Search

In Arendonk werd geschiedenis geschreven. (1983)

Met piepende remmen komt een grote buitenlandse Mercedes tot stilstand. Bestuurd door Oosterlingen. De bocht is hopeloos scherp. En om voor automobilisten de moeilijkheidsgraad nog te verhogen ligt er juist in die bocht een brug.

Onbegrijpelijk dat dergelijke situaties anno 1983 nog bestaan. Maar tevens hoopgevend.
Niet alles heeft plaats moeten maken voor het kenmerk der 80-er jaren: sneller en effektiever. Zeker niet in de prachtige streek tussen Ravels Eel en Arendonk. Het ruikt er nog naar de natuur. Koeistronten op de weg en vogels die elkaar krijsend nazitten in de bossen. De brugwachter bij  brug 6 draait verveeld een sigaret. Twee jonge kerels aan het kanaal kijken hoopvol naar hun dobber. Ze dragen laarzen en een overall. Dezelfde overall die men elders 20 jaar geleden nog volop zag. Vis zit er niet veel meer in het kanaal. Maar wat is er beter dan na gedane arbeid of   schooltijd heerlijk ontspannen langs het kanaal te zitten ? Men wordt daar door niets of niemand afgeleid of gestoord. En die enkele passerende boot doet dat zo traag dat hij bij de natuur lijkt te horen.
De brugwachter reageert navenant. De brug gaat daar altijd veel te vroeg open en veel te laat weer dicht. En met twinkelende ogen kijkt de man vergenoegd naar die wachtende auto's waarvan de bestuurders hem verwijtende blikken toewerpen. Ik denk dat elk mens een zekere lust naar macht in zich heeft en het zijn vooral Duitsers die zich nogal eens willen ergeren aan de traditionele Kempische gezapigheid.
De beide vissers was de buitenlandse auto met Oosterlingen blijkbaar niet ontgaan. De aandacht voor de dobber was als bij toverslag ineens  totaal verdwenen en ze spoedden zich naar de Mercedes.

 "Janssenbrothers?"
De Oosterlingen maakten drukke knikkende gebaren. Ja, daar in Arendonk weet zelfs het kleinste kind wat het probleem is als een vreemdeling de weg vraagt. Die moet bij voorbaat naar enkele broers in de Schoolstraat die hun dorp beroemd hebben gemaakt tot in alle uithoeken van de wereld waar met duiven gespeeld wordt. Voor de jonge vissers, duidelijk studenten nog, was dit een enige gelegenheid om hun op school geleerde Engels uit te testen of op te poetsen. "Go straight on Sir. You'll pas the crossing Eindhoven Turnhout. Go to the centre  andthen left. First traffic-lights right. Then it is at the end of the street on your right. It's a normal house." Hoopvol kijken ze de Oosterlingen, waarschijnlijk Japanners of Chinezen, aan. Het is begrepen.
Het "normal house" valt in zulke situaties bijna steeds. Het klinkt als een soort verontschuldiging. De inwoners van Arendonk kennen de grootheid, de roem en de rijkdom van de Janssens. Zij vinden het huis van de Janssens normaal, maar ze weten ook dat vele vreemdelingen iets anders  verwachten. Het "normal house" maakt echter deel uit van de roem van de Janssens. Ze hebben altijd eenvoudig geleefd, nooit hebben ze meer willen zijn als ze waren en pronken met hun welstand hebben ze nimmer gedaan.
Een statige villa zou de harmonie tussen bewoners en huis trouwens ook volkomen verstoren. Maar een beetje "ongelovig de ogen wrijven" is iets dat eenieder overkomt die voor de eerste keer een bezoek brengt aan deze wereldvedetten.

