Search

Vanlint Michel, "Op de schoolbanken, bij meester 'Michel Vanlint' "


2005
was ongetwijfeld een topjaar. Het zat er aan te komen want alle goede zaken bestaan uit drie. De Belgische duivensport is sinds zijn onwaarschijnlijke come-back niet meer dezelfde.
Afgelopen seizoen, na een zoveelste aanslag op het wedstrijdgebeuren keek de tegenstand verveeld naar de eigen opgeblonken schoentippen.

Hij wordt verguisd voor zijn speelstijl maar snoert de criticasters de mond het buitenaardse resultaten, prestaties die voor onmogelijk gehouden werden. Reeds drie opéénvolgende jaren maakt hij zowel tijdens als na afloop van het vliegseizoen, gesprekonderwerp nummer één uit. Vanlint Michel is “hot”.

Onwaarschijnlijke come-back op de internationale duivensportscène.
Zijn beste kameraden verklaarden hem voor zot toen Michel in 2002 hen in vertrouwen nam en op de hoogte bracht van zijn beslissing om samen met vrouw en kind naar België terug te keren en de draad van zijn stopgezette duivenloopbaan weer op te nemen. Met een handvol duiven, geschonken door de vrienden Herbots, Oliviers-Devos, W.A. De Bruyn, (de gebroeders Dewit X Steven Van Bremen X Schaerlaeckens) kwam hij aan de start van het seizoen 2003, er zich terdege van bewust zijnde dat hij zich géén mislukking kon permitteren. De verenigde tegenstand wette reeds de messen en verkneukelde zich langs de zijlijn om de voorspelde afgang. Het vervolg kent éénieder ….Vanlint was niet alleen “back in town” doch ook “ back in Business”.

Onmiddellijk greep hij de tegenstand bij de keel.
Het Tiense “Obrafo” toch één van de sterkst beklante duivenmaatschappijen van het land, werd door zijn jonge duivenploeg overweldigd. Het volgend jaar zou het heel wat minder zijn voorspelde de criticasters. Het nieuw van het hok was eraf, de jonge duivenploeg was kapot gespeeld door het hels opgelegd vluchtprogramma., het weer, alle mogelijke verklaringen werden er aangebracht. Er geldt immers een ongeschreven duivenaxioma dat stelt dat de prestatiecurve van éénder welk hok steeds een golvend karakter kent.. Alhoewel de begeleiding en de verzorging op hetzelfde schoeisel geleesd zijn, de duiven dezelfde kwaliteit hebben, het steeds de “forme” is die de weegschaal in één of de andere richting doet kantelen. Alleen lijkt dit niet op te gaan voor de Zoutleeuwse topformatie.


Duivenlogica …weg ermee

Zekerheden bestaan voor hem niet en een zoveelste duivenwaarheid als een koe werd van tafel geveegd want de roepers werden ook dit maal niet op hun wenken bediend. De resultaten van 2004 liegen er niet om.
De zogenaamde “kapot gespeelde duiven” weerlegden alle duivenlogica. De geboekte resultaten op de nationale en semi-nationale vluchten geven dit duidelijk aan:
Semi-nat. Argenton (6.986d): 1-7-9-11-18 enz…
Argenton nationaal Jaarlingen (3.949d) : 3-9-12-24-37-45-46-47
Nationaal Argenton Jonge (23.010d). 13-21-45
La Souterraine-nationaal verband (3.096d): 1-4-8 enz…
La Souterraine Zone C (1.564d) : 1-2-5-18 enz.
Nationaal Vichy (2.460d) : 1-2-9-26-45-46-47.

Driemaal is scheepsrecht moet Michel Vanlint gedacht hebben bij de aanvang van het sportseizoen 2005. Op de schoolbanken leerde ik de trappen van vergelijking, ‘k zou zeggen -2003 was prachtig, 2004 was prachtiger en inderdaad 2005 was het “prachtigst” Tot nog toe wel te verstaan want waar gaat dit nog eindigen ? Dit is toekomstmuziek, alhoewel…..als het om Vanlint gaat weten ze ondertussen in de duivenwereld dat i.p.v. een zwanenzang meestal een loflied weerklinkt, tot spijt wie benijdt. Terug naar de feiten van het afgelopen jaar, een onwaarschijnlijke aanéénschakeling van hoogtepunten..

