Henk Scheffel - Elburg (NL) 1e Generaal snelheid afdeling 8 - 2010

Elburg is een prachtige Hanzestad, gelegen aan het Veluwemeer, wat voor de inpoldering de Zuiderzee was. In vroegere eeuwen was het al een belangrijke vissers- en handelsplaats.

Door de ligging aan de open Zuiderzee had men echter veel last van overstromingen, zoals ‘de Marcellusvloed’ in 1362. Om de problemen van het hoge water het hoofd te bieden, werd in de periode 1392 – 1396 onder leiding van Arend Thoe Boecop een geheel nieuwe stad gebouwd. Anno 2010 is er van het oude stadje nog heel veel bewaard gebleven. Jaarlijks weten een stroom van toeristen Elburg te vinden met zijn gezellige centrum en haven, waar je de sfeer van de vroegere visserij nog altijd kunt proeven. Het stadje Elburg behoort samen met de dorpen ’t Harde, Doornspijk, Oostendorp en Hoge Enk tot de Gemeente Elburg, dat in totaal ruim 22.000 inwoners telt. Vandaag neem ik u mee naar Henk Scheffel, die net even buiten de stadswallen van het voormalige Zuiderzeestadje woont. Na een tot op de laatste vlucht ongemeen spannende strijd behaalde hij  in 2010 het Generaal Kampioenschap Snelheid van de Gelders Overijsselse Unie of terwijl de Afdeling 8, met ruim 3.500 leden één van de grootste afdelingen van ons land. Bij aankomst worden we begroet door het vrolijke gezang van volièrevogels, waar Henk ook een fervent liefhebber van is.


Zijn loopbaan in een vogelvlucht
De inmiddels 52 jarige Henk Scheffel werd geboren in het buurtschap ‘Hoge Enk’. Toen hij een jaar of acht was nam vader een paar duifjes voor hem mee, waarvan de huisvesting een kistje werd. Buurtgenoot en duivenliefhebber Dries Fransman, waar Henk veel kwam, zorgde ervoor dat Henk steeds meer interesse in duiven kreeg. Het kistje, werd een klein hokje en toen Henk 14 jaar was kreeg hij een echt hok van zijn vader. Hij werd lid van ‘Ons Genoegen’ in het naburige ’t Harde en al snel bleek dat Henk de gave had om buitengewoon goed met duiven te kunnen spelen. In 1980 werd hij op 22 jarige leeftijd voor het eerst Generaal Kampioen van zijn toen wel 60 leden tellende club met concurrenten als Frank van ’t Goor en Eibert van de Vosse, in die jaren topspelers en doorgewinterde melkers. Een titel  waar Henk nog altijd met trots aan terug denkt. Een jaar later verhuisde Henk naar buurtschap ’t Loo bij Oldebroek, waar hij ging spelen in P.V. ‘De Snelheid’. Hier werden grote successen behaald. Zo was hij hier twee keer Generaal Kampioen van de toenmalige Afdeling Oost-Gelderland van de NBvZ en één keer Generaal Kampioen van de Afdeling Oost-Twente. In 1999 volgde de verhuis naar Elburg, waar hij ging spelen in ‘De Postjager’.  De eerste jaren verliepen wat stroef, maar vanaf 2003 ging het weer crescendo met o.a. 1e Kampioen Midfond Union Noord West Veluwe – 1e NPO Vierzon 2004 en 2e Nationaal Le Mans Afdeling 8 2006. Vanwege gezondheidsproblemen volgde in 2007 de verhuizing naar zijn huidige woning, waar hij in datzelfde jaar met overgewende duiven direct het 1e Kampioenschap Vitesse in Afdeling 8 voor zich opeiste. Tot aan de dag van vandaag behoort Henk tot de beste spelers van zijn regio en afdeling. Waarbij moet worden aangetekend dat zijn vrouw Lucie Henk altijd door dik en dun heeft gesteund.

