Suchen

Jonge Kampioenen Henri Hoeks & Mark van den Berg - IJsselmuiden (NL) Toppers van de Noordelijke Unie 2009!

Ook in 2009 mocht de Noordelijke Unie ( afdelingen 7 t/m 11) zich verheugen in een toenemende populariteit en deelname. Maar liefst ruim 135.000 duiven stonden hier op de 9 vluchten ( 6 meerdaagse en 3 eendaagse fondvluchten) in concours.

Twee jonge mannen, Henri Hoeks uit Bovensmilde en Mark van den Berg uit IJsselmuiden, gaven op de meerdaagse fond hun visitekaartje af met formidabele resultaten, wat leidde tot schitterende kampioenstitels en zelfs nationale overwinningen. Beiden legden wij een aantal vragen voor, waardoor u hopelijk een goed beeld krijgt van de werkwijze van deze op en top gemotiveerde liefhebbers.
 
Even voorstellen
Henri:
Ik ben Henri Hoeks 36 jaar uit Bovensmilde. Hier woon ik samen met mijn vriendin Wilma en ik ben vader van een dochter Romy zij is 11 jaar. Wilma heeft  een eigen schoonheidssalon aan huis Wilma’s saloon,www.wilma-saloon.nl.
Zelf ben ik werkzaam bij de provincie Groningen als beverrattenvanger. Door dit beroep ben ik de hele dag in de natuur. Kortom een baan die bij mij past. Vroeger voetbalde ik bij SVH waar ik vanaf mijn 15e jaar tot aan mijn 22e jaar speelde in het 1e elftal, maar jammer genoeg door een blessure moest ik hiermee stoppen. Door mijn rugblessure is het voor mij niet meer mogelijk om actief te sporten, vandaar dat ik zoveel energie in de duiven stop. Ik verwacht dan ook van mijn duiven dat ze er zelf ook alles uithalen wat in hun mogelijkheden ligt en soms nog net even een schepje er bovenop doen omdat ik dat zelf ook met alles doe.


Henri Hoeks met zijn partner Wilma.

Mark:
Mijn naam is Mark van den Berg, 29 jaar, gelukkig getrouwd met Erna en trotse vader van 2 dochters (Sanne van 2 jaar en Lisa van 2 maanden). Ik ben werkzaam als werkvoorbereider / projectleider in de koeltechniek.


Mark van den Berg, samen met zijn vrouw Erna en dochter Sanne.

Wanneer en hoe kwam je in aanraking met de duivensport en waarom hou je zo van deze hobby?
Henri:
Ik ben opgegroeid op een boerderij in Hoogersmilde. Hier hadden wij al sierduiven en kippen, waar ik vroeger de hele dag bij stond te kijken. En op weg naar school fietste ik bij een duivenmelker langs die zijn duiven dan bij huis had rondvliegen . Elke dag ging ik bij hem kijken en zodoende ben ik dan ook in aanraking met postduiven gekomen Op 8 jarige leeftijd ben ik lid geworden van de duivenvereniging P.V. Snel te Smilde. Ik vind onze sport bijzonder vanwege de spanning die je hebt met het wachten op de duiven en de ontlading wanneer er een  duif valt vind ik geweldig. Het geeft je een gevoel  alsof je telkens maar weer de winnende goal maakt in een voetbal wedstrijd .Ik wacht dan ook elke duif op, van de eerste tot de laatste.

Mark:
Tot 1995 was ik fervent springruiter, maar toen ik te groot voor de pony werd zei mijn vader; hier heb je een hokje met laatjes (stuk of 16 in een hokje van 1,2 mtr), kijk maar of je het leuk vindt/begint te vinden… Daar zaten toen ook rechtstreekse Koopmannen bij dus dat leek me wel wat… Toen ik op de 2e natourvlucht dat jaar de 5e plek in de vereniging speelde was ik verkocht… Kortom, door vader en broer ben ik in de sport gerold. Met hen heb ik ook 11 prachtige jaren gehad op de programma-/dagfondvluchten. Wat me er zo in de duivensport aantrekt? De omgang met de duiven vind ik fantastisch en natuurlijk de kompetitie.

