Search

Conditie: zichtbare kenmerken

De conditie bepalen is wel een van de moeilijkste punten in de duivensport en het is wel zo, dat we het allemaal weten van zodra een duif met meer of minder succes een vlucht heeft afgewerkt.

Daarom maken we steeds het meest staat op deze welke al presteerden. De rest is grotendeels fantasie en ook juist daarom blijven we dikwijls vertrouwen stellen in een duif welke het destijds kon maar nu op is.

Misschien is dat op zich maar schijn: er zijn duiven welke goed gevlogen hebben vorige jaren en er dit jaar niets van bakken. Betreft het duiven welke goed geweest zijn met kopwind en warmte over 400 à 500 km. en niet afgevlogen thuiskomen, steek ze dan gerust door. Ze komen slechts te laat omdat de afstand te gering is voor hun leeftijd. Denk er wel om: niet leeg gevlogen met warm weer. Het moge dan een straffe tegenwind geweest zijn maar niet warm, dan is dit geen voldoende maatstaf om over de sterkte te oordelen. We bedoelen hier de maatstaf van echte zomervluchten: tegenwind en warmte.

Als duiven met heet weer dorstig thuiskomen moeten we niet zonder meer de blaam naar de verzenders werpen: onvermijdelijk zullen ze dorst hebben, ook als ze ’s morgens in de mand nog te drinken kregen. We moeten om een sterke stam te behouden, vooral belang hechten aan duiven welke het doen met heet weer; warmte is de grootste hindernis voor duiven: daarom zijn de vluchten welke doorgaans met tegenwind en warmte tevens veruit de zwaarste, het is dan best mogelijk dat het vele uren duurt voor vluchten van 300 à 400 km. Denk eraan dat na dergelijke vluchten zelfs de kopvliegers recht hebben op rust, al zien ze er goed uit; vooral als het om de 500 km. te doen is, al doen ze niets dan spelen de hele week door, al zijn het weduwnaars en al is de winst nog zo verleidelijk. Het is best mogelijk dat van een zware vlucht duiven wegblijven. Maar hebt u zich al eens afgevraagd wat ze daarvoor presteerden? Een zware vlucht, en de week daarop niet voldoende uitgerust weer mee, kan het wegblijven veroorzaken. Daarom menen wij, dat slechts deze goede melkers zijn welke de moed hebben op tijd en stond een duif thuis te houden. Tenslotte moet men niet eens melker zijn om duiven mee te geven en om prijs te winnen als de duiven het aan het doen zijn; men moet echter wel melker zijn om een duif thuis te houden, wat we gewoonlijk slechts inzien wanneer het te laat is.

Platte uitwerpselen bij weduwnaars kunnen wel eens een teken van conditie betekenen, van te nerveus zijn. Ik herinner mij dat de ‘Montauban’ van vriend Van Steenberghe steeds platte uitwerpselen vertoonde wanneer hij buiten geweest was. Niet ’s nachts, ook niet in de winter noch in de kweektijd. Wel op weduwschap, na de buitensluit, ’s morgens en ’s avonds. Een bepaald seizoen waren er minder platte uitwerpselen en hij vloog toen minder goed. In de helft van het seizoen waren de uitwerpselen platter en hij kwam weer naar kop. Daarom moeten we met ‘schijters’ zoals men ze in de Vlaanders noemt, rekening houden en maar niet ineens veroordelen en kappen. Waarschijnlijk zijn zenuwen aansprakelijk voor dit verschijnsel hoewel er natuurlijk ook ziektekiemen als trichomoniase of coccidiose kunnen mee gemoeid zijn. Een hok met niets naders dan ‘schijters’ zal het zeker niet ver brengen. Niet noodzakelijk moet elke afstammeling van zo een ‘schijter’ dezelfde verschijnselen brengen: De zoon van de ‘Montauban’ deed dat wel en vloog ook goed. Een zoon van de ‘Olympia’ had nooit platte uitwerpselen en vloog ook goed. Waarschijnlijk een kwestie van kruising en overheersing van erffactoren. De abnormale ontlasting is zeker een kwestie van overdreven zenuwachtigheid, een afreageren van het gestel om ergens in het lichaam evenwicht te brengen. Wij vermoeden dat wanneer dergelijke duiven niet derwijze zouden kunnen reageren, ze geen prijs zouden kunnen winnen. Denk vooral niet dat dergelijke duiven geen fond aankunnen. De hierboven aangehaalde duiven vlogen fond en dat kunnen vele andere melkers ook bij ervaring staven.

