Search

Delrue Ivan en Gunnar, "Zeldzame bomen die tot de hemel reiken"


Bovekerke

, een dorpje van dertien in een dozijn ligt diep verscholen in de West-Vlaamse polders. De schaduw van de Bavo-kerk dekt het bestaan van zo’n duizendtal zielen vredig toe. De toren van Diksmuide ligt binnen zichtbereik en waakt reeds meer dan een eeuw over “Flanders Fields “ waar klaprozen geduldig héén en weer wiegen op het ritme van de wind welke het zilte Noordzeewater zo binnen snuifbereik brengt. Hoe prachtig de polderdorpen in de zomer erbij liggen hoe Siberisch koud het kan winteren in de “Moscou”-wijk waar ene Ivan Delrue in 1989 een imposante villa en dito duivenhokken liet optrekken. 2 jaar later, we schrijven-1991 wapperde in de Noorderwind de nationale driekleur, want Ivan Delrue werd Nationaal Kampioen Fond. Het begin van een opmerkelijke duivensportcarrière, enig in zijn soort.

Ivan Delrue, een achtenveertig jarige selfmade zakenman runt in zijn geboortedorp Ichtegem een gerenommeerd metaalbedrijf eveneens gespecialiseerd in alle toebehoren voor het bouwbedrijf. Voor de vrienden hield hij de roepnaam “The Iron man” aan over. Hij verpersoonlijkt perfect het zo geroemd Vlaams ondernemerschap. Die typische West-Vlaamse koppigheid, noem het eigengereidheid, enten hij over op zijn duivenstam, hellevogels of Flandriens, de laatsten in hun soort.

Zijn sportief levensverhaal leest als een roman.
Als tienjarige was Ivan “stoppe” zot van duiven en tot aan de dood van wijlen Nonkel Berten (Albert Crombez) -een vent van leute en plezier -werd er met duiven gespeeld aan een wandeltempo om het met zijn eigen woorden te zeggen. Niet echt zijn ding, doch uit een toomloos respect voor zijn mentor- hield de combinatie jarenlang stand. Toen in 1983 op eigen kracht werd gevaren, werd er onmiddellijk aangeknoopt met het succes met als blikvanger de “Flandrien” die het tot 5de asduif schopte en afstamde van het vermaarde hok Georges Bolle.
Dit hoofdstuk werd afgesloten met de verhuis naar Bovekerke waar dra werk gemaakt werd van een opmerkelijke comeback waarbij metéén een gooi gedaan werd naar het hoogst bereikbare.

The Sky the limit….

De hemel werd bestormd met in hoofdzaak de “Bolle-duiven” welke vandaag de dag aan de basis liggen van de Delrue-successen.
Met een vroege - en late ronde jonge duiven van zijn oorspronkelijke “Bolle”-basis ging Ivan van start. Uit de Limoges-; de Narbonne-; de Dax- en Lourdeslijn van “Pépé Bollen” werd er een ruggegraad gevormd om de fondhemel te bestormen

Fond, Fond en nog eens fond
Gezien het van in het begin duidelijk was dat de toekomst de grote fond de uitdaging vormde werd naar kruisingsmateriaal uitgekeken en….. gevonden bij:
- Louis Montaigne uit de lijn van Eerste nationaal Cahors;
- Roger Velle (Koksijde) uit de lijn van diens nationale winnares Barcelona duivinnen;
- Bij vader en zoon Calonne (Perluwez) in 199O nationaal fondkampioen.
In zijn onvermoeibare zoektocht naar toptalent passeerde Eric eveneens bij De Coster (Den Haan); Noel Lippens (Aarsele)-twee duivinnen uit de asduiven Vital en Zwarte Narbonne; Gerard Latruwe (Ruddervoorde); Willy Ampe & Zoon (Aartrijke) om te eindigen bij Taverne-Rigolle.

Een unieke fondbasis doch Ivan snapte dat er toch nog schortte. Delrue zou Delrue niet zijn mocht zijn aandacht niet getrokken zijn op het gegeven dat steeds meer en meer halve fondspelers meedongen voor de kopprijzen op de ééndaagse fond. Tegen veel duivenlogica in, het zou niet de eerste en laatste keer zijn, bracht onze gastheer rapper en korter bloed in zijn fondgerichte stamvorming in. Bij wie hij zou gaan aankloppen, daar hoefde hij niet lang over na te denken. Eric wist goed genoeg waar hij de mosterd moest gaan halen. De “Poelkes” kregen hem aan de deur, mannen welke jarenlang de tegenstand platwalsten en synoniem stonden voor iedere seizoen een karrenvracht aan prijzen. Nu na al die jaren wordt steevast de laatste ronde jonge duiven van deze snelheidsspecialisten weggeplukt. In kruising met de eigen fondkleppers vliegen zij kop tot Narbonne. De vraag dringt zich dan ook op “Heeft den Delrue in zijn opgang dan toch de moderne fondduif op de kaart gezet?. Het heeft er alle schijn van.