Wanneer en waarom viel je keuze op je favoriete spelsoort ‘de grote fond’?
Henri:
Ik heb gekozen voor de grote fond omdat je overal een vroege duif op kan pakken, anders dan op de programma vluchten waar je bij de lossing al geklopt bent door de wind/ligging . Wanneer ik vroeg wil zitten op de korte vluchten moet ik een oost-zuidoosten wind hebben
Door verhuizingen en omstandigheden heb  ik in het najaar 2004 een doorstart gemaakt op de grote fond.
 
Mark:
Toen in, ik geloof, 2004 de opsplitsing kwam van generaal snelheid en fond was er sprake van dat we de overnachtduiven van de hand zouden doen. Dit was echter mijn favoriete onderdeel dus besloten we om met deze duiven verder te gaan onder mijn naam… Sindsdien ben ik gaan investeren bij diverse topmelkers voor de overnachtduiven. 

Wat is je grote voorbeeld in de duivensport?
Henri:
Mijn grote voorbeeld in de duivensport is onder andere Hans Eijerkamp, niet alleen om de prestaties, maar vooral ook om wat hen voor de sport doen en de uitstraling naar de buiten- wereld. Ik beschouw Hans Eijerkamp als de Godfather van de duivensport.

Mark:
Tsja, elke sport kent zijn iconen… Maar een echt voorbeeld heb ik zo niet, echter kan ik wel zeer veel waardering opbrengen voor mensen die al vreselijk lang aan de top staan…

Wat zijn je belangrijkste basisduiven? Waarom heb je voor deze duiven gekozen? Kweek je volgens een bepaalde kweekstrategie?

Henri: Mijn belangrijkste basisduiven zijn de duiven van Chris en Jaap van der Velden uit Zuid-Beijerland. Hier haalde ik eind 2004 , 2005 en 2008  een aantal late jongen, waaronder mijn huidige stamvader ‘de 700’ en een kleindochter van de 1e Nationaal Barcelona ‘Cheeta’. Dit koppel geeft goede jongen en ook de kleinkinderen zijn super .Op dit moment bestaat mijn hokbestand dan ook wel voor 75% uit hun duiven. Ik heb bij hen duiven gehaald omdat hun al 25 jaar top vliegen op de overnacht met een eigen stam duiven, hoge prijspercentages met vele malen een 1e Nationaal en heel veel Teletekstplaatsen .Verder bezit ik een kleinzoon van ‘de Barcelona’ van Walpot die gekoppeld met een duivin van Eddy Bloemen ook voor goede nazaten zorgt. Eddy kende ik al, vandaar dat daar ook duiven van zijn gehaald. Hij is succesvol met een Barcelonadoffer van Walpot en zijn eigen lijn. Ook heb ik onlangs wat duiven geruild met Hans Eijerkamp en Zonen, waar ik al eens goede duiven van had gehad op meubelbonnen. Ik kweek zo dat er altijd een helft van het koppel bestaat uit een zuivere Van der Velden. Alles wat uitgeprobeerd wordt in de kweek, zet ik op een inteelt Van der Velden duif. Zo weet ik zeker dat die helft in theorie goed moet zijn. Ik probeer ook door inteelt de lijn van mijn stamkoppel vast te leggen.

Mark:
De basisduiven zijn bij mij de duiven van Koop en Gerda Kiekebelt uit Drijber. Deze gekruist tegen de ‘Brive’-lijn van First-Prize-Pigeons hebben bewezen echte toppers op te kunnen leveren. Verder heb ik een zoon en een dochter van ‘de Super v. Geel’ van de Gebr. Limburg uit Zuidveen en deze willen ook zeer goed aanpakken. Van de Klamper-lijn van C.J. de Heijde heb ik een broer en zus zitten, die nauw ingeteeld zijn naar de Klamper; deze heb ik via Jan Duijn. Ook ben ik zeer te spreken over de duiven van de Comb. Verweij-Castricum/Peter de Haan. Verweij-Castricum heeft een topduivin van me van hun eigen soort gekruist met de Kiekebelt-lijn. Ik ben eveneens succesvol met duiven van de Comb. van Kooten-van Bemmel uit Lunteren. Tevens ben ik de laatste tijd bezig met het aanschaffen voor meer +1.100km duiven.  

