Search

Jaarlingen-weduwnaars moeten goed opgeleerd worden

Al wie met jaarlingen speelt zou ik de raad willen geven van ze zeer goed uit te testen door de enige waardevolle keurmeester die er voor een sportduif bestaat nl. de reismand.

Jaarlingen moeten veel reizen en men hoort soms vertellen dat ze met omzichtigheid moeten behandeld worden, akkoord voor wat het aanleren betreft, maar eens in de dans moeten ze de baan op. Ik ben het er echter niet mee eens als men gaat vooropstellen dat alleen die jaarlingen, die goede resultaten behaald hebben, een kans krijgen om het te bevestigen als oude duif. Neen, er zijn nl. altijd jaarlingen die er heel wat tijd over doen om het weduwschap beet te hebben en onder die twijfelaars, zoals ze wel eens genoemd worden, schuilen dikwijls, ja zeer dikwijls, goede tot steengoede oude duiven.

Het is daarom dat ik het vnl. op prijs stel dat een jaarling vaak kennis maakt met de korf en ook dat hij de kans krijgt om zich te manifesteren in de grote massa. Dit wil zeggen dat een vitesser er gerust 10 tot 12 gummi's mag aan spenderen, bovendien dat een midfondspeler na vier vitessevluchten als aanloop er gerust zes vluchten van 300 a 400 km mag mee spelen, en dat de fondliefhebber na een gemiddelde reeks van vier midfondvluchten aan de jaarlingen met gerust geweten twee kleine fondvluchten mag opleggen. Ik bedoel vluchten van 500 km. Geen drie hoor want dat is van het goede te veel.

Alleen zou ik vragen van de jaarlingen te stoppen voor eind juli en ze niet meer in te korven in augustus. Een jaarling die goed presteert zult ge nog niet zo vlug kapot spelen, ik hoor dat gezegde niet graag, laat ze maar vliegen maar stop ermee eind juli. Dan moeten ze terug naar de natuur en een jong groot brengen. Zo gaat het ook op mijn hok, alle jaarlingen die een schoon programma van vier vitesjes en vier midfondvluchten gevlogen hebben, krijgen een plaats op het hok van de oude.

De jaarlingen worden behandeld voor wat de voeding aangaat zoals de oude duiven. Ik ben dus voorstander van de jaarlingen niet te veroordelen op het terrein van hun prestaties maar van ze duchtig aan de tand te voelen door deelname aan de wedstrijden. Ik heb veel liever dat men zijn jonge doffers als jonge duif niet afjakkert en zeker niet aan fondvluchten voor de jonge duiven laat deelnemen (wel de jonge duivinnen) en dat men de gespaarde jonge doffers met volle overgave laat kennis maken met de vluchtroutes. Het is daarom dat mijn jaarlingen zowel ingezet worden op Dourdan, Corbeil als Etampes en Orleans.

Jaarlingen inzetten op de zware fond tot St. Vincent is uit den boze, het is een verkeerde opvatting van de inrichters die het toelaten en er wordt een nefaste publiciteit gemaakt door de reporters als er soms bij uitzondering eens een jaarling een bravourestunt uithaalt op de zware fond. Het is een verkeerde voorstelling maken van de ware feiten en die zijn dat men jaarlingen wel kraakt op de zware fond. Men verlegt steeds maar de grenzen en dat leest men als barnumreclame in de krant. Ja hoor, het is verkeerd ook al heeft men nog zoveel duiven. Ik geloof er niet in dat ook een grote naam zich de luxe mag en kan permitteren van een steengoede jaarling te wagen op een vlucht boven de 800 km. Neen, want daarvoor zijn de hele goede te dun gezaaid en lost de publiciteit rond die jaarling niets op voor de toekomst. Na het spel met de jonge duiven is de jaarling een onbetwistbare beginneling die als weduwnaar al zijn kansen moet krijgen zonder hem daarom te forceren. Daarom kan het woordje geduld niet vaak genoeg herhaald worden in de duivensport. Ik bedoel dat op vele hokken de liefhebber niet het nodige geduld kan opbrengen om te wachten tot zijn doffers echte weduwnaars zijn. Het is niet na twee a drie weken dat men volslagen weduwnaars heeft. Een beginneling moet het tenminste tien weken kunnen volhouden, standvastig blijvend met zijn systeem, onveranderlijk op het terrein van de verzorging, met kordate en vaste hand als het voedertijd is, wachtend op het vallen van de eerste pen, wachtend op het vallen van de tweede en de derde en wachtend op het moment dat het voor zijn hok ook eens een begenadigd moment zal mogen zijn. Het heeft immers niet de minste zin van reeds na een maand te herkoppelen, het kan en het zal zeer dikwijls zo zijn dat het aan uzelf gelegen is dat ge nog geen echte weduwnaars op uw hok hebt. Gaat het echt niet, goed dan, raadpleeg eerst een veearts om te zien of op dat terrein alles o.k. is. Goed, laat desnoods uw duiven een week thuis,  goed, maar niet noodzakelijk op de vitesse en soms nodig op de midfond maar wel altijd nodig op de fond want daar, mensen, daar worden veel duiven ingekorfd die niet voldoende gerekupereerd hebben. Jawel, niet voor de tweede fondvlucht! Maar zeer dikwijls voor de derde kanjer en met de spijtige verliezen voor wie niet luisteren wil. Er moeten zeker drie weken rust gegeven zijn als men een vierde fondvlucht wil opleggen. Het heeft niet zoveel belang als het maar van 500 tot 700 km betreft, maar wee u als ge u waagt boven de 800 en 900 met duiven die niet hersteld zijn van de voorgaande vlucht.

Vier is goed tot Angoulème, drie is genoeg als men verder gaat. Al wie op de zware fond het onderste uit de kan wil hebben pleegt zelfmoord met zijn duiven, alle reclame in de kranten voor die ene uitzondering ten spijt, want ik zeg dat die duif het geen tweede keer zal doen. Vier boven de 800 km is te veel!

Wanneer een duif niet overbelast wordt met een te zwaar programma kan ze jaren meegaan, veel langer dan u denkt. Op de grote fond gaan ze nog een paar jaartjes langer mee, omdat daar niet de snelheid maar wel de kracht en de ondervinding ook een woordje mee te praten hebben in het spel. Ik zal u nooit vragen om een goede vroegtijdig te stoppen, om de goede reden dat u er in het voorjaar een koppel jongen uit moet kweken en de tweede ronde eitjes verleggen. In het najaar doet u identiek hetzelfde, en dan hebt u er ook acht jongen uit als het wat meevalt. Een extra kan in het voorjaar zelfs  drie koppels eitjes geven zonder schade te berokkenen, zodus spelen met verstand.