Nadien verandert dit.
Dan wordt dat kleine witte poortje naast het huis iets vanzelfsprekends. Evenals dat goedaardig keffende hondje dat op elke bezoeker komt  toegesprongen. Geen dure rashond, geen bloeddorstig uit de ogen kijkende waakhond, nee een gewoon simpel hondje. Wat raszuiverheid betreft een schril contrast met de andere dieren die op nummer 6 hun tehuis hebben.
Maar een eerlijk hondje. Vooral voor het vertrouwde bezoek De aanvankelijke achterdocht maakt bij het beest al heel gauw plaats voor   hartelijkheid, zelfs een beetje genegenheid. En wie zei ook weer dat honden vaak veel gemeen hebben met de eigenaar?
Op het erf is het een en al properheid. De nieuwe tegels lijken elke dag een schuurbeurt te krijgen. Geen Pluinipje geen duivenstront. geen stofje, niets. De tuin lijkt er na  eenmaal goed geharkt te zijn, voor eeuwig bevroren bij te liggen. De reusachtige pereboom op het voo r zo'n boom te kleine erf, wordt gekoesterd. Evenals het nestje van een koolmees dat elk iaar weer oo dezelfde plek te vinden is. Je kijkt op een  hagelwft geschilderde schutting, waaronder  een bank. Wat peuken tussen de struiken vertellen U dat die bank er niet voor niets staat. En de hond zal binnen keffen tot de oudste van de Janssenbroers hem kalmerend toespreekt. Het is Sjef, altijd uiterst vriendelijk een pijp tussen de bruine tanden. Sjef gaat nog dageli,ks zijn wandeling maken Hij is er voor het loopwerk. Hij mandt de duiven m brengt de klok weg en augustus en september vindt je hem met een groot mes in de handen langs de akkers. In een ouderwetse tas verdwijnen wat geheimzinnige toestanden. Sjef snijdt dan "stelen". "Daarmee hebt ge geen last van het geel , weet men intieme vrienden te vertellen. Want als de Janssens aan hun duiven iets anders geven dan graan en water, dan zal men steeds zijn toevlucht nemen tot de natuur. Zo deed vader Henri het, en zo  doen de zoons het in 1983 nog. Zelfs het water kan men zich nauwelijks natuurlijker bedenken. Beweren sommige duivenkampioenen dat zij hun vogels nooit iets anders geven dan gewoon voer en zuiver kraantjeswater. dan is dat kraantjeswater de Janssens nog niet natuurlijk  genoeg. Charel haalt het water voor de duiven elke dag weer uit een diepe ouderwetse put onder de perelaar. Soms wordt er wat kalk ingegooid. ,"Is veel beter dan leidingwater". beweert Charel, en we moeten zeggen, het smaakt overheerlijk.

Louis treft men meestal liggend op een bank. De benen onder het lichaam gevouwen. De bezoeker wordt door een enigszins wantrouwende, verveelde blik getaxeerd. Weer bezoek ? Krantenmensen misschien ? Maar die komen er toch niet al te veel ? Of misschien nieuwsgierigen die "toevallig in de buurt waren" en menen de Janssens een plezier te doen even binnen te wippen. Charel is aanvankelijk weinig van zeggen. Hij babbelt liefst over de wedvluchten, het weer e.d. en bij hem moet het ijs eerst duidelijk gebroken zijn. Hij zal nooit de eerste zijn om het woord te nemen. Dat doet Louis. Zonder veel omwegen vraagt hij naar de reden van het bezoek. En hij heeft reden wat afstandelijker en norser over te komen dan hij in wezen is. Al te vaak immers komt er volk over de vloer met maar één doel voor ogen: aan  vrienden en kennissen te vertellen dat ze bij DE Janssens zijn geweest. En het liefst worden dergelijke woorden dan nog kracht bijgezet met een foto ook.
Want soms lijkt het "normal house" in de Schoolstraat werkelijk op een bedevaartsoord van Chinezen, Amerikanen, Japanners, zij allen hebben bijna zonder uitzondering bij een eventueel bezoek aan Europa Arendonk op het programma staan. Maar voor de Janssens hoeft het allemaal niet meer zo. "Sights" moet men ergens anders maar gaan zien. Bovendien hebben de Janssens vrienden genoeg. En anders dan vele andere vedetten in de sport weten zij nog wat menselijkheid en hartelijkheid is. Een vriend blijft een vriend en is op alle momenten van de dag welkom. Maar de Janssens één maal bedriegen is ook voldoende om er voor altijd gelegen te hebben!
Die vriend echter voelt zich in de Schoolstraat al heel gauw thuis. Tijdens diens bezoek doen de Janssens "gewoon door" en als het etenstijd is, en dat is naar goed Kempisch gebruik 4 maal per dag, gaan ze eten. Al kwam de koning in eigen persoon op bezoek! Die goede vriend hoeft zich ook niet aan te kondigen. En die weet ook dat hij op tijd weg moet gaan. Om 10.00 uur is het bedtijd en nooit zullen ze zich door bezoek laten
verleiden op te blijven tot in de nachtelijke uren want de volgende dag moeten immers de duiven verzorgd worden en die gaan voor alles. En die vriend weet ook dat er één moment is dat hij niet welkom is. Dat is 's zondags ochtends. Als de duiven moeten vallen.
Want ook in 1983 nog is de grootste vreugde die deze in het verleden zo gelauwerde mensen kunnen beleven, het schitteren op de concoursen.
Met een bijna kinderlijk aandoend enthousiasme en nervositeit worden elke zondag weer de duiven opgewacht. De sport heeft altijd op de eerste plaats gestaan en dat is nog zo. Het eerste teken van genegenheid, is een flesje bier. Zonder glas. Sommigen zitten bij hun tweede bezoek al aan dit flesje. Voor anderen zal Louis niet naar de kelder gaan. Hun aantal is echter klein.

