Theo Keemers & zoon - Albergen (NL) Decennia lang aan de top in Oost-Nederland

Twente, gelegen tussen de riviertjes Regge en Dinkel. Voor mij één van de mooiste gebieden van ons land. Tal van mooie rustieke dorpen zijn er in Twente te vinden, waar je even de haast van deze jachtige tijd kunt vergeten.

Eén van deze dorpen is Albergen, niet ver gelegen van grote broer Almelo. In het buitengebied van Albergen woont de 54 jarige Theo Keemers, één van de grote tenoren van de duivensport in Oost-Nederland. Ruim twintig jaar achtereen speelde hij zich bij de eerste tien Generaal Kampioenen van Oost-Nederland. Eerst in de toenmalige Afdeling G van de NABvP, later in de huidige Afdeling 9. Een hoogtepunt voor hem was het unieke feit dat hij Nederland met twee duiven mocht vertegenwoordigen op de Olympiade in Oostende 2007. 'Olympic Speedy’ in de Sportklasse en ‘Zorro 527’ in de Standaardklasse. Ook de laatste jaren bleven de duiven op een bijzonder hoog niveau presteren.
Het seizoen 2010 vormde daarop geen uitzondering. In de sterke Kring 1 ( ca. 1.000 leden)  werd hij 1e Generaal Totaal Snelheid en 1e Generaal Totaal (incl. fond). Op een natte septemberdag zochten wij hem op in zijn prachtige landelijk gelegen woning met een enorm erf, waarop in 2004 een schitterend nieuw duivenpaleis is gebouwd. Een plekje waar de wieg van Theo stond en waar hij zijn hart aan heeft verpand.
Daar voelt hij zich op zijn plaats en geniet hij dagelijks van zijn duiven, waarbij hij altijd kan rekenen op de steun van zijn vrouw Francien en zoon David. 

Een melker met het juiste gevoel
Theo Keemers zit ruim dertig jaar in de duivensport. Hij is van beroep lasser/metaalbewerker, maar door een broze gezondheid is hij de laatste tijd niet meer in staat om te werken. De duivensport kwam in zijn leven via ‘Heeroom’ Henk, kapelaan en oom van Francien, de vrouw van Theo. ‘Heeroom’ Henk was ook één van de oprichters van ‘De Rode Doffer’, de club waar Theo altijd lid van is geweest en waar hij regenwoordig als bestuurslid, vluchtpenningmeester ringenadministrateur veel tijd in steekt. Hij startte samen met zijn broer Johan, die inmiddels vanwege tijdgebrek niet meer actief in de duivensport is. In 1992 werd de combinatie beëindigd en werden de duiven verdeeld. Theo ging verder met zijn inmiddels 27 jarige zoon David en deze succesvolle combinatie bestaat nog steeds. De komplete verzorging komt voor rekening van Theo. Zoon David verricht de nodige hand- en spandiensten en helpt met het schoonhouden van de hokken.

Er werd in de beginperiode gestart met duiven van het ras Gebr. Janssen en Tournier via Gerard Telgenhof uit Harbrinkhoek en Anton Spies uit Almelo, twee liefhebbers die in die tijd in hun omgeving moeilijk te verslaan waren. Met deze duiven werd Theo in 1987 al 1e Generaal Kampioen van de toenmalige Afdeling G van de NABvP. In 1987 bleek de inbreng van duiven van Gerrit Slot uit Almelo ( Janssen x Desmet Mathijs) ook een goede zet. In  de periode 1990 tot 2000 werd er snoeihard gespeeld op de fond. In 1994 werden goede duiven aangeschaft bij J. Monnikhof uit Oldenzaal en Willems uit Holten, die beiden duiven hadden uit de succesvolle ‘05-lijn’ van Bertie Camphuis. Op dit moment vormt de ‘05-lijn’ de basis van het hok samen met Van Loon duiven via Hans Eijerkamp en Zonen. De laatste jaren werden voor de snelheid duiven bijgehaald bij Koos Tjeerddsma, Almelo – Comb. Atema, Noordbergum ( Heremans en Marijke Vink) en Hans Eijerkamp en Zonen ( Heremans). Deze zijn inmiddels succesvol ingekruisd in de stam.Theo, die het hele afdelingsprogramma speelt, dus inclusief drie overnachtingsvluchten, probeert jaarlijks iets goeds bij te halen. In principe worden deze nieuwe aanwinsten eerst uitgetest, alvorens ze eventueel in de stam worden ingebracht. Voldoen ze niet, dan worden ze gelijk allemaal uitgeselecteerd.  Hoe kan het toch zijn dat hij al zo lang aan de top staat?
‘ Met goede duiven begint natuurlijk alles. Maar je moet er veel tijd aan besteden. Niet altijd lukt het, maar maak dan niet de fout om direct van alles te veranderen’.

