebbers zijn bang voor papvorming, verzuring of wat dan ook, dat slecht zou zijn voor de duif. Maar ik denk en misschien ben ik daarin een beetje eigenwijs dat ze van die pap 'ontieglijk' in vorm kunnen komen. Daar zitten zoveel vetten en eiwitten in. Ze kunnen het niet meer voeren aan het jong, maar alleen zelf opnemen en zich daardoor helemaal in vorm te brengen. En na zeven dagen is die papvorming weg, dus tijdens het vliegen kunnen ze er geen last meer van hebben. Ik probeer dat van te voren zo goed mogelijk uit te zoeken. Kijk hoelang ze in de mand zitten, bijvoorbeeld vijf dagen mand, dan inkorven op een jong van twee dagen. Zitten ze drie dagen in de mand dan op jongen van vier dagen. Dus altijd het zo proberen te schipperen dat het op de dag van lossing een jong van zeven dagen is. Een broedmachientje is daarbij het ideale hulpmiddel. Leggen ze te vroeg dan zet ik dat machientje niet op broeden doch enkel op keren. Zo verdien je enkele dagen. Voor de duivin is dat geen enkele probleem, die blijft wel enkele dagen langer zitten. En zo creëer je de ideale nestpositie. Bijzonder is dat een duif die je op Marseille inkorft en dus ongeveer een week van huis is, die pakt op het moment van thuiskomst de cyclus weer op. Die blijft dus een week langer op eieren zitten, dat is geen probleem. Met de broedmachine kan ik dat allemaal regelen'.

Steeds op dezelfde nestpositie inmanden?
'Dat kan niet. Gaan ze op Barcelona bijvoorbeeld mee op kleine jongen dan haal je dat voor Perpignan niet. Voor Perpignan is dat dan meestal einde broeden. Dat hoeft ook geen probleem te zijn. Want op einde broeden laten ze ook geen pen meer vallen'.
Veel nestspelers halen voor het inkorven vaak nog trucjes uit met de duivinnen (en de doffers), stoppen de laatste week voor het inkorven elke dag eieren bij, laten de duivin de laatste dag niet meer bij het jong, etc. Worden dergelijke trucjes hier ook toegepast?

'Nou nee, dat ligt hier anders. Je bent natuurlijk wel steeds met je duiven bezig. Je hebt een mentale band met die beesten. Ze komen uit je hand eten, gaan op je zitten, je kroelt er eens mee, je plaagt ze eens, dat soort dingen. Dat is toch niets bijzonders. Ik denk dat die dingen gewoon bij de duivensport horen. Dat is niets nieuws onder de zon. Dat is gewoon een kwestie dat je van die dieren houdt. Het is ook vaak dat wanneer een duif van de vlucht thuiskomt bij ons een berg van emoties loskomt. We staan best wel eens te janken als kleine kinderen, ik schaam me daar niet voor. Wat ik wel doe is tussen de vluchten door ze nog eens wegbrengen.'

'Allemaal die trucjes heb ik natuurlijk ook wel eens gedaan. Vooral in de beginperiode. Ik ben ermee op mijn bek gegaan. Nu doe ik dat niet meer, alhoewel ook ik steeds nog leer wat dat aangaat. Als ik dan even terugga naar de weduwnaars. Dat systeem, duiven in topvorm en steeds hetzelfde doen, is dat wel goed? Wel duivin erbij of juist niet, een nest laten maken of niet, allemaal dat soort dingen. Je blijft steeds zoeken naar de ideale positie. Ik denk dat het allemaal niets uitmaakt als je van doen hebt met een duif die gewoon goed zit, daar kun je alles mee doen. Maar een duif die extreem goed in vorm zit, daar moet je voorzichtig mee zijn, niet te veel grappen mee uithalen. Denk ik tenminste, ik weet het echt niet. Ik heb geen verstand van duiven! Ik kan niet meer dan kweken en inkorven.'

Terug naar de weduwnaars.
In het eerste deel heeft Wim reeds aangegeven dat hij links en rechts wel eens een plankje maakt voor de weduwnaars om hen extra proberen te motiveren. Wat moet ik me daar precies bij voorstellen?

'Iedereen heeft toch een hamer en spijker, een stukje hout, of niet soms? Ieder duivenhok is toch wel van hout. Als ik een bepaalde duif op het oog heb en denk 'jij zou iets extra's moeten kunnen presteren', dan ga ik daar wel eens wat mee doen. Wat? Een plankje timmeren, maar natuurlijk niet drie meter bij zijn nestbak vandaan, dat is zinloos. Dan moet ik dat voor zijn broedbak timmeren. Dan pakt hij dat plankje er gegarandeerd bij en heeft hij weer iets extra's om te verdedigen. Dat krijg je zo'n effect van tik-tak, tik-tak, tik-tak. Broedbak - plankje enzovoorts. Die anderen hebben dan alleen maar hun broedbak. Je kunt je voorstellen wat dan gaat gebeuren. Maar dat zijn van die dingen die moet iedereen toch weten en kunnen toepassen. Dat is precies hetzelfde als wanneer er eentje achterblijft en er een nestbak extra is. Laat dan die ene waar je iets extra's van verwacht die ene bak erbij nemen. Dat zijn toch eigenlijk simpele dingen die je niemand meer hoeft te leren, denk ik'.