Wie is Henk Scheffel?
‘Ik ben een secure liefhebber. Twee keer per dag worden de hokken gekrabt, het voeren en trainen gaat op tijd. Met name in het vliegseizoen wordt alles voor de duiven aan de kant gezet. Toen het mijn gezondheid minder werd hebben we wat aanpassingen in de hokken gedaan. Roosters op de vloeren en transportbanden in de bakken. Aan de mest onder die roosters op de vloeren begon ik mij te irriteren. De prestaties van mijn duiven liepen terug. We hebben de oude situatie van schone vloeren weer hersteld en dankzij de hulp van mijn vrouw Lucie bij het schoonmaken ging het weer beter. Ik ben altijd een Generaal Kampioenschap speler geweest. Nu richt ik mij op het Generaal Snelheid ( Vitesse, Midfond, Jonge Duiven, Natoer). Eendaagse fond kunnen mijn duiven ook heel goed aan, dat bleek wel toen ik drie jaar met een apart hokje van 10 – 12 duivinnen speelde. Toen werd ik twee keer eerste en één keer tweede kampioen Dagfond in Regio 1 van Afdeling 8. Het werk werd me vanwege mijn slechte gezondheid teveel, vandaar dat ik er mee gestopt ben. Ik speel het klassiek weduwschap met doffers. Het totaalweduwschap zie ik totaal niet zitten. Naar mijn mening moet de partner altijd thuis zijn bij thuiskomst van de duif. Bij heel veel grote kampioenen zie je dit ook. Ik zou ook wel met duivinnen en doffers willen spelen, maar dan moet ik een dubbele ploeg duiven hebben. Daarvoor heb ik niet genoeg ruimte en bovendien is het me teveel werk.’

Hokken en hokbezetting
Het tuinhok van Henk is 15 meter lang en staat opgesteld in een L-vorm. Henk, van beroep timmerman, maakte het in 1999 zelf. Het staat het op het zuiden gericht. Het bestaat uit zeven afdelingen: 2 voor de weduwnaars – 2 voor de jonge duiven – 2 afdelingen voor de kwekers en voedsterkoppels en 1 afdeling voor de weduwduivinnen. Vanwege het feit dat de rennen en spoetnik de zon enigszins uit het hok houden heeft Henk bij iedere afdeling een glasplaatje in het dak gelegd voor extra zoninval.
De vliegploeg bestaat uit 28 weduwnaars, met daarbij natuurlijk 28 weduwduivinnen. Daarnaast worden 80 jonge duiven gekweekt voor eigen gebruik.  Het kweekhok bestaat uit 12 kweekparen, met daarnaast 8 voedsterkoppels.

Huidige basisduiven
De huidige kolonie wordt gevormd door de volgende rassen:
·    Gerrit Timmer, Hoge Enk. In zeker 50% van de duiven stroomt het bloed van de duiven van Gerrit Timmer. Henk heeft ze uit het beste van Gerrit o.a. lijn ‘Oude Elsacker’ en duiven van Beerd van ’t Hul.
·    Nazaten van de eigen oude stamduif ‘099’ , die zelf zes keer een 1e won. Dit is het soort van Gerrit van der Heide en Henk Ponstein. In kruising met duiven van Gerrit Timmer presteren deze duiven geweldig.
·    Beerd van ’t Hul, ’t Harde. Beerd is helaas overleden. Hij kweekte samen met Gerrit Timmer. De ‘lijn 133’ is weer geweldig in kruising met duiven van Gerrit Timmer.
·    Peter van de Merwe, Dordrecht.
·    Edwin Hoogland, ’t Loo bij Oldebroek. Schoonzoon van Henk waar hij een enorme goede doffer van heeft.
·    Evert van der Horst Azn. Harderwijk. Naast een aantal late jongen kocht Henk 12 – 14 duiven op diens totale veiling in 2009. Hij kruiste ze in 2010 op zijn eigen duiven en met geweldig succes.