Hoe ziet voor jou de ideale fondduif eruit?
Henri:
Mijn ideale fondduif is rank, atletisch gebouwd met een lange vleugel en voorzien van ogen, die een geweldige uitstraling hebben. Duiven met karakter.

Mark:
Zachte pluim, sterk karkas en een superuitstraling (karakter). Dat laatste is mijns inziens het belangrijkste om het verschil te maken.

Vertel wat meer over de huisvesting van je duiven. Waar moet een goed duivenhok volgens jou aan voldoen?
Henri:
Mijn accommodatie bestaat uit een hok van 5,5 meter voor de vliegers en 3 meter voor de kwekers en jonge duiven. Een goed hok is pas goed, wanneer de duiven zich er goed op voelen. Dit kunnen verschillende hokken zijn. Je bent afhankelijk van ligging /omgeving etc . Dus je moet het hok aanpassen, zodat het bij jou in de tuin goed functioneert. Een standaard hiervoor is er volgens mij niet.

Mark:
Op het moment heb ik 3 hokken met vliegduiven, 2 met 12 bakken en 1 met 8 bakken, dus 32 vliegkoppels op nest. Daarnaast heb ik een jongeduivenhok geschikt voor zo’n 70 jongen en een kweekhok waar 16 bakken in zitten. Daarnaast heb ik nog een klein hokje van 1,2mtr voor de kweekduivinnen en een hok van 1,8 mtr voor de laten/jongen) in totaal 13,5 meter hok dus. Belangrijk voor een goed hok is uiteraard de verluchting en een beetje geluk hebben dat je het goede hok op de goede plek hebt. 

Hoeveel duiven heb je in het vliegseizoen ( verdeling in kwekers – jonge duiven – jaarlingen - oude vliegduiven)?
Hoe is je selectiemethode bij deze vier groepen?
Henri:
In het vliegseizoen 2009 had ik  8 kweekkoppels, ca. 35 jonge duiven, 15 oudevlieg duiven en 30 jaarlingen. Voor 2010 is de groep oude duiven verhoogd naar 28 en heb ik 20 jaarlingen. De kwekers gebruik ik 2 jaar. Dan worden ze gebruikt als voedsterkoppels . Als er vliegers zijn die uit deze koppels goed presteren dan word er verder mee gefokt en anders verdwijnen ze. De jonge duiven moeten gezond zijn en fris thuiskomen. Verder is een goede bouw wenselijk om te overwinteren. Dus naar prestaties wordt niet gekeken. De jaarlingen gaan iedere week de mand in op de vitesse en midfond vluchten en aan het eind van het seizoen volgen nog 2 eendaagse fond vluchten . Duiven die mij aanstaan laat ik zitten en krijgen geen overnacht als jaarling. Dit komt omdat mijn duiven nog in de groei zitten en ik wil graag dat een duif lang mee gaat. Jaarlingen uit de nog te bewijzen kwekers gaan wel mee op de overnacht. Hiervoor geldt gewoon goed thuiskomen en in mindere mate de prestaties.
De oude duiven gaan 2a 3 keer mee op de overnacht en de Sint Vincent ploeg gaat 2 maal mee. De oude duiven moeten presteren anders verdwijnen ze. En het liefst vroege prijzen, want daar alleen win je iets mee.

Mark:
Kwekers; 16-20 koppels, selectie; na 2/3 jaar geen bruikbare jongen/jaarlingen of 2-jarigen is weg.
Jonge duiven; 70-80 stuks, selectie; de mand, een keer of 8 mee en dan het liefst een zware 2 nachten mand vlucht erbij, dan selecteren ze zichzelf wel uit.
Jaarlingen; minimaal de helft van de vliegduiven, komend jaar heb ik 64 vliegduiven waarvan 34 jaarlingen. Selectie; liefst 1x dagfond en 2x overnachtvlucht en daarbij fit thuis komen en het liefst een keer een prijs 1:10 vliegen.
2-jarigen; zo’n 15 stuks, selectie; 3x mee en zeker 1 x kop (liefst 1:100) of 3x 1:10/1:25. Mijns inziens moeten de 2-jarigen er echt kunnen staan als ze de opleiding hebben gehad en dan is er ook geen excuus meer.  
De overige duiven zijn ouder dan 2 jaar en hebben zich al op één of andere manier bewezen. 

