Search

De Ruiter Jan, "4e nationaal hokkampioen jonge duiven 2007"


Jan de RUITER, Teuge


Jan (67) beoefent al zo'n vijftig jaar de postduivensport. Daarvoor had hij ook al duiven, maar op zijn zeventiende levensjaar begon hij met zijn duiven deel te nemen aan de wedvluchten. Tussentijds stopte hij ook al eens met de hobby. Hij kwam als kind met de duivensport in contact doordat drie broers van hem postduiven hadden. Die duiven hadden ze gekregen van een onderwijzer van de ambachtschool. Jan hielp zijn broers vaak met het schoonmaken van het duivenhok, maar toen zijn broers geen interesse voor de duiven meer hadden, is Jan alleen met die duiven verder gegaan.
Jan heeft nu af en toe hulp van Albert Mens en daar is hij maar wat blij mee. Als het nodig is helpt zijn vrouw Hennie hem ook.

Hokken
Het is niet gemakkelijk om te beschrijven hoeveel en wat voor hokken Jan allemaal heeft. Jan en Hennie hebben zoveel ruimte, dat er overal duivenhokken zijn te vinden. Jan heeft naar schatting ongeveer 120 vierkante meter duivenhok. De vlieghokken zijn met de voorzijde gelegen op zowel het oosten, het zuiden en het zuidwesten. Alleen op de hokken van de jonge duiven liggen roosters. De schapjes op de hokken van de jonge duiven worden gedurende de gehele zomer niet schoongemaakt. In de winter poetst Jan de hokken een à twee keer per week. Tijdens het vliegseizoen worden alleen eventuele natte plekken schoongemaakt.
Jan heeft met zoveel hokken gewoonweg niet de tijd om alles schoon te maken.

Hokopbouw
Jan begon destijds onder andere met duiven van Henk Gerritsen, later gevolgd door duiven van Brinkhorst uit Eerbeek. Ook deed hij toen aan samenkweek met G.P. Winkel uit Apeldoorn (deze had overwegend duiven van de soorten Janssen en Verbarth). Ook kwamen er toen duiven van Hennie Jansen uit Arnhem.
Nu verblijven er veel duiven waarin het bloed stroomt van de soort van Frans Revermann uit Nordhorn (D.).
In de stambomen van deze duiven zien we ook vaak de Kletskop van Gommaire Verbruggen opduiken. De duiven, die de laatste jaren super presteren zijn een kruising van de Revermann-duiven en de oude soort van Jan zelf. Ook een belangrijk aandeel in de stamopbouw heeft de Meulemans-duivin, die Jan verkreeg via Henk Wessels.
Een andere lijn, die buitengewoon goed presteert is de lijn van de Magic 043 van Daems en zoon uit België. Jan schaft bijna nooit duiven aan. Wel heeft hij aan samenkweek gedaan met de Comb. Seelen uit Borne.
Af en toe krijgt hij wel een paar duiven van liefhebbers, die duiven van hem hebben. Ook ruilt hij regelmatig duiven met Frans Revermann. De favoriete speldiscipline is voor Jan de midfond.

Kweken
Jan heeft ongeveer honderd duiven, die niet buiten vliegen. Hij wil deze niet allemaal als kwekers betitelen. Jan heeft niet een speciaal stamkoppel. Hij spreekt liever over succesvolle lijnen, zoals: de lijn Magic 043 van Frans Revermann, de lijn uit afstammelingen van de "999" x een duivin van Revermann uit een zoon van "Het Wonder" (bij H. Gerritsen - van Looyengoed luisterde "Het Wonder" naar de naam "de Prins"), de duiven uit de "Wessels-duivin" geven in de nakweek ook veel toppers. Er komen ook goede duiven uit de "122", een Meulemans-duivin van Hans Eijerkamp en zonen. Jan probeert veel lijnenteelt. Zo heeft hij bijvoorbeeld op een hok allemaal doffers geplaatst uit de lijn van de "480" en daarna heeft hij een aantal goede duivinnen op dat hok gelaten. De duiven zoeken dus zelf een aardige partner. Daarnaast kruist Jan ook duiven uit eerste prijswinnaars. Hij koppelde bijvoorbeeld twee kleinkinderen van de "Wessels-duivin" op elkaar, die allebei kampioensduif waren in de afdeling 8 GOU. Naast de lijn vindt Jan de prestaties van de duiven eveneens van eminent belang. Hij wil duiven, die eerste prijzen kunnen winnen! Jan koppelt zijn duiven meestal begin januari. Jan kweekt ook uit de vliegduiven en zelfs uit late jongen, als ze maar uit de goede lijnen stammen. Voor eigen gebruik wil Jan dit jaar ongeveer tachtig jonge duiven kweken.