Ogen
'Wat ik net vertelde gaat niet voor alle duiven op. Je moet er ook de duiven voor hebben die zo iets oppikken. Er zijn er ook die zie je gewoon denken 'mij maak je niets wijs'. Die hebben hun eigen nestbak en that's it! Die blijven zitten en putten daar hun motivatie uit. Van beide 'soorten' moet je er hebben. Maar het is de liefhebber die dat moet zien. Observeren is heel belangrijk. Je moet je ogen goed de kost geven. Ik heb dat vaak als ik ergens kom. In een oogopslag heb ik dan soms meer gezien dan de liefhebber in kwestie in een heel jaar. Dan denk ik 'dat zit hier niet goed' of natuurlijk juist wel. Er zijn mensen die zien alles en er zijn mensen die zien niets. Mijn vrouw complimenteer ik er mee dat ze zeer alert is, want zij ziet ook alles. Ze kent danwel niet de duiven, maar pakt ze en komt me dan die duif laten zien. Ze vertelt me dan bijvoorbeeld 'deze duif kwam niet eten' of wat dan ook. Op zulke manier moet je alles proberen in de gaten te houden. Dat is ook de basis om een gezonde kolonie te houden. Dat betekent dan niet gelijk gezond houden met medicijnen. Zorgen dat je goede hokken hebt, een grondige hygëne en dan heb je al een hele boel rotzooi buiten de deur. Het is natuurlijk niet voor niets dat wij op dit moment zo grondig bezig zijn met het schoonmaken van de hokken. Het is echt niet mijn hobby! Je hebt gezien dat dertig meter hok nu helemaal leeg staat. Gisteren zijn de roosters en alles eruit geweest, helemaal uitgepoetst, gestofzuigd. Daarna is er 400 liter water met 30 liter chloor in gespoten tot in alle hoeken en gaten. Dat water dat op de vloer staat laten we enkele dagen staan. Wat er daarne nog in staat halen we met een trekker eruit, de vloeren worden dan gedweild. Dan kan alles nog een dag of vier drogen. Daarna wordt alles met de brander nagegaan. Maar dat is nog niet alles. Nadat dit hele schema is afgewerkt spuit ik er nog eens 30 liter U-3 doorheen. Dan kan alles nog eens een weekje goed luchten en gaan de duiven er weer in. Je hebt dan een schoon hok. Als de duiven dan weer in de hokken zitten, komen de rennen aan de beurt. Op exact dezelfde manier. Een grondige hygiëne en voldoende zuurstof zijn heel belangrijke peilers op de weg naar succes. Veel liefhebbers vergeten een heel belangrijk aspect, zuurstof. Gewoon niet voldoende zuurstof in de hokken en dat is funest. Zuurstof kost niks en het beste medicijn dat er volgens mij is'.

Medicijnen
Zonder medicijnen aan de absolute top van de duivensport staan lijkt me haast onmogelijk, of niet soms?
'Zeker niet, want je hebt sowieso een hele boel verplichtingen. Je moet enten tegen paramixo. Verder zul je een aantal dingen goed in de gaten moeten houden. Ik ent ook altijd tegen pokken tegelijk met paramixo. Laten we het rijtje dan maar gelijk helemaal afgaan. Het geel, dat is ook zo betrekkelijk. Hans van der Sluijs komt ieder jaar rond half maart naar hier en dan worden van elk hok duiven gepakt, in totaal zo'n veertig. Al drie jaar achter elkaar is in de kweekren nog niet één keer geel gevonden! En als er niets gevonden wordt wordt er natuurlijk ook niet gekuurd. Dat is nogal logisch. Ik denk dan ook dat je een stam duiven hebt die niet zo gevoelig is voor het geel. Immuun voor het geel? Nee dat kan niet, dat bestaat niet. Je ziet in de natuur toch ook dat de wilde duiven er soms kapot aan gaan. Als er dan dieren immuun voor zouden moeten zijn, dan zeker de wilde duiven wel. Maar dat is niet zo. Er daar zit een eerste vorm van selectie, dat gaat daar al duizenden jaren zo. En die zijn dus nog niet immuun voor het geel, dus vergeet dat verder maar. Maar door een bepaalde hygiëne kun je er wel iets aan doen. Ik ben bijvoorbeeld een heel groot voorstander van Aviol. Ik denk dat je met Aviol heel veel geel buiten de deur kan houden. Denk ik, bewijzen kan ik dat niet. Waarom durf ik dat te zeggen? Mensen die al jaren kampen met een geel-probleem en waar kuren met Emtryl en Ridsol al niet meer bleek te helpen, heb ik geadviseerd te gaan werken met Aviol. Het probleem van het geel is opgelost. Dat kan toch geen toeval meer zijn of wel soms? Wel natuurlijk af en toe laten nakijken bij de dierenarts, dat wel'.

Wim voelt op dat moment exact aan wat mijn volgende vraag zal zijn en geeft zelf al de voorzet: 'Dan is natuurlijk de vraag 'kuren jullie voor het geel?' Ja, ik kuur ik tegen het geel bij de vliegduiven op het eerste broedsel. Een volledige kuur van zes à zeven dagen. Het middel? Dat kan Ridsol zijn, of een product van van der Sluijs, dat is een eigen samenstelling met ook wat vitaminen en druivensuiker in. Maar het kan ook zijn dat ik kuur met BS van Belgica de Weerd of met Emtryl. Ik wissel graag af, vandaar de diversiteit van de producten. Het is niet altijd hetzelfde. Eerst hebben we natuurlijk de voorbereidende vluchten - een stuk of zes achter elkaar, dus zes weken - en dan doe ik niets. Alleen Aviol. Vóór Barcelona doen we nog een keer een kuur voor het geel, maar wel weer een volledige kuur. Ik ben een groot tegenstander van dagjes kuren'.

