Search

Cobut Raymond, "Geschiedenis van de sportduiven"


Raymond Cobut, Anderlues 


Voorstelling
Geboren op 2 november 1923. Beroep op rust gesteld mijnwerker. Datum van aanvang in de duivensport 1948.
Ontstaan en uitbouw van de duivenstam Cobut

- De zuivere Duray’s (Ecaussines) langs Tilmont (Buvrinne) en door aankoop in de verkoping Duray in 1951 De Cattrysse’s langs Nicaise (St-Denis) ; de Commine’s langs L. Coudou (Hérinnes-lez-Pecq) liggen aan de basis van mijn kolonie.
- Heb 25 jaar ondergronds in de steenkoolmijn gewerkt, wat mij verplicht heeft standvastig een keurslijf te dragen en mijn gezondheid speciaal te verzorgen.
Kreeg internationale beroemdheid dank zij:
- Schitterende uitslagen op de zware fond sinds meer dan 25 jaar. Behaalde in 16 jaar van 533 ingekorfde duiven op Barcelona 283 prijzen, waarvan 188 zich klasseerden prijs per 10-tal.
- Sinds 1968 12 eerste prijzen nationaal bij de duivinnen. Plaatste mij aan de kop van alle nationale kampioenschappen georganiseerd door de K.B.D.B., Fondclub Wallonie, Belgische Verstandhouding, Curegem Center, e.a.
Sinds 1977 speel ik de rol van Poulidor in de jaarlijkse opdracht vanuit Brive. Vermits ik mij in 77, 79 en 80 telkens met de 2e prijs nationaal diende tevreden te stellen.
Kreeg echter de verdiende beloning en de bloemen op Montauban 1980.
De « Montauban » - 2 1774-74
Vader : De « Cahors » 73746-65 - geschelpt witpen
17 prijzen op de fond, waarvan 4 maal Cahors in de 100 eerste.
Moeder: 58294-74 - geschelpt witpen (kweekduivin) oude stam.

Palmares « Montauban »:
1977
- 4 prijzen op grote halve-fond waarvan La Souterraine (957 m/min.) 1ste in de oude reg. en 15e nat.
1978 - 5 prijzen op grote halve-fond, waaronder 85e nat. Bourges van 5.080 d.
1979 Brive: 281e nat. 8382 d. - Cahors : 51e nat. 3.085 d. - Montauban: 156e nat. 3.224 d. - St-Vincent: 390e nat. 4.930 d.
2e as-duif fond Charleroi - 3e as-duif fond Colombophilie Beige - 2e as-duif fond Derby - Hainaut - 4e as-duif fond Amis du Grand Fond Liège
1980 Brive nat.: 2e - 7.770 d. - Cahors nat.: 421e - 4.462 d. - Montauban: nat. 1ste - 3.058 d.