  

Op een kast staat een foto van een vief uit de ogen kijkend iemand. Het is vader Henri zaliger. "Driekske" in de volksmond. Aan de muur hangt een foto van moeder Janssen. De goedheid straalt af van haar gezicht. Ook de foto van zus Irma, evenals de meeste broers nooit getrouwd, heeft zijn plaats. Ze werd op handen gedragen, door allen, en tot haar dood was ze bezorgd voor haar broers als een moeder voor haar kinderen.
Elders hangt een groot schilderij met Louis en Jaan. Gemaakt door een Taiwanees. Uit dankbaarheid, of misschien ook met de bedoeling een  koppel eitjes in ruil te krijgen. Enkele trofeeën is het enige dat er op wijst dat daar in die eenvoudige kamer mensen zitten die ook nog aan sport doen. Verder ziet alles er uit zoals het er een halve eeuw geleden uit gezien kon hebben. Alleen de t.v. verraadt dat de 20e eew op zijn retour is. Een TV. die echter nog maar heel weinigen aan hebben zien staan. Het enige dat de Janssens interesseert is een mooi toneelstuk en ook die andere Belgische volksport: wielrennen. Verder hebben ze eigenlijk maar één ding in hun leven: duiven. Zo was het een halve eeuw geleden en zo is het ook nog in 1983. Het is aan bijna niets te merken. Maar wie in dit "normal house" aan de Schoolstraat in Arendonk over iets anders dan  duiven praat is weinig interessant.
En behalve die gesprekken die van 's morgens tot 's avonds, week in week uit, over duiven gaan, is aan bijna niets te merken dat hier de meest beroemde duivenliefhebbers aller tijden wonen.
Geen hopeloos lange rij hokken zoals bij vele bekende sportgenoten. Geen afzichtelijke trofeeënkast. Geen zwermen duiven die hun rondjes zonder einde maken. Alleen een oplettende bezoeker ziet hoog in het dak ouderwetse kleppen steken. En mogelijk achter de perelaar een witte wand met een invliegraampje dat wel eens zou kunnen wijzen op een duivenhok.
Met ouderwetse boomse pannen. En je moet al heel goed bevriend zijn met de Janssens of tekenen geven over een dik gevulde beurs te  beschikken om tot dit hokje toegelaten te worden. Een hokje zo simpel dat het de eerste duivenkooi zou kunnen zijn van een tiener. Spinnewebben tegen de pannen. Broedbakken die 25 jaar oud kunnen zijn. Latjes schots en scheef en alles van de goedkoopste materialen. Een eenvoudiger duivenhok is amper denkbaar. Alleen een wat vreemd aandoende bedrading tegen de pannen zal de aandachtige bezoeker doen  beseffen dat men op een zeer bijzondere plaats is. Hier op dit hokje zitten de meest begeerde duiven van heel de wereld. Hun voorouders hebben een revolutie veroorzaakt in de duivensport. Ze waren van zo'n weergaloze klasse dat ze de duivensport een ander aanzien hebben gegeven.
De meest sprookjesachtige resultaten werden en worden hier nog geboekt. Al wat naam en faam heeft in de duivensport is hier op het erf geweest. En in alle uithoeken van de wereld waar met duiven gespeeld wordt is het woord "Arendonk" een begrip geworden. Nog nooit in de geschiedenis slaagde iemand er in zo ingrijpend het sportgebeuren te bepalen als Henri Janssen zaliger en zijn zoons.
Wordt Ulens wel eens aangezien als de man die de moderne postduif ontwierp. De Janssens veredelden deze. En tot in lengten van dagen zal de duivenliefhebber over heel de wereld blijven spreken over Henri Janssen, Fons, Charel, Louis, Adriaan, Frans, Sjef en Vic. De eenvoudige mannekes die het Kempisch dorpje Arendonk een wereldklank gaven.