Kan ik daaruit concluderen dat wanneer de duiven van een vlucht terugkomen, er niets tegen het geheel wordt gedaan, bijvoorbeeld een dag BS van de Weerd?
'Nee! Ik geef Aviol. Druivensuiker met honing die Rina hier op de markt koopt. Wat dat aan gaat ben ik er eentje van de ouwe stiel'.
Maar dat is toch wel een bewijs dat het oude systeem nog altijd zijn waarde bewijst. Wim bevestigt dit en op de vraag of zijn duiven wel eens last hebben van het geel in het seizoen antwoordt hij: 'Dat weet ik niet. Misschien hebben ze het wel, maar ik ga zeker niet naar van der Sluijs. En hij komt ook niet hier want daar heeft hij geen tijd voor. Ik ga ook niet naar Henk (de Weerd/hb) toe en ook niet daar de dierenartsen hier in de buurt. Maar ik denk dat dat allemaal ook niet nodig is. Ik denk dat je dat allemaal toch wel een beetje zelf kunt zien. En let op: als je niet rookt dan kun je het ruiken!! Het geel kun je ruiken, echt waar! Het heeft een heel aparte reuk. Als je op een hok komt waar de duiven behoorlijk goed het geel hebben, dan ruik je dat. Absoluut zeker. Vraag me nou niet 'hoe ruikt het' want dat kan ik niet definiëren. Laat ik het anders zeggen: laat je duiven eens onderzoeken en zijn er bij die het geel hebben, ruik dan eens aan de bek, het is een heel aparte lucht. Zuur? Nou ja, een hele zware lucht. Je zou het inderdaad kunnen vergelijken met wat je zelf zegt wat je ruikt als een mens verkouden is. Daar lijkt het wat op. En wat er verder van is, je kunt het zelf ook in de gaten houden. Als je goed op let merk je het ook aan het trainen. Een duif die niet goed traint, daar is iets mis mee. Eentje die dik gaat zitten, dan is er iets loos'.


Als een duif niet traint ben ik geneigd het eerste aan de 'kop' te denken?
'Dat kan, maar ik denk dan het eerste aan zuurstof! Zuurstof is een van de belangrijkste dingen die er is, daar blijf ik bij. En wij zijn heel voorzichtige inspelers, wij zijn geen vitesse en midfondspelers. Die van ons hoeven niet iedere week mee. Ik denk juist in het begin van het seizoen met die kou en dat vochtige weer, dat iedere week in die mand funest is! Dan zoek je het probleem op. Ik zit natuurlijk ook wel eens te balen als een stekker als ik van plan ben om er mee te geven en dan heb ik heel de week naar teletekst zitten kijken en dan: 'goh, al weer slecht en ik wil zo graag'. Straks zitten ze op 400 km en zijn ze nog niet meegeweest. Zulk weer, van dat nattige weer, van dat tering weer, koud, kil, dan komen ze niet in de mand. Geen haar op mijn hoofd die er aan denkt. Dan denk je natuurlijk dat ik kasplantjes heb? Nee, helemaal niet. KALM AAN! Ik durf liever in een keer mee te geven naar 400 km als het mooi weer is, dan drie keer met koud nat weer op 200 km. Echt, daar ben ik als de dood voor. Daar denken ook een heleboel liefhebbers niet aan. Ik breng ze zelf wel eens weg als het weer het toelaat. Dan ga ik zo'n 25 km, tot Berendrecht. Ga ik de andere kant op, zit ik zo aan het water en moet ik met de veerboot. Lange wachttijden, niet ideaal dus. Het is voor ons moeilijk om verder te gaan, gezien de ligging van Wilhelminadorp. Willen we verder dan moeten we steeds die Antwerpse ring op en dan rij je veel kilometers, maar in vogelvlucht is dat nog niets en helemaal de verkeerde lijn. Ik zeg dan altijd ik leer ze Limburg vliegen! Ik leer ze dan op naar het oosten toe. Misschien is dat wel de verklaring voor de goede uitslagen op München, wie weet?'

Opleren kan ook verkeerd uitpakken, zei je?
'Ja dit jaar nog! Schitterend weer, de hele weduwnaarsploeg was mee en alles was terug op eentje na...... 'Magic Boy'! Uren verstreken, ik zag de bui al hangen: 'die zie je nooit meer...'
Dan sta je te kijken. Op een gegeven gaat Rina op de dijk kijken en ziet ze hem komen. De tranen bungelden over onze wangen van blijdschap maar ook van verdriet, want wat was er gebeurd? Heel scheef kwam hij aangevlogen, vier broekpennen eruit, een gat in zijn rug en dat van een vluchtje van 25 km. Daar gaat je droom van Barcelona. Je weet zelf hoe lang het duurt voordat er weer vier broekpennen instaan. Toen heb ik hem dus een tijdje thuis moeten houden en was een vlucht van 400 km zijn eerste in het seizoen 1997. Daarna Argenton en toen stond Barcelona voor de deur. Dus eigenlijk had hij maar twee opleervluchten gehad voordat hij echt aan de bak moest'.

Kijkend naar Barcelona en Perpignan. Hoeveel weken rust geef je voor de inkorfdag?
'Dat is hoe je het bekijkt. Wat versta je onder rust? Laat ik voorop stellen 'ik ben daar nooit zeker van voor mezelf'. Ik heb eigenlijk geen vast programma op dat gebied. Zelf vind ik Argenton vliegen, drie weken voor St. Vincent, is volgens mij ideaal. Een vlucht van 600 km drie weken voor dat er weer een vlucht komt, dan van 1000 km. De duiven van Barcelona gaan ook mee naar Argenton en die zouden dus in dat weekend van St. Vincent ook nog een vlucht kunnen doen, Montluçon. Soms heb ik er zin in als het goed weer is. En dan hebben ze dus veertien dagen voor Barcelona nog een vlucht van zo'n 600 km. Het weer maakt dat zo'n beetje uit. Dat bepaalt alles. Als ik bang ben van het weer, en ik ben op dat gebied soms wel eens tè bang, dan blijven ze doodeenvoudig thuis. Het interesseert me ook helemaal niet of ze bijvoorbeeld vier weken thuis zitten. Ik heb ook wel eens gedaan dat op zondag nog een vluchtje van 100 km werd gedaan als ik de dag erna moest inkorven voor Pau! Ik denk dat dat allemaal niet zoveel uitmaakt, als het weer maar goed is. Ik denk trouwens dat die 100 km-tripjes er tussendoor, noodzaak is, liever nog 200 km. Rust roest, zeggen ze altijd, ik weet niet of dat met een fondduif op gaat. Toch niet met een Barcelona-duif, voor die middaglossers ligt dat volgens mij anders. Daar moet je naar toe met duiven die de programmavluchten al hebben afgewerkt. Dat zijn ook de duiven die de dienst uitmaken op St. Vincent. Niet die duiven die opgeleid zijn op een manier van: nu een vluchtje, dan later weer eentje en 1000 km aan opleerkilometers in het geheel. Die komen er op St. Vincent niet aan te pas, maar dat is op Barcelona heel anders'.

