Daarna komt het er voor de liefhebber op aan zelf het zijne er toe bij te dragen om zijn hok droog te houden.
De hokken van Cattrysse-Beuselinck te Moere die boven de graanzolder van hun magazijn zijn opgetrokken zijn naar het noordoosten gericht. De richting waaruit dus zelden regen moet verwacht worden. Hun hokken die reeds jaren oud en dus niet modern zijn opgevat, worden iedere dag gereinigd. Maar zeer nauw wordt daar niet naar omgezien. De plankenvloer en zelfs de nestbakken worden met kalk bestrooid. Men kan er soms brokken kalk van een kleine vuist groot op aantreffen. Hun hokken waren steeds kurkdroog en zijn het nog.
Bij Jules Vandaele te Kortemark hebben wij voor het eerst stro op de hokken gezien, alle hokken, zelfs van kweek-, vlieg- en jonge duiven zijn steeds van een dikke laag stro voorzien. Maar onder het stro werd op de plankenvloer een dikke laag kalk aangebracht, vervolgens enkele oude jute-zakken en diensvolgens het stro. De ingangen naar het zuid-oosten gericht zijn de hokken er steeds kurkdroog.
Momenteel treft men op zeer vele hokken stro aan. Zelfs bij Robert Tanghe zaliger hadden ook de duivinnen in een ruime volière een strooien bedding op de betonnen vloer. Andere gebruiken nog wit zand of schaafsel (krollekens), terwijl het gebruik van turf al meer en meer uit de mode is geraakt omwille van het stof.

In de laatste jaren zijn de liefhebbers meer en meer belangstelling gaan betonen voor de luchtverversing. De hokken die soms op een salon geleken waren danig gesloten dat toevoer van verse lucht niet mogelijk was. De duiven geraakten nooit meer in goede conditie. Vele tuinhokken benaderen alzo nooit het ideale. Vele tuinhokken zijn nu opgetrokken met in het plafond schuifplaten die open en toe kunnen getrokken worden. Onderaan tegen de plankenvloer van ieder hok is er een opening van 15 x 15 cm die de toevoer van verse lucht mogelijk maakt, terwijl in het dak luchttrekkers zijn aangebracht die de vuile lucht uit het hok doen verdwijnen. Diegene die verwaarloost te werk te gaan zoals wij komen uiteen te zetten en zijn duiven als in een gesloten doos wenst te houden, zal nooit kerngezonde duiven bezitten. Van mooie prestaties zal er dus nooit sprake kunnen zijn.
Wat het al dan niet reinigen van het hok betreft, hier ook zijn er voor- en tegenstanders.
Jan Groudelaers uit Opglabbeek, de kampioen van België 1958 - 1960 en 1962, 2e in 1959 en 1961 had te Genk een hok met duiven die aan de zorgen van de heer Staesen, een op rust gestelde mijnwerker was toevertrouwd. Hij is algemeen aangezien als een kenner van duiven en een flinke verzorger, maar wat er ook over zijn uitstekende hoedanigheden als verzorger verteld wordt, nooit of niet meer dan eens in het jaar werden de hokken gereinigd. De mest valt waar hij zolang blijft liggen. Alhoewel Staesen tijd te over had om de hokken te reinigen, voor geen geld zou hij aan zijn systeem iets veranderd hebben.
Alben Boterdael uit Ganshoren, de Noyon-specialist reinigt eenmaal per jaar het hok. Na deze jaarlijkse schoonmaak wordt de bodem ingewreven met carbolineum op basis van l liter op 10 liter water en waaraan hij nog 100 gr. formol aan toevoegt ! Probeer maar eens hem van zijn standpunt te doen veranderen. Hij houdt staande op zijn manier het hok droog te kunnen houden en dat de duiven geen hinder van het door hem gebruikt systeem ondervinden. In ieder geval zijn de uitslagen daar om zulks te bevestigen.
Jef Verscheure uit Meulebeke, geprezen om zijn knap werk als verzorger van de colonie Norbert Norman te Oostrozebeke, zal nooit een dag laten voorbijgaan zonder alle hokken schoon gemaakt te hebben. Momenteel is er nog een gering aantal duivenliefhebbers te vinden die de hokken niet meer reinigen. Wie er de tijd voor over heeft doet het iedere dag. Wie dagelijks uit werken moet en slechts éénmaal in de week enkele uren vrij heeft voor de duiven zal niets onverlet laten om het hok te reinigen. De methode de mest te laten opstapelen tot hij op sommige plaatsen 20 cm. en meer dik ligt zullen wij nooit aanbevelen, het hok mag dan nog zo droog zijn. Een goede reuk heeft het in ieder geval niet en diegene die verklaart dat opgehoopte mest niet ruikt, mankeert iets aan de reukorganen !
Het hok kan enkel en alleen droog worden gehouden door het iedere dag te reinigen en minstens eenmaal in de week grondig te kuisen.
Na het reinigen der zitplaatsen en bodem met kalk, bodemwit of gewassen krijt borstelen. Het vooral betrachten dat geen vochtigheid het hokbinnendringt. Nooit de ingangen openlaten als de regen op het hok kan inslaan of dat een dikke mist over de daken scheert.
Een betonnen vloer raden wij af omdat deze aan temperatuurschommelingen onderhevig is. Aarzel nooit er een dikke laag kalk op aan te brengen — minstens 5 cm. — en vervolgens een latwerk waarop een houten vloer op aangebracht wordt. Gebruik nooit eternit of menuiserite voor vloerbedekking evenmin voor nestbakken om dezelfde reden hierboven uiteengezet. Deze twee laatste slorpen bovendien geen vochtigheid op. Beter is het unalit of iets van deze aard te gebruiken die alle vochtigheid gemakkelijk opslorpen. De oplettende liefhebber zal nooit het hok uit het oog verliezen. Het zal nooit baten goede origine-duiven in te voeren om prijzen te winnen alswanneer het hok op gebied van droogte veel te wensen overlaat.