Vliegende start
Het seizoen kon niet beter beginnen. Vooral de jaarlingenploeg nam een vliegende start. Reeds bij de eerste Hafo-vlucht gaven zij hun visitekaartje af .
In de schoot van de “Petit Club de Fleurus” haalden er 25 van de 46 het resultaat uit Toury en zette de volgende prijzenregen neer nl. 1-2-3-4-12-14-18-19-21-23-30 enz (572 jaarse). De week erna werd weerom uit Toury (15/5) de tegenstand voor schut gezet met een 1-2-6-13-20-35-48 enz (1191 jaarse). Uit Vierzon werd de lijn volledig doorgetrokken en dan stond de traditionele meivlucht uit Bourges, de eerste grote clash van het seizoen voor de deur. Bourges is zoals een Milaan San Remo, een klassieker uit de oudheid met een apart soort erotiek. Sterren houden nu éénmaal van een “classico” en wat hetgeen zich reeds aankondigde werd bewaarheid. De Vanlint-ploeg gaf zijn visitekaartje af en zette gelijktijdig de toon voor het ganse seizoen.

Bourges, het begin en het einde
Wie aanwezig was die dag, het zal hem steeds bijblijven. De letters tuurden de hemel af en wachten op de eerste duif die de ondraaglijke spanning moet wegnemen. Iedereen liep er op te toppen van de tenen, zenuwen gierden door de keel tot de arendblik van de generaal himself het eerste eventjes tekenend stipje opmerkte. Alleen ….het stipje werd groter en het ware er ook meerdere. Het werd een ware overrompeling.
Die dag schreef Vanlint duivensportgeschiedenis. Nooit of te nimmer lukte het een kolonie op een dergelijke dominante wijze het wedstrijdresultaat te kleuren.
Tussen 21.940 jaarlingen werd de 1ste-5de-7de-8ste-9de-38ste enz…. behaald terwijl in de categorie duivinnen volgende impressionant rijtje werd neergepoot: 1ste-3de-4de-17de-21ste-45ste en 91ste. Provinciaal Brabant werd het zelfs de vijf eerste van het resultaat en dit tegen 3000 duiven.
Een resultaat dat voor altijd een apart hoofdstuk in de Bourges-geschiedenis zal innemen. Enkele maanden later werd er een vervolg aangebreid. De “Barbara” gaf opnieuw uit Bourges niet minder dan 32.762 jonge duiven het nakijken en schonk Michel, vrouwlief en dochter Linda een zevende nationale overwinning. Bourges zal voor altijd veréénzelvigd worden met Vanlint en omgekeerd. Michel is een casino in zijn ééntje, altijd prijs.
Een éénvoudig rekensommetje leert ons dat binnen een tijdsbestek van drie jaar er 14 maal deelgenomen werd aan nationale vluchten. Zeven (waarvan 2 met de duivinnen) leverden een zo fel begeerde nationale overwinning op, 19 duiven haalden de toptien van het vaderlands resultaat terwijl niet minder dan 70 vermeldingen werden gehaald in de top 100.


Geen podium was hem vreemd
.

De prachtprestaties 2005 vertaalden zich logischerwijs in het behalen van een gans gamma aan topklasseringen in verschillende prestigieuze kampioenschappen. Zo werd o.m. in de Oostbrabantse Fondclub geslag gelegd op de titel “Beste hok duivinnen Fond-1ste asduif Lichte Fond-1ste-2de-3de-4de asduif jaarlingen Lichte Fond”. Naast de twee nationale winnaressen uit Bourges stonden eveneens 2 andere superduiven in de belangstelling. De “Brian” (04/2055223/04) werd 1ste nationale asduif BDS en legde o.m. beslag op een 7de nationaal Bourges (22940d) en een 9de Bourges (12.755d). De “Bianca” was niet weg te slaan uit de kampioenuitslagen en werd o.m. gelauwerd als eerste asduif CFW (Fleurus); 1ste asduif LBC-2de nationale asduif BDS-2de provinciale asduif Vlaams Brabant en 6de asduif KBDB Zware Halve Fond.

