A A A

Het oog

Een klassiek onderdeel van de beoordeling van een duif, is de beoordeling van het oog. Iedere duivenmelker waar dan ook ter wereld bekijkt tijdens het beoordelen van een duif het oog. En als je dan vraagt: wat zie je nou, dan krijg je duizend en één verschillende antwoorden.

Als u denkt dat ik hier voor u het mysterie van het duivenoog op ga schrijven, dan heeft u het mis. Er is niemand die met een duif in handen alles uit een duivenoog aan kwaliteiten kan opnoemen die die duif bezit. Dat is een utopie. Toch zijn er mensen die meer dan u zou verwachten uit een duivenoog kunnen aflezen. Ook dit vergt enige oefening en na veel oefenen krijgt u er ervaring in. Laat u rustig helpen door een loep die 15 maal vergroot. Of laat u een bril met speciale, vergrotende glazen aanmeten. Piet de Weerd laat zich tijdens het beoordelen van duivenogen helpen door zo'n soort bril. Schande of excentriciteit is het dus zeker niet en het spreekwoord zegt: alle kleine beetjes helpen.

Het eerste wat ons aan een duivenoog opvalt, zelfs zonder optische hulpmiddelen, is de pupil. De pupil is niets anders dan een opening in de gekleurde iris en het diepzwart is niets anders dan een stuk van het netvlies. Beelden worden gebroken door de lens voor in het oog en verkleind geprojecteerd op het netvlies. De daarin aanwezige zenuwuiteinden leiden de beelden (lees: prikkels) verder naar de hersenen en daar worden de prikkels omgezet in beelden: de duif ziet.

Als we het oog beoordelen moeten we erop letten dat een kleine pupil belangrijk is. Een grote pupil verraadt zenuwachtigheid en een zwakkere wilskracht. Hoe meer zware kilometers er moeten worden afgelegd, hoe minder zulke duiven voor aan het front te vinden zijn als er echt om de prestaties gestreden moet worden. Duiven met grote pupillen breng ik om die reden dan ook niet al te graag in mijn stam. Ze komen vechtersmentaliteit te kort en dat is nu net wat we nodig hebben om grote vluchten winnend af te kunnen sluiten. De meeste asduiven hebben dan ook kleine pupillen. Asduiven zijn voor mij winnaars op alle fronten tussen de 100 en 750 km. Tussen de goede vitesse duiven vind je de meeste grote pupillen. Vitesse duiven worden niet zo zeer gedwongen om regelmatig tot het uiterste te gaan. Te vechten tot het uiterste. Hier gaat het om heel andere zaken: snelheid, intelligentie en natuurlijk om een groot deel voorbereiding van de trainer-duivenmelker. Hoe meer de afstanden gaan lengen, hoe meer de kwaliteit van de duif van invloed wordt. Zonder kracht, soepele spieren en mordant wint geen enkele duif een vlucht van 650 km aan 1100 m.p.m. Kleine pupillen zijn daarom voor mij van enorm belang. Als ik een duivenoog beoordeel dan doe ik dat steeds onder dezelfde omstandigheden: aan mijn bureau met een halogeenlamp als verlichting. Dan zijn de omstandigheden steeds identiek en zijn de ogen steeds goed te beoordelen. Ik beweeg de kop van de duif regelmatig van de lichtbron vandaan en zodra pupillen zich dan onmiddellijk enorm vergroten is dat ook iets wat ik niet zo graag zie. Pupillen moeten eigenlijk onder alle omstandigheden klein zijn. Pupillen die altijd even groot blijven beschouw ik als slecht bruikbaar voor het kweken zowel als voor het vliegen.

Ook hier heb je uiteraard uitzonderingen die de regel bevestigen, maar het heeft weinig zin je door uitzonderingen te laten verleiden je kweekmethoden aan te passen. Dat zou zoiets zijn als alle deuren open zetten opdat de geluksfee ons met een bezoek vereert. En die kans is erg klein gelooft u mij gerust...

