‘Hanna’ van Hain de Jonge - Weiteveen (NL) 1e Internationaal Perigueux van c.a. 18.500 duiven

Twee keer werd de lossing uitgesteld vanwege het slechte weer op de vlieglijn. Op zondag 28 juni j.l. om 13.00 uur kreeg het ruim 18.000 duiven tellende peloton de vrijheid voor een terugreis met hindernissen.

Met name de mist en laaghangende bewolking op de maandagochtend in België en Zuid Nederland hadden invloed op het uiteindelijke verloop. De snelste duif en tevens internationale winnaar van Périgueux vinden we verrassend genoeg in het Drentse Weiteveen niet ver van de grens met Duitsland, met een afstand van ruim 950 kilometer in de overvlucht, bij de bekende fondspeler Hain de Jonge. Hij klokte zijn blauwe duivin NL 06-1600557, inmiddels gedoopt met de naam ‘Hanna’, om 08.58.09 uur. Met een snelheid van ruim 1.160 mpm. klopt zij afgetekend het hele peloton. Het had maar weinig gescheeld of Hain had haar helemaal niet opgemerkt. Hij verwachtte de duiven nog niet en wilde naar Klazienaveen boodschappen doen. Toen hij nog even naar achteren liep zag hij haar tot zijn verbazing in het gazen rennetje zitten wat voor het kleine vlieghok hing. Hain kon het niet geloven. Ze was totaal niet moe. Snel werd de gummyring geklokt en werd er gemeld bij het NIC D.Z.O.H. in Coevorden. Hier komt Hain graag zijn duiven korven vanwege de fantastische sfeer die er altijd is. Via internet bleek dat Hain de snelste duif van de lossing had en dat werd heel fijn in Coevorden gevierd. Verder kwamen alle leden van zijn club ‘De Vredesduif’ in Weiteveen hem persoonlijk feliciteren. Alleen de Fondclub Noord Nederland en Bestuur Afdeling 10 hadden vrijdagmorgen nog niks van zich laten horen. Bovendien is er ook geen uitslag op Teletekst verschenen. Hain is daar erg teleurgesteld over. Hierbij verwijs ik ook naar het ingezonden stuk van Klaas Wemmenhove uit Hoogeveen, wat u elders in dit blad kunt vinden.

Hain de Jonge, een echte natuurmens
De nu 71 jarige Hain de Jonge werd op slechts 50 meter van de Duitse grens in Nieuw Schonebeek geboren. De naam Hain komt uit het Duitse dialect voor Hein. Toen de oorlog een dag voorbij was haalde hij als kind bij een Duitse boer aan de overkant van de grens zijn eerste twee duiven. Het was in de na-oorlogse tijd armoe troef en geld om echt met de duivensport te starten was er niet. Het duurde tot 1959 tot Hain lid kon worden van ‘De Vredesduif’ in Weiteveen en hij ook echt met de duivensport kon starten. Hain leidde als veenarbeider een hard bestaan en toen dit was afgelopen moest hij ook als los werkman danig de handjes uit de mouwen steken.  Hij is typisch een vrijdenker, wars van allerlei regeltjes. Dat kenmerkt het hele leven van deze man, die gewoon zijn eigen gang gaat. Ook zijn aanpak van de duivensport is bepaald niet alledaags. Hain staat dicht bij de natuur, maar daarover later meer. Achter zijn woning beschikt Hain over een groot stuk grond, waar diverse hokken in allerlei soorten en maten staan opgesteld. Van enige luxe is geen sprake. In het hok van de winnares bijvoorbeeld kun je door de grote kieren in de wanden zo naar buiten kijken.  Vanaf 1980 is hij zich gaan richten op de grote fond. Zijn basisduiven komen (vanaf 1974) van René Verstraeten uit Oostburg, waar Hain een hele goede band mee had. Hij kreeg het beste van het beste van deze toenmalige topper, onder andere een kleinkind van de beroemde ‘Pasport’ van Pol Bostijn uit Moorslede. Verder kwamen er rechtstreekse duiven van Janus van de Wegen, zuivere Aarden duiven van Bertus Mensen uit Klazienaveen en duiven van Jan Bos, Emmen. Heel bijzonder is de inbreng van een koppel Berlengee-duiven. De ene is een Belgische aanvlieger uit Ninehove, de ander is een rechtstreekse van H. Eijerkamp en Znn. via de Gebr. Emmink uit Weiteveen. Dit koppel pakte buitengewoon. De laatste jaren zijn versterkingen gehaald bij Anton en Lucy van de Wegen, Wijnands duiven via vriend Jochen Willen (D), P. van Doorne, Someren (Gebr. Kuijpers) en niet te vergeten zijn duivenvriend en plaatsgenoot Jos Siebum. Met deze laatste onderhoudt Hain een bijzonder goede band en beiden hebben van elkaar het beste op het hok, onder andere door ruiling. En let op, ook Jos Siebum behoort tot de beste grote fondspelers van Noord Nederland! Hain kruist al deze verschillende duiven op elkaar. De resultaten liegen er niet om. Zomaar een greep uit de resultaten van de laatste 25 jaar:
1e Generaal Kampioen VNC 1985 – 3e Generaal Kampioen VNC 1986 – 4e Nationaal Kampioen Fond 1986 – 1e Nationaal Bergerac Sector 4 1996 – 1e Nationaal Ruffec Sector 4 2001 ( snelste duif van de tottale lossing Ruffec/Mont de Marsan) – 4e ( 8e van 36.400 duiven) en 9e Nationaal Bordeaux Sector 4 2008. Verder vele topnoteringen, teletekstplaatsen en kampioenschappen.