Vertel wat meer over je spelmethode. Daarbij ook aangeven hoe en hoe vaak je resp. de jonge duiven – jaarlingen en vliegduiven van twee jaar en ouder speelt.
Henri:
Ik speel nestspel, omdat ik het erg leuk vind om in het hok een beetje met de duiven aan het spelen te zijn. Ik probeer de duiven ook zoveel mogelijk te motiveren. Soms schroef ik extra planken voor de kooien of plaats ik andere duiven op de bakken. Dit om net dat kleine beetje extra er misschien uit te halen. En met mijn kleine accommodatie haal ik zo een optimaal rendement uit mijn duiven en je ontdekt dan ook wat eerder wat een goed kweekkoppel is, omdat je van je beste vliegers wel wat jongen laat liggen.
De jongen speel ik de ene helft op de jonge duiven vluchten en de andere helft op de natour. Dit om risico,s te spreiden en om te kijken of er als oude duif verschil in zit door andere opleidingen.
De oude duiven gaan bij goed weer wekelijks de mand in ter voorbereiding op de grote fond. De twee jarige duiven speel ik op Limoges /Perigueux/Bergerac. Dit kan ook zijn Limoges/Montauban en Bordeaux . Dit geldt ook voor de 3 jarigen. Een aantal 3 jarigen en ouder speel ik op Sint Vincent en dan nog naar Beregrac of Bordeaux. Dit hangt natuurlijk wel af van hoe een duif ervoor staat. Als een duif niet helemaal goed zit laat ik ze rustig thuis.

Mark: De 32 nestkoppels worden allemaal op nest gespeeld.Ik probeer zoveel mogelijk de jaarlingen tegen de jaarlingen en de oudere duiven tegen elkaar te koppelen.Ik probeer namelijk altijd het volle koppel te spelen op een vlucht. In het voorjaar plan ik welke koppels ik voor welke vlucht wil voorbereiden en zo ga ik ze dan ook samenzetten. De praktijk is met het nestspel dat je dan in het seizoen altijd bij moet blijven sturen. Er raakt een van de partners weg en dan moet daar weer een nieuwe voor komen enz. Dit vind ikzelf ook wel de charme van het spelletje. De kweekkoppels koppel ik ook op ‘afstandsgeschiktheid’. Zelf denk ik dat dit hoe langer hoe meer een rol speelt m.b.t. kopprijzen spelen. Hiermee bedoel ik de grens tot 1.000 km. en >1.100 km. en verder.
 
Hoe bereidt je je duiven voor op het nieuwe seizoen, te beginnen aan het eind van het voorbije seizoen?
Henri:
Aan het einde van het seizoen begint voor mij het nieuwe seizoen met een zeer belangrijk onderdeel en dat is de rui. Dan laat ik de ramen dag en nacht openstaan  en ze krijgen een zeer rijk en variabele voeding. Het ontbreekt hen dan aan niets. Ik wil een zo goed mogelijk verenpakket op mijn duiven zien te krijgen. Hier moeten ze het jaar erop de prijzen mee verdienen. De ruimengeling geef ik de duiven tot 1 januari en dan stap ik over op een rust mengeling . De duiven gaan zo lang mogelijk nog los. Als de roofvogels te actief worden dan gebeurt dit alleen nog in het weekend.  De duiven blijven bij elkaar tot half februari, dan staan de bakken op half. Half maart gaan de duiven dan weer ‘s avonds los. De doffers laat Wilma om 4 uur los en om 5 uur haal ik ze weer binnen en mogen de duivinnen hun rondjes maken. De derde week maart koppel ik ze weer en mogen de duiven een jong grootbrengen. Een aantal laat ik 2 keer leggen en mogen geen jongen grootbrengen dit i.v.m. de rui.

