De familie Vereecke viert 100 jaar duivensport: "Het is mooi geweest!" - deel I

Het seizoen 2013 wordt het allerlaatste in de bijzonder “overwinningrijke” en succesvolle duivensportloopbaan van wijlen vader Jerome en Roger Vereecke uit het West-Vlaamse Sint-Lodewijk- Deerlijk.

De regio verwierf destijds vooral bekendheid in de bloeiperiode van Vlaanderens textielindustrie, waarbij de ene textielfabriek na de andere er uit de grond rees. Maar het zullen wellicht de Vereeckes geweest zijn die een grote rol hebben gespeeld in Deerlijk en die de gemeente mee op de wereldkaart hebben gezet. Het drie hectaren tellende domein waarop onder meer de hokken in de Otegemsesteenweg nr. 1 zijn gevestigd, was gedurende vele jaren een spreekwoordelijk “bedevaartsoord” voor duizenden duivenliefhebbers van over de hele wereld. Getuigen hiervan zijn de twee grote boeken die Roger ons wist te tonen met meer dan 3000 handtekeningen van bezoekers uit 48 verschillende landen, die deze wereldvermaarde kolonie sinds 1979 aandeden… Het is een bijzonder mooie herinnering aan de vele nationaliteiten die er over de vloer kwamen. Met het seizoen 2013 wordt wellicht een tot op heden uniek stukje duivensport-geschiedenis afgesloten. Het is het einde van een levenswerk dat werd geschreven door vader Jerome en zoon Roger Vereecke, en dat tot internationale roem leidde: in de gespecialiseerde pers verscheen onder meer een artikel met als titel “Vereecke uit St.-Louis (St Lodewijk) werd een wereldnaam”! Het werd een eeuw duivensportgeschiedenis die in 1914 begon, toen vader Jerome voor het eerst met duiven speelde. Het was een hobby die Roger later met veel glans en bravoure voortzette. We mogen het bekijken als iets dat uitgroeide tot een glansrijke periode die getooid werd met heel veel regionale en provinciale zeges, meerdere nationale overwinningen en met onderscheidingen zoals meervoudig Eerste Algemeen Kampioen in de Belgische Verstandhouding, meervoudig Eerste Algemeen Kampioen in de West-Vlaamse en Interprovinciale Vereniging, en nog zoveel meer… De periode van 100 jaar duivensport bij Vereecke kunnen we indelen in een periode van 35 jaar waarin vooral vader Jerome actief was, gevolgd door een periode met Roger aan het roer. Grootvader Vereecke zag het levenslicht in 1861 en woonde toen al op het huidige adres. Dat de familie Vereecke in St Lodewijk-Deerlijk een hoog aanzien heeft, vertaalt zich onder meer ook in het feit dat er een straat is die de naam “Vereeckelaan” draagt. Zo zie je maar hoe ook de duivensport een bijdrage kan leveren tot ons cultureel erfgoed! Wij waren er te gast bij de nu 92-jarige Roger en zijn vrouw en we mochten er genieten van het bijzonder mooie verhaal dat de Vereeckes in 100 jaar duivensport bij elkaar wisten te vliegen.