Uitslagen
Enkele van de meest fantastische uitslagen
1964 Barcelona Internationaal (1.000 km), 4.000 duiven, 15 ingekorfde:
11 prijzen: 24, 41, 47, 54, 62, 95, 171, 239, 250, 712, 896e.
1967 Barcelona Internationaal, 4.876 mededingers, 29 ingetekende
16 prijzen : 30, 36, 50, 56, 153, 17!, 185, 239, 278, 307, 316, 540, 547, 639, 677, 720e.
1970 Barcelona Internationaal, 6.851 duiven, 17 ingezette : 11 prijzen 22, 40, 48, 202, 266, 343, 500, 845, 1113, 1187, 1234e.
1972 Barcelona Internationaal, 7.293 duiven, 42 ingekorfde : 23 prijzen: 33, 39, 44, 48, 52, 124, 260, 270, 302, 421, 425, 449, 456, 698, 711, 724, 851, 999, 1004, 1081, 1182, 1327, 1809e.
le jaar dubbeling duivinnen, 16 ingekorfdc, 9 prijzen: 1, 3,4, 19, 21, 32, 34, 58, 179e.
1973 Barcelona Internationaal, 8.515 duiven, 52 ingezette : 31 prijzen
22, 26, 35, 49, 70, 75, 96, 180, 182, 184, 239, 288, 289, 296, 446, 451. 524, 545, 655, 667, 686, 770, 774, 857. 957, 1004, 1062, 1323, 1370, 1424, 1456e.
Duivinnen: 4, 8, 12, 34, 66, 108, 142, 148e.
1977 Brive Nationaal, 6.137 duiven, 79 ingekorfde : 38 prijzen waarvan
20 in de 500 eerste : 2, 7. 13, 19, 37, 40, 59, 61, 75, 87, 175, 179,
183, 216, 224, 302, 328, 399, 454, 488, 508, 604e, enz.
Dubbeling duivinnen, 463 duiven, 35 ingetekende: 20 prijzen:
1,2, 3,4, 7,8,9, 10e, enz.
1980 Bourges Nationaal, 9.113 duiven, 48 ingezette : 24 prijzen : 13,
16, 67, 71, 160, 274, 345. 389, 401, 428, 447e, enz.
Brive Nationaal, 7.770 duiven, 52 ingekorfde, 26 prijzen : 2 (2e
get.), 6, 32 (1ste get.), 133, 155 (3e get.), 214, 325, 347, 360, 419, 463e, enz.
Cahors Nationaal, 4.462 duiven, 26 ingezette : 15 prijzen: 10, 16,
69, 118, 249, 292, 421, 476e, enz.
Montauban Nationaal, 3.058 duiven, 20 ingezette : 10 prijzen
1 (1ste get.), 33, 58, 116 (2e get.), 379, 410e, enz.

Hokken
Dezelfde hokken sinds meer dan 20 jaar.
Deze van de weduwnaars in metselwerk, bedekt met pannen, deze van de nestduiven (waar vooral de duivinnen gespeeld worden) bestaan uit een dubbele wand in eternit, zijn met pannen bedekt, maar met een bijkomende isolatie eronder, behalve aan de voorkant waar 50 cm volledig open blijft.
Het dak heeft minstens een helling van 30 a 40 % Met het gevolg dat het vooraan veel hoger is dan aan de rugzijde. Wat inhoudt dat het volume lucht boven de getraliede afsluiting nog vrij groot is. Het karakteristieke van de nesthokken ligt in het feit dat aan het invliegraam een gang van ± 70 cm loopt, zodat de duiven pas in het eigenlijke hok kunnen, na op deze 70 cm over een speciale val-plank te hebben gelopen. Deze vaiplank is helemaal afgesloten, wat toelaat de duif te bestatigen alvorens ze het eigenlijk hok betreedt.
De scheiding tussen de gang en het eigenlijke hok is volledig in draad.
De oriëntatie van de hokken is zuidelijk gericht, behalve dat van de jonge duiven dat noodgedwongen met de ingangen naar het Oosten zit.
De met eigen handen gemaakte nestbakken meten 60 bij 35 en 40 cm hoog en zijn vervaardigd uit hout en unalit. Eenvoudig en niet luxueus dus. Geen helper, noch hokverzorger.


Kweekduiven
- Geef samenstelling van kweekmengeling.
- Krijgen uw weduwnaars en kweekduiven groenten? Dewelke - Wanneer?

A : Dezelfde mengeling voor alle duiven (weduwnaars, nestduiven en
jonge) op uitzondering van de weduwduivinnen.
Deze mengeling bestaat uit
24 % maIs - 25 % tarwe - 15 % vitsen - 5 % bonen - 8 % erwten - 15 % dan 8 % cardy
Voor de weduwduivinnen is de samenstelling de volgende: 1/3 van hogervermelde mengeling, aangevuld met 2/3 gerst.
Nooit groenten.

Paringen – Asduiven
- Uit welke paringen werden uw asduiven - nationale overwinnaars geboren?
- Door kruising of inteelt?
A : Zowel uit kruisingen als uit inteelt (maar niet in al te nauwe graad) bekwam ik fantastische fondduiven - kweekkoppels.
Zoals : oom tegen nicht, tante tegen neef, kleinzoon met kleindochter, wordt nogal vaak beproefd. Af en toe wel basiskweker tegen kleindochter of oude kweekmoeder tegen kleinzoon. Van halfbroer tegen haifzuster of vader met dochter ben ik geen voorstander.
Een kruising die mij enige allerbeste duiven heeft gegeven was het samenzetten van een paar duiven van mij tegen duiven van Jan Grondelaers uit Opglabbeek. De jonge geteelt uit deze. koppelingen werden broederlijk gedeeld.