Het tweede wat ons aan het duivenoog opvalt is de iris, de van alle mogelijke kleurschakeringen voorziene ring tussen de pupil en het kleurloze hoornvlies wat doorloopt onder de oogleden. De grens wordt gevormd door een dunne zwarte afscheidende cirkel die wij duivenliefhebbers vernoemd hebben naar de Belgische confrater Louis Vermeyen: de Vermeyen-ring. Laten we het maar direct zeggen zoals het is: er is geen vastomlijnde definitie op te stellen hoe een ideaal duivenoog (lees: kleur c.q. tekening van de iris) eruit moet zien. Er komt veel persoonlijke smaak, beoordeling en intuïtie bij om de hoek kijken. En iedere duivenliefhebber is vrij bij de opstelling van zijn eigen ideeën. Zelf heb ik er nooit een geheim van gemaakt dat ik bijzonder gecharmeerd ben van een rijk gekleurd oog, voorzien van de nodige tekening en diepte. Dat laatste wordt ook wel pigmentatie genoemd. En hoe meer pigmentatie aanwezig is in een duivenoog, hoe rijker het oog voorzien is van de mooiste kleuren. Een kleine pupil met daarom heen diepe, volle kleuren, gevat in een kop van het type "uilengezicht", waar je recht op de snavel gekeken de beide ogen in zijn geheel ziet, zijn mijn favoriete verschijningen op een duivenhok. Van de kop moet persoonlijkheid uitgaan. Een duif moet uitstraling hebben. Uitstraling, wat een mixture is van intelligentie, wilskracht, levenservaring en meer van zulk soort zaken. Het kost jaren aan ervaring om dit goed te kunnen beoordelen. Een kweekduif moet dat voor mij gewoon hebben. Heeft ze dat onmiskenbare met wat mystieke elementen overgoten "iets" niet over zich, dan ga ik zo'n duif niet voor de kweek gebruiken. De ervaring door de jaren heen heeft me geleerd dat domme duiven veel eenvoudiger domme duiven voortbrengen, dan dat slimme duiven slimme duiven op de wereld zetten. Ofwel uit twee ezels is nog nooit een renpaard geboren. En als je eenmaal een domme duif hebt ingebracht dat het je vervolgens jaren en jaren kost om die domme uitstraling uit je duivenbestand te selekteren. Ik zoek dan ook steeds naar duiven met sprekende gezichten. Gezichten die me voldoende informatie geven over allerlei voor de doorvererving o, zo belangrijke eigenschappen. Hoe kun je dat leren om vervolgens te kunnen checken of je persoonlijke smaak aangaande een duivenoog klopt? Door bij elke mogelijkheid die zich voordoet ervaring op te doen. Op het laatst is willen zien, doen zien!


Oog van de "292", de beste reisduif van de kolonie van Louis Maindrelle in 2008 & 2009

Kijk maar eens in de manden bij het inkorven van de eerste jonge duiven vluchten. Dan zijn alle types nog aanwezig. Dan zijn de omstandigheden nog gemakkelijk. Maar week na week, als de omstandigheden meer en meer hun tol eisen aan het front van het duivenpeloton, verdwijnen meer en meer de duiven met de fletse ogen en de uitdrukkingsloze gezichten.

Als je eens een liefhebber bezoekt die zich op het vitessespel gespecialiseerd heeft, dan hebben de egaal gekleurde ogen meestal de overhand. En als je vervolgens bij een grote fondman naar binnen stapt, dan zijn het ineens heel andere ogen geworden: met diepe kleuren en met veel pigment erin.

Elk type gevormd en ontwikkeld voor het doel waarvoor het is bestemd. Ik heb de gelegenheid gehad om in heel wat landen waar dan ook ter wereld allerlei soorten duiven in handen te mogen nemen en hun ogen aan een nader onderzoek te mogen onderwerpen. Overal zat er een sterke overeenkomst in de ogen. Bij de beste duiven waren die steeds vol van kleur. Ik bedoel daarmee, daar waar er kleur voorkomt moet het er dik "doormekaarheen" opgeschilderd zijn.

