Search

Colbrandt André, "Winnaar editie 2006 - Euro Diamond Pigeon"

Een prestatie welke menig duivenliefhebber doet dagdromen doch er is meer. De winnaar 2006 namelijk “de ”Carcosonne” –2de nationaal Carcasonne-treedt hiermee in de voetsporen van een andere illustere hokgenoot onder de pannen te Bottelare aan het nummerke 194 van de Poelstraat namelijk de “Vlaamse Leeuw” welke door het winnen van de 2de nationaal en internationaal uit Dax, in 2000 voor André de rode loper uitrolde naar het podium van een van de meest prestigieuze organisaties van de internationale duivensportwereld waar een staande ovatie over hem héén rolde.



Een aanéénschakeling van kippenvelmomenten
.

2000 was ongetwijfeld onvergetelijk en zal André en zijn echtgenote voor immer bijblijven. Ondertussen zijn we een aantal sportseizoenen verder en de “Colbrandt “ heeft zeker niet stilgezeten en gerust op zijn lauweren. Meer zelf hij is ontegensprekelijk uitgegroeid tot een van de onvervalste smaakmaker van de internationale fondscène. Wanneer we eventjes gaan grasduinen in de resultaten van de eerste jaren van de nog zo jonge en prille 21ste eeuw, is het een onweerlegbaar feit dat de Bottelaarse kolonie er steeds staat als er oorlog gemaakt wordt. Hoe harder de weersomstandigheden het deelnemersveld geselen, hoe dominanter de hellevogels van André Colbrandt een hoofdrol vertolken in het wedstrijdverhaal.

Neem nu 2004 toen zijn jaarlingenploeg een haast vooroorlogse prestatie neerpootte uit Béziers, een exploot dat gans de wereldbol rondging. Acht van de elf ingezette duiven bombardeerden de locale uitslag (Zottegem) éénvoudig plat met achteréénvolgens de 1ste-2de-3de-6de-12de-15de-33ste en 41ste (165d.). Provinciaal Oost-Vlaanderen was de reeks niet minder indrukwekkend: 2de-5de-6de-27ste-63ste-68ste-203de en 246ste (1.062d). In den “Entente Belge” tussen 2.075 deelnemende duiven was het eveneens bingo (6de--15de-23ste-79ste-71ste-188ste en 442ste). Nationaal werd de uitslag opgesmukt met de 17de-54ste-66ste-184ste-400ste-435ste-1.122ste en 1.368ste.

In 2005 deed de kolonie Colbrandt meer dan bevestigen want met het behalen van de eerste nationaal Saint-Vincent jaarlingen werden de hooggespannen aspiraties meer dan ingevuld. De “Blauwe Saint-Vincent” -het prototype van de Colbrandt-duif (één spiermassa, een uitzonderlijk oog en een optimale vleugel)- gaf 10.022 duiven het nakijken. Hij smukte zijn visitekaartje nog meer op door als enige duif de kaap van de 1100 meter per minuut gezwind te nemen. Nationaal vloog hij niet minder dan 36,61 meter per minuut sneller dan de tweede van het resultaat terwijl regionaal drie volle uren verstreken voor de volgende telefonische aanmelding binnenkwam.

Doch er stond nog meer moois in het draaiboek van het succesverhaal 2005 met o.m. de lokale zege uit Perpignan, goed voor een 5de provinciaal en de 32ste nationaal. De vlucht uit Narbonne werd een zoveelste zegetocht door regionaal o.a. een tweede; derde en vierde plaats te versieren. Wetenswaardig is dat na een vlucht van 872 kilometers te Bottelare de dag van de lossing zelf, liefst vijf van zijn negen ingemande duiven hun thuishaven veilig en wel aandeden. Binnen een tijdsbestek niet minder dan 35 minuten zaten er immers vijf gummies in de klok. Moeder moet er nog zand zijn heeft de verenigde tegenstand zich toen met recht en reden afgevraagd.

Tijdens het verloop van het afgelopen seizoen (2006) werd de hoogconjunctuur nog verder aanzienlijk aangezwengeld door o.m. het winnen van:
- de eerste regionaal Brive-6de nationaal (9.466 duiven);
- eerste regionaal Barcelona –150ste plaats op het nationaal resultaat;
-de 1ste regionaal Saint-Vincent gaf recht op de 13de stek van de vaderlandse uitslag terwijl als sluitstuk de tweede nationaal Carcasonne werd geklokt, een prestatie dat een verlengstuk kregen in het winnen van de Euro Diamonds Pigeon-competitie editie 2006.