De visie van Hain over de duivensport.
Eerder in dit stuk sprak ik al over de bijzondere aanpak van de duivensport door Hain. Die wilde ik u zeker niet onthouden: ‘Laat ik beginnen met te zeggen dat geen mens verstand van duiven heeft. Het gaat alleen maar om goede duiven en dan te bedenken dat 99% van de duiven die je kweekt gewoon slechte duiven zijn. Mijn filosofie is dat een duif de kans moet krijgen om uit te groeien. Als jonge duif en jaarling speel ik ze niet. De duiven richten zichzelf af. Vorig jaar heb ik voor de aardigheid eens van dit principe afgeweken. Ik korfde mijn jaarlingen één keer op Gennep en daarna ’s woendags op Berlijn. Van de 61 ingezette duiven kwamen er 60 terug ern dan praat je toch over een vlucht van ruim 500 kilometer. Ik ben ervan overtuigd dat je duiven veel langer meegaan als je ze laat uitgroeien. Op die manier kunnen ze een lange reeks van jaren op de vluchten presteren.  Mijn jonge duiven blijven vaak ’s nachts buiten zitten. Soms jaag ik ze ’s nachts van het hok met een bezem. De dag erna komen ze allemaal wel weer. Ik voer winter en zomer volle bak en licht voer. Het is de goedkoopste mengeling van Wielink aangevuld met gerst. Alle duiven krijgen dit. Aan opvoeren voor een vlucht doe ik niet. Vroeger hadden mijn oude duiven ook open hok, maar de laatste tien jaar doe ik dat niet meer vanwege de vele verliezen door de roofvogels, die hier op de uitgestrekte velden in grote mate aanwezig zijn. Nu traint mijn vliegploeg oude duiven, die uit zo’n 75 stuks bestaat één keer per dag. De roofvogels hier is echt een groot probleem. Enkele jaren geleden raakte ik mijn drie eerstgetekenden van St. Vincent in één week aan deze veelvraten kwijt! Ieder jaar in een droge periode in de herfst geef ik mijn duiven open hok en haal het drinken uit de hokken. Ze moeten in die periode hun eigen drinken zoeken. Na één dag zie ik ze boven de velden al zoeken naar sloten, waar ze dan hun drinken moeten halen. In mijn filosofie moeten duiven zichzelf zoveel mogelijk zelf kunnen redden. Daar hebben ze op de vluchten later voordeel van. Ik raak overigens niet in paniek als mijn duiven op hun twee eerste overnachtvluchten een paar dagen te laat thuiskomen. Die ervaring hebben ze gewoon nodig om later goed te presteren. Ik raak overigens nooit in paniek. Ieder mens en dier heeft wel eens een mindere periode in zijn leven. Daar moet je mee leren leven. Geneesmiddelen geef ik mijn duiven niet. Ze moeten het doen met het voer wat ik ze geef en het vele verse grit. Tegen het geel behandel ik met een natuurproduct. Wat het is, zeg ik niet. Dat is mijn geheimpje. Daarnaast krijgen mijn duiven iedere dag groente uit mijn grote moestuin. Ook het nat van de groenten die ik kook, zoals rode bieten, capucijners, andijvie, spinazie enz. krijgen mijn duiven. Ik observeer mijn duiven veel. Al mijn duiven worden op nest gespeeld. Ik kijk naar vooral naar de gedragingen van een duif als hij of zij van het nest af is. Bij een koude winter kijk ik bijvoorbeeld hoe de duiven er ’s ochtends bij zitten. Mijn ervaring is dat duiven die met hun staart naar beneden zitten, het niet in zich hebben. Ze kunnen het niet aan en worden uitgeselecteerd. Selecteren doe ik overigens verder op het gevoel. Bij mij geldt ook: hoe dikker de spieren van een duif, hoe eerder eruit! Hokken schoonaken gebeurt hier bijna niet. Eens per jaar maak ik de nestbakken schoon en meestal gooi ik die mest er gewoon bij op de grond. De hokken moeten echter wel droog zijn. Ook de

waterbakken worden hier praktisch nooit schoongemaakt. Wel geef ik veel knoflook in de waterbak aan mijn duiven. Als tweejarige begin ik met mijn duiven te spelen. Ze krijgen wat vluchten met de afdeling en verder veelal een wekelijkse africhting vanaf Duffel met afdeling 9. Daarna gaan ze de baan op. Want de beste keurmeester is de mand. Het is bovendien ook de enige keurmeester in deze wereld. Mijn ervaring is overigens ook dat de eenvoudige, onopvallende duiven vaak de beste duiven zijn’. Tot zover de ontboezemingen van deze natuurvorser, die geen blad voor de mond neemt.

De winnende duif heet "Hanna"
‘Hanna’, een blauwe duivin die op nest werd gespeeld is van het eigen oude soort van Hain. Opvallend is dat beide grootmoeders van ‘Hanna’ beiden bij Hain een 1e Nationaal vlogen, nl. een 1e Nationaal Ruffec en een 1e Nationaal Bergerac. ‘Hanna’ werd tot op heden vier keer op de overnacht gespeeld en pakte even zovele prijzen, waaronder ook een 9e Nationaal Bordeaux in 2008. Een zuster van haar vloog toen een 4e Nationaal Bordeaux. We praten hier dus over een hele goede lijn.              
           
Slot
Dit keer geen alledaagse winnaar met een alledaags verhaal. Heel mooi om dit alles te zien en aan te horen. En ook nu geldt weer: iedereen kan in onze mooie sport winnen. Hain de Jonge is een bijzondere winnaar, een man die we wat mij betreft moeten koesteren. Bedankt voor de fijne uurtjes melken en nogmaals van harte proficiat. Chapeau!