Er zijn geen duidelijke afscheidingen tussen de kleuren, nee, ze lopen vrijelijk in elkaar over. De gepigmenteerde haarvaatjes van de verkenningscirkel lopen door in het gekleurde deel van de iris. Er zijn geen afgebakende grenzen met betrekking tot de ringen. Alle kleurvariaties zijn mogelijk. Maar dan wel intensief van kleur van de buitenrand tot binnen aan de iris aan toe. Dat alles is een oorzaak van het pigment van een duif. Het geeft aan dat de doorbloeding tot in het uiterste puntje van alle vezels goed is geregeld. Ik houd dat voor een belangrijke eigenschap en zoek steeds naar duiven die dat hebben. Je ziet het niet alleen aan de ogen maar ook aan de bevedering en aan de poten.

Duivensport is een prestatiesport. Om prestaties te kunnen leveren is verbranding van zuurstof en energie in de cellen nodig. Dat wordt daarheen getransporteerd door het bloed. Hoe beter de bloedvoorziening in een duivenlijf is geregeld, hoe gemakkelijker zo'n duif in staat is wekelijks goede prestaties neer te zetten. Daar is geen speld tussen te krijgen. Bloedvoorziening staat rechtstreeks in verband met prestatievermogen. Dat wordt weerspiegeld in de dikke kleuren in de ogen die vaak bij de beste duiven voorkomt. Die dikke kleuren zijn in werkelijkheid niets anders dan opgehoopte uiteinden van microscopisch kleine bloedvaatjes in de iris. Hoe meer er daar van bijelkaar te zien zijn, hoe meer een oog kleuren, kleurschakeringen en diepte vertoont.


Oog van de "291", een kruising Carlier-Petit x Kipp

Bekijk een duivenoog niet alleen loodrecht erop, maar ook eens van achteren of van voren van de kant van de snavel vandaan. Het bekijken van de zijkant laat je meer toe de grillige oppervlakte van de iris te bekijken. Het moet ietwat korrelig overkomen, daar houd ik het meeste van. Als je 100 klasse duiven bijelkaar zou zetten, dan beantwoordt zeker driekwart aan hetgeen ik tot nu toe heb beschreven. Let wel: ik heb het over klasse duiven, want daar is ons streven toch op gericht nietwaar?? Het restant bestaat ook uit goede duiven, maar het deel wat voor mij tot de categorie uitzonderingen behoort. En ik heb u al enkele malen voorgerekend dat het veel voordeliger is te werken met voorwetenschap dan met uitzonderingen. Toch hebben die resterende 25% ook enorm gepresteerd en dat geeft aan dat die duiven over voldoende andere uitstekende eigenschappen bezitten om de kop van het klassement te kunnen bereiken. En dat geeft aan dat we ons nooit blind mogen staren op één en dezelfde eigenschap zoals de meeste engelse liefhebbers doen met de daar geldende ogentheorie en zoals Vanderschelden de liefhebbers in zijn tijd de vleugeltheorie wilde opdringen. Let wel dat elke theorie doorspekt is van goede elementen. Het zijn de krenten in de pap en hoe meer krenten er in de pap drijven hoe meer klanten er in het restaurant komen eten!

Als een oog vol zit met van die rode kleurige wolken, dan is dat een zekere indicatie voor de bloedrijkdom van dat oog. Dit heeft even met korrelig pigment niets van doen, maar het is een gevolg van hele dunne bloedvaatjes die aan de oppervlakte verschijnen. Het resultaat is dat de iris, die normaal anders van kleur zou zijn geweest, nu een bloedrode kleur heeft. Ook hier zie ik weer graag dat die kleur de gehele iris bedekt. De mate van het bedekken en de karakteristieke kleur geeft op zijn beurt de bloedverzorging weer en die staat in relatie met de totale bloedverzorging van het hele lichaam. Als de kleuren en de korreligheid overeen komen met de oppervlakte van een veelgebruikt palet van een kunstschilder, dan mogen we aannemen dat het wel goed zit. En dat het met de rest van de bloedvoorziening in de rest van het lichaam hetzelfde is gesteld.

In zijn totaliteit geeft het een indicatie van de natuurlijke vorm van een duif. Van de vitaliteit, wat aan de basis ligt van het prestatievermogen. Ik houd van sterke ogen die alle dagen van het jaar onveranderd van kleur en pigmentatie zijn. Dat is een indicatie van een hoge natuurlijke vitaliteit. En die behoort toe aan een soort duiven die door de bank genomen zeer eenvoudig in vorm te krijgen en te houden zijn.