Een verhaal van hoge bomen en lange tenen.
Achter elk succes is er altijd een achterliggende reden, een verhaal van karakter, inzet en wil maar maakt dat maar de buitenwereld wijs. Sinds zijn geweldig debuut, trekt men aan de mouw van Vanlint met de uitdrukkelijke wens of vraag om nu eindelijk aub te komen uitleggen het hoe en het waarom van zijn comeback op het allerhoogste niveau. Het grote duivenpubliek vraagt, wil of beter eist een pasklare zo éénvoudig mogelijke uitleg. Als oud duivenverslagger had hij al lang zijn eigen successtory op papier kunnen zeggen maar zo zit hij niet in mekaar. Tijdens ons laatste gesprek viel het weer op hoe behoedzaam hij ieder woord uitspreekt, elke zin lijkt gewikt en gewogen, schrik om een verkeerd woord in de mond te nemen. Het is een verhaal van hoge bomen maar ook van lange tenen.
Bij het begin van onze gedachtewisseling kwam het onmiddellijk bij me op “Hoe ga ik in godsnaam de nodige kopij kunnen leveren over een man waarover reeds alles in het lang en het breed werd uitgesmeerd in de internationale –en vaderlandse gespecialiseerde duivensportpers.”. Ik heb me dan maar in het water gegooid. Wat volgde was een kleurrijke “parléé” doorspekt bijwijlen met een vleugje emotionele boemboem, regelmatig een oneliner “à la Stevaert”er tussen door maar telkens wel met recht en rede onderbouwd, in één woord “recht aan recht uit”.

Luisteren, zich verwonderen en nog een luisteren.
Niets nieuws onder de zon, Michel?
Ja en neen. De stamvorming onderging geen grote verandering enkel een rechtstreekse zoon van de “231” van Engels Gebroeders werd er bij gehaald. De vooropgestelde vliegploeg werd wel met 2 éénheden verminderd. Een bepaalde duiver heb ik samen met zijn duivin noodgedwongen van het vlieghok genomen onafgezien het feit dat beiden sportieve perspectieven boden. De duiver zijn gedrag strookte evenwel niet mijn karakter. Hij vertoonde steeds de neiging enkele woonbakken verderop te willen gaan broeden. Ik heb zelf op een bepaald ogenblik zijn staart uitgetrokken om zijn verdediging bij het vechten te ondermijnen doch de ondervinding gaf aan dat éénmaal deze terug ingegroeid zou zijn, hij opnieuw in dit euvel zou vervallen waardoor het gevaar daadwerkelijk bestond dat ik meerdere vliegduiven zou verliezen, een optie welke diende uitgesloten. Tevens kijk ik uit dat op de hokken geen zogenaamde “bassers”vertoeven. Een onhebbelijke gewoonte die ik kan missen als de pest. Als je er één tolereert, voor je het weet dient er zich een tweede aan. Niets is slechter voor de gemoedsrust van de duiven, dergelijke vogels verstoren de rust en de kalmte op het hok. Ze brengen zenuwachtigheid te weeg bij de hokgenoten. Ze moeten er onverrichter zake onverbiddelijk uit.

