De geschiedenis van de Belgische duivensport: Daniel Labeeuw (Bissegem, BE), rechtzinnig mens en groot kampioen

Frans Labeeuw is de waardige opvolger van een beroemde vader, wijlen Daniël Labeeuw, winnaar van 12 nationale (waaronder 4 internationale) overwinningen.

Aan hem besteed ik enige aandacht, omdat hij de bloedverwante kweek nog ferventer aanhing dan zijn konfrater (in het vlas) en vriend (door de duiven). Labeeuw had een late doffer zitten van Jos Verhoye, poppen- en speelgoedfabrikant te Kortrijk, uit de "Lange". Verhoye was in zijn tijd ontzettend sterk op de serieuze vluchten. Hij won een keer 1e, 2e en 3e nationaal Angouleme te Brussel, zoiets vond grote weerklank in heel het land, om niet te zeggen dat het consternatie te weeg bracht. Velen die dachten dat ze goeie hadden, kwamen van een koude kermis thuis. Renier Gurnay, wolfabrikant te Verviers en groot kampioen met de duiven, kwam met zijn voituur naar Kortrijk om van die soort bij te halen, voor "croisement", hij bracht er ook een paar mee van zijn eigen duiven, die werden in Kortrijk Luikse kortebekken genoemd. Vanbruaene heeft er wonderen mee gedaan. Die late duiver van Verhoye kreeg bij Labeeuw de naam "Frikke" of "Frieke", wat een afkorting zou kunnen zijn van Godefridus. De "Frikke" was een mirakelduif, de eerste jaren zat hij op het kweekkot, daarna ging hij - na eerst vakkunding gerodeerd te zijn, tot Orleans - de grote baan op. In '38 vloog hij niet anders meer dan Bordeaux. Drie keer in 28 dagen, voor straf moest hij dat, omdat hij het lelijk aanwensel had, na thuiskomst altijd op het dak te blijven zitten en niet te willen binnenspringen. "Vloog altijd op kop en was de taaiste duif ooit gekend" - was kort en bondig Labeeuw's commentaar. Ik blijf nog even bij Labeeuw omdat die geen schrik had het foksysteem van Alois Stichelbout nog integraler in praktijk te brengen. De vlugge duiver van Bekaert en de "Frikke" van Verhoye, gepaard met twee duivinnen, volle zusters van de "88" van Vermaut maakten Labeeuw jarenlang een der kampioenen van de Leiestreek. 't Is uit weinig koppels dat de goeie komen.  Weinige elite-families beheersen het spel op de grote nationalen. In de jaren '38 of '39 was Labeeuw kampioen in de machtige West-Vlaamse Vereniging, tegen al de grote bazen wier naam men van '45 af geregeld tegenkwam op concoursen van de Entente Beige en van Cureghem Centre. Reeds voor de oorlog speelde en won Labeeuw tot duizend, in het sterke centrum leper. Weinigen die hem dat nadeden.

Op 14 december '44 had Labeeuw een verkoping gedaan te Kortrijk. Het moment was slecht gekozen, er was geen geld onder de mensen, het was nog maar juist binnen gedragen bij Gutt. Toch besomden veertig vogels nog 52.450 frank, had hij een jaar gewacht dan had hij het driedubbel gemaakt. Zijn beste Stichelbout's waren geen vooroorlogse, ze waren van tijdens en kort na de wereldbrand. Ik zal er twee noemen, waarvan ik er een goed gekend heb.

1) 41-109691, zwarte witpen, duivin van het hok van Alois. Zij was gekweekt van het "Oud Zwart" van '31 met de "Goede Zwarte" van '34. Een produkt dus van een doffer van 7 en een duivin van 10 jaar oud, die niet toevallig zoon en moeder waren! Want Alois had zich alleen van kwaliteit en klasse wat aangetrokken, nooit van leeftijd en verwantschap.

2) 44-199.009 zwarte duiver; hij was een zoon van de "Goede Bleke" 34-3236983, de beste duif die Stichelbout ooit bezat. De moeder van 199.009 was een volle zuster van 41-109691, d.w.z. van de "Goede Zwarte" met de "Oud Zwart". Behalve deze twee Stichelbout's had Labeeuw er nog een aantal weten machtig te worden bij Frans Cloots te Lauwe, vriend van Alois en bij Marcel Desmet te Waregem. Daniel ging door voor een kenner van duiven, vergelijkbaar met Devriendt en Bostijn. In elk geval heeft hij bewezen dat hij ze kon kruisen en kon intelen.

