Suchen

Fauches Brothers, "Internationale fondvedettes"


Gebrs Fauche met tussenin Jos Veulemans


De Belgische duivensport is meer dan Vlaanderen alleen. Succes echter stopt niet aan de taalgrens. Onbekend is onbemind vandaar dat we het meer dan hoog tijd vonden om op bezoek te gaan bij één van de meest prestigieuze tophokken.

Het land van Maas en Waal
Waret-l’Evêque, een piepklein schilderachtig dorpje gelegen in de provincie Luik is reeds een aantal jaren het decor waar duivensportgeschiedenis geschreven werd met de hoofdletter. Want zeg nu zelf hoeveel kolonies kunnen bogen op vier internationale overwinningen. Niet allemaal tegelijk de vinger opsteken. Wie deze krachttoer wel kan inschrijven op hun batig saldo aan top duivensport zijn de gebroeders Fauche, een formatie die geregeld de internationale colombofiliewereld overhoop zet met de zoveelste krachttoer op een rij en uitgroeiden tot één gezichten van de duivensport in het land van Maas en Waal.

Eendracht maakt macht
Jean Louis en Jean Claude Fauche of de geweldenaars uit de “Wallonië” hun duivenloopbaan leest als een roman. Als kleine gamins herinnert Jean –Louis zich levendig was de duivensport gespreksonderwerp nummer 1. Gans de familie had duiven en wanneer gans de familie weer eens bij mekaar zat werden tussen de soep en de patatten de prestaties van nonkel Pier, Pol en vader zaliger met de nodige commentaar uitvergroot.
Toen beide broers het ouderlijk nest uitvlogen in gezelschap van hun eigen Eva-duivin, beslisten onze gastheren op een goede zondag de krachten te bundelen en een eigen formatie op te starten.
Eendracht maakt macht moeten ze geacht hebben en een taakverdeling welke nu nog geldt werd op poten gezet. Jean Louis nam de praktische kant van de medaille op zich terwijl Jean-Claude het denkwerk voor zijn rekening neemt. De stamvorming, in feite de grote lijnen uitzetten ligt hem als gegoten.

Hun eerste liefde, het vitessespel.
Alhoewel de start in de duivenwereld toch reeds een aantal decennia achter hen ligt, lijkt het alsof het gisteren was. De begeestering waarmee beide herinneringen onder het stof halen is groot. De eerste overwinningen vervolgens de knallers van formaat, het opkuisen van menig regionale uitslag maar ook de wijze waarop de deur van het snelheidsgebeuren in hun gezicht werd toegegooid maakt oude wonden weer een open gaan. Afgunst, nijd en achterklap meer is er niet nodig om iemand het moe te maken. Stelselmatig werden deelnemingszones hertekend met als enig doel de Fauchen buiten te krijgen. Op het laatste werd het te veel en de halve Fond werd dan maar hun speelterrein. De stielkennis vergaard tijdens hun kortstondige sprintercarrière kwam hun goed te pas en binnen de korst mogelijke tijd werd de concurrentie de wacht aangezet.


Fauche Frères doorbreken de Vlaamse hegemonie.
Orp, Pellaines, Den “ Union Wallonne” waren jarenlang de speeltuin de Vlaamse melkers woonachting aan de taalgrens. Het Tiense halve fondvolk keek toen op geen kilometerke om de Waalse collega’s in eigen midden de baard af te toen. Op een blauwe zondag echter werden zij echter op hun nummer gezet toen de gebroeders Fauche de overwinning in eigen huis hielden. Hun verwondering verwaterde en de overwinning werd omschreven als een loutere toevalstreffer. “Een koe kan nu ook slechts éénmaal een haas omleggen” werd meermaals in de mond genomen. Doch het was echter zonder de waarden gerekend van Waret-L’Evêque want met een regelmaat van een klok werd de ganse Oostbrabantse goegemeente het nakijken gegeven. De verwondering veranderde in bewondering maar ook in afgusnt en nijd. Het duurde niet lang of Jean-Claude en Jean-Louis voelden opnieuw nattigheid. Ze hadden reeds één keer de deur van de inkorvinglokalen op hun neus gekregen en hielden zoals het echte grote mijnheren past de eer aan zich. De Halve Fond werd een afgesloten hoofdstuk. De Fond werd de zoveelste uitdaging in hun duivenloopbaan. Geen mens kon toen vermoedde wat de Fauchen in de komende jaren zouden gaan bevroeden. Ondertussen zijn we vier internationale en o.m. 71 provinciale overwinningen ver. Geenszins een reden dat onze gastheren naast hun schoenen zouden gaan lopen. De Fauchen zijn hier te nuchter van aard voor. Als géén ander weten en geven zij toe dat…………

