Search

Van Ouwerkerk-Dekkers wint St-Vincent jaarlingen (Irun) tegen 8.964 duiven!

 


Van Ouwerkerk – Dekkers, Brasschaat (BE)


Ergens verscholen net buiten het drukke centrum van Brasschaat, komen de ingeweken Nederlanders Jacques Van Ouwerkerk en zijn vrouwtje Irene Dekkers tot rust te midden van de duiven. Jacques was al vanaf zijn 8 jaar verzot op duiven, maar beoefende dan het “hoogvliegen” of “langvliegen” met een soort van sierduiven. Vergis U echter niet! Wanneer Jacques ons vertelt dat zogenaamde “hoogvliegers” van bij het ochtendgloren tot zonsondergang in de lucht kunnen toeren, krijgen we mateloos respect voor deze duiven én de discipline! Het zijn LETTERLIJK “hoogvliegers”!



Zelf zijn we leek in wat die “langvlieg-discipline” betreft, maar we vragen Jacques toch of men zulke “langvliegers”, die blijkbaar ook in duister zouden kunnen vliegen, in te kruisen zijn in onze reisduiven. De antiekhandelaar zegt onomwonden dat hij zijn Sheffields, want zo heet de soort van langvliegers die hij bezat, doorheen zijn postduiven zijn gekruist.

Want zoals tegenwoordig de grote fondvluchten verlopen, moeten duiven vele uren kunnen doorgaan en bij voorkeur ’s avonds laat of ’s morgens vroeg de thuishaven bereiken. In Nederland zijn nachtelijke aankomsten legio, maar op de Barcelona van hetzelfde weekend als St-Vincent I/ Irun kreeg men in Couvin ook een zogenaamde nachtvlieger thuis. Het is een droom van Jacques Van Ouwerkerk om dat nog ooit eens te mogen meemaken.

 


De winnende duif werd “Mister St-Vincent” gedoopt. Het betreft een doffer op totaal-weduwschap. Tevens is deze duif een kleinzoon van “Miss St-Vincent”, die in 2003 eveneens de klassieker voor jaarduiven uit St-Vincent wist te winnen. ’t Is een beetje van voor het internettijdperk, wat het volgen van duivenwedstrijden betreft althans, maar Jacques deelde ons ook fier mede dat hij destijds eens de hoofdvogel afschoot op de toenmalige Perpignan-klassieker bij de jaarlingen. Dit terzijde. In ieder geval, meesterkweker Van Ouwerkerk is volkomen terecht apetrots op het feit dat hij twee nationale winnaars kan samenkoppelen. Inteelt is een “kracht” die hij ontdekte destijds bij zijn “langvliegers”.

De ochtend van 7 juli verwachtte men eerst de Barcelona-duiven en daarna (of daar tussendoor) de jaarlingen. Maar de duiven die voor Limoges bestemd waren en te Quiévrain werden losgelaten, kwamen heel slecht naar huis. En toen er omstreeks 6u een duif zich aandiende, dacht men in eerste instantie aan zo’n Limoges-ganger. Stiekem hoopte men wel op een Barcelona-duif. Groot was de verbazing toen het bleek te gaan om een jaarling uit Irun! Toen ook nog de elektronische ring haperde, moest men nog gaan vissen achter de atleet en uiteindelijk werd deze om 6u09 geklokt. Het zou uiteindelijk een voorsprong-zege van om en bij de 90m/m sneller dan de nummer twee blijken.

Kritiek die Jacques Van Ouwerkerk wel eens krijgt, is het feit dat de prestaties met oudere duiven, voornamelijk tweejarigen, aanzienlijk minder zijn. Dit kan perfect verklaart worden met twee argumenten van tel. Enerzijds wordt er ieder jaar een “klassement” opgemaakt voor de jaarlingen na twee fondvluchten. De toppers na deze twee wedstrijden verhuizen wel eens naar het kweekhok. “Eenmaal top vliegen op een fondvlucht kunnen bijna alle duiven”, weet Van Ouwerkerk; “bevestigen is zoveel moeilijker én dus zoveel belangrijker!”. Wanneer steevast de meest beloftevolle jaarlingen uit de wedstrijdploeg worden genomen, kunnen wij aannemen dat men op die manier zichzelf wat onthoofd. Toch op korte termijn. De kweekploeg wordt ongetwijfeld versterkt.

Het tweede argument is niet minder belangrijk. Bij Van Ouwerkerk – Dekkers verblijven de jaarlingen op het hok waar ze ook al als jonge duif vlogen. Die jonkies gaan naar de nationale vluchten en hebben dus al wat waters doorzwommen. Maar vanaf twee jaar verhuizen ze dan plots naar het hok voor de “oude duiven” en men wijt de mindere prestaties van de tweejarigen aan die verhuis. Want, op driejarige leeftijd gaat het plots weer een stuk beter.


 


Het zal Jacques ook een zorg zijn. En Irene nog veel minder! Jacques praat gewoon graag over het totaalconcept van de sport en neemt geen blad voor de mond om ook over dingen te praten die minder goed liepen. Zo zoekt hij steeds naar oplossingen en is daarbij niet te beroerd ook de mening van anderen te aanhoren. Maar, per slot van rekening zijn Jacques en Irene de kampioenen.

Jacques Van Ouwerkerk kunnen wij als duivenmelker typeren als kweker. Hij is maniakaal bezig met vererving en selectie. “Survival of the fittest”, neemt hij daarbij een aantal keren in de mond. Bij zijn “langvliegers” zag hij dat sommigen nu eenmaal langer konden vliegen dan anderen. Hij ging daar op selecteren en de eigenschappen trachten vast te leggen én dit probeert hij nu op reisduiven toe te passen. Wanneer we de erelijst bekijken, lijkt dit aardig te lukken.

De impact van Irene Dekkers op de kolonie moet zeker niet worden onderschat. Zij mag omschreven worden als een erg stipte verzorgster. De duiven die door haar worden meegegeven (want zij runt zelfstandig een deel van de kolonie) mogen als tiptop in orde en tot in de puntjes voorbereid worden beschouwd. De dame zei het zelf als volgt: “iedereen klaagde over verliezen of achterblijvers, maar mijn 33 Bordeaux-duiven, bijvoorbeeld, waren ’s avonds allemaal thuis! De drie van Irun trouwens ook!” Een alerte aanwezige wees me op het feit dat “Dekkers” zowat het geheime wapen is van de tandem. Dat ze waardevol is, staat in ieder geval buiten kijf!

Opnieuw werd het Pipa-team schitterend ontvangen bij de familie Van Ouwerkerk – Dekkers te Brasschaat. Voor wie enkele uurtjes op een deftig niveau over duiven wil praten, is Jacques Van Ouwerkerk zeker een aanrader.

Wij merken het op, deze combinatie steunt op de visie van een meesterkweker, een keiharde selectie en een fanatieke verzorging tot in de puntjes, met het oog voor detail betreffende de voeding en bijproducten.

Jacques en Irene het was een aangename kennismaking en tot een volgende overwinning!