Een kruidvat aan topweekmateriaal.
Eerst kweken en dan spelen, een duivenaxioma van alle tijden. Wie over géén rassige duiven beschikt mag het vergeten. Bij het doornemen van de afstammingskaarten ten huizen “Colbrandt “ passeren een aantal grootheden uit onze rijke vaderlandse duivensportgeschiedenis de revue. Den “Antwerpse Union” wordt algemeen beschouwd als de hogeschool van het vaderlands halve fondgebeuren. Te Gent daarentegen wordt er op universitair niveau fond gespeeld. In het bekende duivenlokaal van de “Stropkesstad”,-het Zielleke, liep hij kampioenen tegen het lijf welke duivengeschiedenis schreven met de hoofdletter.

Onafgezien zijn roots in de duivensport via zijn grootvader en vader lagen op het kortere werk, was het steeds André zijn betrachting en droom om het waar te maken uit verdere oorden. Dax, Barcelona klonken hem als muziek in de oren. Het bleef niet bij dagdromen want door de jaren heen lukte het hem regelmatig als “Kleine David” de Goliath’s zoals te doen buigen. Bij die gedachte alléén, na al die jaren duiken er blinkende sterretjes op in zijn ogen. De prestaties van de jonge Colbrandt gingen niet ongemerkt voorbij vooral bij een kenner “puur sang” zoals de legendarische Professor Van Grembergen en zijn maat Jules De Raedt. De “Prof” zoals André hem na al die jaren nog steeds noemt zou een belangrijke rol spelen in de verdere ontwikkeling van zijn loopbaan. De vriendschapbanden werden steeds nauwer aangehaald. Toen de Prof in 1975 zijn vliegers totaal van de hand deed was de optie een echte combinatie Van Grembergen-Colbrandt op te starten. Wegens een statutair KBDB-verbod werd de droom opgeborgen. Officieel speelde ik alleen verder doch de raad en de daad van de Professor was nooit veraf. We deden het echt niet onaangenaam want in de nationale kampioenschappen werd regelmatig gescoord (o.m. een vierde plaats in 1981. Door toedoen van de “Prof” kreeg ik toegang tot André Vanbruaene. Door de jaren werden de beide “Andrées” hechte vrienden. Grootmeesters hebben altijd een mystieke zweem over hen. Van Bruaene was hier op géén uitzonderling. Wekelijks stond een urenlange babbel op het programma doch wie denkt dat er louter over duiven geleuterd werd, slaat de bal mis. De Lauwense grootmeester sprak niet graag over de duivensport. Hij had zijn eigen systeem, het interesseerde hem niet wat er zich afspeelde op de grote duivensportspeelplaats. Enkel zijn eigen klasje telde hetgeen voor hem ruimschoots volstond. Echte klasduiven werden er bijgehaald hetgeen niet gebeurde zonder slag of stoot. Doch het loonde de moeite. De lijn van de legendarische “Late Electriek” deed het uitstekend en is momenteel nog steeds verweven in de huidige stamvorming van de Bottelaarse stamvorming. Onafgezien de prachtige resultaten, kon André niet onder de vaststelling uit dat de Vanbruaene-duiven bijzonder sterk waren, echte hellevogels doch het ontbrak hen duidelijk aan snelheid. Vandaar dat er uitgekeken werd naar duiven welke het echt konden afmaken. Bij Roger Florizoone uit Oostende was André aan het juiste adres. Vandaar dat de laatste vijftien jaar André meer nadrukkelijk de kaart trok van deze duiven. Momenteel mag André zich dan ook met recht en rede de echte en ware erfgenaam noemen van de “Florizone-dynastie”.

Florizone is “hot” in het internationaal duivenlandschap.
In binnen-en buitenland wordt de Oostendse stam enorm gewaardeerd. Het swingt de pan uit. Toen de kolonie onder de hamer kwam was de belangstelling enorm, de prijzen welke dienden neergeteld te worden waren dan ook navenant. Het gevolg kent iederéén ondertussen. Her en der, met een regelmaat van een klok, duiken wel ergens ten landen of over de grenzen heen, de zogenaamde echte erfgenamen van de Florizoone-soort op. Om André op stang te jagen is er veel nodig, doch als men er nog maar aan denkt enigszins te raken aan de nagedachtenis van Roger, gaat het fiks waaien. André mag zich met recht en rede rekenen tot het kleine clubje van echte vrienden van Florizoone en als er één mag zeggen dat hij alles kon krijgen en gekregen heeft van Roger, dan ben ik het wel, klinkt het luid, fier maar eveneens met een oprecht vleugje aan verdriet gekruid. Overtollige kwekers (wegens plaatsgebrek( verhuisden steevast naar Bottelaere waar ze gekoesterd werden. De “Dax I” winnaar van de 3de internationaal Dax 1996, een zoon en een aantal dochters uit de legendarische Witneus, de “Primus”; een broer van de Dax II, 2 broers van de Rivaldo en de Ronaldo van Etienne Devos (combinatie Didi X Molenaar Florizoone), een broer van de Marseille, allen zitten ze veilig en wel bij André onder de pannen. Op een bedachtzame wijze werd met deze ware kweekvijver omgesprongen, het resultaat staat er..