In feite bleef alles bij het oude, maar hoe verliep de kweek ?
Voor de kweekduiven werd er noodgedwongen afgeweken van het traditionele stramien. Eind november werden zij gekoppeld. De eerste eieren werden herlegd waardoor ik op 25 dagen tijd 2 rondes eieren had.
Voor de vliegduiven werd er zoals steeds op 20/12 gekoppeld. Op 2 januari lagen alle koppels zonder uitzondering met eieren en tot mijn verwondering bleek dat zij praktisch dag op dag in vergelijking met het voorgaande jaar gelegd hadden. Een opmerkelijk en interessant gegeven. In tegenstelling tot andere jaren toen de duivinnen met hun 10 à 12 dagen oude jongen verhuisden naar het jonge duivenhok, werden dit jaar de duivinnen weggenomen van zodra ik merkte dat de duivers te nadrukkelijk begonnen te kijken naar hun duivin. De duivers brachten naargelang het geval 1 à 2 jongen groot. Van de 31 koppels speende ik er 54 en ik moet zeggen het is een prachtige groep. Ik moet wel hulde brengen voor mijn vrouw die tijdens mijn afwezigheid van een week de zorg overnam. Bij mijn thuiskomst was ik terecht fier want ze zagen er prachtig uit. Het kan zijn dat deze verandering qua opvoederen niet geeft wat ik ervan verwacht doch het was en is een bewuste keuze wat ook het resultaat mag zijn. Ik wil fouten maken en dit om juist te kunnen bijleren. Lessen trekken is de bedoeling. Wie niets wil bijleren staat stil en gaat achteruit.
Duidelijke taal, maar met het nieuwe seizoen dat steeds uitdrukkelijker het hoekje komt uitkijken, zijn onze lezers wel benieuwd naar de voorbereidingsperiode van de vliegploeg. Werd hier ook de sleutel bovengehaald?
Het traditioneel kader van het totaal weduwschap nam zoals steeds een aanvang op 19/2 en onderging inhoudelijk geen grote ingreep enkel paste ik het aan. In plaats van het makkelijker te maken voor mezelf maakte ik het belastender voor mezelf. De rangorde waarop er getraind wordt bleef gehandhaafd. Eerst de duivinnen dan de duivers. De duivinnen komen nog steeds binnen op het normaal vlieg-en woonhok om te eten. Gezien ik ondervonden heb dat de traditionele schapjes niet echt bevorderlijk waren voor duivers, heb ik beslist dat de duivers tijdens de dag half bak zitten. De schapjes nodigen duivers te veel uit tot vechten hetgeen beschadiging van de pennen met zich mee kan brengen terwijl het ook demotiverend kan werken. Duiven die in de onderste bakken wonen, hebben steeds de neiging hogere schapjes op te zoeken dan deze aangebracht aan de buitenzijde van hun afgesloten woonbak. Sommigen worden weg gevochten waardoor de mogelijkheid bestaat dat ze aan levenslust inboeten. Deze ingreep brengt wel mee dat voor het binnenkomen van de duivinnen de bakken dienen toegedaan te worden. Het omgekeerd ritueel dan weer als de duivinnen hun dagverblijf opzoeken en de duivers binnengeroepen worden.


We zijn ondertussen einde maart, hebben de duivinnen dan geen last van paringdrift .?
Neen gezien men niet mag vergeten dat zij hun partner hetzij maar kortelings 1 à 2 keer per week te zien krijgen. Het zou evenwel problematisch kunnen worden indien ze bij het binnenkomen na de trainingsvlucht met een open bak zouden geconfronteerd worden. Een halve bak nodigt duivinnen uit tot onderling paren vandaar ook dat in hun zogenaamd dagverblijf, de compartimenten niet breder zijn dan 10 cm.
De Jonge duivenploeg laat een uitstekende indruk na. U beschouwt de kweek als geslaagd.

Wat staat er de komende weken op hun programma ?
Nu de laatste week van maart worden de jonge duiven tegen paratyfus en gelijktijdig een tweede keer tegen paramyco ingeënt. Hun eerste prikje kregen ze reeds bij het spenen
Als we eventjes terugblikken op de voorbije sportseizoenen stel ik me de vraag waar je het meest met voldoening op terugblikt?
Elke nationale overwinning heeft zijn charme en zal ongetwijfeld me bijblijven doch de laatste twee zijn de mooiste en dit vooral in de wetenschap dat beide Bourges –winnaressen nl. de Barbara en de Bea hier te Zoutleeuw op de hokken gekweekt werden. Dit gaf mij de opperste voldoening.