Stro, zand of wat?
Wanneer wij vele jaren terug op bezoek waren bij Jules Vandaele te Kortemark stelden wij vast dat deze kampioen op ieder hok een dikke laag stro had aangebracht. Het was de eerste maal dat wij zulks te zien kregen. Wij deelden dit dan ook mede in een reportage over de kolonie Vandaele en sinds het onder ogen kwam hebben vele tientallen duivenliefhebbers dit voorbeeld nagevolgd. Nadien hebben wij op vele beroemde hokken stro ontdekt, o.a. bij Gerard Vanhee te Wervik, Robert Tanghe (+) te Roeselare en vele beroemdheden meer.
Sommige laten het stro jaar in - jaar uit op de bodem van de vloer liggen — vooral tarwestro is hiervoor best geschikt — er natuurlijk zorg voor dragende dat het regelmatig ververst wordt, zo om de maand. Anderen brengen alléén tijdens de wintermaanden stro op de bodem.
Het is een kwestie van opvatting en het stro op de bodem houdt in ieder geval voordelen met zich in, nl. dat de duiven steeds zuivere poten hebben ; het hok ook warmer aanvoelt en het stro gemakkelijk vochtigheid opslorpt.
Ziehier hoe Jules Vandaele uit Kortemark te werk gaat vooraleer stro op de hokken wordt gebracht. De hokken worden eerst en vooral flink gereinigd, daarna wordt een laag van ongeveer 2 cm. dikte ongebluste kalk aangebracht. Op dit kalk worden nette jutezakken gelegd waarna deze met een dikke laag tarwestro worden belegd. Het stro wordt goed opengespreid zo tot een hoogte van 30 a 40 cm ongeveer, waarna het lichtjes betrappeld wordt teneinde de duiven toe te laten zich op een vaste stro-bodem neer te zetten.
Wij voegen hieraan nog toe dat tarwestro afkomstig van de verouderde « vlegeldorsing » het best geschikt is als bodembekleding. Wanneer stro op de bodem wordt aangebracht raden wij ten zeerste aan de drinkpot niet op het stro te plaatsen. Men moet verhinderen dat duiven het stro vochtig maken, want in dit geval zou het een woekerplaats worden voor ongedierte.
Het voeder wordt in dit geval eveneens in voederbakken toegediend teneinde te verhinderen dat de duiven de stro-bodem na iedere maaltijd zouden onderste boven werken.
Merken wij ook nog op dat stro gemakkelijk vatbaar is voor muggen, luizen e.a. ongedierte. Teneinde de waarborg te bezitten dat de stro-bodem in geen geval een woekerplaats voor ongedierte kan worden, hoeft het wel niet gezegd dat een grondige zuivering van het hok, vóór het aanbrengen en na het wegnemen van het stro, wordt gevoerd. In deze tijd bestaan er uitstekende spuitmiddelen die alle ongedierte doden en een lange nawerking met zich inhouden. Een ander goed middel om de bodem droog te houden is het gebruik van zand. Wij willen hier echter voorbehoud maken voor zand die een groot procent zout inhoudt. Het zeezand door vele liefhebbers gewonnen langsheen de kust lijkt ons het minst aangewezen omdat het een teveel aan zout inhoudt. Teveel zout in het zand dat op de bodem van het hok werd gestrooid kan gans het hok vochtig maken en een goede aanduiding geven wanneer vochtig weder op komst is. Anderzijds zijn de duiven steeds maar geneigd om het gezouten zand op te nemen vooral wanneer ze met jonge in het nest liggen. Teveel zout is weeral een gevaar voor teveel drinken en waardoor spuiters in het nest zouden komen.
Ko Nipuis, de grote Nederlandse kampioen, bestrooit ieder hok met een laag zand, precies voldoende opdat de bodem zou bedekt zijn. Hij gebruikt hiervoor maaszand dat praktisch geen zout bevat. ledere dag wordt met een reep de uitwerpselen weggenomen en iedere week wordt het bevuilde zand door vers zand vervangen. Ook in iedere nestbak wordt voldoende zand gestrooid. Van dit soort ongezouten maaszand pikken de duiven praktisch niet. Ze hebben er eenvoudig geen lust toe. Het wordt op de hokken Nipuis vooral gebruikt om de vochtigheid te keer te gaan en de duiven voortdurend toe te laten zuivere pootjes te behouden.
Wij zijn absoluut tegenstander van een bodembedding van turf. Na enige tijd is turf een stofverwekker dat zowel voor melker als voor duiven een hinder betekent.
Tot besluit :
Wij geven een voorkeur aan een stro-bedding. Doch wie over een droog hok beschikt en minstens eenmaal de hokken grondig kan reinigen, hoeft noch stro noch zand aan te brengen. Wij zouden voor eenmaal voorkeur geven aan een stro-bodem wanneer wij aan vroege kweek zouden doen. Dan zouden wij op het kweekhok en het hok van de jonge duiven een dikke laag stro aanbrengen.

De laatste jaren wordt het gebruik van zowel ijzeren als houten roosters veel toegepast.
Reacties
nice
Dear Netherland pigeon racer ,
could write please in English , to understand your comments & points of views .
thanks for the pictures ,