Verschil van dag en nacht
'Ik heb zoveel mensen zien komen, die denken allemaal er zit geen verschil tussen middag- en morgenlossing. Vergeet het maar, er is een verschil van dag en nacht. Die speelden zo goed op de middaglossing en dachten van 'ik ga het nu wel eens even maken op de morgenlossing!' Ze kwamen met de hele ploeg in een keer, funest'.

Waar zit verschil dan eigenlijk in?
'Die middaglossers hoeven maar twee midfondvluchten, zeg dagfondvluchtjes te doen. Een goede midfondvlucht en hij wordt verplicht om te rusten. 's-Morgens op en nog een midfondvlucht en hij is thuis. Dat is heel wat anders dan wanneer een duif om halfzeven 's-morgens wordt gelost, zo'n 14 à 15 uur kan en mag vliegen. Die moet de mogelijkheid hebben om zolang te vliegen - en dan moet hij dat natuurlijk ook kunnen - dan denk ik dat je een fondduif hebt. Dat redt je niet met een midfondduif. Die is leeg. Die komt ook niet meer. Die is total loss. En die duif die 16 uur vliegt, zich de andere morgen weer oppakt, dat zijn volgens mij de echte fondduiven. Dat zijn ook die duiven waar ik een zwak voor heb, daar kweek ik op'.

Is dat ook de reden dat op de gewone nationaals zo weinig duiven worden ingemand?
'Jazeker en dan los van het vervoer, dat op de internationale vluchten beter is dan met de cabinewagens. En dan ook de loterij die ik erin zie en natuurlijk de veiligheid van de concoursen. Ik geloof er niet zo in. Argumenten die worden aangehaald dat duiven stempelen tijd en geld kost. So what? Bij de ZLU wordt dat toch ook gedaan? Daar hoor je niemand over! Die concoursen zijn extra beveiligd. Ook wanneer op deze vluchten het electronisch constateren zijn intrede doet hoop ik dat ze altijd dat extra vleugelmerk en die extra gummiband blijven gebruiken. Dan ben ik vóór electronisch constateren, anders nooit. Alle computers van welke instantie dan ook, kunnen gekraakt worden, al zijn ze nog zo goed beveiligd. Ik denk dat ze daar nog een keer op terugkomen. Maar voorlopig hoeven we ons daar geen zorgen over te maken'.

Anders bekijken
'Voor een goed beveiligd concours, zoals georganiseerd door de ZLU, kun je best iets meer per duif betalen. Die gulden meer of minder maakt het ook niet. Wat ik nu ga zeggen klinkt misschien cru, maar toch. Los van het feit dat ik het wel kan betalen, krijg je door zo'n vrachtprijs een eerste selectie. Als de vracht duur is, geef je geen zieke duif of prul mee! Dat is dus ook inherent aan selectie. Als nou elke vlucht de vracht een tientje zou zijn, dan had je daar nog minder last van. Minder twijfelaars van ziektes. En dat is nou het funeste. De liefhebbers korven zoveel duiven in die er gewoon niet klaar voor zijn, die niet 100% in orde zijn maar die wel jouw duif aansteken. En maak mij nou niet wijs dat een duif die 100% in topvorm is dergelijke niet ziektes niet overneemt. Kom nou, die is er net het meest vatbaar voor. Die duif, die atleet die zo bol staan van de vorm, die wordt verkouden. Die moet zich netjes inpakken anders is hij direct verkouden. En niet die duif of atleet die tegen de topvorm aanzit. Je blijft altijd zitten met het probleem dat niemand kan bepalen dat die ene duif ziek is, niemand. En door het verhogen van de vrachtprijs, voer je die selectie door. Je beschermt in feite de liefhebber tegen zichzelf. Misschien vindt je dat gek, maar ik zeker niet. Je hoeft er toch geen twintig mee te hebben. Zijn de kosten te hoog, geef er dan enkele minder mee!'

WIM MULLER : 'GEEN GRIJZE MUIS IN DE MASSA'

Europa-beker
Een prestigieuze competitie die vervlogen wordt over de internationale fondvluchten Pau, Barcelona, Marseille en Perpignan. Goede duiven is een eerste vereiste om in elke competitie goed voor de dag te komen, maar dan ook nog eens de eerste vijf getekenden van de poulebrief te pakken (op Pau de eerste twee) op deze vluchten, is heel andere koek.
'Goh, wat ben ik daar blij mee. Ik heb al veel gewonnen, maar deze tweede Europa Beker doet me toch wel wat. Niet dat die andere kampioenschappen daardoor minder belangrijk zijn, helemaal niet! Maar die Europa Beker heeft een apart plaatsje in mijn hart. Je weet dat ik in 1985 die beker al eens gewonnen heb. Dat was toen een hele sensatie en van de andere kant was het heel jammer dat ik toen al mijn vliegduiven verkocht had aan Hans Eijerkamp. Die verkoop waren we al overeengekomen op een moment dat ik nog helemaal niet wist dat ik de Europa Beker zou winnen. Maar goed, dat was een gemaakte deal en niet meer terug te draaien. Een sensatie van de eerste orde. Ik speelde toen al enkele jaren keihard en ze kenden me over heel de wereld. Het was een fantastisch seizoen, en als je dan met zo'n beker in handen staat krijg je daar echt kippenvel van. Dat doet je echt iets!'
De Europa Beker 1997 werd behaald met de volgende prestaties in de internationale uitslag:

Pau 6.689 duiven
1e get. 985e prijs 92-9225057 'Red Bull'
2e get. 111e prijs 94-9434518