Mark:
Na de laatste overnachtvlucht is het voor dat seizoen ook echt mooi geweest en gaat alles op rust. Nog wel dagelijks los en hun laatste nestje grootbrengen, maar daarna (september) gaan ze uit elkaar en dat blijft zo tot begin maart. Vanaf oktober heb ik ze ook niet meer los i.v.m. de roofvogel. Vaak vanaf half februari gaan de duiven weer los. Gedurende de hele winter krijgen de duiven water en voer en 2x per week Forte-Vita van Travipharma in het water. Rond de kerst wordt er dan een 14-daagse paratyfuskuur over het voer verstrekt.
 
Vertel wat meer over de training van je duiven en hoe bereidt je ze qua trainingsarbeid en voorbereidingsvluchten voor op een grote vlucht?
Henri:
De training van mijn duiven is een verhaal op zich. Als ik ‘s avonds thuis kom, dan gaan alle nestduiven naar buiten voor hun training. Dit is van 5 tot half 7 meestal maken ze een halve draai en landen ze al weer op het hok. Als ik ze dan weer opjaag met een vlag dan gaan ze pas vliegen. Dat houdt wel in dat ik anderhalf uur buiten sta te wapperen. Maar voor aanvang van het afgelopen seizoen vlogen mijn duiven voor geen meter. De drang naar het hok was zo groot dat ze aan de ramen hingen om naar binnen te gaan. Mijn verwachtingen voor de eerste vluchten waren dan ook niet echt hoog, maar ik draaide ze super met kopprijzen en 70 % prijs dus wat is wijsheid????  Wel gingen de duiven iedere week de mand in en werden ze in de week voor het korven 3 maal weggebracht.  e weken erna trainden ze net als een koppel jonge duiven  en dit hielden ze vol tot aan Bergerac. Toen werd het trainen weer minder, maar pakte ik nog wel een vroege prijs op Bordeaux . Tussen de overnachtvluchten gaan ze niet meer de mand in ik breng ze zelf  de week voor het inkorven twee keer weg op 50 en 30 km. Dit dan na de training om een uur of zeven ‘s avonds.

Mark:
Als gezegd gaan de duiven rond half/eind februari weer los en dan is het eerste weer een beetje fladderen (zo’n 2, 3x per week). Wanneer ze gekoppeld zitten vanaf 2e week maart probeer ik de kolonie weer een beetje in hun basisritme te krijgen, beginnend met een half uur / drie kwartier met de vlag op en kleppen dicht. Dit probeer ik zo op te voeren dan ze rond de eerste africhtingsvlucht een uur willen trainen. Vanaf begin mei wordt de training opgevoerd en gaan ze er ’s ochtends tussen 05.00-06.15 en ’s middags tussen 17.00-18.15 uit voor hun verplichte training (alle duiven dus 2x). Hierdoor hoop ik de vorm van de duiven op te kunnen bouwen zodat ze er begin juni kunnen staan. 
Alle duiven geef ik het liefst alle africhtingen en vluchten mee. De laatste zaterdag voor de 1e overnacht brengen we ze dan zelf nog een keer weg naar Breda.
 
Hoe voer je je duiven in de verschillende stadia van het seizoen? ( trainen/invliegen -  week voor inkorven grote vlucht – tussenliggende rustperiodes).
Welke mengelingen gebruik je en welke supplementen geef je eventueel erbij?
Henri:
Mijn duiven krijgen de G-Spirit lijn van Garvo, aangevuld met Premium Light van Jan Keen. In de G-Spirit zit een korrel, waar alles inzit wat een duif nodig. Heeft het voordeel vind ik dat je niets meer over het voer hoeft te doen en dat het makkelijk is. Het hele jaar door bestaat elke mengeling voor minimaal 50% uit de G-Spirit.
In de rui een goede ruimengeling aangevuld met veel kleinzaden, inde winter een rust/wintermengeling aan gevuld met zuivering tot wel 50%.  In het voorjaar, wanneer ze buiten komen gaat het percentage zuivering terug  na een 35 % en word er overgeschakeld naar de vliegmengeling . De week voor het inkorven krijgen ze de G-Spirit mengeling Omega Fond. Verder krijgen de duiven het gehele jaar door wel wat snoepzaad en of pinda’s. Dit ook om een goede band met je duiven te krijgen. Iedere dag gaat er vers grit door het voer en om de dag een hand Multi Mineralen. De duiven worden in de broedbak gevoerd. Dit om ze ook mak te krijgen en ze individueel op te voeren naar een vlucht toe. Tot ongeveer twee weken voor het inkorven van de eerste overnachtvlucht staan dag  en nacht de ramen open. Daarna gaan ze ‘s nachts dicht. Zo probeer ik ze dan extra in vorm te krijgen.