De duiven van Theo zijn makke duiven en beslist niet bang. Ze laten zich graag aanhalen in hun woonbak. Ze zijn echter ook fanatiek en geven alles op een vlucht. Maar de dirigent van dit alles is Theo, secuur, schoon, man van de tijd en iemand met een fantastische sportbeleving. Ruim vijf uur per dag is hij gemiddeld met zijn duiven bezig. ‘Observatie van de duiven is heel belangrijk. Op het hok ontdek je zo het territoriumgedrag van een duif en tijdens de training peil je de vorm van je duiven. Hard trainen – een poosje weg – in een brede waaier terug – weer hoog weg – steeds hard vliegend, ja dan is er vorm’ vertelt hij enthousiast. ‘Vroeger was ik zenuwachtig als de duiven thuiskwamen, nu geniet ik alleen nog maar’.   

  

De schitterende hokinstallatie van Theo Keemers en Zoon, Albergen.

Hokken en hokbezetting
Tot 2004 werd er gevlogen van verschillende oude tuinhokjes, die her en der over het erf verspreid stonden. Nu zijn alle duiven gehuisvest op het nieuwe prachtige hok. De hokken zijn allemaal gebouwd op de eerste verdieping van deze gigantische schuur. Beneden heeft Theo een aparte ruimte ingericht, wat dienst doet als kantoor en waar hij alles gelijk bij de hand heeft. De hokken boven zijn doelmatig ingericht. Wat gelijk opvalt is het aangename hokklimaat. De duiven zien er dan ook bijzonder goed uit, strak gestreken in hun verenpak en krijtwitte noppen en oogranden. Nee, deze huisvesting heeft duidelijk een nieuwe dimensie gegeven aan het prestatieniveau van de kolonie van Theo en David Keemers.
Het hok is 16 meter lang en bestaat uit zes afdelingen. Eén afdelingen voor de kwekers, twee afdelingen voor de jonge duiven, één afdeling voor de overnachtduiven en twee afdelingen voor de programmaduiven. Voor de programmavluchten ( 100 tot 700 kilometer) heeft men 38 weduwnaars beschikbaar, die volgens het klassieke weduwschapspel worden gespeeld. Daarnaast heeft men de beschikking over 12 doffers voor de drie overnachtvluchten en 24 kweekkoppels. Ieder jaar kweekt Theo zo’n 100 jonge duiven, waarvan er 80 bestemd zijn voor eigen gebruik. In 2010 werd er gestart met 75 jonge duiven, waarvan er na het seizoen 62 over zijn.

Mooie kampioenschappen in 2010
- 1e Generaal Snelheid Totaal Afdeling 9 Kring 1 ( 1.000 leden)
– 1e Generaal Totaal Afdeling 9 Kring 1 (incl. fond)
– 1e Generaal C.C. Twenterand 
– 3e Keizer Generaal Snelheid Afdeling 9 ( ca. 3.000 leden) 
- 4e Generaal NPO vluchten Afdeling 9 
- 2e Kampioen A. Midfondclub ‘Ons Samenspel’.

  

NL 08-1002691 ‘Koos’. Rechtstreeks Koos Tjeerdsma, Almelo. Ras Gaby Vandenabeele (75%)  x Heremans-Ceusters (25%). Eén van de vaandeldragers van het hok Keemers in 2010 en 1e Asduif Snelheid in de C.C. ‘Twenterand’ en 2e Asduif Snelheid Kring 1. Vloog dit jaar o.a.  1e Strombeek van 462 d. – 1e Vervins van 200 d. – 4e Strombeek van 418 d. – 4e Peronne van 339 d. – 5e Nanteuil van 265 d. – 3e Peronne van 126 d. – 6e Pommeroeul van 401 duiven etc. ( totaal 14 prijzen in 2010).     