Barcelona 24.908 duiven
1e get. 110e prijs 90-2603624 'Magic Boy'
2e get. 2397e prijs 93-9315449
3e get. 2135e prijs 90-2603561
4e get. 437e prijs 92-9225095
5e get. 451e prijs 92-1288114

Marseille 15.740 duiven
1e get. 1791e prijs 92-9225057 'Red Bull'
2e get. gemist
3e get. gemist
4e get. 2232e prijs 92-9225103 'Blue Devill'
5e get. 3406e prijs 92-9225095

Perpignan 12.367 duiven
1e get. 2783e prijs 93-9315421
2e get. 2509e prijs 91-9105079
3e get. 1100e prijs 94-9434476
4e get. 2596e prijs 90-2603561
5e get. 1678e prijs 93-9315331


Kampioenschappen
Een hele karrevracht vol in de afgelopen 10 jaar. Het seizoen 1997 was denk ik een van de succesvolste in de carrière van Wim Muller c.q. de combinatie Eijerkamp - Muller.

Een kleine greep uit het arsenaal 1997:
Keizer Grote Fond Z.L.U.
Generaal kampioen Z.L.U.
2e Pyreneëen Cup Z.L.U.
9e Grand Prix Z.L.U.
10e Super Prestige Z.L.U.
Gouden Barcelona Duif 1993 - 1997 'Magic Boy'

Barcelona 2000 Cureghem Centre: 1e eerste 5 getekenden 1995 - 1997
Barcelona 2000 Cureghem Centre: 3e eerste 5 getekenden 1997
1e Generaal kampioen IFC 4000, enz.

Uitslagen opsommen is een onbegonnen zaak. Iedereen heeft kunnen zien dat met veel duiven mee een ontzettend hoog prijspercentage wordt gescoord. In 1997 werden op de internationale vluchten Pau, Barcelona, Marseille en Perpignan 143 duiven ingemand en 96 prijzen gewonnen. Dat is 67%! Zonder te overdrijven, klasse!!

Voer
Een heel ander onderwerp, maar toch belangrijk in het geheel.
'Heel belangrijk. Je kunt alles naar de knoppen helpen als het voer wat je geeft niet deugt. Hoe ik uiteindelijk bij Beyers terecht ben gekomen? Op een gegeven moment kreeg ik een gedeelte voer geleverd dat niet helemaal goed was. Ik rook het al toen ik de eerste zak opende. Navraag leerde dat een bepaald onderdeel van de samenstelling die ik altijd verlangde niet voorhanden was. Er werd dus maar iets in gedaan van mindere kwaliteit. Mooi niet dus, terug die hele handel. Dat gebeurde daarna nog een keer en toen was voor mij de maat vol. Dat kan niet natuurlijk. Als ik ergens voor betaal, verlang ik ook goeie kwaliteit. Toen ben ik een aantal leveranciers van duivenvoer langs gegaan. Hier in de buurt en ook verder weg. Overal nam ik monsters mee en liet deze onderzoeken. De kwaliteit was niet slecht maar toch niet helemaal zoals ik dat graag zie. Uiteindelijk kwam ik bij Beyers terecht. Ook hier heb ik monsters genomen, laten onderzoeken en nog eens laten onderzoeken. Alle soorten voer heb ik diverse keren omgecodeerd om te kijken of de uitslagen steeds hetzelfde waren. En jawel hoor, Beyers kwam in alle gevallen als beste uit de bus. Ik ben toen in de fabriek in Schoten gaan kijken en dat stond me wel aan. De manier waarop te werk wordt gegaan en ook de kwaliteit van de granen. Dat is natuurlijk een eerste vereiste. Sindsdien voer ik niets anders dan Beyers. Alle lof! Er worden vaak allerlei nieuwe mengelingen op de markt gebracht, de concurrentie is moordend. Vaak wordt ten koste van alles de prijs gedrukt, maar dat gaat ook ten koste van de kwaliteit. Dat mag nooit het geval zijn. Beyers doet hieraan geen concessies, dat is lovenswaardig!'.

Allerhande
Als je op dit moment een nieuwe start zou moeten maken in de duivensport (en dan met name in het fondspel), hoe zou je dan te werk gaan?

'Ten eerste zou ik er voor zorgen dat ik de beschikking zou krijgen over goede luchtige en droge hokken. Luxe is totaal niet van belang, daarmee vliegen je duiven geen meter harder! Als een hok luchtig is, is het ook droog. Wanneer de hokken vochtig zijn door toedoen van het weer, dan moeten ze als het weer omslaat ook binnen een paar dagen weer volledig droog zijn. Dan is het goed.

Ten tweede: de aanschaf van de goede soort duiven voor het spel dat men wil gaan spelen. Je moet je dan afvragen wat je precies wil gaan spelen. Het fondspel kun je onderverdelen in fond met morgen- en middaglossing en eendaagse fondvluchten. Als ik me dan beperk tot de vluchten met morgen- en middaglossing, dan moet je specifiek kijken naar de duiven die op die onderdelen het beste presteren. Want als je goed geluisterd hebt wat ik straks al verteld heb, dan weet je dat volgens mij duiven voor de middaglossing nog geen ochtendlossing-duiven zijn. Dus je moet de duiven kiezen voor het spel dat je wilt gaan spelen.

Ten derde, de duiven zelf. Goede duiven haal je het beste bij een liefhebber die al jaren aan een stuk laat zien dat hij de goeie onder de pannen heeft. Niet bij een eendagsvlieg! Ik zeg het altijd zo: je moet de aanschaf van duiven net zo zien als de aanschaf van zuiver goud. Bij de aanschaf van zuiver goud ga je naar een gerenommeerde bank, omdat je dan zeker bent van je zaak. Er zijn massa's scharrelaars die goud te koop aanbieden, maar waar al zo veel legeringen door zitten dat het alleen nog op goud lijkt. En zo is het met de aanschaf van duiven eender: het is niet alles goud dat blinkt.