Theorie
- Hecht je belang aan de ogentheorie en vleugeltheorie?
A : De ogentheorie heeft volgens mij een zekere waarde.
Vooral waar het er om gaat : zeer levendige ogen die een teken van slimheid laten vermoeden, kleur is van minder belang maar ogen met goed afgeronde kleuren geeft me toch wat meer vertrouwen. In dooreengelopen ogen kan af en toe wel een goed vlieger gevonden worden, maar het zijn meestal toch uitzonderingen.
Voor de kweek heb ik voorkeur voor een zeer rijk gekleurd oog maar speelt de origine toch een dominerende rol.
De vleugeitheorie bevat stellig en vast goede zaken, maar het gebruiken van meetlat is overbodig. De vleugel moet in verhouding zijn van het lichaam. De laatste vleugelpennen mogen niet te breed zijn. Zachtheid van het gevederte en «soepelheid» van de vleugel-pennen mag vooral op de fond niet onderschat worden.

Voeder
- Welk voeder krijgen weduwnaars?
Ontieed dag na dag - ‘s morgens en ‘s avonds.
Soort granen - hoeveelheid per duif.

A : Dezelfde mengeling voor alle duiven (weduwnaars, kwekers, nest-duiven, jonge).
De jonge duiven worden slechts éénmaal per dag gevoederd rond 15 u., maar krijgen dan volle bak.
De weduwnaars en de nestduiven tweemaal per dag, telkens na hun trainingsvlucht. Bij de kwekers ligt er altijd voeder in de gemeenschappelijke eetbak.
Opletten voor al te blinkende granen. Meestal zijn het granen van mindere kwaliteit, die speciaal bewerkt werden om er schoon uit te zien. Vandaar ook dat ik de voorzorg neem alle granen afzonderlijk te kopen en de mengeling zelf samenstel. Wanneer ik mijn hand in de maIs steek, moeten op mijn hand kleine witte pelletjes te zien zijn. Indien niet, ben ik reeds min of meer achterdochtig. Als grit geef ik verschillende handelsmerken, wat de duiven toelaat vrijuit te kiezen. Wekelijks krijgen de duiven, zowel de maandag als de vrijdag, vitaminen in het water toegediend. Dit polygevitamineerd goedje is bij de veearts of de apotheker te verkrijgen.


Methode
- Nestspel of weduwschap met duivinnen en met weduwnaars?
A : Zoals ik reeds liet uitschijnen wordt het weduwschap bij de duivers toegepast maar speel ik vooral duivinnen, soms enkele duivers op nestspel. Het nestspel is volgens mij zeer goed voor de langste afstanden.

Weduwschapmethode:
- tweemaal per dag laten oefenen
- bij het binnenkomen worden ze gevoederd in hun persoonlijk eetbakje, dat zich in elke nestbak bevindt
- gemeenschappelijke drinkpot voor iedereen
- blijven los op het hok, nooit opgesloten;
- worden niet in het donker gezet;
Bij middel van voorgordijn kan de lichtsterkte wel min of meer geregeld worden.
- de duivinnen worden vóór het vertrek niet getoond, zitten bij de thuiskomst echter wel te wachten
- einde seizoen, wanneer de duiven van een bepaalde prijskamp worden opgewacht, worden de weduwnaars die de week nadien moeten vliegen, door een vriend weggevoerd om ze op een tiental km te gaan lossen. Bij hun terugkomst zit hun duivin in hun nesthok. Deze werkwijze laat toe de andere duivers elke woensdag niet te moeten storen en aan te hitsen. Wat mijns inziens niet bevorderlijk is om de rust op het hok te bewaren
- vóór het speelseizoen wordt er niet gekweekt ; echter wel op het einde van het jaar;
- geen verplichte oefeningen ‘s morgens of in de namiddag;
- het overblijvende voedsel wordt na een kwart uur weggenomen;
- wanneer een weduwnaar gewicht verliest moet men hem laten rusten, wat betekent thuis houden en zo weinig mogelijk storen;
- de methode om de oude duiven te trainen is de volgende: ze een paar maal gaan oefenen en dan invliegvluchten van 150 km en plus minus 300 km laten doen. Op die manier geleid staan ze klaar om de prijskampcn van 400 km of meer aan te pakken;
- bij voorkeur geen duiven terugtrekken op kortere afstanden nadat ze een fondvlucht hebben gevlogen.
Nestspel:
- de duivinnen worden tweemaal per nest gespeeld (namelijk op broeden en daarna met een klein jongske)
- na deze tweede vlucht wordt het jong weggenomen en beginnen ze aan een nieuw nest
- ze komen niet in nest vóór dat de prijskampen beginnen, wat betekent Vrij laat in het jaar.