De cyclus, voorbereiding, verzorging en spelmethode.
Eind september vindt de selectie plaats. Op 1 oktober worden alle duiven geënt tegen paramixo.  De kwekers, die eind december worden gekoppeld, krijgen voor de koppeling een paratyfusenting. De overige duiven niet. De duiven voor de programmavluchten werden rond 20 januari gekoppeld. Tijdens het broeden krijgen ze een geelcapsule. Ze brengen allemaal jongen groot. Het ene hok komt wel voor de tweede keer op eieren, het andere niet. Na een dag of drie/vier broeden wordt het tweede broedsel weggenomen. Ze blijven dan op weduwschap staan tot het einde van het reguliere oude duiven programma. Voor de eerste vlucht worden de doffers twee keer weggebracht tot een afstand van ca. 20 kilometer. Ze gaan wekelijks mee. Dat geldt ook voor de dagfondduiven. Als ze goed in orde zijn worden deze ook tussen de dagfondvluchten in gespeeld. De weduwnaars trainen tot 1 mei één keer per dag, namelijk van 17.00 tot 18.00 uur. Na 1 mei wordt de trainingsintensiteit opgevoerd tot twee keer per dag. Dan gaan ze ook ’s ochtends los van 06.30 tot 07.30 uur.
De duiven voor de overnachtingsvluchten worden later gekoppeld en trainen dagelijks van 19.00 tot 20.00 uur. Ze gaan na de 3e vlucht een aantal weken achtereen mee met de afdeling. Af en toe gaan ze mee met de doordeweekse africhting van Afdeling 9 vanaf Duffel. Deze duiven krijgen twee of drie fondopdrachten per seizoen. Jaarlingen krijgen één of twee dagfondvluchten af te werken. Theo let er overigens wel op dat er van een jaarling niet teveel gevraagd wordt. Behalve de eerste twee vluchten wordt er voor de vlucht altijd getoond. Al naar gelang de zwaarte van de vlucht mogen de doffers langer of korter bij hun duivin blijven. Het voer bestaat uit Gerry Plus en Weduwschapmengeling van Versele Laga. Verder veel snoepzaad, piksteen, vitamineral en grit. Twee dagen voor het inmanden krijgen de duiven vitamines van Natural in het water. De duiven worden gevoerd op de grond en worden opgevoerd van licht naar zwaar. Theo werkt met een weegschaal. Belangrijk is dat de duiven blijven eten en luisteren. Ook speelt de temperatuur en het weer een rol bij het meer of minder geven van voer. In tegenstelling tot de programmaduiven krijgen de overnachtingsduiven wel veel pinda’s.
Het medisch plaatje is simpel. In oktober een paramixo-enting – een geelcapsule tijdens de eerste broed en verder echt niets, mits de vorm terugloopt. En dat komt de laatste jaren niet vaak meer voor. Eén van de redenen van het vormbehoud is ongetwijfeld het geweldige hokklimaat op het nieuwe hok, waardoor de gezondheidsproblemen hoegenaamd tot het verleden behoren. Mochten er toch problemen zijn dan wordt dierenarts Jelle Jellema uit Nijverdal ingeschakeld.             
Op de natoer worden de duivinnen en de verduisterde jonge duiven gespeeld. Deze laatsten presteren vaak het beste. De doffers worden niet meer op de natoer gespeeld. Als er gekoppeld is voor de natoer wordt er overigens wel tegen het geel behandeld.

  

NL 08-1013075 ‘Orlando’. Zoon van ‘de Leo’ van Koos Tjeerdsma ( ras Ad Schaerlaeckens)  x ‘Corry’ ( ras Camphuis, Janssen, van Loon). ‘Orlando’ was in 2010 5e Asduif Snelheid in de C.C. ‘Twenterand’. Hij vloog o.a. 1e Peronne van 339 d. – 2e Strombeek van 462 d. – 2e Strombeek van 418 d. – 4e Pommeroeul van 401 d. – 4e Nanteuil van 265 d. – 5e Pommeroeul van 234 duiven. Hij won in 2010 twaalf prijzen.

