Rechercher

Brinkman Herman, "Schitteren op Barcelona is het ultieme doel"


Fondmatador Herman Brinkman, Tuk


Een opvallende plaats in de nationale en internationale fondwereld wordt ongetwijfeld ingenomen door de 56 jarige onderwijzer Herman Brinkman uit het liefelijke dorpje Tuk, gelegen onder de rook van grote broer Steenwijk. Al jarenlang wordt er op een zeer hoog niveau op de meerdaagse fond geacteerd en dan praten we hier over afstanden van 900 tot 1.300 kilometer. Met formidabele basisduiven en een keiharde selectie is hier in Tuk een ijzersterke stam duiven gesmeed, die eigenlijk alles al hebben gewonnen wat er te winnen valt. Maar de honger van deze sympathieke melker is nog lang niet gestild. Schitteren op de echt zware klassiekers als Barcelona, Pau, Marseille of Perpignan is het doel voor de komende jaren.
Wij spraken op een kille voorjaarsmiddag samen intensief over onze geliefde duivensport.




In Salland begon het allemaal
.

Zoals voor veel liefhebbers onder ons geldt kreeg Herman de duivensport thuis met de paplepel ingegoten.
In het Sallandse Raalte leerde vader Jan Brinkman, inmiddels 80 jaar oud en nog altijd zeer succesvol actief in de duivensport, aan de toen 10 jarige Herman de grondbeginselen van onze mooie duivensport. De bacil was snel doorgegeven en samen presteerden vader en zoon Brinkman jarenlang buitengewoon op de programmavluchten. Vader Jan hield in eerste instantie vooral van snelheid en halve fond, Herman daarentegen zag het vooral in het grotere werk. Jan Brinkman kreeg echter steeds meer belangstelling voor de fond en spreekt daarop tot de dag van vandaag nog een hartig woordje mee!
Het wekt dan ook geen verbazing dat toen Herman in 1978 op eigen benen kwam te staan, hij onvoorwaardelijk voor de fond koos. Hij trouwde met zijn Ria uit Epe, ook al afkomstig uit een echt duivenmelkersnest, en samen vestigden ze zich in Tuk, nog steeds hun huidige woonplaats.



Stamopbouw van het hok Herman Brinkman.