Forme
- Aan wat herkent ge dat weduwnaars in forme komen - of in grote forme zijn?
A : Tekens van forme:
De duivers worden levendiger en hebben meer lust om te vliegen. De kleur van de pluimen verdonkert en is feller uitgesproken. De ogen krijgen meer glans. De duivers worden veclitlustiger en tijdens de oefenvluchten trekken ze afzonderlijk alle richtingen uit. Bij grote forme schijnen de duiven lichter te worden, alhoewel hun volume niet verandert. Hun spieren worden soepelder en de ademhaling is praktisch onzichtbaar.

Duivinnen
De weduwduivinnen komen vóór het speelseizoen tweemaal met eieren, doch niet met jongen. Na het speeljaar blijven ze tot einde november bij de duivers. Ze worden in de volière ondergebracht, nooit afzonderlijk in bakjes opgesloten. Tijdens hun scheiding krijgen ze als voedsel : 1/3 van de voorheen beschreven mengeling, waarbij 2/3 gerst wordt toegevoegd.

Vitaminen en Spoorelementen
- Wat voor vitaminen krijgen uw vliegduiven?
A :
Gebruikt een handelsvitaminecomplex tweemaal per week, o.a. op maandag en vrijdag.
De hoeveelheid door de fabrikant aangeraden, mag niet overschreden worden.
Vitaminen zijn er oni ze te verbruiken, maar niet om te misbruiken.

Hygiëne
A : Alle hokken worden tweemaal per dag door mij gereinigd.
Als ontsmetmiddel gebruik ik af en toe chloorwater, beter bekend onder de benaming javelwater.
Zoals elke melker krijg ik soms wel af te rekenen met de gekende duivenziekten : trichomonas, coccidiose e.a. In de handel bestaan voldoende middelen om deze kwalen vlug te genezen.
Een goede verluchting is van belang, maar opletten voor tochten.

Nieuwe inbreng
- Bent ge voorstander ieder jaar vers bloed in te brengen?
A : Sinds 1964 werd geen enkele duif van vreemd ras nog bijgehaald.

Goede raad voor nieuwelingen
- Welke goede raad kunt ge aan nieuwelingen in de duivensport geven?
- Bent ge bereid hen met raad en daad te ondersteunen?
De allereerste raad die ik aan beginnelingen geef is te beginnen met een volière te maken. Het hok kan later wel volgen. Om deze volière te bevolken is het best vogels te halen op hokken die reeds meerdere jaren sterk spelen ; rekening houdende met de afstanden die men wenst te spelen. Deze vogels niet spelen. De jongen eruit echter wel. Niet te vlug willen gaan. Ze goed trainen alvorens de afstandsvluchten aan te pakken.
Wie deze raad in de wind slaat en de aangekochte duiven direct wil leren en spelen zal praktisch elk jaar opnieuw hier of daar moeten gaan aankloppen. Zodat hij het jaar nadien nogmaals van nul zal moeten beginnen.
Het spreekt vanzelf dat ik altijd bereid ben beginnelingen raad te geven wanneer zij er om verzoeken.