Jonge duiven
Jan is er een voorstander van om de jonge duiven al op een heel jonge leeftijd te laten wennen aan de mand. Hij maakt ook veel werk van het africhten van de jonge garde. De eerste keer laat hij de jonge duiven op ongeveer zestig meter van het hok los. Jan heeft de ervaring, dat jonge duiven, die uit zichzelf niet graag vliegen, wel met de klad mee gaan vliegen als hij ze op zo'n kleine afstand uit de manden loslaat. Voor de eerste wedvlucht heeft Jan zijn jonge duiven wel een keer of vijftien weggebracht met als verste afstand Ravenstein (ongeveer 65 km.).
In het begin van het seizoen brengt hij de jonge duiven nog een keer per week naar Ravenstein. Hij laat zijn jonge duiven gewoon bij elkaar en ze mogen aanrommelen zoveel ze willen.

Oude duiven
Seizoen 2007 werd begonnen met ongeveer vijftig vliegduiven. Jan beoefent met zijn duiven het traditionele weduwschap. De duivinnen worden meestal voor de inkorving getoond. Als Jan door omstandigheden geen tijd heeft, worden ze gewoon niet getoond. Als Jan de doffers hun duivin geeft, dan mogen ze vrij lang bij elkaar blijven. Aangezien de duiven de hele winter niet buiten vliegen, worden de doffers voor het seizoen een aantal keren weggebracht, want ze moeten toch wat kilometers maken en in het ritme komen.
Als de doffers van een vlucht thuis komen, mogen ze hun duivin hebben totdat de meeste duiven terug zijn. De oude duiven worden niet verduisterd. Jan heeft het afgelopen seizoen tijdens de natoer op een hok de duiven bijgelicht. De duiven hielden hun dekveren goed vast en presteerden uitstekend. De duiven krijgen een keer per week een bad, waaraan wat zout wordt toegevoegd.

Het voeren
De duiven krijgen vanaf het begin voldoende voer. Ze krijgen steeds hetzelfde voer, maar aan het einde van de week worden daar zonnebloempitten aan toegevoegd. Zowel de oude- als de jonge duiven worden hier niet opgevoerd. Jan voert de mengelingen van Bert Wielink uit IJsselmuiden, waaraan hij wat P40 toevoegt.

Training van de duiven
De oude duiven krijgen voor de training eerst volle bak voer. Ze trainen twee keer per dag voor zo'n twintig minuten. Wanneer de duiven geen zin meer hebben om te vliegen, dan mogen ze naar binnen. In het begin van het seizoen worden de duiven door de week nog wel een keer naar Ravenstein gebracht, maar zodra ze de gang te pakken hebben wordt gestopt met het wegbrengen.

Duiven gezond houden
Jan tracht zijn duiven gezond te houden door ze op zijn tijd een geelkuur te geven. In het seizoen is dat zodra het prijspercentage onder de 50% zakt. Hij geeft ze dan een paar dagen iets tegen het geel of hij steekt ze allemaal een geelcapsule op van dierenarts Nanne Wolff.
Na de vlucht krijgen de duiven anderhalve dag SA-mix van dierenarts Nanne Wolff in het drinkwater.


Prestaties
Peronne 1e in de kring met de 05-NL-2174111.