Van belang hierbij is dan volgens mij ook nog dat je dan niet duiven moet gaan halen op tien verschillende hokken. Dat heeft geen enkel nut. Het beste kun je naar twee hokken met ingeteelde duiven gaan, die al jaren bewezen hebben en het nog steeds bewijzen dat ze de grote fond aankunnen. Dus niet stilstaan bij vergane glorie. Deze twee soorten of rassen hoe je ze ook wilt noemen, ga je onder elkaar kruisen en je bent vertrokken. In vijf jaar moet je er staan.

Ten vierde denk ik dat je onvoorwaardelijk vertrouwen moet hebben in de duiven die je gaat aanschaffen. Bij enige twijfel ben je al op de verkeerde weg. Dat kan dan niets worden! En, houd dan ook dat vertrouwen in de aangeschafte duiven. Heel vaak zie je dat al na een paar jaar (of nog eerder) wordt gezegd dat de aangeschafte duiven niets waard zijn omdat je niet uit de beste gekregen zou hebben. Met fondduiven moet je geduld hebben.

Ten vijfde zul je bij de aanschaf van fondduiven - liefst vooraf - ook moeten weten welke spelsoort (systeem) je wilt gaan spelen. Pas de spelsoort aan je eigen persoon aan. Hou rekening met de tijd die je kunt vrij maken voor de duivensport. Heb je weinig tijd, speel dan het nestspel. Dat is niet zo tijdgebonden dan het spel met weduwnaars of totaal weduwschap. Echter, wat je ook doet, een ding moet je altijd onthouden: 'alle liefde die je er in steekt, krijg je er ook voor terug!'

Tot zover 'Mullers law' als het gaat over het maken van een goede start op de grote fond. Ik denk echter dat eenzelfde werkwijze kan worden toegepast indien uitsluitend het programmaspel wordt beoefend.

De familie Eijerkamp
In deze story heb ik tot nog toe alleen Wim Muller aan het woord gelaten. Echter, de familie Eijerkamp heeft een even groot aandeel in de combinatie, vandaar dat ik contact heb gezocht met Evert-Jan Eijerkamp, de eigenlijke ontdekker van Wim Muller, met als eerste vraag 'hoe zijn jullie in Wilhelminadorp terecht gekomen?

'Zoals u wellicht weet zijn we helemaal duivengek en zodoende pluis ik alle uitslagen na. Natuurlijk hoort hier ook de fond bij en de naam Muller viel me toen op. We zoeken de ultieme uitdaging, de fond dus. Op dat moment had nog bijna niemand van Wim Muller gehoord. In juni 1985 tipte ik mijn vader. Zijn eerste reactie was 'wie is dat?, nooit van gehoord!' Ik liet hem de uitslagen zien van Pau, Bergerac, noem maar op en zijn interesse was gewekt. Met weinig duiven mee, hoge prijspercentages en natuurlijk kopprijzen. Mijn vader heeft toen contact met hem opgenomen. We wilden hem direct bezoeken, maar dat kon niet zo middenin het seizoen. In feite wilde hij ons afpoeieren, maar we hebben toen gelijk een afspraak gemaakt direct nà Perpignan. Toen heb ik een lijstje gemaakt met duiven die goed gepresteerd hadden. Uiteindelijk kwam het er op neer dat hij zijn hele vliegploeg wel wilde verkopen, omdat hij toen problemen had met de gemeente over een stuk grond. Tja, daar sta je dan. Ga je van huis om enkele duiven te kopen en kom je met de hele vliegploeg (50 stuks) thuis. We waren wel sterk onder de indruk van deze duiven. Krijg je dan ineens een week of vier later het bericht dat de duiven die we gekocht hadden, de Europa Beker hadden gewonnen. Nou dan sta je even vreemd te kijken. Dat had niemand verwacht. Vanaf dat moment zijn de contacten tussen beide families verstevigd, hetgeen resulteerde in een compagnonschap. Maar dat niet alleen hoor, we zijn echt hele goede vrienden geworden. De reden om in combinatie te gaan vliegen is, dat wanneer je je op de internationale vluchten wilt meten met de westeuropese fondelite, je dat niet moet doen op onze hokken in Brummen. Door de achtervlucht ben je dan vrijwel kansloos. Maar in Zeeland zagen we daar wel mogelijkheden voor, en zo is het gekomen. En daar hebben we tot nog toe geen moment spijt van gehad. Het begon in 1989 met de eerste nationaal Perpignan, beter kon niet. Natuurlijk is het niet elk jaar rozengeur en maneschijn, maar dat kan ook niet. Begrijp goed dat we een volwaardige combinatie zijn, die overlegt zoals iedereen dat zal doen, maar de uiteindelijke uitvoering, de dagelijkse verzorging ligt bij Wim en Rina'.

'Over het instandhouden van de stam in Wilhelminadorp, zijn we het volledig met elkaar eens. Soms wordt hier (op de Ponderosa en Greenfield Stud/hb) heel voorzichtig iets ingebracht, zoals bijvoorbeeld de lijn van de 'Kleine Donkere' van Jan Hendrix uit Broekhuizenvorst. Dat is van Wanroy-soort en dat slaat goed aan. We horen veel positieve geluiden hierover van onze klanten. Voor ons de beste graadmeter dat we het goed doen'.

Twaalf jaar geleden werd door Jan Chr. Kruithof het boek 'Hans Eijerkamp en zonen onthullen: Geheimen en successen' geschreven. Hierin wordt Wim Muller betiteld als de 'nieuwe Jan Aarden'. Zien jullie dat nog steeds zo?
'Absoluut! Ik denk dat er op dit moment voor de zware fond, en dan met name de vluchten met morgenlossing, geen betere ingeteelde fondstam bestaat. Dat zeg ik omdat we de kweekwaarde van deze duiven enorm goed kennen en de goede respons die we wereldwijd krijgen over de afstammelingen hiervan. De basis ligt voornamelijk bij het 'Zilvervosje'. Als je dan zo'n ploeg jongen ziet zitten, zoals die dit jaar ook weer door Wim voor ons en onze klanten is gekweekt, dan zie je een en dezelfde duif. Je herkent het 'Zilvervosje' er als het ware steeds weer in'.