Mark:
Gedurende het stille seizoen voer ik van Wielink 33% vlieg, 33% gerst en 33% superdieet. Dit voer ik tot de jongen uitkomen bij de vliegers en dan voer ik van Wielink 25% vlieg, 25% fond, en van Matabor ook 25% vlieg en 25% fond. Voor de grote vluchten voer ik ze ook op met de vetrijke Koopman-Premium mengeling van Beyers en verstrek ik de duiven ook pinda’s. Zaterdags bij thuiskomst geef ik ze vaak biergist over het voer, aangelengd met óf lookolie óf Setrachol van Travipharma. Ook geef ik ze bij thuiskomst van de eerste 5/6 korte vluchten honing in het water.

Hoe ga je om met het medische aspect in de duivensport, bijv. (blind) kuren, entingen, preventief onderzoek enz?
Henri:
De medische begeleiding ziet er als volgt uit: in het najaar een kuur plus enting tegen parathypus,   in maart enting paramyxo, 14 dagen voor de eerste overnacht een geelpil en eventueel iets voor de koppen Belgatai . Na 2 overnachtvluchten een BS pil en dat is alles . Mijn duiven worden wel regelmatig onderzocht door Nanne Wolff, waar ik een rotsvast vertrouwen in heb. Door regelmatig onderzoek te laten doen, doe ik preventief niets.  Alleen wanneer ze ziek zijn, maar dat is de laatste jaren niet meer voorgekomen. Wel geef ik de duiven Bio-even van A.P.Overwater. Sinds ik dit zuurprodukt geef heb ik nog geen geel weer gehad en coli bij de jongen ook niet . Mijn jongen moeten een natuurlijke weerstand opbouwen. Daarom maak ik de hokken van de jongen ook niet schoon en als er een niet goed zit, dan krijgt ze twee dagen de kans om er bovenop te komen,  anders worden ze uitgeselecteerd. Wel krijgen de jongen vier dagen per week Bio-even.  De oude duiven krijgen dit ook wel 3 maal per week in het vlieg seizoen en in de winter ook.

Mark:
Als het volle seizoen eenmaal op de wagen is geef ik de duiven 2x een BelgaMagix van de Weerd (10 dagen voor de 1e overnacht en 10 dagen voor de 3e overnachtvlucht), puur preventief. Ook geef ik de duiven voor de overnachtvluchten Brive/Perigueux/Bergerac 2 dagen OrniSpecial in het water voor het inkorven. En als de duiven ’s zaterdags terugkomen van een zware (2 nachten mand) vlucht geef ik ze Belgasol en B.S in het water. Verder geef ik de duiven, zoals gezegd, 2x per week Forte Vita in het water.

Wat doe je eraan om je duiven zolang mogelijk goed in de pennen te houden? ( verduisteren/bijlichten?)
Henri:
Mijn oude duiven licht ik vanaf de langste dag bij tot aan inkorven laatste vlucht.

Mark:
In het voorjaar verduister ik de vliegduiven vanaf ong. eind februari. Daardoor hou ik de zon dag en nacht buiten het hok. Deze verduistering verwijder ik dan zo’n 4 weken voor de grote vluchten.
Bijlichten doe ik niet. Achter in het jaar heb ik vaak wel redelijk moeite met de pennenstand, maar daarom probeer ik ze de laatste vlucht op een jong (niet te oud) in te korven, waardoor ze het dek sowieso houden…

Wat heeft je voorkeur ochtend- of middaglossingen en waarom? Hoe denk je over de zg. nachtelijke aankomsten?
Henri:
Middaglossing heeft mijn voorkeur , omdat ik op een ochtend lossing, wanneer er in het zuiden ‘s avonds nog duiven vallen, er toch geen een thuis krijg op dezelfde dag . De nachtelijke aankomsten; ik heb ze liever niet maar wanneer je een zo’n groot afstandsverschil hebt in ons land hou je dit . Voor de ene partij is de afstand te kort en voor de andere te lang. Er is wel een oplossing en dat is door vanuit het oosten te gaan vliegen. Dan kan in principe alles op dezelfde losplaats worden gelost.

