De familie Janssen (Arendonk, BE): Charel & Marie Janssen - Deel VI

Charel is van 1913. Vanaf zijn prilste jeugd heeft hij een passie voor duiven gehad. Korte tijd heeft hij in zijn kinderjaren nog samengespeeld met zijn oudere broer Frans en ooknog een tijdje alleen.

Charel Janssen
In al die jaren dat de Janssenduif zo'n standing kent zijn het voornamelijk Charel en Adriaan geweest die het leeuwendeel van de verzorging op zich namen. Na de dood van  Adriaan in 1981 kwam Charel er alleen voor te staan. Louis hielp waar nodig. Ook vriend Cyriel Jacobs springt wel eens bij.
Heel het leven van Charel is in feite beheerst door duiven. Hij poetst de hokken bij het waanzinnige af en vanaf het eerste ochtendgloren tot 's avonds laat zijn het de duiven die zijn handelen bepalen. De weersvooruitzichten worden drie maal per dag beluisterd. "Is het weer om de duiven los te laten ?" "Hoe zal het weekend zijn ?" "Vanwaar zal dan de wind waaien ?" Het zijn voor Charel allemaal hoogst belangrijke zaken. De wil om 's zondags de eerste prijs te klokken is nog even groot als in zijn jeugd. Hij kan zich opwinden als een duif niet binnenkomt, kent groot verdriet als een mooie pieper van het hok verloren gaat.
En op 70-jarige leeftijd heeft hij nog een benijdenswaardige vitaliteit. Felle oogjes met de glans van een pasgeboren kind. Hij loopt nog met kaarsrechte rug en met een zelden
geziene fitheid en bijna katachtige lenigheid klimt hij nog de trappen op en af. Charel toont U fier een mooi gekweekte jonge duif. Zoals een vakman trots is op een door hemzelf gemaakt produkt. En voor de goede vrienden is hij nooit te beroerd geweest zelfs de beste duif van het hok te halen om die met een trotse blik in de ogen te laten bewonderen.
Ook de kwaliteit van het voer is iets dat steeds zijn grootste zorg heeft gehad. Kortom, zo lang Charel zich met de duiven heeft bemoeid (en dat geldt natuurlijk ook voor  Adriaan) zijn die duiven steeds omringd geweest met de grootste zorgen. Charel en Adriaan beseften immers meer dan wie ook dat kwaliteit alleen niet volstaat om tijdens de  wedvluchten uit te blinken. Een gezondheid die nooit groot genoeg kan zijn is ook een absolute vereiste. En voor die gezondheid hebben de Janssens steeds alles over gehad. Daarvoor poetsen zij vele malen per dag, schrobben zij bijna wekelijks de hokken en hanteren driftig de stofzuiger. Met slecht weer duiven loslaten of opleren is er niet bij en een laatkomer van een wedvlucht wordt niet aan zijn lot overgelaten maar gekoesterd als had hij de eerste prijs gewonnen.
Als geen ander verstaat Charel de kunst duiven in vorm te brengen en zijn eigen gemotiveerdheid over te dragen op de duiven. Dit alles om ze 's zondags in een zo kansrijke mogelijke positie aan de wedvluchten te laten deelnemen.

Marie Janssen
Marie is de andere dochter van Henri Janssen. In tegenstelling tot zus Irma is Marie wel  getrouwd. Met Tist Eyssen. "Den Tist" is ook heel zijn leven duivenliefhebber geweest.  En niet de eerste de beste ! Vlak voor en direkt na de tweede wereldoorlog was hij zelfs een  tijd de grootste concurrent van zijn schoonbroers. Maar vele tientallen jaren de  regionale  duivensport compleet domineren zoals de Janssens hebben gedaan heeft Eyssen nooit  gekund. Eyssen speelde met dezelfde soort als Janssen en had uiteraard ook veel vraag  naar duiven. Mogelijk heeft Tist zich toch wat meer uitverkocht als zijn schoonbroers die  ook veel goede duiven hebben geleverd aan sportgenoten maar er toch altijd zorgvuldig  voor gewaakt hebben dat de voornaamste basislijnen niet verloren gingen.