Muller duiven, ideale duiven om mee te kruisen?
'Jazeker. Vooral met de van Wanroy-duiven, maar ook met de van der Wegens. Met de kruisingsproducten met onze eigen 'James Bond-lijn' zijn we ook zeer tevreden. Dit uit zich met name op de vluchten met de middaglossingen. Daar hebben we zelf in Brummen al successen mee behaald. Het is een zeer ingeteelde stam, vandaar dat het makkelijk is ze in kruising te gebruiken'.

Wat zijn de doelen voor de toekomst?
'Tja, dat mag duidelijk zijn...... Barcelona! Als we dat nog een keer kunnen winnen, dan is het succes compleet. Maar daar komt heel wat bij kijken en daar moet je ook wat geluk bij hebben. Maar nogmaals, een kettinguitslag neerzetten op Barcelona, bijvoorbeeld tien in de eerste honderd nationaal, dat zouden wij al heel geweldig vinden! En dan toch proberen die stam op een dusdanig niveau te brengen - waar we overigens mee bezig zijn - waardoor ze ook weer sneller worden, nieuwe uitdagingen zoeken waardoor ook anderen er keihard mee gaan vliegen. Daar zijn nu al voorbeelden genoeg van, zoals ook in China al het geval is'.
Tot zover een enthousiaste Evert-Jan Eijerkamp over de samenwerking van de (duiven)families Muller en Eijerkamp.

Nogmaals Wim Muller himself en zijn 'vleugeltheorie'
In het genoemde boek van Jan Chr. Kruithof zegt Wim niet te geloven dat er een vleugeltheorie is. Hij zei toen 'ik heb toen de Europa Beker gewonnen met duiven die allemaal verschillende vleugels hadden'. Een mening die hij nu nog altijd toegedaan is, want ook nu weer zegt hij dat hij de tweede Europa Beker gewonnen heeft met duiven met verschillende vleugels. Toch heeft hij iets met vleugels.
'Dat is eigenlijk niets nieuws onder de zon. Honderd duiven, honderd verschillende vleugels. Maar toch. Het ligt er natuurlijk ook aan welke vlucht het is. Ik kijk altijd naar de kopduiven die zeg maar in de eerste tien vliegen. Die hebben allemaal zo'n vleugel zoals ik die nu voor ogen heb. Ze hebben allemaal een vleugel die anders is, die sneller is, dan andere duiven. Dat wil natuurlijk niet zeggen dat ze vijf keer in de eerste tien vliegen, maar dan denk ik toch 'je zult meer op die vleugel moeten gaan letten, meer op die vleugel moeten gaan kweken'. Heb ik er bij wijze van spreken nu tien die bij de eerste tien kunnen vliegen, heb ik er straks misschien veertig die dat doen, als je begrijpt wat ik bedoel. Let wel, ik wil hiermee helemaal niet beweren dat een andere vleugel niet goed kan zijn. Maar echt, ik denk toch dat je voor de echte kop die perfecte vleugel nodig hebt'.

Hoe ziet die 'perfecte' vleugel er volgens jou dan uit en hoe probeer je die erin te kweken?
'Het gaat alleen om de laatste twee slagpennen. Bij het merendeel der duiven zie je dat de negende pen langer is dan de tiende. Bij de toppers zoals ik net omschreven heb, zijn de negende en tiende slagpen minstens even lang. Daar heeft een duif voordeel van. Misschien net genoeg om een ultieme prestatie te leveren. Daar probeer ik naar toe te kweken. Dat is een heel gepuzzel. Het is simpel genoeg dat een duif die zo'n vleugel niet heeft, daar kan ik er geen uit kweken. Tenzij de vader of moeder van deze duif dat wel heeft, het kan natuurlijk in de familie zitten. Ik heb een duif van een bepaalde lijn op mijn hok die dat heeft. Nou dan moet ik er zien meer van dergelijke te kweken. Dat doe je niet in een keer, daar ben je wel een jaar of vijf zes mee bezig. Als je dan kunt zeggen ik heb voor 50 of 60% van dergelijke vleugels, dan is het goed gegaan. En dat hoop ik toch. Dan denk ik dat we hier tegen die tijd een heel stuk sterker zijn dan nu. De tijd zal het leren. Op dit moment lukt het het beste met de lijn van het 'Superkoppel'. Ja, terecht merk je op dat alles daarmee verwant is, maar niet alle kinderen hieruit zijn hetzelfde. De een wat groter, de ander wat kleiner, niet allemaal met identiek vormpatroon. Toch denk ik dat ik het daar moet zoeken. Die vormpatronen vergelijken en dan een keuze maken. Ik heb verschillende duiven die het dus wel hebben en daar ga ik mee verder'.

Hebben de best presterende duiven al een dergelijke vleugel of is het nog te vroeg om dat te zeggen?
'Nou ja, eentje heeft het heel goed en wel de 'Porsche 911', verder de '915', de 'Pedo'. Dat zijn allemaal duiven die een eind de goede richting ingaan. Ik heb ook al broers en zussen van de 'Porsche 911' op de kweek gezet en kinderen daarvan die 'het' al goed hebben. Die zijn dan ook al weer gereserveerd voor de kweek. Ik ben dus al een paar generaties verder en daarom denk ik ook dat ik over een paar jaar meerdere van zulke duiven heb. Ik volg hier wel het systeem zoals ik dat heb uitgelegd van 'die hele van mijn eigen stam kruisen met iets anders en de nazaten weer terugkoppelen naar die hele; uitproberen op de vluchten: zijn ze goed of net zo goed als de mijne, enz.' Belangrijk hierbij is dat het mordant van de duif en het kompas er wel inblijft. Anders heeft alles geen enkel nut. Een duif kan natuurlijk altijd een ietsje mindere vleugel hebben dan een andere, als die rechter vliegt dan is ie toch de eerste. En kun je dan die combinatie leggen van dat goeie kompas met die vleugel, dan ben je eerste. Zo simpel is dat! Momenteel zitten er een stuk of tien die voldoen aan mijn eisen. Het is nog maar de jongere generatie en die gaan dit jaar naar Bordeaux'.