Waar liggen de ambities voor dit seizoen?
Naast het sportieve luik natuurlijk, kijk ik vooral uit naar het resultaat dat het inpassen van 12 late koppels (september jongen) met zich mee zal brengen. Ze dienen het normaal programma van de overige hokgenoten af te werken. Vele melkers bestempelen hun als dom en dan hebben we het nog niet over het plotseling ruien. Normaliter zouden ze nu nog op drie à vier pennen moeten staan, doch ik kan U verzekeren dat door een verantwoorde ingreep deze weg zijn. Het lokt mij aan om los te komen uit vastgeroeste principes. Het kadert nu éénmaal in mijn karakter steeds op zoek te gaan naar nieuwe dingen. Lukt dit experiment niet, hetzij zo doch ik heb het geprobeerd want anders blijf ik op mijn honger zitten.


Men dicht je allerlei roepnamen toe van tovenaar, magiër en mirakelman. Hoe ga je daarmee om
?

Het loopt inderdaad een beetje de spuigaten uit. Mirakelen in de duivensport bestaan niet. Magische krachten, ga lopen jongen. Tovenaar je houdt het niet voor mogelijk maar er zijn mensen de mening toegedaan dat ik het ook met minder goede duiven de top zou halen. Laat het voor ééns en altijd gezegd zijn, als ik morgen over minder goede duiven zou beschikken, is Vanlint ook veroordeeld tot de grijze massa en als gewone liefhebber door het leven gaan. Niet alleen in de duivenwereld stelt mijn vragen bij het zwaar programma dat de vliegploeg moet afwerken ook in wetenschappelijke middens worden er vraagtekens geplaatst. Onlangs ondervond ik dit persoonlijk aan de houding van een wetenschappelijk onderlegd persoon. Ik wou dit zaakje niet blauw blauw laten en heb hem hierover aangesproken. Tijdens ons gesprek dat overigens veel twijfel bij hem wegnam wees ik hem op het feit dat de wetenschap toch een kwestie is van waarnemen. Zo verhaalde ik hem het feit dat nog niet zo lang geleden ik vaststelde dat op de vlieghokken een aantal duiven niet sliepen in hun normale houding. Ze kwamen de nacht door in een zogenaamde “reigerhouding”. Ze stonden op éné poot. Nieuwsgierig als ik was hield ik ze een aantal dagen in het oog om uiteindelijk na ze grondig bekeken te hebben, te moeten vaststellen dat ze te veel oud dons op het lichaam hadden. Een euvel waar vrij vlug op een wetenschappelijk verantwoorde manier een einde was aan te stellen. Praten met mekaar, het kan ach zo veel oplossen.