Ik houd het kaarsrecht overeind dat een goede bloedvoorziening verantwoordelijk is voor een basis vitaliteit en voor het behouden van een constante vorm tijdens het vliegseizoen. Het overgrote deel van de kampioensduiven die ik waar dan ook ter beoordeling in handen kreeg gedrukt hadden sterke ogen. Mag ik dan stellen dat de meerderheid het voor het zeggen heeft?? En mag ik me in discussies fel opstellen als het belang van de kwaliteit van de ogen wordt weggewuifd?

De mate van vorm en vitaliteit hangt af van de bloedrijkdom van het totale organisme. Als een duif in vorm komt, dan komt dat door de ineens sterk verbeterde doorbloeding van het lichaam. De gemakkelijkste controle erop loopt via de ogen. Let eens op een duif die een paar dagen te laat thuiskomt na een super zware vlucht. Het totale organisme is in die toestand uiterst vermoeid. Akkoord?? Als je zo'n duif vervolgens in de ogen kijkt, dan zijn alle kleuren er uit verdwenen. Akkoord?? En mag je dan een logische link leggen tussen de mate van de bloedvoorziening van het lichaam en de diepe kleuren van de ogen?? Akkoord??

En de lichtgrijze ogen van de Janssen duiven dan? In principe zijn de meeste Janssen duiven geschapen voor de korte baan. Hiervoor zijn andere eigenschappen meer van belang. Eigenschappen zoals karakter, intelligentie en snelheid. Die vluchtjes zijn in een poep en een scheet afgelopen en de duiven hangen er slechts enkele uren voor in de lucht. In dat geval spelen zaken die nauw met de vitaliteit in verband staan geen rol van doorslaggevende importantie.

We hebben het zojuist over de Vermeyen-ring gehad en wat uitgebreider over de pupil en over de iris. Blijft nog over een ring die vaak te zien is tussen pupil en iris: de verkenningscirkel. De verkenningscirkel is vaak grijs of zwart van kleur en komt helemaal, half of kwartcirkelvormig voor. Soms in echte cirkelvorm en soms met diepe stervormige inkepingen in de iris. Afgaande op de verschillende verschijningsvormen menen heel wat liefhebbers hier nogal wat diverse eigenschappen uit te kunnen afleiden. Over de verkenningscirkel wordt dan ook heel wat afgedebatteerd. Over het belang. Over de vorm. En over de kleur. En ik moet zeggen dat er een grond van waarheid in zit, maar ook een levensgrote onwaarheid. Ik denk dat het meer een rasgebonden eigenschap is. De oude De Smet-Matthijs duiven hadden het sterk. De Meulemans duiven ook.

Maar ik heb heel wat klasse duiven in handen gehad die het helemaal niet hadden. Een graadmeter voor klasse of geen klasse is de verkenningscirkel dan ook jammergenoeg niet, want zo'n minuscuul kleine aanduiding voor kwaliteit of niet, dat was wel erg gemakkelijk geweest. Waar of niet?

Minder tot de verbeelding van de melkers spreekt de Vermeyen-ring. Deze ring vormt de afscheiding tussen de kleurige buitenste iris en de rest van het oog wat wit van kleur is. Hoewel het maar een ragfijne ring is, houd ik de Vermeyen-ring voor een belangrijke graadmeter van de vorm van een duif. De kleur ervan verandert namelijk nogal eens van intensiteit, van diepzwart/bruin naar lichtgrijs of anders. Ik vermoed dat met het stijgen van de vorm van een duif de Vermeyen-ring dieper van kleur wordt. Het gaat er dus om de normale toestand van elke duif in je geheugen te prenten en verandert daar iets aan, dan kan dat een aanwijzing zijn voor het in vorm komen of uit vorm raken van een duif. Een kwestie van winnen of verliezen, van spelen of juist thuishouden. Probeer het maar eens uit.

