A A A

Invloed van wind, massa, ligging en vooral ook topliefhebbers met topduiven.

Veel wordt in de duivenwereld gepraat en geschreven over gelijke kansen of beter het ontbreken daarvan vanwege wind en massa. Wind en massa verdelen de prijzen wordt er gezegd en daarom als excuus opgevoerd voor slechte prestaties.

Volg maar eens de discussies op PIPA. Ook Antoon Coolen maakt overzichten en analyses die hij regelmatig publiceert in het Spoor der Kampioenen. De voorvlucht is zwaar in het voordeel is een van zijn conclusies.

Het leek ons interessant de prijzen verdeling van de diverse Samenspelen in de Afdeling Zeeland eens te bekijken en dan specifiek op de Vitesse. Op de korte vluchten moet de invloed van wind en massa uiteraard het grootst zijn. De hoek vanuit de losplaats gezien tussen west en oost is dan ook het grootst.
De Afdeling Zeeland kent 7 Samenspelen. West, Midden en Oost Zeeuws-Vlaanderen vormen de Samenspelen 1,2 en 3. Boven de Schelde hebben we S7 Walcheren, S4 West Zuid Beveland en Noord-Beveland en S5 Oost Zuid-Beveland. Ten noorden hiervan nog S6 bestaande uit Tholen, Schouwen-Duiveland en St. Philipsland.

Zeeland kende dit seizoen 8 vitesse vluchten. Alle Samenspelen worden gelijk gelost. Een officiële provinciale uitslag wordt niet gemaakt. Wel worden de  eerste honderd prijzen van de Afdeling op de site van Compuclub gepubliceerd. Voor de provinciale kampioenschappen wordt een ranglijst gemaakt aan de hand van de in het Samenspel gewonnen punten.
Wij registreerden alle prijzen in de tophonderd van Zeeland van ieder Samenspel en vergeleken dit met het percentage ingezette duiven van ieder Samenspel. De resultaten hier van vindt u in bijgevoegde tabel1.

Tabel 1

Grafiek 1 geeft een mooi totaal overzicht van het aantal prijzen in de top honderd die men gewonnen heeft in relatie tot de som van de percentages ingekorfde duiven per vlucht. In feite is er slechts één grote winnaar Walcheren ondanks de overvlucht t.o.v. Zeeuws Vlaanderen. De drie Samenspelen onder de Schelde halen min of meer hun deel en de 3 overige Samenspelen boven de Schelde komen alle drie tekort.

Grafiek 2 geeft de verhouding aan tussen het percentage ingekorfde duiven en het percentage  top honderd prijzen. Als een Samenspel het zelfde aantal prijzen  behaalt als het percentage ingekorfde duiven komt dit uit op 100. volgens het aantal. Uiteraard zien we ook hier weer dat de Samenspelen 5 en 6 nooit het aantal top honderd prijzen behalen  in overeenstemming met het percentage ingekorfde duiven. Wel zien we ook dat de windrichting toch van forse invloed is.   De windrichting die wij in bovenstaande tabel hebben opgenomen hebben wij gehaald van de site van het KNMI voor midden Zeeland ( Wilhelminadorp ) Een betrouwbare windrichting van de vliegrichting hadden wij niet. En blijkbaar waren de meningen hierover ook nogal verschillend als we kijken wat door de diverse verenigingen werd aangeven bij hun uitslagen vermeld op Duivenmarktplaats of PIPA. We zien dat Walcheren ( S7 )op V18, V19 en V23 waarbij wind uit westelijke richting komt het minste scoort. Samenspel 2 is dan de winnaar. Op V21 Morlincourt met zuidenwind scoren ze zelfs 500% ofwel 5 maal het aantal prijzen waar ze gezien het percentage ingekorfde duiven recht op hadden.

Conclusies.

Wind
De windrichting  speelt een belangrijke rol. Toch is hier zeker niet alles mee te verklaren. Natuurlijk is de meest van invloed zijnde windrichting deze waarbij hij loodrecht staat op de vliegrichting. Dat betekent dus NW als slechtste wind voor de westkant en ZO als slechtste wind voor de oostkant. Misschien mag je daarnaast aannemen dat een ZW wind iets gunstiger is voor de verste afstanden en een NO wind iets gunstiger is voor de voorvlucht.