De nieuwe Jan Aarden?
Een betiteling die Jan Chr. Kruithof aan Wim Muller toedichte in zijn boek 'Geheimen en successen'.

'Het zijn zijn woorden, niet de mijne', zegt Wim als ik hem deze uitspraak voorlees. Hij vervolgt: 'het zal wel, het is best. Maar van een ding ben ik zeker: de huidige duiven zijn beter dan die echte Jan Aardens van toendertijd. Het is moeilijk een vergelijk te trekken. Alles is veranderd. Vroeger was men blij om bij wijze van spreken na een week een duif terug te hebben van St. Vincent. Klok je nu twee uur na de eerste, loop je de kans helemaal geen prijs meer te krijgen. Dat is gewoon het verschil. Misschien heb ik het wel mis en zijn de duiven van toen niet slechter dan die van nu. Feit is wel dat het steeds maar sneller en sneller gaat. Iemand die er op een goeie manier mee bezig is, die probeert toch steeds zijn duiven sneller te laten worden. Je moet vooruitkijken, want het spreekwoord zegt 'stilstaan is achteruitgang en regeren is vooruitzien'.

Specialisatie
Zoals er de laatste jaren steeds meer een specialisatie te zien is in de diverse spelsoorten (vitesse, midfond, eendaagse fond, zware fond en jonge duiven), zo zou er ook een specialisatie moeten komen op organisatorisch niveau. Wim heeft hierover een uitgesproken mening.

'Ik zou het zeer op prijs stellen wanneer een dergelijke specialisatie ook op nationaal niveau doorgevoerd zou worden. Dat alles zou kunnen geschieden onder de paraplu van de NPO. Ik denk dat we daar wel aan toe zijn, een eigen fond-organisatie. Het voordeel hiervan is dat dan de belangen van de fondspelers door fondmensen kunnen worden behartigd en niet zoals nu door mensen die geen fond spelen. Naar de toekomst kijkend moeten we daar zo snel mogelijk aan beginnen. Liever vandaag dan morgen. Je zou er nog een splitsing kunnen inbrengen voor wat betreft de vluchten met morgen- en middaglossing. Ik denk dat je op zo'n manier tevreden leden kunt krijgen. De tijd is er rijp voor. Op dit moment is iedereen het oneens met het gevoerde beleid. Ik zie het in eigen vereniging waar we een splitsing hebben doorgevoerd tussen de programmaspelers en de fondmannen. Ieder bemoeit zich met zijn eigen specialisatie en dat loopt prima. Geen scheve gezichten!'

'Geen verstand van duiven.....'
Een uitspraak die ik tijdens mijn bezoek aan de Goese Sas nummer 15 vele malen heb gehoord. Vreemd eigenlijk, deze bescheidenheid. Het is natuurlijk zo dat het 'de duiven zijn die het doen' zoals Wim terecht stelt. Maar toch, als de baas het 'niet ziet' of er 'met de pet naar gooit' zul je ook 'terugkrijgen wat je er in stopt'.

Echter, iemand die zo bevlogen is met zijn gevleugelde vrienden, die begenadigd is met zulke scherpe 'aufmerksamkeit', bewezen heeft dat 'fingerspitzengefühl' voor juist die kleine dingen te hebben die het verschil maken tussen topper of tobber, die heeft toch meer verstand van duiven dan hij zelf denkt te hebben. Dat laatste is volgens mij het geval met Wim Muller.

In de uren dat ik naar Wim en Rina Muller heb geluisterd in Valkenburg en Goese Sas, is me duidelijk geworden dat ik hier van doen heb met duivenliefhebbers in hart en nieren, ook oog hebbende voor het wel en wee van de duif zelf. Mensen die ondanks de vele successen die ze al behaald hebben, nog steeds op zoek zijn naar het verleggen van de grenzen, nog steeds die gedrevenheid aan de dag kunnen leggen om alles uit de kast te halen om prestaties te leveren maar ook nuchter genoeg zijn om te weten dat het niet altijd 'kermis' kan zijn. Daarbij niet met de grijze massa meelopend maar dat eigenwijze doordrijven en niet bang zijn op 'hun bek te gaan'. 'En dat is me al vaak genoeg gebeurd, maar dat geeft niet', zegt Wim.

Nuchter ook bij de vele huldigingen zoals in Valkenburg tijdens het ZLU-gala. Deze huldiging liet Wim toch niet helemaal onberoerd. De Zeeuwse nuchterheid maakte tijdens het Wilhelmus plaats voor emoties. Wim pinkte een traantje weg. 'Dat maakt echt iets bij je los', was zijn commentaar.

Slot-akkoord
In deze driedelige story zijn veel onderwerpen aangesneden, doch niet helemaal uitgediept. Veel onderwerpen zijn nog niet aan de orde geweest. Wellicht dat op deze story nog op de een of andere manier een vervolg komt in het komende winterseizoen. Tenminste als de lezer daar behoefte aan heeft.

In ieder geval hoop ik dat u als lezer door Wim's verhaal een andere kijk op de beleving van de duivensport heeft gekregen, dat het eveneens een kick geeft om er in het seizoen 1998 extra tegenaan te gaan. Er voeren 'vele wegen naar Rome'. Die van Wim Muller is er slechts één van. Vaak maken we het ons zelf onnodig moeilijk, leggen de nadruk op de verkeerde zaken. 'Hou het simpel dan is het al moeilijk genoeg' is ook zo'n uitspraak die herhaalde malen te berde kwam. En zo is het maar net!

We hoeven eraan toe te voegen dat vanaf 01 jan 2004 onder de naam Wim Muller en Zonen wordt gespeeld.