Mark:
Ik ben de gelukkig eigenaar van een aantal duiven die ’s nachts willen doorvliegen. Ik denk dat er tegenwoordig veel te angstig wordt gedacht over het nachtvliegen… Wilde verhalen doen de ronde over ontzettend veel gewonden/verliezen. Bij mij en in mijn omgeving echter niet en volgens mij heb je daar met NO-wind en 25 graden veel meer last van…
Vaak zie je op een grote vlucht een plukje nachtvliegers qua aankomsten en dan volgt enkele uren later de ‘meute’. Dit is echter niet meer terug te draaien, want door de specialisatie probeert iedereen maar beter en beter te kweken met dit als gevolg.
Mijn voorkeur heeft dus de middaglossing. Echter wanneer er eerlijke ochtendlossingen worden georganiseerd (zoals de Noordelijke Unie dit jaar voornemens is) waarbij de achterhand ook een duif op de dag van lossen kan draaien zou dat natuurlijk prachtig zijn. Bij de Belgische lossingen op de meeste ZLU-vluchten is dit op onze afstanden echter onmogelijk en is het dus een pracht initiatief vanuit de N.U. om in 2010 een ochtenlossing op het programma te zetten en deze wordt in het midden/noorden van het land dan ook zeer gesteund.  

Wat waren je mooiste successen in 2009?
Henri Hoeks:
1e Kampioen Onaangewezen en Aangewezen Meerdaagse Fond Afdeling 10
1e Kampioen Onaangewezen en Aangewezen Meerdaagse Fond Noordelijke Fondclub Noord
1e Kampioen Onaangewezen en Aangewezen Marathon Noordelijke Fondclub Noord
1e Keizer Marathon Noordelijke Fondclub
1e Kampioen Meerdaagse Fond Onaangewezen en 2e Aangewezen Sector 4
 2e Categorie 4 Meerdaagse Fondspiegel
3e Nationaal Kampioen Meerdaagse Fond
3e Middaglossing Stichting Marathon Noord
2e Onaangewezen en 2e Aangewezen Noordelijke Unie
4e Marathon
4e Superprestige
2e Asduif Noordelijke Unie met ‘Yolanthe’
1e Totaalkampioen Meerdaagse Fond Noordelijke Unie
4e Asduif duif Grote Fond TBOTB
5e Overnachtduif WHZB

Mark van den Berg:

1e  Nat. Bergerac Sector 3 ’09       13.218 d., tevens 1e overall N.U.
1e  Nat. Montauban Sector 3 ‘09       5.413 d., tevens 1e overall N.U.
3e  NPO  Orleans Afd. 8 G.O.U. ‘09    8.500 d.,
3e  NPO  Perigueux Afd. 8 G.O.U. ‘09  6.330 d.,
5e  NPO  Perigueux Afd. 8 G.O.U. ‘09  6.330 d.,
16e Nat. Limoges sector 3 ’09        13.195 d.,

1e Onaangewezen kampioen Noordelijke Unie Middaglossing,
1e Generaal Onaangewezen Fond Regio 1
2e Generaal Onaangewezen Fond Afd. 8 G.O.U.
3e Totaalkamp. Noordelijke Unie,
12e Internat. Zware Fond ‘De Duif’
 
Heb je een verklaring voor het enorme succes van je duiven als praktisch nieuwkomer in deze discipline van de duivensport?
Henri:
Ten eerste heb ik bij Chris en Jaap van der Velden niet alleen goede duiven gehaald ,maar zij hebben mij ook een handvol goede adviezen gegeven. Ik overleg met Jaap altijd hoe ik bepaalde dingen doe. Zij zijn mijn leermeesters op de grote fond. Tevens heeft Nanne Wolff mij een aantal belangrijke dingen geleerd om te beoordelen, wanneer een duif niet goed genoeg is om in te korven. De band die ik met mijn duiven heb, speelt ook een belangrijke rol; de meeste duiven zijn mak. Ik ben zelf zeer gedreven en de wil om te presteren moet je misschien wel hebben om tot prestaties te komen . Een goed hok is een must. Bij mij zijn de prestaties beter geworden door 2 jaar geleden een ander hok te plaatsen, wat na een tip van piet schrijvers is aangepast en sindsdien zien de duiven er goed uit .

