Search

Weduwschap in al zijn aspecten - deel VII

Welke tekens van vorm kunnen tijdens de dagelijkse oefenvluchten nagegaan worden? Kan men op het zicht van een oefenvlucht voor weduwnaars uitmaken dat ze niet in vorm zijn?

Welke tekens van vorm kunnen tijdens de dagelijkse oefenvluchten nagegaan worden?

Weduwnaars in vorm springen zodra de til geopend wordt toe, ze laten een licht wolkje zeer fijne lovertjes dons na. Ze gaan snel de hoogte in en in 30 tot 40 seconden hebben zij reeds een behoorlijke vluchthoogte gehaald. Deze hoogte kan echter, naargelang de weersgesteldheid, van dag tot dag verschillen. Meer dan eens hebben wij weduwnaars in goede vorm onmiddellijk bij vertrek de hoogte zien ingaan, zonder eerst de tijd te nemen even rond te toeren. Zij vertrekken en verdwijnen volledig uit het gezicht tijdens tien, vijftien tot twintig minuten. Dan komen ze op grote hoogte terug, bijna altijd van uit  tegenovergestelde richting dan deze waarin ze verdwenen. Bij deze eerste aankomst gaan ze uiteen, daarna verzamelen ze opnieuw om opnieuw te vertrekken. Men moet ze bij hun terugkeer van deze eerste twee uitvluchten nauwkeurig nagaan, want het is hierin dat men het best de meest zenuwachtige en de meest dynamische weduwnaar herkent.

Gaat het om een tamelijk grote groep, dan is het moeilijk om ze in de ploeg te herkennen. De best in vorm zijnde zijn te herkennen aan een zeer krachtig en aanhoudend klappen van de vleugels alswanneer ze het hok overvliegen, eveneens alswanneer ze de groep verlaten om gedurende een honderdtal meter een vreemde duif die plots voorbijkomt te vergezellen. Alswanneer ze op het dak neervallen, dan zijn ze even bedrijvig als een colonie werkbijen, de ene kirt,  een andere roept, een derde vliegt op, laat zich opnieuw vallen om eens te meer op te vliegen. Eens deze schone ijver aan 't verminderen, wordt het tijd ze te doen binnenkomen. Het is van belang elke duif afzonderlijk te bestuderen. Stelt men bij een gewoonlijk kalme duif een toegenomen vurigheid vast, dan is er meer gegronde reden tot juichen dan alswanneer men bij een steeds uitbundige duiver eens te meer zijn gewone capriolen opmerkt. Er komen weduwnaars voor die onophoudend kirren en de vleugels klappen, maar toch nooit een hoofdprijs halen.

Dergelijke vogels kunnen een groot gevaar betekenen voor een liefhebber, die niet de voorzorg nam ze bij voorbaat na te gaan. Is de ploeg op oefening, dan moet haar vlucht tijdens geheel het eerste gedeelte snel zijn. Een duif die gedurende een lange tijd de vlucht verlaat en al eens terugkomt nadat de andere binnen zijn, is ofwel afkerig ofwel in zeer grote vorm. Komt dit meerdere dagen vóór de inkorving voor, dan dienen voorzorgen genomen te worden; het kan nodig zijn hem, al ware het maar gedurende een minuut, zijn duivin te tonen teneinde hem op het peil van de andere te brengen.

Kan men op het zicht van een oefenvlucht voor weduwnaars uitmaken dat ze niet in vorm zijn?

