De familie Janssen (Arendonck, BE) Louis Janssen - Deel VII - Slot

Louis is geboren in 1912. Twintig jaar lang is hij diamantslijper geweest, nadien heeft hij nog een tijdje gewerkt op de Karel l fabrieken. Ook als sigarenmaker dus.Louis neemt een aparte plaats in in dit duivengezin.

Louis Janssen
Hij heeft vader, Charel en Adriaan steeds hun gang laten gaan op de duivenhokken. Hoe er gekoppeld werd, gespeeld of gepould, daarmee heeft hij zich nooit zo zeer bemoeid. Hoewel hij uiteraard wel op de hoogte was met alles wat zijn broers en vader uitspookten en daarbij ook zijn zegje deed. En vaak had Louis het dan nog bij het rechte eind ook. We herinneren ons dat Adriaan eens met 11 duiven in Turnhout ging spelen. En als je in België en Nederland met 11 duiven speelt dan is dat een ongelukkig aantal. Die 11e getekende valt namelijk buiten de series. Daarom ook dat Louis destijds erg nieuwsgierig was welke duif Jaan als 11e had getekend.

Toen die antwoordde dat hij "de Blauwe" elfde had staan, reageerde Louis nogal hevig: "Maar Jaan, dat is toch niet waar zeker? Die duif vliegt zondag los de eerste!"
Het was te laat om de poulebrief nog te veranderen maar die Blauwe, U raadt het al, vloog rats de eerste! Het was een jaarling op zijn eerste jong. En Louis had hem heel de  week bezig gezien en zijn conclusies getrokken. Beweren dat wat er op het duivenhok gebeurde aan Louis voorbijging is dus ook beslist niet waar!
Maar Louis zijn voornaamste functie lag toch niet op het duivenhok. Het is immers hij die altijd de boeken heeft bijgehouden. Hij noteerde steeds welke jongen uit welke koppels kwamen. Ook de wedvluchtresultaten en vooral de verlies- en winstrekeningen werden door hem steeds zorgvuldig genoteerd. Elke duif die het hok verliet werd door Louis opgeschreven met naam en adres van de koper. En dat laatste is ooit wel gemakkelijk geweest. Bij voorbeeld om bepaalde adverteerders aan de kaak te stellen die pochen met een hok vol Janssenduiven maar bij de broers uiteindelijk soms slechts een jonge duif gekocht bleken te hebben. Of dat zelfs nog niet eens. Met de boekhouding hebben Charel en Adriaan zich nooit ingelaten. Zij wisten dat het gebeurde en dat het goed was. Zoals Louis de zorgen voor de nestduiven en de weduwnaars respectievelijk overliet aan Adriaan en Charel.
Die rolverdeling is bij de Janssens altijd een heel vanzelfsprekende zaak geweest. "Wie gaat inmanden ?" "Wie ringt de jonge duiven ?" "Wie schrijft de vliegresultaten op ?" Dit zijn allemaal zaken die bij Janssen nooit gespeeld hebben. Elk kende zijn rol en zijn plicht. Enige discussie was daarvoor niet nodig. Louis is ook altijd de man geweest van de public relations. Hij stond het veelvuldige bezoek in eerste instantie te woord en datzelfde geldt voor de persmensen. Al kwamen die laatste bij zo'n wereldhok als dat van  Janssen merkwaardig genoeg weinig over de vloer.
Of eigenlijk is het niet zo merkwaardig. Sommigen bezoeken tophokken met het idee dat voor een reportage wel een jonge duif of eitje in ruil zal staan. Anderen schrijven  alleen over die mannen waaraan ze zelf iets kunnen verdienen in de vorm van een publieke verkoop. Maar rekenen op een jonge duif of een verkoop van een ronde piepers is iets dat voor elke schrijver over Janssen een illusie is. En dat weten ze. Verder is het ook zo dat de Janssens de publiciteit nooit gezocht hebben. Ze zijn fier op de behaalde  resultaten, dat spreekt voor zich, maar men heeft toch altijd gemeend dat de zelfde resultaten op de wedvluchten nog altijd de waarde van de duif bepalen en niet de  publiciteit in de gazetten. Ook het commerciële aspect is iets dat Louis altijd op zich heeft genoemen. Geïnteresseerden in de Janssenduif moesten zich steeds tot hem wenden. Al moet wel gezegd worden dat, wanneer het om bewezen goede duiven ging, Louis toch eerst overleg pleegde met Adriaan en Charel.
En als Charel vond dat hij een bepaalde duif niet kon missen, dan ging hij niet weg. Al werd er nog zo veel voor geboden. Vooral aan dat laatste dankt men waarschijnlijk ook die ongelooflijke continuïteit in zowel successen op de wedvluchten als de kweekwaarde van hun duiven. Overigens gaan die contacten Louis altijd goed af. Hij is duidelijk in  zijn uitlatingen, draait nergens om heen en als hem iets niet bevalt zal hij dat beslist niet voor zich houden.
Zijn geheugen is meer dan voortreffelijk. Hij onthoudt namen en gezichten als geen ander en als iemand ooit één keer een serieus gesprek met Louis heeft gevoerd, dan moet het al heel gek gaan wil zo'n man uit zijn herinnering vervagen. Besluiten we deze beschouwing over het Janssengezin met een lofprijzen over hun hartelijkheid die werkelijk  spreekwoordelijk geworden is. Een vriend blijft bij Janssen een vriend. Veel andere vedetten hebben ook vrienden, dat is waar. Maar die vriendschap houdt vaak op als het zo'n vedette geen voordeel meer brengt. We geven toe dat het leven van een uitblinker in de duivensport niet eenvoudig is. Veelvuldige telefoontjes en bezoek  grijpen vaak wel erg diep in in het privé-leven. Maar bij Janssen komen bepaalde mensen toch al tientallen jaren over de vloer. Mensen waaraan ze niets meer kunnen verdienen.
De Janssens zijn nooit die op een hoog voetstuk geplaatste idolen geworden, die alleen maar een passie meer hebben voor roem en geld. Bij onze veelvuldige bezoeken aan  onze Arendonkse vrienden plachten we ons zoontje wel eens mee te nemen. Het gebeurde meer dan eens dat enkele van de broers als het ware over hun benen struikelden om voor het joch een reep chocola te pakken. Het zijn kleine voorvallen die echter niet nalieten grote indruk te maken.


Het gezin Janssen in het begin van de 20 eeuw.