‘Bij het aanschaffen van nieuwe duiven kijk ik vooral naar de behaalde prestaties, zowel bij het vliegen als in de kweek. En natuurlijk wil ik ze uit de allerbesten. Dat heb ik ook op de veiling van Evert van der Horst gedaan en dat heeft dit jaar direct al voor succes gezorgd. Ik mag graag een goed gebouwde duif zien, waarbij ik de voorkeur geef aan een goed gekleurd staaloog. Fletse ogen, dat wordt nooit wat. Ogen moeten rijkgekleurd zijn, zeker voor de kweek. In ben een voorstander van kruisen op andere goede duiven. De snelste weg naar succes. Nieuwe vogels krijgen bij mij drie jaar de kans in de kweek. In het seizoen koppel ik nooit over. Wel zet ik ieder jaar de duiven anders’.


NL 09-1851704,
In 2010 de beste oude vliegduif van het hok. Vader is de NL 07-2139156. Hij komt uit ‘Zoon Mido’. ‘Mido’ was in 2002: 3e Nationale Asduif Vitesse en 4e Asduif Vitesse WHZB. Moeder van ‘de 704’ is de NL 02-1131625. Zij komt uit een zoon van ‘de 133’ van Beerd van ’t Hul x een dochter van ‘de 021’ van Gerrit Timmer ( lijn ‘Windvechter’ Ad Schaerlaeckens).
‘De 704’ vloog in 2010 o.a. 1e St. Job van 325 d. – 2e Pommeroeul van 252 d. – 2e Pommeroeul van 318 d. – 3e Morlincourt van 241 d. – 5e Peronne van 109 d. – 6e Strombeek van 333 d. – 8e Pommeroeul van 132 d. – 9e Meer van 117 duiven enz.

Het spel met oude duiven
Er wordt gespeeld met 28 weduwnaars, waaruit niet wordt gekweekt. Ze worden ca. 5 weken voor de eerste klokvlucht gekoppeld. Henk laat ze doodbroeden. Dat betekent dat ze op de laatste opleervlucht op 20 dagen broeden worden gespeeld. De doffers trainen één keer per dag. De ervaring leert hier dat één of twee keer trainen in de prestaties niets uit maakt. Voor de eerste opleervlucht met de container worden de doffers twee keer zelf opgeleerd. De doffers worden wekelijks gespeeld en doen alle vitesse- en midfondvluchten. In principe worden de duivinnen op de natoer gespeeld. Een enkele doffer wordt ook op de natoer gespeeld, bijv. op de eerste natoervlucht op drijven of als Henk er heel goed in de kampioenschappen voor staat enkele doffers op een groot jong op de laatste natoervlucht. De paramixo-enting wordt vijf of zes weken voor aanvang van de vluchten gegeven. Tegen het geel wordt behandeld tijdens het broeden ( een geelcapsule van Spartrix of een tablet van Belgica-de Weerd). Verder wordt er in het seizoen om de zes weken tegen het geel behandeld. Bij een medisch probleem wordt dierenarts Nanne Wolff uit Wezep ingeschakeld. Het voeren van de duiven is een verhaal apart. ‘Ik heb een tijd gehad dat ik mij gek liet maken over de voeding van de duiven. En dan bedoel ik het merk voer, hoeveel voer etc. Met iedere goede speler die ik sprak had ik het daarover. Die zei dit, een ander weer heel iets anders. Het maakte mij onzeker. Mijn vrouw Lucie zette me weer op het goede spoor. Ze zei: Je hebt jarenlang goed gespeeld met duiven. Hoe voerde je vroeger, toen was het toch goed? Daar heb ik naar geluisterd. Ik ben weer terug gegaan naar de basis. Ik voer alleen nog Mariman. ‘Sport Geel’ en ‘Sport Rood’ door elkaar. Bij terugkomst van de vlucht op zaterdag krijgen de duiven volle bak Mariman met Superdieet, met over het voer Power Play van Isostar. Bij een zware vlucht zit er dan Belgasol in het water. Het voer wordt bevochtigd met citroensap.  Daarna tot en met maandag Superdieet, waarbij op zondagavond biergist over het voer gaat. Op dinsdagmorgen voer ik 50% Mariman Sport en 50% Superdieet, waarna ik langzaam ga opvoeren naar de dag van inkorving toe. Verder krijgen de duiven dagelijks als extraatje een mengsel van snoepzaad – hennep – Tovo en Nutripower en dat in de verhouding 40% - 20% - 20% en 20%. Tenslotte ’s avonds na de voederbeurt per doffer enkele pinda’s.
Dit voersysteem gebruik ik ook bij de jonge duiven. Het bevalt me goed. Dit jaar hebben mijn oude duiven gemiddeld 60 tot 70% prijs gespeeld. De ervaring heeft mij geleerd dat als je goed met je duiven speelt en je toch wilt verbeteren je niet teveel naar anderen moet luisteren. Gooi niet te snel je eigen systeem overboord. Datzelfde geldt overigens ook voor andere duiven. Wees vooral kritisch als je nieuwe duiven erbij haalt. Je ziet apart goede uitslagen en je denkt: die duiven moet ik hebben. Mijn ervaring is heel vaak: teleurstelling. Soms niet te bevatten als je ziet dat het om duiven van liefhebbers gaat die al jaren echt goed met duiven spelen’.