De "Oude Frikke" had ringnummer 33-3267043, diens zoon was de Jonge Friek" 37-3069874. De moeder van deze "Jonge Friek" was 36-3273116 blauwe duivin van Jules Vermaut. Van deze kweekte Labeeuw in '47, toen hij tien jaar oud was, zijn nationale overwinnaar van Chateauroux 1949 in de Soutien: zijn "Goede Zwarte", tegen 4664 duiven.

Deze Soutien leeft voort vanwege de weddenschap om honderd duizend frank tussen Gabriel Vandenbussche te Gentbrugge en Guillaume Peeters te Battice. Het was op 19 juni 1949, alle grote Walen hadden acte de presence gegeven en de Vlamingen niet minder. Maar de massa van de duiven was toch aan de kanten van Luik en de wind woei in België uit het noord-westen. De Vlaanders waren in het nadeel, volgens de eerste berichten zou alles aan de oostkant zitten. Peeters-Beaufort hadden formidabel gepakt, Gustave Bernard zou volgens informatie van Van Tuyn "den eersten nationaal" hebben, hij woonde toen in Naast tegen Soignies. St. Elooi werd die dag, in de weddenschap tegen Peeters-Beaufort verpletterd. De Waal had er minstens een dozijn voor hem, misschien nog veel meer. Maar toen de papieren binnen waren, was het de "Zwarten" van Labeeuw die de eersten ereprijs nationaal won en had André Vanbruaene de 2e met zijn gevreesde  "Jonge Stier". Die later de beste duif van België worden zou. De moeder van de overwinnaar was de 41-109691, het zwart witpenneke van Stichelbout!

De zoon van de "Goede Bleken" 44-199009 was nog beter. Op het hok van Jules Vermaut had Labeeuw kunnen waarnemen, wat de soort van de  "Goede Bleken" 34-3236983 kon! Vermaut had er een dochter van, van het jaar 1935. Met een zoon van de genaamde "Fache" werd zij de moeder van de blauwe duivin 36-3273116 de moeder van de "Jonge Friek". en dus grootmoeder van de "Goede Zwarte", overwinnaar van Chateauroux 1949 in de Soutien...

De "Fache" van Vermaut was een schitterende vogel. Ik heb ergens gelezen dat hij een vijftig percent Stichelbout was, maar Labeeuw heeft mij dit nooit verteld. Het ras Fache was vergelijkbaar met dat van Commine, en destijds zeker niet minder dan het beste uit Lauwe.

De 1ste Nationaal Chateauroux 4664 duiven ringnummer 3081313-47 werd aangekocht door Noël Descheemaecker. Een nazaat won bij hem de 1ste Nationaal Limoges Derby in 1980  tegen 5621 duiven. Dezelfde duif won in 1980 de 1ste Nationaal La Souterraine  tegen 3558.
Hector Desmet Geeraardsbergen en Jozef Vervisch Kortrijk widen de "Chateauroux"  kopen maar kwamen overeen met Descheemaecker, hij moest die duif kost wat kost hebben.
Een kleinzoon van de "Chateauroux" won bij Andre Vanbruaene 1ste Internat Barcelona in 1966.
Nog een kleinzoon won bij Vanbruaene de 1ste nationaal Libourne.
Nazaten wonnen 1ste Internationaal Barcelona bij Vanbruaene, Vervisch Kortrijk en Paul Gilmont uitHoudeng.

Zelf won Frans Labeeuw van 2005 tot en met 2009 op Barcelona met 1e  en 2e ingegeven duif, 10 op 10. Nog steeds zit het bloed van de "Chateauroux" in deze barcelonavliegers.
Ondermeer komt de moeder van de 1ste Nationaal Barcelona 2012 en 2e intenationaal (tevens winnaar "Gouden Vleugel") bij Ferdi Descheemaeker uit Ooigem rechtstreeks van het hok Frans Labeeuw.

De zieke Stichelbout wiens dagen geteld waren verkocht daar 26 duiven, 15 duivers en 11 duivinnen. De beste was de meergenoemde "Oude Bleken" 34-3236983 twaalf jaar oud en niet versleten. Hij bracht op de som van 1700 frank: schrik niet vijf en tachtig gulden! De "Goede Zwarte" 34-3236987, die even oud was ging voor 9000 frank. En de "Opgeblazene"36-3117434 voor 42.600 frank plus de kosten. De koper Maurice Vantheemsche van St. Elooi's Vijve tegen Warengem kende de Stichelbout's al van voor de oorlog, hij had er doorslaggevende ondervinding mee, zijn beste vliegers na de oorlog waren de "Kint", naar Marcel Kint de Wereldkampioen op de weg, de "Bleke" en de "Hengst".