Wonderbaarlijke visvangst….
Waar hebben we dit nog gehoord? Doch het lijkt mij een passende omschrijving want de laatste jaren, kweekt André de ene topper na de andere. De “Vlaamse Leeuw,” als ei bekomen bij Roger Florizoone (Vader is een kleinzoon van de “Montauban” van Marc Pollin –moeder een dochter van de Broer Witneus) zette met zijn prachtige prestaties de krijtlijnen uit voor de eerste jaren van 21ste eeuw. Hij vloog een 2de nationaal en internationaal uit Dax en dit na een millimeterspurt tot op de meet. Het winnen van de competitie “Euro Diamond Pigeon 2000 zorgde voor compensatie bij het juist missen van de internationale oppergaai.
Tweede in het rijtje van de toppersgalerij Colbrandt is de winnaar van de eerste nationaal Saint-Vincent. De “Blauwe Saint-Vincent” heeft een afstamming om van te snoepen. Langs vaderszijde de “Zilveren” of een volle broer van de “Rivaldo” en “Ronaldo” van Etienne & Frank Devos. Aan moederzijde tekent de “ Blauwe Lucienne” een rechtstreekse duivn van het hok van wijlen Roger Florizoone of een dochter van de beroemde “Witneus” X de Dikke Molenaarde.
Recentelijk eiste de “Carcosonne” met het winnen van de 2de nationaal uit Carcasonne zijn plaats op in de galerij van toppers ten huizen Colbrandt.
Langs vaderszijde vinden we terug de Geschelpte Montauban of een zoon van de Montauban Marc Pollin X Dochter Dax. Langs moederszijde tekenen we de “Blauwe Zus Witneus op. “Florizoone” op zijn best zouden we zeggen nl. De Freddy (Gouden Vleugel 84-5de internationaal Barcelona) X Witte Bolle (Zus Narbonne).
We kunnen ons met recht afvragen, maakt André in 2007, dat begerenswaardig klavertje vier aan echte topduiven tot het zijne?

Saint –Vincent
zal André Colbrandt steeds blijven achtervolgen doch ondanks zijn nationale overwinning roept deze vlucht bij onze gastheer gemengde gevoelens op. In feite behoort André tot de radicaalste tegenstanders van middaglossingen gezien er dan steeds hoge zomertemperaturen worden opgetekend. Ieder systeem heeft zijn voor- en nadelen. Een middaglossing zorgt ervoor dat de jaarduiven hun inspanning door de invallende duisternis dienen te onderbreken terwijl bij het in vrijheid stellen van de duiven-tijdens het ochtendgloren- men de drukkende temperaturen vermijdt maar wel de kans dat men vele jaarlingen breekt met meer dan een paar procenten toeneemt. Echt heeft André het niet op de overnachtingvluchten maar ja de kalender is nu éénmaal zo opgesteld. Men moet mee in het spel ook al vind je persoonlijk dat duiven welke 12 tot 15 uren ononderbroken in de lucht hangen en dan een topprestatie neerzette, het meeste respect verdienen dixit onze gastheer.

Tot slot wil ik iedereen er overweging meegeven dat in de persoon van André Colbrandt, er géén betere erfgenaam is tot het in stand houden van de mythe “Florizoone”. Niet alleen is hij de enige, echte, unieke en ware bezitter van een schat aan duivenmateriaal, hij draagt met verve de loodzware erfenis die wijlen Roger Florizoone op zijn schouders legde. Meer zelfs, de sportieve prestaties van André, unieke hoogstandjes in hun soort, dragen nog meer bij tot het uitdragen van de faam van wijlen Roger Florizoone. Als er een hemel bestaat, André, ben ik er zeker van dat bij iedere topprestatie, uw afgestorven beste vriend “Roger” meegeniet.