  

NL 10-1289033.
Vader: NL 08-1128457. Rechtstreeks Evert van der Horst Azn. Harderwijk. ‘De 457’ was in 2009 winnaar van de ‘Breman Cup’ in Afdeling 8. Het is een zoon van de topduiven ‘Gerard’ x ‘Marloes’ ( overwegend ras Ad Schaerlaeckens).  Moeder: NL 07-2139164, Gerrit Timmer. De grootvader komt uit ‘de 840’ x ‘de 133’ van Beerd van ’t Hul. De grootmoeder komt uit ‘de 588’  zoon van ‘de 840’ x ‘de Elzinga duivin’ van Gerrit Timmer. ‘De 033’ vloog o.a. 1e Meer van 1.664 d. – 1e St. Job van 4.324 d. – 8e Breuil le Vert van 2.323 d. – 5e Strombeek van 7.537 d. en 50e Pommeroeul van 3.583 duiven. Hij werd 2e Asduif Jong in Kring 1 van Regio 1 Afdeling 8.

Spel met jonge duiven
Er wordt alleen uit de kweekduiven gekweekt. Deze worden rond de Kerst gekoppeld. Er wordt overgelegd naar de voedsterkoppels. In 2010 kweekte Henk er 40 voor de jonge toer en 40 voor de natoer. Normaal wordt er 10 weken verduisterd vanaf 1 april. In 2010 is men hier eerder gaan verduisteren en heeft men de periode van verduisteren uitgebreid tot 14 weken. Er is daarna niet bijgelicht. Als ze worden gespeend krijgen ze een geelkuur, wat wordt herhaald twee weken voor de eerste africhting. De jonge garde traint één keer per dag een uur met de vlag erop. Drie of vier weken voor de eerste opleervlucht wordt er geënt tegen paramixo. Voor de africhting met de container begint brengt Henk ze vijf of zes keer zelf weg tot maximaal Nijkerk. Tijdens de vluchten worden ze doordeweeks één keer afgericht naar Nijkerk. De jonge duiven zitten bij elkaar in en mogen hun gang gaan als ze een nestje willen maken. Het begint met een paar koppeltjes en op het laatst zitten ze praktisch allemaal op nest. Broeden, jongen, het maakt naar de mening van Henk geen verschil in de prestaties, De rampvlucht vanaf Rosmalen van dinsdag 6 juli 2010 liet ook hier zijn sporen na. De helft van de duiven keerde hier niet terug. De rest van het seizoen werd doorgespeeld met 18 jonge duiven. Daarvan vlogen er wekelijks gemiddeld 50% hun prijs. En wat voor een prijzen. Vooral zijn jonge duiven hebben de basis gelegd voor de Afdelingstitel!
Bij wijze van uitzondering werden de vijf beste jonge duiven dit jaar ook gespeeld op de natoer.