Natuurlijk had in die tijd het pas getrouwde stel nieuwe meubels nodig en als duivenliefhebber kom je dan bijna altijd terecht bij Woonboulevard Eijerkamp. Met 16 bonnen voor jonge duiven op zak ging Herman in 1979 naar Zutphen. Het zouden programmaduiven worden, maar Hans Eijerkamp had snel in de gaten dat Herman eigenlijk fondduiven wilde. De familie Eijerkamp had in 1973 een volledige ronde jonge duiven bij Van de Wegen aangeschaft en van Steenbergen kwam werkelijk het allerbeste uit duiven als ‘De Lamme’, ‘Barcelona’, ‘Oud Doffertje’, ‘Daxduivin’ enz. naar Zutphen. Herman kreeg van Hans uit dit topmateriaal een viertal jonge Van de Wegen duiven aangeboden. Toen de jonkies werden afgeleverd, moest Herman even slikken; wat een spreeuwen waren het, dat konden toch geen postduiven zijn? Dat waren het naar later bleek wel degelijk. Maar liefst drie van de vier werden superkwekers op het hok Brinkman. En dan hebben we het natuurlijk vooral over de H79-627242, ‘De Bergerac’, die eerst een 1e Bergerac, 2e Ruffec, 4e Dax en 9e St. Vincent vloog alvorens naar het kweekhok te verhuizen, en de H79-627243, beiden kinderen van de halfzus van de beroemde ‘Barcelona’ van Janus van der Wegen en dus kleinkinderen van diens legendarische ‘Lamme’.
Een tweede pijler in de stam Brinkman is ongetwijfeld de H 79-23714, ook genoemd ‘De Fijne Zwarte’. Deze duif kreeg Herman van vader Jan. Het is een duif met nogal wat Aardenbloed via de in die jaren ongenaakbare Ko Nipius uit Middelharnis, met daarbij een snuifje ‘Zilvervosbloed’ van bakker Meesters uit De Heen.
Jarenlang domineerden nazaten van bovengenoemde basisduiven als ‘De Schoorsteen’, ‘Super 942’, ‘De Oporto’, ‘Sjoekie Sjoekie’, ‘Rianne’, ‘Linda’ etc. etc. de Nationale Klassiekers en ook nu nog vloeit hun bloed rijkelijk in de huidige topduiven.
In 1990 vond Herman dat hij wel wat bloedverversing kon gebruiken en hij kwam terecht bij de Noord Hollandse cracks Vertelman en Zoon, een hok wat sterk in opkomst was. Twaalf duiven van Vertelman kwamen naar Tuk, waaronder maar liefst drie kinderen van de fameuze ‘Rode 50’ van Vertelman. Dit zijn duiven van het ras Jan Theelen. En opnieuw was het bingo. Zuiver en in kruising met de Aarden en Van der Wegen duiven wordt een nieuwe generatie topduiven op de wereld gezet. Wat te denken van toppers als ‘Brinkie Boy’ en de ‘Rode Barcelona’, maar ook ‘Herminator’ en ‘Miep Miep’.
Nog altijd stroomt in praktisch alle duiven van Brinkman het edele bloed van bovengenoemde stamduiven. Ze zijn niet al te groot van stuk, pezig en taai als leer, allemaal voorzien van een werkelijk fluweelzacht verenkleed.
Aanwinsten van de laatste jaren zijn een tweetal duiven van Wim van Ommen uit Oldebroek, die een hok vol Brinkman duiven heeft. Bij Herman zelf vliegen deze Brinkman duiven o.a. een 40e Nationaal ZLU Bordeaux en één van deze aanwinsten werd 3e Asduif van de Friese Fondclub.
Verder kocht Herman het afgelopen najaar, ‘Mighty Man’, de winnaar van NPO Brive bij Luc van Benthem in Vollenhove. Dit is een 50% Brinkman en een 50% Eijerkamp duif.
Tot 2002 was Herman Brinkman samen met zijn zoon Rik Jan, de te kloppen man op de meerdaagse fond in Nederland. Overwinningen op Nationale Fondklassiekers, diverse zeges in de Fondspiegelklassementen en een oneindig aantal Teletekstnoteringen waren hun deel. Bovendien was het ras Brinkman echt hot geworden. Mannen als Beullens en Zoon en Alex Rans in België speelden met Brinkman duiven de gevestigde orde op de grote Nationals aan gort en inmiddels zijn er vele, vele kampioenen daar die enorm presteren met de Brinkman duiven.
In 2002 kwam Herman er echter voor wat betreft de verzorging weer alleen voor te staan, toen zoon Rik- Jan, die tot op dat moment een groot deel van de verzorging voor zijn rekening nam, het ouderlijk huis ging verlaten en in Amsterdam ging studeren. Een fikse tegenvaller voor Herman. De helft van de duiven werd verkocht en het duurde even voor hij de zaak weer op orde had. Deze dip is echter weer volledig achter de rug getuige de resultaten in 2005 met een 2e Nationaal Ruffec 2005 ( na winnaar Bennie Homma met een 100% Brinkman duif) en het 3e Nationaal Kampioenschap Meerdaagse Fond Onaangewezen in Sector 4!



AFSTANDSTABEL

Ruffec 866 km.
Brive 916 km.
Bergerac 975 km.
St. Vincent 1.157 km.
Dax 1.141 km.
Barcelona 1.305 km.



Zware fond kan in het noorden wel degelijk!

