Gebroeders Fache (Westouter, BE): de oorsprong van dit beroemd ras

Het was in de jaren 1886-1887 dat de Gebroeders Fache hun hok oprichtten te Westouter. Later gingen de Gebroeders uiteen en speelde Michel verder onder de naam Michel Fache te Poperinge.


Westouter, pittoresk dorpje in "Het Heuvelland" waar de Fache-story begon.

Met welke duiven werd gestart?

En ziehier met welke duiven ze begonnen :
  a) Een geschelpte duiver van het beroemde hok van Charles Dedeurwaerder van Pittem. Deze duiver, een grijs-witoog, was een onovertrefbare kweker
  b) Hij ontving een duivin, een blauwe met donkere ogen, voortkomende van het hok Delcroix van Herseeuw.
Kort van bouw, rond van kop, was die duivin een trouw beeld van het Luikse type van die tijd. Dit koppel gaf 25 jongen, later bijgenaamd de "25".

Kentekenen van die jongen : blauw of geschelpt, grijs-witogen en donkere ogen, brede borst, sterk van bouw en overvloedig gepluimd.
Drie jaar later in 1889, bekwamen de Gebroeders Fache, door bemiddeling van den heer Albert Romman, een geschelpte duiver : ras Marant van Poperinge, en koppelden die met een duivin van de "25".

Dit koppel gaf 15 beste afstammelingen, later dan de "15" bijgenaamd. In' 1890 kwam een verdwaalde duif terecht bij een werkman van de omgeving. Deze bracht ze bij de Gebroeders Fache die ze aanmelden aan de eigenaar : Apotheker De Haeck van Antwerpen. Deze laatste gaf ze ten geschenke en zo werd deze licht geschelpte duiver gepaard met een duivin van de « 25 ». Deze duiver stamde rechtstreeks af van het vermaarde ras Pittevil en bracht op het hok Fache verscheidene kampioenen voort, onder andere een duiver die eenmaal Angoulême, tweemaal Dax en een eerste prijs won op St-Vincent hetzelfde jaar.

Ongeveer op hetzelfde ogenblik, kwam nog een duivin van het beroemde ras Putman van Kortrijk op het hok. Deze duivin, een donker geschelpte, werd gepaard met een duiver van de "35" bijgenaamd "De Grote Poele". Deze laatste koppeling lukte uitmuntend en gaf ontstaan aan een reeks donker geschelpte afstammelingen, beste vliegers en kwekers. De producten van de verschillende kruisingen hierboven beschreven, ziedaar de basis van de ten dien tijde, onovertrefbare kolonie Fache.

Enkele vooroorlogse successen

Van den beginne af, legden de Gebroeders Fache zich op het spel op de grote afstanden toe. Zo namen ze deel aan de mooie wedvluchten ingericht in de voornaamste centra als Gent, Luik, Kortrijk, Brussel, enz. Niettegenstaande de ongunstige geografische ligging, invloed van massa en wind, toch behaalde het ras Fache schitterende en ongeëvenaarde overwinningen. De oorlog 1914-1918 is er oorzaak van dat vele uitslagen verloren gingen.

Hier toch enkele, die teruggevonden werden :
   7 Juni 1897 : Vendôme in "Le Martinet" Brussel, 1,802 deelnemende duiven : 2e. 12e, 16e, 19e, 37e, 49e en 172e prijs van 12 getekende duiven.
   5 Juni 1898 : Vendôme in "Le Martinet" Brussel, 1,427 deelnemende duiven : 7e, 9e, 11e, 13e, 18e. 22e. 25e, 43e, 70e, 86e, 105e en 112e prijs van 17 getekende duiven.
   4 Juni 1899 : Salbris in "Le Martinet" Brussel, 1,491 deelnemende duiven : 1e, 2e, 3e, 4e, 5e, 6e, 10e, 12e, 36e  51e, 86e, 114e, 118e en 176e prijs van 19 getekende duiven.

In een nationale Daxvlucht te Brussel kwamen slechts 6 duiven de eerste dag thuis. De Gebroeders Fache wonnen 2e en 4e prijs en constateerden nog 12 duiven de dag nadien vóór 9 uur, dit van 15 getekende duiven. De Zondag daaropvolgende St-Vincent te Gent : met 5 duiven : 1e en 30 prijs.

In 1900 hielden de Gebroeders Fache een gedeeltelijke verkoping, die een ongemeen succes kende. Zestig hunner duiven werden verkocht voor de mooie som van 8,500 fr. hetzij een gemiddeld van 143 fr. per duif, wat voor die tijd een buitengewoon hoog bedrag daarstelde. Enkele jaren later had de verdeling van de kolonie plaats tussen de twee gebroeders. De heer Michel Fache ging zich te Poperinge vestigen vanwaar hij bij het begin van de wereldoorlog moest vluchten. Hij verbleef eerst in Frankrijk, daarna in Engeland en vond bij zijn terugkeer zijn roemvol hok... ledig, zooals men best kan begrijpen.

Na de oorlog 1914-1918

Pas was de heer Fache te Poperinge teruggekeerd of zijn eerste bekommering was : uitzien naar de middelen om zich een nieuw hok op te bouwen. Een verleidend aanbod deed zich voor. De heer Aernouts van Geetbets bij Diest, die voor de oorlog, zich duiven van de beroemde kolonie Fache had  aangeschaft, bezat bij de wapenstilstand, ondanks alles, nog enkele oude kwekers. De heer Fache maakte van de gelegenheid dankbaar gebruik en kocht er 4 duivinnen en 3 duivers van deze die het best op zijn oud ras geleken.