  


NL 08-1118167.
Was in 2010 1e Asduif Natoer in zowel Regio 1 als Kring 1.
Vader is de NL 07-2139156. Hij komt uit ‘Zoon Mido’. ‘Mido’ was in 2002: 3e Nationale Asduif Vitesse en 4e Asduif Vitesse WHZB. Moeder van ‘de 167’ is de NL 03-1933920. Zij komt uit ‘de 588’ zoon van de ‘840’ Gerrit Timmer x ‘de Elzinga duivin’ van Gerrit Timmer.

Kampioenschappen 2010
Afdeling 8 (3.500 leden)
1e Generaal onaangewezen snelheid  – 1e jong onaangewezen - 4e natoer onaangewezen.
Afdeling 8 Regio 1 (900 leden)
1e Generaal onaangewezen snelheid  – 1e jong onaangewezen - 1e natoer onaangewezen. 1e asduif natoer onaangewezen
Afdeling 8 Regio 1 kring 1 (260 leden)
1e Generaal snelheid O.A. – 5e Generaal snelheid A. – 2e Vitesse O.A. – 2e Midfond O.A.  – 1e Jong O.A. – 8e Jong A.  – 1e Natoer O.A. – 5e Natoer A. – 1e Asduif Vitesse – 4e Asduif Midfond – 4e Asduif Snelheid  Asduif totaal – 1e, 3e en 4e asduif natoer – 2e en 5e asduif jong 
         
Harde selecteie
‘Laat ik beginnen met de selectie van de jonge duiven. De jonge duiven die gezond zijn en uit de goede kweekduiven komen mogen blijven. Mijn ervaring is overigens dat de best presterende jonge duiven niet altijd als jaarling tot de betere vliegduiven behoren. Bij de jaarlingen selecteer ik bijzonder zwaar. Minimaal vier keer in de eerste 10 of drie keer in de eerste 5 van de club moeten ze gevlogen hebben. Enkele kopprijzen is erg belangrijk, beter dan 10 middelmatige prijzen. Ja, de selectie van de weduwnaars is echt zwaar. Van mijn 28 weduwnaars blijven er uiteindelijk 8 op het vlieghok voor 2011. Alleen de supers mogen blijven. De rest wordt aangevuld met jonge doffers. Als de doffers wat op leeftijd geraken gaat een enkele supervlieger naar het kweekhok. Mijn duiven zijn op hun sterkst bij vluchten met snelheden van 1.200 tot 1.400 meter per minuut. Hun zwakke momenten liggen bij vluchten met harde wind achter en regenvluchten. Ik moet eerlijk zijn, duiven die op die vluchten bij mij vroeg zijn krijgen nog wel eens een streepje voor bij de selectie. Deze duiven kunnen heel belangrijk zijn als je speelt voor een Generaal Kampioenschap. Je hebt namelijk altijd wel een paar van zulke vluchten in een vliegseizoen’.

Tenslotte
Henk Scheffel behoort tot een select groepje melkers die het spelletje met duiven goed in de vingers hebben. Een vakman, die steeds weer het beste uit zijn duiven weet te halen. Maar ook een man die net als ieder ander mens zo zijn twijfels kent. Gelukkig zijn er dan altijd weer de oude basiswaarden waar hij op terug kan vallen. IJzersterk spel op met name de jonge duiven – en natoervluchten brachten dit jaar de titel ‘Generaal Snelheid Onaangewezen Afdeling 8’ naar Elburg.
Dikverdiend en nogmaals proficiat!