Mark:
Zelf denk ik dat het begint met de topduiven, veel mensen praten al snel over een goede (en gelukkig zijn die er ook in veel gradaties) maar de échten zijn er maar zo weinig… Verder een goed hok, goed systeem, meer dan 100% inzet en een beetje geluk… 

Wat is je doelstelling voor het seizoen 2010?  
Henri:
doelstelling voor 2010 veel plezier aan mijn sport beleven . Het liefst met vroege prijzen en kampioenschappen. Maar hopelijk een 1e Nationaal.

Mark:
Zo dicht mogelijk bij de prestaties van 2009 in buurt komen… En hopelijk weer een keer teletekst…

NL 04-4785791 'Het Wonder van Drijber' Eind 2006 rechtstreeks bekomen van Koop & Gerda Kiekebelt uit Drijber en is een dochter van de '80' x ‘Goosie’.
‘Het Wonder van Drijber’ is reeds moeder van:

1e  Internat. Montauban 8.005 d. '09 
3e  NPO Perigueux       6.330 d. '09 
5e  NPO Perigueux       6.330 d. '09 
20e N.U. Perigueux      6.493 d. '08 
37e N.U. Bordeaux       2.843 d. '09 
49e Nat. Bergerac      13.051 d. '09 
55e N.U. Bergerac       7.304 d. '08 
94e Nat. Limoges       13.195 d. '09

NL 01-4746553 ‘Silence’. (laat jong van 2006). Komt uit Kleinzoon ‘Blauwe Vanoppen’ van Chris van der Velden en Zoon. ‘Silence’ vloog o.a. 6e Nationaal Montauban Sector 4 2009 van 2.338 d. – 41e Nationaal Montauban Sector 4 2008 van 2.085 d. – 104e Nationaal Bordeaux Sector 4 2009 van 2.342 d. en 130e Nationaal Limoges Sector 4 2009 van 4.402 duiven. Was in 2009 4e Asduif Noordelijke Fondclub.

NL 04-2036700 ‘De 700’. Stamvader van het hok. Rechtstreeks Chris van der Velden en Zoon, Zuid-Beijerland. ‘De 700’ vormt samen met de NL 05-1380137 ‘Kleindochter Cheeta’ van Chris van der Velden het stamkoppel van het hok Hoeks. Drie kinderen ervan wonnen in 2009 8 : 8 op de grote fond!

NL 07-4740369 ‘Yolanthe’/ Kleindochter van het stamkoppel. Vloog in 2009 o.a. 15e Nationaal Limoges Sector 4 van 4.402 d. – 14e Nationaal Montauban Sector 4 van 2.338 d. en 11e Nationaal Bordeaux Sector 4 van 2.342 duiven.  Zij werd hiermee 1e Asduif Noordelijke Fondclub – 2e Asduif Noordelijke Unie – 4e Asduif Nationale Kompetitie ‘The Best of The Best’ en 5e Asduif Meerdaagse Fond WHZB.

NL 03-2326353 'Brive 1' Rechtstreeks First-Prize-Pigeons en zoon van de 'Brive',
'Brive 1' is reeds vader van; 'Sanne' met de 1e Internat. Bergerac 17.238 duiven in 2009 (geklokt om 05:08), maar ook de vader van 'Flecha' met de 12e Nat. Bergerac 15.490 duiven (geklokt om 01:46).

NL 07-1240161 ‘Sanne’. In 2009 o.a. 1e Nationaal Bergerac Sector 3 van 13.218 duiven en 1e Internationaal van 17.238 duiven!

NL 06-1632188 ‘Zara’ In 2009 o.a. 1e Nationaal Montauban Sector 3 van 5.413 duiven en 1e Internationaal van 8.005 duiven. Inmiddels 7 x mee – 7 x prijs!