Massa
De massa is redelijk verdeeld zowel van west naar oost als van zuid naar noord en mag dan ook niet als een hele belangrijke factor gezien worden in deze prijzenverdeling
Ligging  (Voorvlucht tov. Overvlucht )
Bij de analyses van Coolen komt vooral de voorvlucht als de winnaar te voorschijn. Hier is dat gedeeltelijk zo. Maar de grote winnaar is het midden maar dan alleen Walcheren
De enige verklaring voor het zeer sterke presteren van Walcheren lijkt ons dan ook de grote concentratie van zeer sterke spelers. Wij hoeven ze niet bij naam te noemen Ook op de midfond en de dagfond zijn het toppers. Het meest opvallende vinden wij nog dat ze zoveel beter presteren dan Samenspel 1 waar de duiven toch overheen moeten komen.
Dit sluit ook aan bij de resultaten van een onderzoek van de Wetenschappers van de Eötvös Loránd Universiteit van Boedapest . Duiven volgen verschillende leiders in zwerm is het resultaat van hun onderzoek en dit zijn ongetwijfeld de beste duiven van de beste liefhebbers bij de onderzochte wedstrijden. Als velen hiervan dezelfde kant op moeten zal dit voor de uitslag van grote invloed zijn.

Zie hier onder genoemde sites voor meer informatie over dit onderzoek.
http://www.nu.nl/wetenschap/2222148/duiven-volgen-verschillende-leiders-...
http://www.nature.com/news/2010/100407/full/news.2010.168.html
De meest belangrijke conclusie is dan ook dat de meest bepalende factor voor de verdeling van de prijzen is de kwaliteit van de liefhebber en de duiven. Concentratie van dergelijke liefhebbers in een bepaald gebied zal deze resultaten versterken.
Een ander punt wat uit dit onderzoek blijkt is de vraag of we behaalde punten voor de kampioenschappen van diverse Samenspelen met elkaar mogen vergelijken. Dit gebeurt in Zeeland op de Vitesse. In de ranglijst van de Vitesse vinden we uit Walcheren met 329 top honderd plaatsen slechts 4 liefhebbers bij de eerste 35 vitesse kampioenen te beginnen met plaats 5.Van b.v Samenspel 5 met slechts 19 prijzen in de top honderd vinden we maar liefst 7 liefhebbers bij de eerste 35 vitesse kampioenen.
De vraag rijst dan ook of op deze wijze de echte kampioenen naar voren komen. Zeker een belangrijk punt van aandacht ook voor de NPO die dat duidelijk in hun plannen voor de toekomst voorstelt.

 

Reacties

Beste Kees,

Sinds wanneer is het mogelijk om in de duivensport op objecctieve manier de kampioenen aan te wijzen; anders dan te kiezen voor een rekenmethode (afstand tussen losplaats en hok) en deze te koppelen aan een puntensysteem?

Trouwens, ik heb me lange tijd bezig gehouden met de vlucht vooruitplannen van de npo; maar ik kan daar met de beste wil van de wereld géén duidelijkheid in ontwaren.

AS (ja die! ) heeft een intensief verslag geschreven over het kunst- en rekenwerk van de heer Coolen en als uitkomst ongeveer het volgende laten noteren: alleen de praktijk geldt en niet de theorie. M.a.w. statistieken zijn het resultaat van gemiddeldes en die bestaan alleen in de boeken van de wetenschappers, maar die zijn hier nog nooit kampioen mee geworden!

Vergelijk de statisticus met een goede dierenarts; de laatste zal niet vanwege zijn kennis van de meest gerenomeerde duivenziektes kampioen worden aan de meet, noch aan de bar (gratis rondje voor de vluchtwinnaar Smile

Met sportieve groet,

Rob van Hove

PS. Laten we stoppen met zoeken naar middelen om de duivensport te renoveren Wink Ik pleit voor een scheiding van de hobbyspeler en professional; dan kunnen we enerzijds genieten van de strijd der titanen (lees: tussen de semiprofs). En anderzijds van het gezellig duivenmelken in het lokaal, zonder dat er overdreven haat en nijd behoeft te groeien tussen ons gewone duivenmelkers.

geen excuus zoeken.

