A A A

Het onderzoek van de duiven - Hoe ze in de hand nemen ?

Op onze wekelijkse verkopingen te Brussel hebben wij vaak de treurige vatstelling opgedaan dat vele « melkers » een duif in geen goede positie in handen kunnen nemen en op een degelijke manier kunnen vasthouden.

Het ter hand nemen van de duif kan ons gemakkelijk het onderscheid doen maken of wij voor een goede of een minder goede liefhebber komen te staan.
Een goede liefhebber neemt de duif op heel voorzichtige wijze, de kop naar de borst gericht, met de twee handen uit het mandje. Een minder goede liefhebber legt linker- of rechterhand bovenop de rug van de duif om ze op deze wijze vast te nemen. Nog andere nemen de duif met een hand bij de uiteinden van de vleugelpennen en de staart precies of ze deden een greep naar een spreeuw.
 
Op de wijze waarop ze duiven vastnemen op een verkoopdag kan men raden hoe ze duiven op eigen hok ter hand nemen ! Dat een duif slechts één- of hoogstens tweemaal op een dag ter hand mag genomen worden zal iedereen die ons leest gemakkelijk willen aannemen. Maar op een verkoopdag zal wanneer het b.v. om een
favoriet gaat, deze minstens in vijftig of honderd en zelfs meer handen terecht komen ! Moet het gezegd dat sommige duiven tegen het uur van de verkoping er soms « uitgepluimd » te voorschijn komen, of dat er aan de borstkam bloed kleeft of dat de dekpluimen onder en boven de achtervleugel totaal weg zijn !...
Voor wie droge handen heeft en voorzichtig te werk gaat kan het onderzoek niets aan een duif schaden, erger is het wanneer een duif achtereenvolgens in handen terecht komt die vochtig zijn en voor de duif steeds een gevaar betekenen van haar pluimen kwijt te geraken.
Bij grote uitzonderingen komt een duif met ingeduwde stuitbeentjes te voorschijn omdat iemand de onvoorzichtigheid beging de stuitbeentjes aan een veel te hard onderzoek te onderwerpen. Eens de duif met beide handen vast, houdt men deze in een horizontale lijn tegen de borst om eerst met de linker- en dan met de rechterhand de vleugel te openen. Weerspannige duiven zullen niet gemakkelijk de vleugel geven en men wacht liever een poosje om het onderzoek opnieuw te beginnen.
Bij het onderzoek van de keel nemen wij de bek met duim en wijsvinger vast. Met de wijsvinger wordt de bek geopend en met de duim blijft men het onderste deel van de bek in horizontale lijnen houden. De bek hoeft geen drie of meer centimeter op ten staan teneinde na te zien wat men er begeert in te ontdekken. Slechts een geheel kleine opening is voldoende. Men duwt het onderste gedeelte van de bek in ieder geval niet naar beneden terwijl met de wijsvinger het bovenste gedeelte naar boven wordt geduwd. Zo handelend loopt men altijd gevaar dat een zo behandelde duif nog voor een paar uren met de bek blijft open staan.

Het is nog niet zo geheel lang geleden dat wij een duif met het onderste gedeelte van haar bek afgeduwd uit een mandje moesten halen. Het herhaald opendoen van de bek door verschillende handen was hier niet vreemd aan terwijl de laatste, misschien ook de ruwste, de bek volledig naar de vaantjes had geholpen.