Tot aan dit moment hebben we loodrecht op de iris elk oog apart bekeken. Zo zie je ook het meeste, dat klopt. Toch moet je een oog ook vanuit een andere hoek bekijken, namelijk gezien vanaf de punt van de snavel. Ik houd ervan als ik dan zoveel mogelijk van beide ogen kan zien. Deze totale blik geeft mij een zekere indruk van de intelligentie van een duif. Duiven die dat niet hebben zal ik niet zo gemakkelijk voor de kweek gebruiken. Kijk en vergelijk zelf maar een en u zult het uiteindelijk met me eens zijn dat er onder dit type duiven de meeste goede schuil gaan.

Bronnen:

Reacties

Dit is een interessant artikel voor elke duivenliefhebber. Kan dit vetaald worden in het nederlands.

De vertaling is op komst.

Geweldig. Erg bedankt!!

Geweldig. Erg bedankt!!

Steven zou vaker iets kunnen schrijven hier op Pipa, pracht stuk.

Gretig gelezen...Zie persoonlijk ook graag een duif met "pit" en "karakter"...De "blik" moet stralen! Hobbelige,wolkerige, intensief gekleurde ogen "spreken"! Wink Is eigenlijk bij de mensen ook een beetje zo he!
VRAAGJE: Confused: Heb op het hok een aantal pluimenbollen met telkens twee TOTAAL verschillende, pittige ogen...Is daar "iets" aan te linken of een "kwaliteit" -of net niet, aan toe te schrijven?
Dank en groetjes Idea

U schrijft: Maar ik heb heel wat klasse duiven in handen gehad die het helemaal niet hadden. Een graadmeter voor klasse of geen klasse is de verkenningscirkel dan ook jammergenoeg niet, want zo'n minuscuul kleine aanduiding voor kwaliteit of niet, dat was wel erg gemakkelijk geweest. Waar of niet?

Ik denk dat je niet goed gekeken hebt bij die klasse duiven want deze hebben ook een verkenningscirkel maar je moet weten hoe men deze kan zien !

Al de rest wat je schrijft klopt.

Ik kan Max enkel bijtreden , 4 jaar geleden ging ik bij Steven in Hilversum op bezoek en liet hem mijn duiven keuren , hij zette een koppel jonge duiven samen als zijnde van de goede soort en bij elkaar passend volgens hem..... het is mijn koppel nr 5 geworden met direkt daaruit : de 40° Int Soustons,een zusje vliegt vorig jaar 19°/352 duiven Barcelona (als 2 jr) en dit jaar de 10°/357 Barcelona....ja geloof me vrij een man als Steven van Breemen heeft iets nuttigs te vertellen.
En ik kijk sinds 2007 inderdaad naar de ogen waarover Steven het heeft en net zoals Piet met de loupe en de 200 watt lamp....onzin of aldaniet kennis overdracht door mannen die het aan den lijve hebben ondervonden???? Ik denk het laatste.....elk doet er van wat hij wil...en-of doet er zijn voordeel mee.
Mooi artikel Steven en voor de mensen die u niet of nauwelijks kennen.....hoeveel maal 1° Nationaal gewonnen in uw loopbaan???? Ik vermoed een 10-tal.....verbeter mij als ik mis ben.
Dus collega's dit is wel geschreven door iemand die reeds overvloedig heeft bewezen van "het spelleke" toch wel te kennen hé......

Sportieve groeten.

Eddy van "Casa Barca".

Good day to all pigeon fancier...this is a nice and very useful article,for a new comer in our sports("EYE SIGN")very informative...MABUHAY PILIPNAS!

Well said Steven you hit the nail right on the head, maybe one more thing to look at. The pigeon while holding it in your hands put your finger on it's beak looking straight at it it should have both eyes looking straight at you, it MUST have the look of Eagle,Inteligence should radiate so easy when you know what your looking for. Well done my friend.

Eye and Eye sign is important but not that much as we think. Put them in a basket then you will find which sign is most important to carry your future troopers!! Read it and get it. It is not that much easy to earn. Do you all see the pigeons of Koopman and De Raw Sabalon! Are they looking like near of this eye! But they are the best pigeon man in this world with their pigeons. It is true my friend.