Allereerst is de duivensport een hobby voor een ieder die deze sport beofend, hobbyisten en proffesionals; ja ze zijn er in de tegenwoordige tijd, maar het presteren word altijd nog door de duif zelf gedaan.

Nu is het een onderzoek naar de vitesse, windrichtingen enz, enz.

Zelf ben ik in 1971 (als 11jarige) begonnen met de duivensport bij mijn ouderlijke woning in Zierikzee.
Van oude en ervaren "rotten" bij de gevleugelde vrienden werd ik er al op gewezen dat op landelijk en provinciaal niveau Schouwen en Duiveland niet of nauwelijk kop zouden vliegen, Waarom om de eenvoudige reden dat duiven niet graag over grote massa's water wensen te vliegen, koewacht, clinge en hoek zwaaiden destijds met de scepter op provinciaal niveau.

Massa's met duiven heb ik zien overkomen over de dodenbrug (zeelandbrug) ook massa's dode duiven elk seizoen die vanaf de brug water wensten te nemen, de duiven vielen destijds zéér sterk in Zierikzee, Ouwerkerk, Dreischor en Nieuwerkerk.

Sinds de komst van de Oosterscheldekering is dit beeld verplaatst naar de kop van Schouwen en Duivenland.

Duiven die met de dagelijkse trainingen enkele grote hoogtes behalen en een zicht hebben van 40km die orienteren zich op de kustlijn, aangezien ze vanuit Belgie of Frankrijk de kustlijn volgen vliegen ze vanuit de kust van Belgie over de kering die vandaaruit dichterbij ligt dan de Zeelandbrug.

Cracks zien we vooral op de overnacht vluchten denk maar aan Tony Schults, Jac. Steketee, Jan Polder, Piet de Vogel, Gebr.Hagens, Nobels enz, enz.
Hier vallen dan weer wel de Provinciale en Nationale tot zelfs Internationale vroege prijzen.

Voor de vitesse en halve fond is dat water nog steeds een ophouder t.o.v. Zeeuws Vlaanderen en Walcheren.

Goede en gezonde duiven, duiven met een wilskracht om thuis te komen zijn er altijd, en daarvoor behoefd men géén proffesional of hobbyist te zijn.
Hoeveel "Proffesionals" zijn er al niet "verslagen / voorbij" gevlogen door een hobbyist.

Als ik zelf kijk vanuit mijn huidige positie in Belgie en pak 2 prijzen van 5 duiven op Soustons (885 km) terwijl er Proffesionals achtermij op de Nationale uitslag staan met 20, 30 of meer duiven mee waarvan zij maar één , 2 of 3 duiven op de uitslag spelen.
En dan zijn het niet de minste profs; Norman, Peiren, Coolbrandt, Keyzer e.a.

Vind ik dat er in de duivensport géén onderscheid mag zijn tussen hobbyisten en "Prof" duivensport is altijd een volkssport geweest.
Als men zich dan toch wil onderscheiden moeten ze inderdaad elite clubs oprichten en dan zal de concurentie voor de "gewone" hobbyist veel minder worden.
Maar dat denk ik niet want als er op Nationaal en Internationaal wat te verdienen valt is dat geld van de hobbyisten lekker méégenomen, tenzij het tegen zit en dan is het een slechte vlucht, of ze hadden niet mogen lossen of het was te warm en zo is het altijd wel iets.

Laten we niet vergeten dat we met duiven spelen waarbij we altijd voor verassingen kunnen komen te staan.

Met sportieve groeten,
Jacob Manni
Woubrechtegem (B)

Beste Kees,

Ik had je stukje een poos terug al gelezen op www.teletextpigeons.com en vond en (vind) het een heel realistisch geschreven artikel waaruit iedereen zijn eigen conclusie kan trekken.

Mijn persoonlijke conclusie is dat -net als in het bedrijfsleven- 20% van de liefhebbers 80% van de omzet ( lees prijzen) behalen.

Net als Rob pleit ik voor een aparte "supercup" waarin deze mannen ( in eerste instantie) op provinciaal gebied tegen elkaar spelen zou mijns inziens dan ook zeker uitkomst bieden.

Sportieve groet
Mental