Herman Brinkman is lid van P.V. ‘De Doorzetters’ een sterke club uit Steenwijkerwold met tal van topliefhebbers in haar gelederen. ‘Toen ik lid werd in Steenwijkerwold deed niemand mee in de Noordelijke Fondclub. Kunnen we niet meekomen was het verhaal. Ik ben gelijk wel lid geworden en met succes. Nu speelt hier een handvol liefhebbers bij de besten van geheel Noord Nederland. Onlangs las ik een verhaal van Aike Jan Veninga, dat de noordelijke liefhebbers op de zware fondvluchten als Barcelona kansloos zouden zijn. Ik ben het daar absoluut niet mee eens. Op de meerdaagse fondvluchten als Barcelona, Pau (middaglossing), Sint Vincent etc. hebben de liefhebbers op de verdere afstanden wel degelijk kansen. Er zijn voorbeelden te over. Denk maar eens aan de formidabele prestaties van Jelle Oudhuyse uit Harlingen en Brouwer uit Andijk het afgelopen seizoen. Ik speelde hier al een 5e Nationaal Barcelona, net achter H. Wijnands en Zoon uit Maastricht en dat was zeker geen gemakkelijke vlucht. Je moet er echter wel de juiste duiven voor hebben. Lang niet alle duiven die kop vliegen op meerdaagse fondvluchten van rond de 900 kilometer zijn er geschikt voor. De laatste 200 tot 400 kilometer die er voor het zware werk dan nog eens bijkomen, zijn voor veel van deze duiven te zwaar. Ik heb na jarenlang kweken, spelen en selecteren een soort duiven op het hok, die dergelijke inspanningen wel kunnen verteren. Je wint natuurlijk geen eerste Nationaal op dergelijke vluchten met een harde noordoostenwind en warm weer, maar toch weten ze zich ook dan goed te klasseren. De komende jaren ga ik mij helemaal toeleggen op het echt grote werk. Voor de Nationale Fondspiegel speel ik niet meer. Mijn uitdaging ligt op vluchten als Barcelona, Pau, Marseille, Perpignan etc. Vooral de vlucht Barcelona spreekt mij erg aan. Ik hoop er dit jaar 10 op te kunnen spelen en in 2007 hopelijk 25. Ik kan heel goed begrijpen dat een man als Gerard Koopman Barcelona en grote fond als een nieuwe uitdaging voor hem ziet. Op deze vluchten is enorm veel eer te behalen. Overigens denk niet dat fondvliegen gemakkelijk is. Vroeger was het allemaal veel eenvoudiger. Nu moet je er enorm veel energie insteken. Het conditioneren van de duif is erg belangrijk geworden. Een uitgebalanceerde voeding, veel trainen en een uitgekiende voorbereiding zijn een must. De tijd van enkele weken uitrusten op het hok tussen de fondvluchten door is voorbij. Je moet ze aan de gang houden, of tussentijds wat vluchtjes of zelf wegbrengen. In de winter stop ik er weinig energie in, maar gezien mijn ervaring kan ik goed de hoofd en bijzaken onderscheiden. In de voorbereiding en tijdens het seizoen hou ik de boel scherp in de gaten. Dat wil overigens niet zeggen dat ik een slaaf van mijn duiven ben. Na Bergerac gaan we ook gerust enkele weken op vakantie, waardoor het verder vliegen met de jonge garde achterwege blijft. Dat moet kunnen, want er is meer dan duiven alleen op deze wereld’ aldus een relativerende Herman. Dat kan overigens in 2007 op Barcelona nog een mooie krachtmeting worden in het noorden!


Hokken en duivenbestand
.

