answer by: Ruben Lanckriet
Beste,
De gevolgen kunnen min of meer groot zijn ngl. de graad van besmetting. Uw vermoeden is terecht dat dit vaak onderschat wordt. Voor de verschillende aandoeningen die u aanhaalt, zijn de gevolgen wel verschillend. Ik dien ook op te merken dat de graad van ernst van ziekte bij jonge duiven heel dikwijls sterk afhangt van de aanwezigheid van circovirus en de schade die dit virus aanricht aan het immuunsysteem (vernietigen van de zogenaamde B-cellen, dit zijn de cellen die instaan voor de aanmaak van antistoffen).
- Het herpesvirus kan zorgen voor een ernstige aantasting van voornamelijk de lever bij jonge duiven tot de leeftijd van 4 maanden. Hoewel lever in staat is te regenereren, kan men zich terecht afvragen of een duif die ernstig aangetast geweest is als jonge duif nog wel in staat is dezelfde stofwisselingscapaciteit te genereren. De lever is de stofwisselingsfabriek bij uitstek en voert heel wat nuttige functies uit tijdens een inspanning zoals een wedstrijdvlucht. Zeker als de afstand van een duivenvlucht groter wordt, is een duif die niet meer de volle 100% levercapaciteit bezit, in het nadeel. Het kan zelfs mijns inziens het verschil betekenen tussen al dan niet terug thuis geraken. Uit de praktijk is dit ook gebleken bij duiven die ooit als jonge duif vergiftigd geweest zijn met leverschade. Dit is ook logisch aangezien de lever zowel energie kan opslaan onder de vorm van vet en glycogeen, als tijdens een vlucht stoffen kan 'recycleren' met vrijkomen van nieuwe energie (dit is bijv. het geval met melkzuur waaruit opnieuw glucose gevormd wordt in de lever). Een duif die slechts 90% levercapaciteit bezit, kan onmogelijk hetzelfde prestatieniveau bereiken op grotere afstanden in vergelijking met een duif met 100% levercapaciteit. Naar kweek toe ben ik van mening dat die invloed veel geringer is m.a.w. voor de kweek zijn deze duiven mijns inziens wel nog volwaardig inzetbaar.
- Het paramyxovirus is een andere zaak. Dit virus zal voornamelijk de nieren en zenuwen gaan aantasten. Hoewel de invloed verschillend is, is deze daarom niet minder gering. Het spreekt vanzelf dat een duif met een lagere niercapaciteit soms ook minder zal presteren. Zolang de nierschade binnen de perken is gebleven, kan dit nog meevallen, maar opnieuw zullen grotere afstanden meer problemen geven. Bij een langdurige inspanning gaan er water en electrolyten verloren, bij slecht werkende nieren nog meer. Zo'n duif zal dus sneller water en electrolyten nodig hebben. Indien de zenuwen aangetast waren, kan het soms een hele tijd duren vooraleer de zenuwsymptomen verdwijnen (tot maanden). Eenmaal de zenuwsymptomen verdwenen zijn, is deze duif volledig hersteld -op gebied van zenuwstelsel weliswaar-. De reden van dit traag herstel heeft te maken met de trage regeneratiecapaciteit van een zenuw. Zolang het zenuwcellichaam niet aangetast is, kan een zenuw teruggroeien, maar dit verloopt wel zeer traag. Naar kweek toe heeft het ooit aangetast geweest zijn met paramyxovirus heel weinig nadeel. Naar wedstrijden toe heb ik sterk mijn twijfels.
- Het adenovirus is in feite hetzelfde verhaal als voor herpes. Ook hier kan een ernstige leveraantasting gebeurd zijn en ook hier kan een duif daar levenslang de gevolgen van meedragen. Ik ben eveneens van mening dat de invloed op wedstrijden veel groter is dan op kweekcapaciteit. Bij adenovirose kan er naast de leveraantasting ook een darmaantasting gebeurd zijn. Ik denk persoonlijk dat de invloed van deze darmaantasting veel geringer is voor latere prestaties dan de leveraantasting, omdat darm zeer snel kan regenereren.
Met vriendelijke groeten