Een geoefend liefhebber kan zowel uit vrije of gedwongen vluchten evenzeer hetzij een tijdelijk hetzij een definitief uit vorm zijn, dan wel de grote conditie van zijn ploeg opmaken. Voor de geldspeler bestaat de grote moeilijkheid van het weduwschapspel juist in het achterhalen van het ogenblik waarop de grote vorm begint, alsmede van het ogenblik waarop hij daalt, teneinde bij het opmaken van het inschrijvingsbulletijn hiervan nauwkeurig notitie te nemen. In geval van opgaande vorm moet men plots inzet en poules aanmerkelijk verhogen, in tegengesteld geval doet men ze even vertikaal dalen. Duiven uit vorm beginnen van bij de opvlucht rond te toeren en halen niets meer uit dan in steeds kleine kringen rond het hok te vliegen. Zodra ze vallen, doen ze niets anders dan in hun gevederte woelen, alsof ze met luizen verveeld zitten. Was het een gedwongen vlucht dan laten ze zich, alle vlag ten spijt, op het dak neervallen en zoeken ze toevlucht hetzij op de schoorsteen van de gebuur hetzij op het veld. Let wel, uitzondering dient echter gemaakt te worden voor een duif in grote vorm, die even voor een minuut neerstrijkt om te kirren en dan onmiddellijk met sterk geklap weer opvliegt en vertekt. Was de oefenvlucht vrij, dan blijven weduwnaars in slechte conditie niet lang in de lucht, men vindt ze zonder enige levendigheid op het dak. Zelfs bij goed weder vliegen ze laag, bij vrije slag duikelen ze voortdurend om daarna enigszins te stijgen teneinde over daken en bomen te scheren. Staan de zaken zo, dan doet men best geen hoge verwachtingen te koesteren.

Wat te denken over weduwnaars die tijdens de oefenvluchten het veld zoeken?

Algemeen is het een slecht teken en men doet best zich niet al te veel op deze weduwnaars te steunen. Nochtans zijn er op dit gebied wel uitzonderingen, want alles hangt af van de gewoonte die men destijds heeft laten aannemen. Indien b.v. een liefhebber zijn kolonie tijdens het naseizoen en ook nog tijdens de lentekweek heeft laten veldvliegcn, dan is de kans groot dat zijn duivers, eens op weduwschap gesteld, voortgaan met de velden te gaan opzoeken of ze er soms hun duivin niet vinden, gezien ze er aan gewoon waren aldaar met haar rond te zwerven. Is het zo, dan is een korte veldvlucht van tijd tot tijd niet altijd een teken van uit vorm zijn. Het is ook geraadzaam een langdurige afwezigheid buiten het gezichtsveld van verschillende weduwnaars niet altijd verkeerd te interpreteren, want het is best mogelijk dat ze ver vliegen zonder zich op velden neer te laten. Men kan er zich gemakkelijk over vergewissen door onmiddellijk bij aankomst zorgvuldig bek, poten en vooral staart van duiven die lang uitbleven na te zien. Van uitzonderingen gesproken, wij hebben herhaaldelijk een van onze beste weduwnaars kunnen gadeslaan die nauwelijks tien minuten of een kwartier na het verlaten van het hok reeds met een sprietje in de bek rondvloog. Het staat vast, dat dit momenteel neerstrijken op het veld niets te maken had met een ongewone zwerftocht. Want het is juist alsdan dat deze duif haar beste uitslagen behaalde.

Hoe kan men bij het nagaan van de oefenvlucht der weduwnaars oordelen of de vorm stijgt of daalt?

Men moet vergelijkend te werk gaan. En het is de liefhebber zelf die zijn eigen duiven moet vergelijken. Het gaat dus niet op de vlucht van duiven van een kolonie te vergelijken met de vlucht van een naburige ploeg. Zijn weduwnaars in opgaande conditie, dan moeten ze, bij gelijke weersgesteldheid, hoger, sneller, langer, meer in verspreide orde en zenuwachtiger vliegen dan tijdens de voorgaande weken. Noteren wij ter zake eveneens, dat de duiven bij helder weder met een zachte wind hoger en met meer vreugde vliegen dan bij zeer warm en zwaar weder. Noteer ook nog, dat de duiven van onze gebuur heviger kunnen zijn en standvastig met de vleugels klappen, zonder daarom noodzakelijk in betere vorm te zijn dan de onze. Dit alles hangt soms meer af van de op het hok toegepaste methode dan van de bereikte vorm. Voorbeeld: weduwnaars die de dag door in hun vak opgesloten zijn, zullen bij de oefenvlucht altijd een grotere uitbundigheid vertonen dan anderen wiens vak altijd open blijft. Het is van belang de manier van vliegen van uw ploeg weduwnaars, alswanneer ze haar beste uitslagen behaalt, te onthouden.