Welke raad zou je een beginnend melker meegeven ?
De meeste melkers planten hun hokken neer daar waar plaats is of daar waar moeder de vrouw het denkt dat ze het beste aansluiten bij de woonst. Esthetisch kan het wel verantwoord zijn doch voor velen begint de martelgang pas goed. Een nieuw hok, de aankoop van waardevolle duiven het kost allemaal geld en de aspiraties zijn dan ook hoog gespannen. Vrij vlug echter dient men vast te stellen dat de investeringen niet lonen. De oorzaak wordt dan meestal gelegd bij de duiven. De eigen hand in de boezem steken is moeilijk maar dat is het hem juist. De hokken staan meestal verkeerd georiënteerd. Tijdens mijn duivenloopbaan heb ik drie hokken gebouwd. Op alle drie heb ik goed gepresteerd. Dit kan geen toeval zijn gezien de hokken steeds in oostelijke of zuidoostelijke richting werd opgebouwd.
Als melker heb je in het begin of bij een heropstart van de duivenloopbaan, slechts 1 ding werkelijk in je handen nl. plaatsingsrichting van je hok. Ik herinner mij nog levendig dat ik een ganse dag Putte afdweilde om een huis aan te kopen. Ik had er één gevonden doch ik moest nog een jaar wachten voor we het konden betrekken. Gezien ik deze tijd niet had, dacht ik zo bij me zelf waarom niet terugkeren naar Tienen en omstreken. Het werd uiteindelijk Zoutleeuw. Toen ik aan onze woonst aankwam, heb op basis van de ligging van het oud werkhuis onmiddellijk beslist het huis aan te kopen. De ingang van het hok voor de oude duiven is oost-zuidoost terwijl deze voor de jonge duiven pal zuidoost zit. Idealer kan het niet. Tevens moet men naast de ligging van het hok ook nauwlettend toezien op de inrichting ervan. Je moet goed weten waar je naar toe wilt, welke je richting je wilt inslaan. Ik had voorafgaandelijk de beslissing genomen het totaal weduwschap te spelen. Door het feit dat stedenbouwkundig het niet mogelijk was verder uit te breiden legde ik mezelf een beperking qua duivenpopulatie op.
Zet goede duiven op een slecht hok de resultaten zullen navenant zijn. Recentelijk werd ik door een gekende Duitse liefhebber gevraagd naar het waarom van het wisselvallig optreden van zijn vliegduiven. Toen ik hem na veel en zessen een bezoek bracht, had ik reeds bij het uitstappen van de auto gezien wat er scheelde. De verklaring lag zo voor de hand. De kijkers van het hok gaven uit naar het noorden.

In feite is succes in de duivensport een samenhang van verschillende facetten. Uit het verleden weet ik hoeveel belang je hecht aan de motivatie, een woord dat te pas en te onpas wordt aangehaald of niet soms ?
Motivatie is een mes dat langs twee kanten snijdt. Men moet een beetje dierenpsycholoog zijn om te weten waar de grenzen liggen. Overmotivatie heeft juist het tegenovergesteld effect. Het leidt tot opperste zenuwachtigheid zelfs tot stress. Op het einde van het seizoen belde een opgewonden Eric Limbourg mij op. Drie van zijn duiven kwamen nog in aanmerking voor nationale asduif. Soulliac stond als laatste proef op het programma, het was erop of erover. Eric vertelde me aan de telefoon dat de duiven plotseling te licht uitvielen. Uit zijn verhaal maakte ik op dat hij zich bezondigd had aan overmotivatie. Ze waren te nijdig, te jaloers waardoor ze vergaten te eten. Heb hem de raad gegeven de normale hokomstandigheden te herstellen en de duiven 3 à vier keer daags te voederen.Het resultaat mag gezien worden als je de categorie nationale asduiven fond bekijkt. Een niet minder belangrijk punt dat in feiten aansluit bij de motivatie is de relatie melker –duif. Je moet dicht bij de duiven staan, ze moeten naar huis komen voor jou. De laatste Bourges won de Barbara met vier luttele seconden de eerste nationaal. Als ze normaal op de plank valt van het jonge duivenhok verlies ik tijd. Gezien de weersomstandigheden verwachtte ik eerst mijn oude duiven en stond tussen de hokken. Tot zij plotseling naast mijn schouder valt. Het leek als het ware dat ze me eerst wou begroeten. De ingang van de oude duiven was korter, vandaar de nationale overwinning. Een samenloop van omstandigheden, kan zijn maar haar gedrag gaf aan dat er een daadwerkelijke band tussen ons is. Niemand kan mij trachten te overtuigen van het tegendeel.

Hopelijk beste lezer, vond U deze bijdrage zo boeiend als ik het voorafgaandelijk gesprek dat ik had met “Mister Michel”. Hopelijk draagt het er toe bij een aantal misverstanden uit de weg te ruimen. Aan U, Michel, zou ik zeggen, bedankt voor uw openhartigheid tijdens dit exclusief gesprek. We zijn zoals steeds “Gebeten om te weten, liefst in exclusiviteit want dit is onze specialiteit.