A A A

De methode van Gerard Serrarens Vogelwaarde (NL) - De kweekperiode, voeding, spenen ...

Mogen tijdens de kweekperiode de duiven regelmatig buiten ? Welke mengeling wordt er tijdens de kweek toegediend ? Na hoeveel dagen worden de jongen gespeend en welke mengeling krijgen ze daarna toegediend ? ... etc ...

V. - Mogen tijdens de kweekperiode de duiven regelmatig buiten ? Hoe dikwijls en hoe lang krijgen zij de vrijheid ? Wordt er bij strenge koude een verwarmingsbron aangewend op het kweekhok ?
A. - Tijdens de kweekperiode mogen de duiven zowel 's morgens als 's avonds na het voederen vrij buiten, zolang als ze maar willen. Dezelfde regeling wordt ook volgehouden wanneer de koppels met jongen liggen. Op de kweekhokken ligt er geen verwarmingsbron, zodat er bij koud weder dan ook geen verwarming wordt aangewend tijdens de kweek. Op de hokken van de vliegduiven ligt er wel verwarming, maar daarvan wordt er bij koude weersomstandigheden geen gebruik gemaakt — wel bij vochtig weder en wanneer er mistige dagen zijn. De bedoeling is dan om de vochtigheid van het hok te weren. Ik meen dat duiven nauwelijks enige hinder kunnen ondervinden van koude, maar dat ze daarentegen des te gevoeliger zijn voor een blijvende vochtigheid op de hokken.



V." Welke mengeling wordt er tijdens de kweek toegediend ? Hoeveel maal wordt er dan per dag gevoederd ? Krijgen de duiven tijdens de
kweek vitaminen, mineralen en/of bloedzuiverende thee toegediend ?

A. - De voeding is de overal verkrijgbare handelsmengeling „ kweek ".
Vooraleer de koppels met jongen liggen, wordt er tweemaal daags gevoederd, en dat gebeurt ook dan op maat, en in een  gemeenschappelijke eetbak op de bodem van het hok. Wanneer de jongen dan 8 of 9 dagen oud zijn geworden, wordt er driemaal daags  gevoederd, en dit steeds verder in de gemeenschappelijke eetbak op de bodem van het hok. Tot hiertoe is de handelswijze dezelfde bij de  kweekkoppels als bij de vliegkoppels. Maar nu dienen we een onderscheid te maken tussen beiden. Nemen we eerst de vliegkoppels : hier  worden de jonge duiven samen met de duivin weggenomen van zodra ze de leeftijd van 15 dagen bereikt hebben. Ze worden dan naar het  juniorshok overgebracht, waar alle nestpannen samen op de bodem worden geplaatst. Daar worden deze „ piepers " verder gevoederd door de duivinnen, maar eens de jongen 22 a 23 dagen oud zijn moeten ze op eigen benen leren staan, en worden de duivinnen weggenomen en naar de ren gebracht. Zolang de duivinnen instaan voor het verder opkweken van de jongen, staat er steeds een gevulde eetbak op het hok — ook hier uiteraard met een kweekmengeling.
Met de kweekkoppels wordt er als volgt gehandeld : Daar blijven de kweekkoppels wel samen, maar na een 15-tal dagen wordt er in iedere kweekbak een afzonderlijk eetbakje geplaatst. Duiver en duivin brengen hier samen de jongen verder op tot ze na 22 - 23 dagen klaar zijn om gespeend te worden. Ook daarna blijft de duivin bij de duiver en de respectievelijke kweekkoppels mogen dan nog een 2de kweekronde opbrengen. Tijdens de winterkweek wordt er zowel bij kwekers als vliegers wekelijks 1 dag gevitamineerd drinken toegediend. Het betreft  gevitamineerde glucosesuiker, die klaargemaakt wordt in de verhouding 2 koffielepels op 1 liter water. Bovendien wordt er ook wekelijks twee dagen biergist in het eten gemengd, dit in de verhouding welke voorgeschreven is op de verpakking van de biergist.
 
V. Na hoeveel dagen worden de jongen gespeend, en welke mengeling krijgen ze daarna toegediend ?
A. - De jongen worden gespeend na 22 a 23 dagen. Van dan af worden de jongen dagelijks nog slechts éénmaal gevoederd — dat is dan in de namiddag, en dan krijgen ze zoveel eten als ze maar willen. Het is uiteraard een kweekmengeling die dan wordt verstrekt. Ongeveer een half uur na het voederen wordt de eetbak van het hok gehaald. Het resterende eten blijft erin liggen, en daarbij wordt 's anderendaags een nieuwe hoeveelheid kweekmengeling gevoegd.
Deze manier van voederen blijft aanhouden tot het ogenblik dat de jongen vlot beginnen te vliegen. Van dan af wordt er tweemaal daags gevoederd, steeds verder kweekmengeling. Per duif wordt er dan dagelijks een 35 gram toegediend, die dus gedeeltelijk 's morgens en gedeeltelijk 's avonds wordt verstrekt. Zo blijft het onveranderd tot bij de aanvang van het vluchtseizoen, dan wordt er overgeschakeld op sporten juniormengeling. Deze overgang gaat vanzelfsprekend slechts geleidelijk aan, dus niet van de ene maaltijd op de andere  overschakelen van kweek- naar vluchtmengeling. Het ogenblik van die overschakeling situeert zich omstreeks half juni.

V. - Hoe gaat ge tewerk na het spenen der jonge duiven met uw vliegduiven, in het vooruitzicht van het vluchtseizoen ? Wanneer worden de weduwnaars gescheiden, en wanneer opnieuw gekoppeld ?
A. - Vanaf het ogenblik dat de duivinnen samen met de jongen werden weggenomen van het weduwnaarshok, wordt er geleidelijk aan   overgeschakeld met de duivers naar een handelsmengeling „ winter" aangevuld met circa 40 %  gerst. In deze periode worden de weduwnaars  slechts éénmaal per dag gevoederd, en dit op maat (circa 35 gram per duif/ per dag). Deze handelswijze wordt gevolgd tot op het ogenblik dat de weduwnaars opnieuw gekoppeld worden, en dat is omstreeks begin april. Enkele dagen voor deze koppeling wordt er opnieuw tweemaal per dag gevoederd, en wordt er geleidelijk aan opnieuw overgeschakeld naar een handelsmengeling „ sport". Zoals bij de meesten, mogen de duiven hier een tiental dagen broeden, waarna duivinnen, eieren en nestpannen worden verwijderd, en de duiver opnieuw op weduwschap komt te zitten. Wanneer de weersomstandigheden het evenwel hebben toegelaten, worden tijdens deze  broedperiode de duivers ook aangeleerd. In deze tijd van het jaar krijgen de vliegers om de 14 dagen éénmaal een dag gevitamineerde glucose in het drinken (2 koffielepels op 1 liter water).