Het geluk je wel een handje dient toe te steken. Neem nu hun stamvorming?
De gebroeders Fauche zijn de eersten om dit toe te geven. Neem nu hun eerste duiven waarvan een deel werd aangekocht op de markt te Sint-Truiden. Toen de successen zich begonnen op te stapelen vooral met jongen afstammend van deze zogenaamde marktduiven gingen onze broers op zoek naar de afstamming ervan. Rondvraag leverde niet veel op en via de eigendomsbewijzen kwamen te uiteindelijk terecht bij Deroo in Halle-Booienhoven, een sterk spelende HF-kampioen. De ouders van de duiven waar hun succesvolle duiven waren niet meer te achterhalen maar het moest toch wel juist lukken dat Deroo op datzelfde ogenblik een echte knaller van formaat onder de pannen had. Beide Louis vroegen op de man af deze crackduif aan te kopen hetgeen hen slecht bekwam want ei zo na vlogen zij met hun klikken en klakken de straat op. Na wat gepalaver konden zij twee jonge duiven uit deze kampioenvlieger aankopen. Toen deze werden afgehaald bleek Deroo dodelijk ziek te zijn. De man goed wetend dat het einde van zijn leven in het zicht kwam, gecharmeerd door de interesse van de beide broers in zijn duivenstam verkocht voor een vriendenprijs zijn crack aan de Fauchen.
De eerste tak van een duivenstamboom was een feit. In het eigen Wallonië werden duiven van Lesire aangekocht terwijl de derde peiler van de huidige stamvorming zijn oorsprong vindt in de eerste nationaal Bourges van Mario Kepski. Een bevriende Duitse kapitaalkrachtige melker wou deze nationale winnaar kopen. In de wetenschap dat de eigenaar een smak geld zou vragen aan hem dan aan landgenoten, werd de deal gemaakt dat de Fauche zouden trachten deze duif aan te kopen. De eigenaar wou niet wijken doch verkocht een koppel jongen ervan. De Duitser was enkel niet geïnteresseerd in deze piepers en beide vonden onderdak te ………
Met dit klavertje drie leek de cirkel rond want zij wandelden van het ene succes naar het andere. Deze duiven namen de overstap van de halve fond naar de fond gezwind. De pracht resultaten van de Crack 40 gingen de wereld rond en brachten de kolonie Fauche in een stroomversnelling.
In 1991 vertegenwoordigde deze klepper als eerste asduif Fond België op de Olympiade te Verona. Een korte blok op zijn palmares maakt veel duidelijk nl. dit is onvervalste topklasse.

Niet verwonderlijk dat hij ook werd uitgeroepen tot Wereldkampioen.
1993 een jaar om in te kaderen.
Met het winnen van twee internationale wedstrijden-Pau en Bordeaux binnen een periode van zeggen en wel veertien dagen zorgden de gebroeders Fauche voor een onuitgegeven krachttoer in de geschiedenis van de internationale duivensport. De daaropvolgende jaren gingen de gebroeders Fauche verder op hun succesvolle elan. 1997 was eveneens een uitzonderlijke jaar met het winnen van werd de eerste internationaal duivinnen uit Marseille terwijl de “39” als tweede asduif Fond België vertegenwoordigde op de Olympiade te Basel.
Het nieuw millennium (2000).. was goed voor twee interprovinciale overwinningen uit respectievelijk Perpignan en Barcelona.


Geen drie zonder vier
….

Moeten onze gastheren gedacht hebben. De geboekte resultaten met de oorspronkelijke stam (Deroo-Lesire-Kepsi) waren reeds top doch de ondervinding leerde dat beetje “extra” nog ontbrak om echt de tot van het marathongebeuren te halen De aankoop van een zoon uit De Laureaat-1ste internationaal Barcelona 1995 van het hok Gyselbrecht was een perfecte zet in hun strategisch plan om ooit de Catalaanse klassieker te winnen. Hun neus voor goede duiven misleidde hen ook ditmaal geenszins want in 2003 zette hun “Queen Barcelona “ (Gyselbrecht X lijn Crack 40), de kroon op het werk door de eerste internationaal te winnen in de twee categorieën (duivers en duivinnen). Met hun internationale overwinning hielden zij de eer en glorie in Luik waar ook de wieg stond van de Barcelona-organisatie. Er zijn aanwijzingen dat reeds rond het jaar 1888 de eersteling plaatsvond. Zeker is wel dat in 1905 de Luikenaar Gustave Mouchart de Spanjeklassieker op zijn naam schreef. Een kleine eeuw later was de Barcelona-Vlucht terug thuis. Jean-Louis en Jean-Marc slaagden erin waar echte Luikse coryfeeën niet inslaagden. Simon Stocksis, Pol Tossens, Camille Hisecom of een Henri Mornard waren er dicht bij. De”Queen Barcelona” klaarde het zaakje wel