Daniel Labeeuw te Bissegem en Jules Matton te Harelbeke, twee vrienden van Alois Stichelbout, die goed "beschreven" waren, hadden de papieren voor diens vendutie op 27 januari 1946 te Kortrijk opgemaakt. Alois had tegen Daniel gezegd, koopt de 44-199009, het was niet aan dovemansdeur geklopt. Hij betaalde er 3200 frank voor: honderd zestig gulden. Daniel had er een duivin voor in zijnen kop, een dochter was de "jonge Friek" 37-3069874 met diens eigen moeder de 36-3273116, de blauwe Vermaut-duivin.

In '47 kweekte hij van dit koppel twee duivers, de 3081309 en de 3081354. De "Goede" en de "Dikke Blauwe"; op de internationale Libourne in 1950 die terribel zwaar was wonnen deze beide broeders tegen 2030 duiven de 4e en de 5e prijs! Plus zestig duizend baarden. Ik stond er mee in handen, buiten in de zon en Labeeuw vroeg mij: Zijn ze van klasse van de "Vijf en veertig" van Cattrijsse of van de 'Zwarteband" van Devriendt? Mijn antwoord was diplomatiek, dat ik ze dan eens naast elkaar zou moeten zien... Labeeuw werd dat jaar kampioen van de Entente Beige, ik denk dat 1950 zijn record-jaar is geweest.

Vermaut en Labeeuw waren zeer sterke spelers maar geen grote, naar het aantal duiven dat ze hielden. Michel Descamps-Vanhasten te Lauwe en Marcel Desmet te Waregem kweekten er veel meer en konden er, om deze reden, toen er vraag naar kwam ook veel meer verkopen. Zij werden nationale kampioenen en groot is het aantal koten dat zij, in binnen- en buitenland gemaakt hebben.

Met raszuivere en gekruiste Stichelbout's uit minstens een half dozijn hokken van nationale kampioenen in West-Vlaanderen zijn, in de hele wereld, maar in de eerste plaats in Nederland en Duitsland, kruisingen uitgevoerd met het ras Janssen van Arendonk. U zult daar van de eigenaars over lezen, als de prestaties met deze "halve Janssen's" door de eigenaars van commentaar worden voorzien. Producten Delbar-Janssen en Stichelbout-Janssen hebben wonderen verricht op alle afstanden en in eender welke competitie. Zij hebben tallozen gelukkig gemaakt. Hetzelfde geldt ook voor het ras Horemans van Schoten, dat eveneens zijn oorsprong vindt in een van Stichelbout's stamrassen: Vincent Marien te Merksem! Via Van Spitael te Doornik en Mare Roosens te Leernes werd de roem van dit oude Antwerpse ras nog verder uitgedragen. Voorwaarde is altijd dat gewerkt wordt met de klas in het ras. Dit geldt natuurlijk, uit de aard der zaak, voor eender welke huisdieren. Het is het wetenschappelijke grondprincipe van de selectie. In Nederland wordt door groothandelaars en zg. houders van bijhuizen, geschermd met "aanpassing". Ik hecht daar geen waarde aan, het is een uitvlucht om te verdoezelen dat men rommel geleverd heeft. Dat men  goedgelovigen, voorzien van imponerende stamboomkaarten, slechte duiven in handen geduwd heeft. Wijd verbreid is het goede ras. Velen doen niet anders dan het verkopen... zich gelukkig prijzend ervan af te zijn. De klas is wat anders. Die proberen ze zelf bij te kopen al of niet gekruist, halen waar halen. De klas willen zij, die zich overal aanpast,  gemakkelijk en "seffens"; zij weten dat selectie alfa en omega is. Hen maken ze niets wijs. De "Goede Bleke" van Alois Stichelbout was van de klas in het ras. Een superlatief is hier op zijn plaats, hij was van de internationale superklas! En Lauwe, waar Stichelbout leefde en stierf en waarvan de naam nieuwe glans kreeg door de daden van Michel Descamps-Vanhasten en André Vanbruaene: Le pays du merle blanc.