De "111" maakte een snelheid van bijna 1120 meter per minuut en had een riante voorsprong op nummer twee: 5 meter per minuut. De "111" is een doffer, die als vader heeft de "993" (F.W. Revermann x Günter Prange) en als moeder "zus 480" van F. W. Revermann (vloog 1e tegen 4313 duiven, 1e tegen 4048 duiven en 1e tegen 1082 duiven).
De kringwinnaar is een zomerjong en werd in zijn geboortejaar alleen op de natoer gespeeld. In 2006 kwam hij maar moeilijk op gang en vloog hij alleen aan het eind van het seizoen 2 keer op Chantilly goed in de kop. Naast de overwinning pakte Jan ook nog even de volgende plaatsen op het eerste blad: 11,24,41,47,49 en 77. Klasse!

Lommel 1e in de kring met de 06-NL-1832672,
die met en gemiddelde snelheid van ruim 1729 meter per minuut de kringoverwinning binnenhaalde. De "672" is een doffer, die gespeeld werd op eieren.
In zijn afstamming komen we als grootmoeder een duif tegen van de soort van F. Revermann, Nordhorn en aan de andere kant een grootmoeder van H. Eijerkamp van de soort Meulemans. Jan zette op deze vlucht een prachtige score neer: 1,16,17,19,21,26,44,67 enz. en 13 van de 22 in de prijzen.

Arras
In de regio was het zilver voor Jan, maar in de kring Apeldoorn was de prestatie van zijn weduwnaar 04-NL-1633057 goed voor de eerste plaats. Deze doffer was in 2006 ook al goed voor een regio-overwinning.
Zijn vader is de "400" (Jansen/Spiek) en zijn moeder de "800" (F.W. Revermann).
De grootouders van de "057" zijn langs vaderszijde van de soort G. en C. Koopman x W.A. de Bruijn en langs moederszijde de "999" van Jan (won 3x 1e in de regio) x de lijn van de "Kletskop" van Gommaire Verbruggen. Jan pakte in de kring 1,4,7,8,9 enz. Super!


Kampioenschappen 2007
Nationaal:
" 4e hokkampioen jonge duiven
" 8e duifkampioen jonge duiven met de 07-NL-1435743
Afdeling 8 GOU:
" 5e vitesse onaangewezen
" 7e midfond onaangewezen
" 2e jonge duiven onaangewezen
" 1e aangewezen jonge duiven
" 5e natoer onaangewezen
" 5e natoer aangewezen
" 2e generaal kampioen snelheid onaangewezen
" 1e generaal kampioen snelheid aangewezen
Regio 2 afd 8 GOU
" 4e vitesse onaangewezen
" 4e midfond onaangewezen
" 1e jonge duiven onaangewezen " 1e jonge duiven aangewezen " 2e natoer onaangewezen " 2e natoer aangewezen
" 1e duifkampioen natoer met de 05-NL-2174014
" 1e duifkampioen met de 07-NL-1435743

Andere liefhebbers, die goed presteren met duiven van Jan
Harrie Bouwmeester, Wenum-Wiesel; Henk Diks, Apeldoorn; Bram Scherpenzeel, Twello; Klaas Talen, Meppel; I. Vegter, Meppel; Harm Groeneveld en zn., Zalk; Comb. Nissen - Vermaas, Doornenburg; Jan Mayly, Maasdam.

Doelen voor de toekomst
Minder duiven gaan houden, omdat anders het werk teveel wordt. Zelf proberen gezond te blijven. Kijken of het opgebracht kan worden om het hele seizoen af te maken.

Tot slot
Ik was te gast bij een duivenvriend, die in eerste instantie niet voor de kampioenschappen speelt, want als extreem slecht weer wordt voorspeld of de duiven zijn niet optimaal, dan houdt hij ze gewoon thuis. Jan houdt te veel van zijn duiven om ze dan mee te geven. Hij heeft liever zijn duiven dan een paar punten voor een kampioenschap. Wanneer de duiven goed presteren dan komen die kampioenschappen van zelf. Jan, gefeliciteerd met de uitstekende prestaties van het afgelopen seizoen.