Jonge duiven
Zoals gezegd worden er ca. 80 jongen voor eigen gebruik gekweekt. De jongen van de kwekers, die met de Kerst worden gekoppeld, worden niet verduisterd. Ze zitten in een ren voor het hok en gaan voor het eerst op 1 april los. De rest wordt vanaf 1 april tot half juni verduisterd. Daarna wordt er bijgelicht van 04.30 uur tot 22.30 uur. De jonge duiven worden als voorbereiding op hun seizoen eerst twee dagen in de mand gezet om te leren drinken. Ze worden tien keer weggebracht tot een maximale afstand van veertig kilometer. Tussen de vluchten wordt er niet meer gelapt. Hier is de ervaring dat als je daaraan begint ze thuis niet meer willen trainen. Ze trainen overigens één keer per dag verplicht minimaal een uur. De voeding voor de jonge duiven bestaat uit een tweetal mengelingen, nl. Gerry Plus en een jonge duivenmengeling van Versele Laga ( Oranje etiket).  Ook hier wordt gewerkt van licht naar zwaar voeren. De laatste (NPO) vluchten wordt het aandeel zwaar voer steeds groter. De jonge garde krijgen bij het spenen en een drie/vier weken voor aanvang van de vluchten een para-coli kuur van dierenarts Hans van der Sluis. Verder eens per drie weken twee dagen behandelen tegen het geel. De verduisterde jonge duiven worden doorgespeeld op de natoer. Ze worden in principe gespeeld op het schapje. Sommigen krijgen de gelegenheid een nestje te bouwen. Theo ziet geen verschil in de prestaties. Gemiddeld wordt zowel bij de oude- als de jonge duiven een prijspercentage van ca. 60% gespeeld.

Selectie
Hier in Albergen wordt de stelregel aangehouden dat ieder jaar 50% van de weduwnaars jaarling moet zijn. Bij de selectie van de jonge garde wordt vooral gekeken naar afstamming en bouw. Bij de oude duiven is het simpel. Alleen de besten mogen blijven. Mede dankzij een zekere voorzichtigheid in het spel blijven de goede duiven tot vier of vijf jarige leeftijd uitstekend presteren. Daarna gaan de allerbesten naar het kweekhok.

  

NL 08-1013084 ‘Zoon Zorro 84’. Hij is een rechtstreekse zoon van stamdoffer ‘De Zorro’ ( ras Janssen x Tournier x Desmet Mathijs) x Dochter ‘Olympic Speedy’ ( ras Bertie Camphuis met een vleugje Koopman en Desmet Mathijs). Deze geweldenaar was in 2010 de beste dagfondduif met: 1e Blois van 61 d. – 1e Orleans van 47 d. – 1e Chateudun van 95 d. – 2e Bourges van 64 d. en 7e Orleans van 117 duiven.
Hij won in 2010 twaalf prijzen.

Toekomst van de duivensport
‘Gezelligheid in de club is erg belangrijk. Als bestuurder of commissielid moet je de zaak warm houden bij je collega melkers. Als bestuurder kun je het nooit iedereen naar de zin maken. Bestuurders hebben het vaak moeilijk. Binnen de club moeten ze net als vrijwilligers zoveel mogelijk gesteund worden. Het is de kurk waarop onze sport drijft. Het is jammer dat met de komst van de electronica in de duivensport de kleine man kansloos is geworden ten opzichte van de grote jongens. Door de verdergaande vergrijzing, die overigens niet is tegen te houden zullen in de komende jaren steeds meer clubs moeten fuseren. Maar ik zeg wel, minder beoefenaars van de duivensport behoeft niet te betekenen dat het individuele plezier in de duivensport minder hoeft te zijn.
Ik beleef ook veel plezier aan mijn dagelijkse gesprekjes met bevriende liefhebbers. Wat mij wel zorgen baart is het rapport ‘Vlucht naar de Toekomst’ en dan speciaal datgene waarin wordt gesproken om in te zetten op specialisatie en afschaffen van het Generaal Kampioenschap. Ik en velen met mij vinden het spelen in kompetitie over een heel seizoen mooi, en pas op het is heel moeilijk om daar succesvol in te zijn. Dit mag niet worden afgeschaft. Specialisatie leidt er alleen maar toe dat de grote mannen nog meer gaan uitblinken op ‘hun’ specialisatie en de kleine melker steeds verder op achterstand wordt gezet. Uiteindelijk is het resultaat dat zo het paard achter de wagen wordt gespannen.  Duivensport blijft een fantastische hobby, die ik nog jarenlang samen met mijn zoon en met steun van mijn vrouw Francien en zoon Davis hoop te mogen beoefenen’. Woorden waar ik mij graag bij aan wil sluiten. Het was een genot om zo’n mooie kolonie duiven te mogen bewonderen.