A A A

Overwennen in het najaar

De selektie is achter de rug, mijn jonge doffers zitten reeds op het hok der jaarlingen. Ik stelde vast dat de maartse reeds hun laatste pen hebben laten vallen in oktober.

Het overwonnen van het hok der jongen naar dit der jaarlingen verliep zoals alle jaren vrij vlot. Ik doe het gewoonlijk als volgt: midden oktober doe ik op een zaterdag mijn keuze. De nieuwe klanten krijgen een week de tijd om zich een plaatsje uit te zoeken, ze vliegen dus niet uit, maar  krijgen wel de kans om de nieuwe omgeving te verkennen door de kijker. Na acht dagen geef ik ze op een morgen de vrijheid, traag, een na een  steken ze dan hun kopje naar buiten, turen eens goed naar links en naar rechts en wagen zich dan in de lucht. Al de andere duiven blijven dan opgesloten. Ze krijgen ook 's morgens geen eten om 's avonds meer kans te hebben dat ze naar binnen komen op het nieuwe hok. Een  toemaatje: het is mijn goede gewoonte van altijd wanneer ik voeder, mijn kom-kom te laten horen. Het is een signaal dat ze leren herkennen van bij de speentijd, ook de oude duiven en de kwekers zijn er mede vertrouwd. Het is een kwestie van gewoonte om uw duiven op uw signaal te   doen gehoorzamen, dit is zeer nuttig in alle omstandigheden en zeker bij de thuiskomst van een wedstrijd.
's Avonds dus rond 17u roep ik ze binnen, de meeste komen stilletjesaan afzakken en lopen naar binnen. Er zijn natuurlijk altijd een paar   treuzelaars, geduld is dan de boodschap, en, blijven er toch hangen op de spoetnik van het jongenhok, dan stoor ik mij daar niet aan en laat ze maar eens uitslapen. Na een nachtje buiten is het zelden dat er nog zijn die het niet beet hebben. Is dat toch het geval dan laat ik ze wel toe in de spoetnik van de jongen, maar neem ze onmiddellijk weg naar het nieuwe hok en steek ze zelf door de nieuwe ingang. Van nu af vliegen ze slechts een keer per week nl. op zondag.

Voederen
Ten behoeve van onze beginnelingen dan vooral: alle duiven worden alleen nog 's avonds gevoederd van zodra de grote rui voorbij is. Dit stemt ongeveer overeen met het vallen van de voorlaatste pen.
Ze krijgen de volle goesting van elk de helft: kweek met zuivering. Al wie vroeg wil kweken moet nu alleszins met duiven zitten die al een maand gescheiden zijn. We voederen terug alleen kweek zo'n acht dagen voor het koppelen.

Keuren
Het is onmogelijk om alles in enkele regels op papier te zetten, maar bondig geformuleerd toch nog even dit... Het is van belang dat de jonge doffers van uw keuze na de rui naar voor komen zoals een dame die vers van de kapper komt. De pluimen moeten glad gestreken liggen, vnl. aan de oren en onder de vleugels. De achtervleugel moet aanvoelen als een geheel, het mag nergens de indruk nalaten van een stoppelveld, de ribben van de  pennen mogen niet te voelen zijn; d.w.z. dat er overvloedige bepluiming is onder de pennen. Het is' bovendien onontbeerlijk dat de vork of de   stuitbeentjes genaamd, nauw bij elkaar aansluiten, voor een duivin mag er wel een kleine toegeving zijn. Mispak u echter niet aan late jonge duiven want die zijn nu op hun lelijkste leeftijd. Ge moet wachten tot volgend jaar na de rui om er een definitief oordeel over uit te spreken.
Nog een detail van belang: bij jonge doffers die pokken hadden op de ogen moet ge opletten of het oog er niet door beschadigd is, wat tamelijk vaak voorkomt. Een oog waar alle kleurstof uit is weggebrand is volgens mij niet meer geschikt voor de wedstrijden. Een uitzonderlijke vogel zou ik wel een kans geven op de kweek. Een beschadigde pen zie ik bij een jonge duiver ook al niet gaarne, dat mag niet tenzij het een gevolg zou zijn van een deelname aan een fondwedstrijd van meer dan 500 km. Jonge duivers mogen geen gebreken vertonen. Ze moeten van achter gesloten zijn, ze moeten een sterk gepenseeld oog hebben, ze mogen geen gebreken vertonen in hun slag EN alle wijd openstaande kelen zijn uit den boze. Na de rui en met lege krop nagekeken staat een goed keelgat er stil en rustig bij, bijna gesloten is de spleet van de luchtpijp, maximum geopend zoals de pit van een peer. De kleur van de randen is licht rose, maar ik zeg liever en met nadruk kleurloos, bijna wit.
Een toemaatje: slijmen achteraan in de keel betekent trichomonas en nat mest in de bakken of onder de stokken duidt op de aanwezigheid van coccidiose.
Bij een fondliefhebber zijn niet alle duiven geschikt voor het zware labeur. Hoe verder men speelt, hoe minder geschikte kandidaten. Dit heeft voor gevolg dat er veel goed materiaal tussen zit om het te wagen op de halve fond en nu spreek ik uit ondervinding. Bovendien is het altijd wenselijk van duiven te hebben die over voldoende adem beschikken om, zoals op de vitesse, het 20 zondagen uit te houden. Duiven waar wat fondbloed in zit hebben dikwijls een bagage aan weerstand en uithoudingsvermogen. Indien men nu deze duiven kruist met rasechte sprinters, dan heeft dit  gewoonlijk een gunstige weerslag. Er zijn vitessers die verbazend goed lukken met eens wat vers bloed in te  brengen dat wat meer afstand aankan. Bovendien wordt het uitermate interessant als men wil mededingen op de grote vluchten voor jonge duiven.