Wat mij hier onmiddellijk opvalt is de ruime behuizing voor de duiven. Op de zolder van de schuur en in drie afdelingen op het twaalf meter lange tuinhok zitten vijftig weduwnaars, ruimte in overvloed en beslist geen klinisch geheel van strak afgewerkte woonbakken. Hier kunnen de duiven lekker hun eigen gang gaan. Overal provisorisch aangebrachte plankjes, waarachter en waarop duiven een plaatsje kunnen zoeken naast de woonbak die ze al hebben. Op de zolder ligt stro op de vloer. Op het tuinhok niet. Verder zitten op het kweekhok 18 nestkoppels en een aantal kweekkoppels. De 75 jonge duiven die jaarlijks voor eigen gebruik worden gekweekt zitten in een hok wat min of meer op het noorden staat gericht. De overige hokken staan op het zuidoosten gericht, met daarvoor een schitterende grote tuin en een uitzicht om van te smullen. Helaas dreigt aan dit mooie uitzicht vanwege woningbouw in de toekomst ook een einde te komen.

Nationale en internationale kampioenschappen vanaf 1993
1993 8e Wereldkampioen Versele Laga
1994 1e Categorie 8 Nationale Fondspiegel
1e Asduif Overnacht Rayon 7
1995 1e Categorie 7 Nationale Fondspiegel
1996 1e Categorie 7 Nationale Fondspiegel
3e Wereldkampioen Versele Laga
1e Algemeen Nationale Fondspiegel 1994-1996
1997 2e Categorie 7 Nationale Fondspiegel
1e Algemeen Nationale Fondspiegel 1995-1997
1998 1e Categorie 8 Nationale Fondspiegel
2000 4e Algemeen Nationale Fondspiegel 1998-2000 (zoon Rik-Jan)
2001 5e Algemeen Nationale Fondspiegel 1999-2001 (zoon Rik-Jan)
2005 3e Meerdaagse Fond O.A. Sector 4



Voorbereiding en spelmethode

De vliegduiven worden half maart gekoppeld. Dit jaar werd vanwege de vogelgriep gewacht tot 1 april.
De eieren van de oude weduwnaars worden door de jaarlingen uitgebroed. Als de jongen een dag of zestien zijn gaan ze met de duivinnen naar het jonge duivenhok. Geen enkele weduwnaar komt voor de tweede keer op eieren. Op die manier hou je ze tot en met Bergerac goed in de pennen. De jaarlingen laat Herman bewust een ronde jongen grootbrengen. Op die manier krijgen ze een eigen territorium en meer liefde voor hun woonbak. De oude weduwnaars, ongeveer de helft van het totaal, krijgen als voorbereiding op het zware werk enkele vitesse en midfondvluchten en de eerste eendaagse fondvlucht. Herman acht het belangrijk dat ze voldoende kilometers in de vleugels hebben als het er echt op aan komt. De ploeg die in 2006 naar Barcelona gaat, duiven van 2002, krijgt eveneens de eerste NPO vlucht vanaf Ruffec af te werken. De oude duiven van 2003 en 2004 krijgen in 2006 twee fondopdrachten. Daarbij is dit jaar zeker een Sint Vincent of Pau (middaglossing). Dit geldt ook voor de nestduiven, waarbij alleen met de duivinnen wordt gespeeld.
De jaarlingen worden danig aan de tand gevoeld. Twee dagfondvluchten, de tweede vlucht vanaf Ruffec en Bergerac staan zeker op hun programma. Ze moeten zich daarop goed laten zien, want anders is het einde verhaal. Ieder jaar heeft Herman minimaal voor de helft jaarlingen. Alle jonge doffers die overblijven krijgen in principe een kans. De echte selectie vindt dus plaats als jaarling. Als jonge duif worden ze allemaal opgeleerd, maar er wordt verder niet veel werk van gemaakt.
In de weken rust tussen de fondvluchten worden de duiven in het ritme gehouden door ze een vijftig kilometer weg te brengen of mee te geven op een supervitessevlucht van de Afdeling Friesland.