Duiven welke te zot staan, kunnen ook licht worden staan: geef ze alvast een paar dagen geen erwten noch bonen, ook geen wikken en evenmin klein eten. Om het zotte er uit te krijgen zouden wij ze maar wat doen vliegen al lijkt dat misschien zonderling. Ook leeg gevlogen duiven staan licht. Dergelijke vogels mogen in geen geval nog mee voor ze weer in conditie zijn. Om over die conditie te oordelen zouden wij ze niet verder meegeven, maar dichterbij of op dezelfde afstand houden. Wilt u ze kwijt zijn, geef ze dan maar verder mee. Profiteer van de tussenvluchten om dergelijke duiven terug te trekken en ze een kans te geven van dichterbij om zich te tonen. Dat terugtrekken en weer hoger op gaan is zeker beter dan slechts te oordelen op de houding in de week bij het uitlaten. Klapwiekers kunnen u best om te tuin leiden. Het kan erg bedrieglijk wezen en wij zouden er zeker niet op rekenen. Het zijn niet altijd de zotste van in de week welke ’s zondags aan kop komen. Ook niet de ergste klapwiekers zijn de beste vliegers. Er zijn tal van kampioenduiven welke in het geheel niet opvallen. Ze toeren mee rond het hok. Ze zitten op het dak wanneer ze de kans klaar zien, blijven nooit extra vliegen wanneer de ramen worden open getrokken, laten nooit op zich wachten, zijn er altijd en ook ’s zondags. Dan alleen doen ze zich opmerken. Gewoonlijk zijn ze een paar keer in hun hemd mee gemoeten omdat we ze niet betrouwden. We laten ons immers maar al te gauw verleiden door de braniemakers. Maar denk erom, de druktemakers kunnen na een paar weken de centen weggevlogen hebben.

Duiven aangetast door ziektekiemen kunnen er uiterlijk goed uitzien, daarom is het niet onlogisch een vogel te laat, of de volgende dag of helemaal niet meer te zien thuiskomen. Er kan dagen vooraf een trichomoniasebesmetting zijn, welke uiterlijk niet waar te nemen was. Ook zieke mensen kunnen er nog schitterend uitzien. Na hun ziekte zien ze er waarschijnlijk veel slechter uit. Er komt een moment bij de duif dat de grens overschreden is, dat het gestel niet meer de bovenhand heeft in de inwendige strijd tegen de ziektekiemen en dan blijft ze weg of komt veel te laat thuis. Daarom is het voortgaan op uiterlijke conditieverschijnselen gevaarlijk. We kunnen er ons schromelijk bij vergissen en heel wat centen kwijt geraken. Eens dat we weten dat de weerstand van een duif tegen vermoeienis of tegen ziektekiemen niet meer voldoende is, is het gewoonlijk te laat. Al kunnen we bezwaarlijk op wat anders steunen om de conditie te bepalen dan op de uiterlijke kenmerken: er is de houding van de duif, er zijn: het mooie rode vlees, de fijnheid van de pluim, het gladde, het poederige bij het aanvoelen. Van binnenin kunnen we het echter niet beoordelen, tenzij we heel speciale gaven hebben zoals wel enkele betweters durven te beweren.

Comments

Mooi stuk hierboven!

Ik heb zojuist op FB een stukje gepost over het belang van een stijgende zon; zonne-energie, want als het zolang blijft duren komen onze duiven hun benodigde zonuren tekort, net als wij mensen. De uiterlijke en innerlijke uitwerking van een tekort aan o.a. vit. D kan desastreus zijn voor hoogbejaarden en onze jonge duiven en jaarlingen, want die hebben nu eenmaal nog sterke botten nodig. Ook al zijn ze bij de duiven hol (de beenderen); dan nog moeten ze wel van een goede kwaliteit zijn om een duif vanbinnen uit gezond te houden, want net als bij de mens wordt in het beenmerg het nieuwe en goede bloed aangemaakt. Maar daar is wel een juiste verhouding vit. D - calciumzout en fosfor enz bij nodig.

Maar hoe je het ook wendt of keert: de zon is de bron van al het leven en daarom moeten de lage drukgebieden nu maar is ophouden met de spelbrekers rol in te nemen. De hoge druk moet de maanden mei, juni vlug komen helpen om de zon en zijn magnetische regen vrijbaan te geven d.w.z. de wolken dun genoeg maken om de zon de laatste restjes ervan te laten oplossen. Waardoor de duiven en hun bazen + gezinnen volop zich kunnen laven aan de broodnodige vitamine D.

Oh zon, waar blijft ghij..Wink

(Groningen, Nederland)

Geachte Van Hove...

"oh zon ,waar blijft gij"...

Wat denken de medico-liefhebbers van het toedienen van vitamine D...

Ik heb hier ooit iets van gehoord...maar ik weet het fijne hiervan niet.
Georget