De nakweek een heilig huisje dat al lang overeind staat.
Een aandachtig lezer zal reeds opgemerkt hebben dat Ivan en Gunnar Delrue fervente aanhangers zijn van “ late jonge duiven”.
Bij de opstart alsook bij de uitbouw van de huidige stamvorming werd er beroep gedaan op de laatjes. Doch er is meer. Aangezien er ieder jaar veel jonge duiven gekweekt worden kan de 14 -koppige kweekploeg, in getouw van december tot augustus, niet alléén instaan voor de aanvoer van jong en nieuw aanstormend fondgeweld. Daarom is het reeds jarenlang een vast gegeven dat ook de vliegduiven welke in het najaar zich overlevers mogen noemen van het hels “Delrue-systeem” hun steentje dienen bij te dragen. Deze kleppers die alle spoelingen van de snoeiharde selectiemethode overleefden vertoeven in het najaar in een fijne conditie. Niet zelden stelde men ten huizen Delrue vast dat tijdens deze nakweekperiode er echte topduiven op de wereld werden gezet. Om dat te weten te komen wacht hen het Spartaans Delrue-regime of een doorgedreven winterstage met lapvluchten op het dagschema geprogrammeerd. Een calvarietocht welke halfweg het lopende seizoen eindigt. Het kaf is dan al lang van het koren gescheiden. Sommigen zitten dan na een tijdje op hun tandbeen. Wie zich de tanden stuk bijt gaat er onverbiddelijk uit. De resterende duiven, “survivers” bij uitstek beschikken dan over goede papieren om het in de toekomst waar te maken.


Duiven welke zelfs door de bossen naar huis komen
.
Maar dan nog is het blijven werken geblazen onder een spijkerhard regime. Het liefst bij echt heksenweer worden de lapkorven bovengehaald, voor de Delrue’s” de ideale weersomstandigheden om een sterke basis te leggen voor de komende maanden van de waarheid. Als vele fondliefhebbers zich nog een keer omdraaien, gaan vader en zoon op pad. Deze handelswijze verschaft het voordeel aan de start te komen met duiven welke reeds eens echt diep hebben moeten gaan, zelfs een nachtje buitenslapen kan juist dat tikkeltje “extra” opleveren, meestal het verschil tussen top of de grijze middenmoot. Eén van beste leerlingen van de klas, gedrild volgens de regels van het huis “Delrue” was afgelopen seizoen de “Lion d’or de Moscou”. Voor deze tweejaarse duiver lijkt voorbestemd om tijdens de komende maanden en jaren het kopmanschap van de vliegploeg waar te nemen. Zijn prestaties liegen er niet om:
Aurillac (10/6/06) 3ste in de Fondclub (247ste nationaal)
Brive (24/6/06)-14de Fondclub; 111ste nationaal;
Limoges (9/07/2006)-1ste Fondclub tweejaarse; 2de provinciaal; 69ste nationaal en 19de zonaal.
Aurillac (23/07/2006). –2de Fondclub-9de provinciaal en 18de nationaal.

Na het afwerken van het fondprogramma worden de uitslagen naast de geleverde uitslagen gelegd. Duiven die verschillende keren en jaren nadien vol in de kop van het resultaat vliegen, springen er dan ook zo uit. Zij vormen een schaars artikel. Het zijn juist dergelijke uitzonderingen waar een melker à la “Delrue” het voor doet.

In een gezond lichaam huist een goede geest.
Duiven ontsnappen niet aan deze levenswijsheid. Hoe onbezonnen de voorbereiding of het trainingsschema ook lijkt, zo beredeneerd is het stramien van de dagdagelijkse zorg om de duiven in een zo maximaal mogelijke optimale gezondheid te houden. Deze is niet te koop op de hoek bij de plaatselijke apotheker. De trainingsintensiteit van de duiven toont het best aan of het snor zit, een betere barometer om de gezondheid aan te geven bestaat er niet, enkel een kwestie van gezond verstand en ogen open te houden. De medicamentenkast wordt zo veel mogelijk dicht gelaten, enkel als het echt nodig is wordt er gekuurd terwijl een goed mes nog veel beter is.

Met Ivan & Gunnar Delrue weet je nooit!!!
Nationaal Kampioen Fond; veelvoudig Kampioen Belgische verstandhouding; Olympiade-deelnemer; winnaar Europacup; ieder jaar weer een plejaden aan nationale en internationale kopprijzen op de marathonvluchten, er lijkt géén einde aan te komen. Een reeks onvervalste cracks zo van het kaliber waarvan de meesten onder ons maar kunnen van dromen luisterend naar de roepnaam zoals de Frandrien; de Intellectueel, de Bovekerkenaar; Kiekeboe; Ijzeren Supper Bok en andere “Trekkers “ en “Rekkers” rolden voor hun baas de rode loper van alle mogelijke en onmogelijke podia uit. Op de prestaties van de Bovekerkse vader-zoon combinatie zit duidelijk nog rek. De internationale fondscène is ongetwijfeld gedurende de komende decennia nog niet klaar met hen want opnieuw staat er een volgende generatie aan oersterke vechters en winnaars in de startblokken om na al oude gewoonte de tegenstand plat te bombarderen.