De gevulde gastenboeken die doen terugdenken aan de vele internationale bezoeken

"Mijn vader was een verstandig zakenman", getuigt Roger. "Hij had een handel in meststoffen en kolen en hij bezat twee cichorei-asten. Ik ben een veel minder goed zakenman in vergelijking met hem; ik was in de oorlogsjaren een goeie student en ik was eigenlijk voor een stuk meer verliefd op die duiven. Toen had ik er eigenlijk nooit aan gedacht om een verdere loopbaan in de duivensport te kunnen uitbouwen. Maar ik heb het geluk gehad dat ik goed kon spelen. Ik heb in de duivensport nagenoeg alles meegemaakt wat ik kon meemaken, niet alleen sportief (dankzij schitterende resultaten) maar vooral ook zakelijk: ik was betrokken bij de verzending van de duiven, en ik ben onder meer 15 maal meegegaan om de lossing op de nationale Brive te organiseren. Dat was in de tijd van Norbert Norman, Michel Steverlynck en Graaf de Villegas. Daarnaast ben ik 50 jaar verantwoordelijk geweest voor de lossingen van de vluchten verder dan Parijs voor de provincie West-Vlaanderen; dat was van 1962 tot 2011. In dat laatste jaar onderging ik een zware operatie en er kwam van duivenspel nog maar bitter weinig in huis dat seizoen. Tot 2010 heb ik jaren aan een stuk 500 treden per dag gedaan om mijn duiven te verzorgen, want hier zijn er geen tuinhokken. Een groot deel van de hokken staat sinds mijn operatie leeg. Voor wat 2013 betreft zullen er ook geen jonge duiven meer uitvliegen . Na het seizoen is er een definitieve stop en gaan we hier verhuizen naar een appartement . En al zeg ik het zelf: Het is mooi geweest!"

Onweerstaanbaar op vitesse en halve fond tussen 1920 en 1960

Zoals reeds gezegd begon het succesverhaal van Vereecke in 1914, maar door het uitbreken van W.O. I werd het spel noodgedwongen stopgezet. Na vier jaar kommer en kwel door “De Groote Oorlog” werden de activiteiten hervat en kende de kolonie onder meer een boost met de aankoop van drie topduiven bij de gebroeders Delombaerde uit Waregem. Met afstammelingen hiervan werd Jerome Vereecke in de jaren '30 een van de meest gevreesde vitessespelers van de regio. Het land werd een tijd later andermaal getroffen door een wereldoorlog. Dankzij Jerome konden de duiven in een speciale volière in open lucht de periode ’40 –’44 overbruggen. Intussen had zijn zoon Roger ook al zijn oog laten vallen op de duiven. Bijgevolg kon er enkele seizoenen later (dat was in '49) verder gespeeld worden op naam van Roger. Men was inmiddels overgeschakeld naar de halve fond en dit zorgde er mede voor dat de kolonie in de jaren '50 tot de beste halve fondhokken van de provincie West-Vlaanderen behoorde. Het was in die periode dat er duiven werden ingebracht van Emile Dupont uit Herseaux. Het waren de “Schuwen” (won in 5 jaar tijd maar liefst 39 prijzen, waarvan 12 x 1e met o.a. een 1e Dourdan 2038 d., een 1e Orléans 1007 d., een 1e Orléans 1120 d.,…) en de “Atomique” (die won in 5 jaar tijd 30 prijzen, waaronder 6 x 1e). Met afstammelingen van deze soort in kruising met het eigen ras werden aan de lopende band topuitslagen gescoord op de bekende Dourdans, Blois en Orléansen uit die tijd. De aankoop van de “Schuwen-Dupont” was dus de kers op de taart: met zijn kinderen en kleinkinderen konden ze op fenomenale wijze de halve fondvluchten in de provincie verder domineren. Ter illustratie enkele cijfers:

In 1951:

Clermont  796 d.: 2-5-9-11-12-13-18-19-35-41-47-53…
Clermont  585 d.: 1-2-3-5-6-7-14-17-31-47-54
Clermont  602 d.: 1-5-6-7-13-19-23-26-27-31-33…
Dourdan   525 d.: 4-7-8-10-20-24…
Dourdan   302 d.: 1-2-4-5-6-7-8-10-11-13-15-27-28…
Orléans   375 d. : 3-4-10-12-24-26-27-28

In 1952:

Dourdan  750 d.: 1-6-9-10-26…
Orléans  459 d.:  1-2-48-50-57-58-63…
Brive nationaal 3463 d.: 28-127 (2 mee)
Tours   1544 d.: 6-19-20-31-42-63-81 (7 op 8)
Dourdan  162 d.: 2-4-16-22-30-35-39
Orléans  208 d.: 1-3-10-12-14-24-39
Orléans  338 d.: 2-3-4-7-8-27
Blois    455 d.: 3-4-5-7-9-10-11-12-15-32-68 (9d in één minuut van 14 getekenden)

In 1953:

Tours 223 d.: 1e -2e -3e

In 1955:

Orléans  904 d.: 24-26-28-32-33-36-39-40-41-43-44-49-56-…(11 d. in 2 minuten)
Orléans  334 d.: 2-7-14-15-19-20-22-36-40-41-50…

Na een jarenlange dominantie op de halve fond namen ze het besluit om de halve fondkolonie volledig te verkopen tijdens de overgang van 1960 naar 1961. De duiven werden verkocht aan een gemiddelde van 4000 Belgische Frank per duif (een groot bedrag voor die tijd!), en zo haalden ze een recordbedrag binnen. Deze verkoop luidde ook het einde in van de halve fond-periode van de familie Vereecke.


Roger Vereecke

Vanaf 1962 begon het succesverhaal op de fond, daarna volgde de grote fond

Zoals het steeds in hun strategie paste gingen de Vereeckes op zoek naar de echte fondcracks om hun kolonie op te bouwen. Zij hadden deze regel toegepast toen ze vroeger asduiven voor de halve fond aankochten en nu gingen ze dus op dezelfde manier te werk. Enkel de “fine fleur” uit de toenmalige fondwereld was goed genoeg. Vier cracks verhuisden voor een pak geld naar de kweekhokken in Deerlijk:

  • De “Figaro Catrysse” 54-3318342: 1e nationaal Bordeaux 2350 d. in ‘60
  • De “90 Catrysse” 57-3067390: 1e nationaal Angoulème 1231 d. in ‘60
  • De “Rosten Tanghe” 59-3000469: 1e Angoulème Beker des Konings tegen 1762 d. plus de 4e nationaal Limoges 2465 d. en de 12e nationaal Perigueux 2417 d., allemaal in ‘62
  • De “IJzeren Descamps-Van Hasten” 57-3064724: een pure Stichelbautduif die in 1960 op 4 weken tijd volgende prestaties behaalde: 3e Bordeaux 2350 d., de 11e nat. Dax 807 d., de 1e nat. Libourne 1080 d. en de 2e Angoulème 114 d. Hij was in dat jaar Nationale Asduif van België, en we hebben nog enkele andere cijfers die de grote klasse van deze crack duidelijk illustreren. Zo won hij ook nog de 6e Angoulème 1102 d., de 8e Angoulème 1762 d., de 4e Angoulème 1004 d., enz... Dit is werkelijk een superieure duif die zich later als kweekduif zou ontpoppen tot een super-vererver: hij werd vader/ grootvader, enz. van heel veel fondtoppers op eigen hok maar bijvoorbeeld ook bij Pol Bostyn, G & M Vanhee Wervik en vele anderen.

In kruising met duiven uit hun eigen oude ras (o.a. de lijn van de “Schuwen”) liggen deze vier fondcracks aan de basis van de sensationele groei van de Vereecke-kolonie. Vooral de Catrysse- en de Stichelbautduiven waren ingeteelde stammen en hierop hebben Roger en zijn vader Jerome de fondkolonie verder opgebouwd met maar één visie in hun achterhoofd: Jongen kweken. Geduld oefenen. De korf doet uiteindelijk de rest! Wat de Vereeckes in de jaren '60 op de planken brachten was duivenspel van heel hoog niveau. Tijd voor enkele hoogtepunten! In 1966: 1e Algemeen Kampioen West-Vlaamse en Interprovinciale Vereniging na 17 vluchten: 11 fondvluchten met oude/jaarse en 6 vluchten met jongen. In 1968: 3e nationaal Montauban. In 1969: Koning zware fond (Brive, Cahors, Montauban, Barcelona en Bordeaux), enz… De topduiven van de kolonie in de jaren 60 waren o.a. “Het Witpenneke”, de “Schonen”, “de Witpen Ijzeren”, “de Ruffec”, het “Oud Bont”, het “Kleine Bont” en vele anderen. Zij werden ouders, grootouders, enz… van een ganse reeks fondduiven die de glans en de glorie van de Vereecke-kolonie hooghielden.

In deel II pikken we de draad terug op met het sublieme seizoen 1970 van de Vereeckes.