2005-opnieuw een knaller van formaat.
Wie op soortgelijk palmares kan terugkijken, zou het wat kalmer aan durven doen. Succes gewend, vele tophokken vielen na zovele overwinningen in vrije val naar beneden. De tegenstand dient niet te hopen op dergelijk doemscenario want ook in 2005 was de Fauche-Kolonie goed voor een aantal opmerkelijke resultaten.
Neem nu in de schoot van het overkoepelend samenspel Noyau 1000 dat 24 maatschappijen inhoudt. Vijf fondwedstrijden in een periode van 5 weken gaven aan dat onze geweldenaars nog zeker en vast niet aan het einde van hun latijn zijn gekomen.
16/7-Jarnac-(670km)-1.492d.: 4-5-7-36-41-44-46-51-61-97-120-148-236-247-349- (15/28).
23/7-Marseille (810km)-1.394d.: 13-23-72-76-113-190-200-280-293- (9/25) ;
30/7-Narbonne 1021 jaarlingen-1-4-14-19-20-68-87-109-117-137-143-145-148-175-181-183-191-194-212-254- (20/32).
6/8-Perpignan-1.091d. : 13-30-34-93-99-115-149-169-181-265 (10/22);
12/8-Saint-Vincent-316d.: 6-7-11-14-19-46-50-53-58-66 (10/12).
Een éénvoudig rekensommetje leert ons dat er 64 prijzen van 119 ingemande duiven waarvan 34 per tiental.
Er zit duidelijk nog rek op de prestatiecurve. De inbreng van de Brinkman-duiven via vriend Jos Veulemans (Tienen) open perspectieven want een zoon uit diens boegbeeld “The Surprise” deed het voortreffelijk met van vijf fondvluchten driemaal rats aan de kop uit o.m. Brive-Cahors en Bordeaux.

Ijzeren sportief regime
Wie de uitslagen een beetje wil interpreteren komt vrij vlug tot de conclusie dat de Fauchen zweren bij een ijzeren sportief regime. De jonge garde wordt tijdens hun eerste levensjaar bewust gespaard. De duivinnen worden wel getest op de klassieke nationale vluchten, de duivertjes daarentegen worden praktisch niet gespeeld. Ze worden wel goed opgeleerd en krijgen in het najaar maximaal een paar vluchten van 200 kilometers onder de vleugels. Als jaarling wordt het echter menens. Na een paar HF-vluchten wordt er echter een programma aangesneden om eventjes stil van te worden. Tot een aantal jaren geleden dienden de jaarlingen uit La Souterraine, Jarnac, Béziers en tenslotte Saint Vincent hun examen af te leggen. Het huidig regime werd echter versoepeld omdat de broers na een tijdje vaststelden dat in feite de lat toch wat te hoog gelegd werd. Jaarlingen welke toenertijd echt kop vlogen gaven als oude duif niet echt wat te pleegden in te houden. De ene ploeg vliegt als afsluiter Béziers de andere mag zich dat weekeinde rustig voorbereiden op de slag uit Saint Vincent. Vele wegen leiden naar Rome als er maar een weg terug is vandaar een aangepaster programma maar werken is en blijft de boodschap.

Werken is de boodschap..voederen echter een kunst
Wie hard moet werken moet ook goed eten vandaar dat ten huize Fauche een uitgekiemd voedingsprogramma werd opgesteld. Het is erop gericht om zo vlug mogelijk de duiven opnieuw rond te krijgen. Onmiddellijk de thuiskomst krijgen ze sportmengeling aangevuld met de nodige vitaminen. Ook wordt dagelijks nagegaan of de uitwerpselen wijzen op een optimaal spijsverteringsstelsel. Is dit echt niet het geval wordt een darm ondersteundend middel toegediend. Via het drinkwater worden er electrolyten toegediend terwijl eveneens een tricho-kuur wordt ingecalculeerd. Vervolgens tot drie à vier dagen voor een nieuwe vlucht wordt er de helft zuivering helft sport. De laatste dagen staat er enkel sportmengeling met vitaminen op het menu. Aardenoten en klein snoepgoed behoren eveneens tot de orde van de week.

Wat brengt de toekomst.
Over een glazen bol beschikken we niet doch met een kolonie welke de voorbije jaren uitgroeide tot een vaste waarde van het internationaal marathongebeuren is niets onmogelijk. Het zou me dan ook verwonderen moesten ze binnen de kortste keren opnieuw een sterk internationaal kunstje uit de mouw schudden. De vliegploeg van de jaarlingen en de tweejaarse duiven lieten afgelopen seizoen mooie dingen zien maar ze lieten nog niet het achterste van hun tong zien…wedden dat….