Het zijn deze 7 duiven, die in bloedverwanten teelt, het naoorlogse hok opbouwden, waarvan we dan weer te horen krijgen. De uitslagen zijn zeker deze van de vooroorlogse periode waard. In 1922 sloot het wedvluchtenseizoen met 225 prijzen. In 1923 : 176 prijzen van Arras tot Bordeaux en Dax. Van jaar tot jaar, versterkte dit hok zijn wereldfaam.'

In 1930 op Gyon (1,150 km.) constateerde Michel Fache 4 duiven in de honderd eerste. Hij bekwam op deze vlucht het grootst aantal prijzen en won aldus de beker van de inrichtende maatschappij "Les Combattants" van Luik. In 1931 met 14 duiven op Burgos (Spanje), 1,225 km. : 3e, 6e, 12e, 14e, 18e, 38e, 47e en 70e prijs. We mogen dus terecht zeggen dat het ras Fache in een tijdverloop van een halve eeuw een ongemeen succes heeft behaald vooral op de grote drachten als Dourdan, Orléans, Vendôme, Salbris, Tours, Angoulême, Limoges, Bordeaux, Dax, Pau, Sint-Vincent, Biarritz, Barcelona, Gyon, Burgos, enz. De ouderdom van 70 jaar bereikt, heeft de heer Michel nog zijn geliefkoosde sport niet kunnen nalaten. Zo vinden wij hem opnieuw op de uitslag van Barcelona (nationaal) 1939... Dat zegt genoeg...

Speelmethode

De heer Fache heeft nooit het weduwschap willen spelen. Hij is een van de weinige, die niettegenstaande dit, er de voordelen van erkent en meent dat het onmogelijk is te strijden tegen de weduwspelers, die vooral tot doel hebben : het maximum uit de duiven halen. Wat van de andere kant niet belet dat de goede duivinnen het gemakkelijk tegen de beste weduwnaars kunnen opnemen.

Opleren

De methode van opleren door de heer Fache aangewend is heel eenvoudig :
De jongen doen 4, 7, 20, 6o, 130 en 165 km. waarna ze worden ingehouden.
Als jaarling gaan ze tot 330/340 km.
Als tweejaarse duiven doen ze 610/620 km.
Als driejaarse afstanden als Dax en Pau en wanneer de gelegenheid zich voordoet Barcelona, enz., 't is te zeggen de grote fond.
De heer Fache beschouwt een afstand van 1,200 km. een maximum voor onze duiven.

Snelheidsvluchten

De duivers, steeds volgens de heer Fache, vliegen best op jongen van 12 tot 14 dagen.
De duivinnen moeten het uitpikken van eieren hebben om goed te komen.
Dan zijn ze onbetaalbaar.
De heer Fache doet vooral niets bijzonders voorwat betreft de juniors. Hij beschouwt de eerste vluchten als leeroefeningen en bekommert er zich dan ook niet om, in welke positie zij de mand ingaan.
Hij heeft nooit trukjes gebruikt, waarvan men zoveel goeds zegt...

Fondvluchten

Men korft de duiver in, bij voorkeur op jongen van 10 tot 12 dagen, ook op grote jongen en terzelfdertijd broedende.
De duivinnen vliegen ongemeen goed met of op jongen van 8 tot 10 dagen.


Het prachtige hok van Michel Fache, Poperinge

Enkele bijzonderheden

De heer Fache zet zijn duiven samen tegen einde Februari. Hij geeft ons vooral de raad nooit te laat in het seizoen te kweken. Eind Augustus en vanaf dit tijdstip, maar geregeld op kalkeieren laten broeden. Eens November daar, dan de nesthokken dichtgelegd. Duiven samen laten tot eind December. Eind December de geslachten scheiden tot einde Februari.

Tijdens de scheiding beurtelings de duiven een of twee uren per dag doen vliegen, uitgezonderd bij sneeuw of mist. De heer Fache heeft nooit zijn duiven tot de vlucht moeten verplichten. Ze houden gemakkelijk de vlucht en het is absoluut onnodig hen een vlag of wat ook te tonen. Wat de zifting betreft, is de heer Fache onverbiddellijk streng. Alles wat afwijkt van het type, alles wat niet absoluut volmaakt is, wordt zonder medelijden verwijderd. Later dan komt de zifting door de reizen zelf.

De duiven worden hard behandeld, maar dat hoeft want alleen zo, zijn ze bestand tegen de lastige en lange reizen. Michel Fache laat zich absoluut niet vangen aan de schoonheid. Wij hebben herhaaldelijk zelf gezegd dat er een hemelsbreed verschil is tussen "schoon" en "goed". De heer Fache stemt volmondig toe. Niet de schoonheid, maar de hoedanigheid. Dat is wat telt. Dat het natuurspel de duiven eerder zouden verslijten en dat ze door het weduwspel langer zouden meegaan, daaraan kan de heer Fache geen geloof hechten.

In 1937 nam hij met twee duivinnen 8 1/2 jaar oud, deel aan een nationale vlucht. Uitslag 40e en 50e prijs en regionaal 1e en 3e prijs. Men zal nog lang kunnen zoeken alvorens de weduwnaars te vinden die op dergelijke ouderdom nog succesvol de grote afstanden doorvliegen. De voeding door de heer Fache gegeven bestaat hoofdzakelijk uit maïs.
In 't kweekseizoen : een goed rantsoen tarwe met lenzen en maïs.
's Middags  : vitsen en bonen.
's Avonds : maïs.
Zo eenvoudig en eenvormig mogelijk.

Ziedaar dan, enkele bijzonderheden over de methode van deze grote kampioen, wiens ras zo een gewichtige rol heeft gespeeld in de geschiedenis van onze sport.
Het ras Fache is wijd en zijd bekend en heeft zeker het zijne bijgedragen om de faam die de Belgische liefhebberij had verkregen in het buitenland, te zijner tijde te versterken.