Topklasseringen vanaf 1993
1993: 3e Nationaal Brive – 7e Nationaal Ruffec – 9e Nationaal Bergerac
1994: 1e Nationaal Limoges – 5e Nationaal St. Vincent – 6e Nationaal Bergerac – 9e Nationaal Ruffec
1995: 4e Nationaal Bergerac – 6e Nationaal Ruffec – 8e Nationaal St. Vincent
1996: 4e, 6e, 7e en 8e Nationaal St. Vincent – 8e Nationaal Limoges
1997: 8e Nationaal Brive
1998: 2e en 3e Nationaal Brive – 5e Nationaal St. Vincent – 6e, 7e en 8e Nationaal Ruffec
1999: 5e Nationaal Limoges
2000: 2e Nationaal Bergerac – 9e Nationaal St. Vincent
2001: 3e Nationaal Bergerac – 5e Nationaal en 14e Internationaal Barcelona
2005: 2e Nationaal Ruffec



Verzorging

Herman houdt van gemakkelijk en heeft beslist geen ingewikkelde schema’s ervoor ontwikkeld. De hokken worden regelmatig schoon gehouden, maar op een stofje links en rechts wordt niet gekeken. Veel trainen en een juiste wijze van voeren, dat zijn zaken die heel belangrijk worden geacht. De weduwnaars trainen dagelijks twee keer, in de ochtend van 07.00 tot 08.00 uur en in de middag van 17.00 tot 18.00 uur. De training is overigens niet verplicht. De nestduivinnen trainen alleen in de middag. Het voer komt al jaren van Wielink uit IJsselmuiden en Herman is hier bijzonder tevreden over. In de winter maar ook in het vliegseizoen heel veel gerst gevoerd. En daarvoor is een reden. Herman zegt hierover: ‘In de rustperiodes mogen mijn duiven beslist niet aanvetten. Ze krijgen dan ook een behoorlijke portie gerst. Dat geldt voor de winterperiode maar ook voor de rustperiodes tussen de fondvluchten. Mijn idee is dat duiven in deze periodes van schaarste juist zeer snel reserves aanleggen. Duiven die aldoor maar zwaar voer voorgeschoteld krijgen doen dat niet. Zij leggen geen efficiënte reserves aan , enkel vet tussen de weefsels en de inwendige organen. En dat laatste is echt helemaal funest voor fondduiven’.
Voor het inmanden voor een fondopdracht krijgen de duiven eerst drie dagen half vliegmengeling en half gerst. Daarna vier dagen volle bak vliegmengeling. Volle bak betekent hier dat de voerbak na een halfuur uit het hok wordt genomen. In die periode wordt ook veel met snoepzaad gewerkt. Dit jaar wil Herman zijn duiven ook pinda’s leren eten. Het medische plaatje is simpel. Naast de verplichte entingen tijdens het broeden een geelkuur en na iedere fondvlucht krijgen de duiven een kuur met een ontsmettingsmix van Hans van der Sluis. Verder periodiek de duiven laten controleren door de dierenartsen Nanne Wolff of Hans van der Sluis.

Enkele belangrijke referenties
Beullens en Zoon, Heverlee (België)
Alex Rans, België
Piet de Vogel, Oude Tonge
Bennie Homma, Wijckel
H. Wijnands en Zoon, Maastricht
Wim van Ommen, Oldebroek
Frans van Wel, Bakel
Gebr. Pinter, Hongarije
en vele, vele anderen, all over the world!!

Tenslotte
Zo vlak voor het nieuwe seizoen oogt Herman Brinkman ontspannen. De kweek was goed, tot op heden weinig last van de roofvogels en de duiven zien er perfect uit. Strak in de pluim, alsof ze in hun zondagse pak zitten en krijtwitte noppen met helder rode pootjes. Zulke zaken geven vertrouwen voor het nieuwe seizoen. Want één ding is duidelijk. De nationale fondelite krijgt dit seizoen weer te maken met een op en top gemotiveerde Herman Brinkman, die op de door hem uitgeselecteerde vluchten voor het allerhoogste doel wil gaan. Of het gaat lukken? Over een paar maanden weten we meer. Ik dank Herman voor een heerlijk middagje filosoferen over de duivensport, in het bijzonder over het werk met de lange adem!