Dergelijke operatie die men gewoonweg « het keuren van de duiven » is gaan noemen, is van het allergrootste belang en vooral uiterst kies voor de toekomst van het hok.

Het is een onderneming waar we terzelfdertijd onze oplettendheid, onze kennis, onze ondervinding, en soms ook wel een zekere invloed op de proef dienen te stellen. Een beetje geluk in deze kwesties schaadt soms niet. Met het geluk dienen we in de duivensport rekening te houden. Er zijn immers voorbeelden bij de vleet. Zo onder andere van slecht gebouwde duiven meestal voortkomende van toevallige koppelingen, en die toch werden behouden om deze of gene redenen. Duiven die zich later als uitmuntende vliegers en zelfs goede kwekers hebben ontpopt. Wat is er dan te besluiten uit de voorbeelden die we zo even komen aan te halen.
Ten eerste : dat een duif van allerbeste oorsprong nooit zonder enig nadenken mag veroordeeld worden.
Ten tweede : dat een duif die lichamelijke gebreken vertoont; door haar weerstand en morele gaven, volledig kan aangevuld worden.
Ten derde : dat men zich in dergelijk geval niet mag laten misleiden door zekere keurders-specialisten, want deze kunnen zich bij het uitbrengen van hun advies in zekere omstandigheden, soms helemaal vergissen.
Het antwoord op de tweede vraag dringt zich bij de liefhebber als van zelf op, dit is wanneer de rui volledig is geëindigd ttz. wanneer de laatste grote pen haar maximale lengte heeft bereikt. Er zijn echter ook nog andere punten die in aanmerking dienen genomen te worden :
1e de gezondheid
2e de overbevolking die op vele hokken een echte plaag is, want wanneer er teveel duiven op een hok verblijven ten overstaan van de grootte van de inrichting, moet men vlug kunnen handelen, gezien de mogelijkheden tot ziekte hier het grootst zijn. Ofwel dienen de duiven van een volledige vrijheid te genieten en dienen ze buiten te zijn van 's morgens tot 's avonds en zelfs bij alle weer en wind, de ingang gesloten houden en de drinkpot op de buitenplank plaatsen, 's Avonds wanneer de duiven van een verdiende rust kunnen genieten, zet men alles open dat de frisse lucht van buiten naar binnen kan komen, zonder evenwel tocht te veroorzaken. Doet men dit niet, dan maar onmiddellijk overgaan tot een eerste selektie, teneinde de overbevolking onmiddellijk uit te schakelen. Denken we er aan, dat alswanneer men werkelijk met veel te veel duiven op een hok zit, deze voor niets worden gevoederd.
In het geval waarover we komen te spreken, hebben we alsdan niet één keus te doen, maar twee en zelfs drie. De eerste zifting was deze waarover we het juist hadden, nl. om overbevolking te vermijden. De tweede zifting zal deze zijn, wanneer de rui volledig zal geëindigd zijn, maar waarbij we een paar koppels meer zullen overhouden voor in geval zich vóór de aanstaande koppelingen zich een verlies, ziekte of iets dergelijks zou voordoen, en de eventuele veroorzaakte leemten aan te vullen.
De derde zifting geschiedt op het ogenblik der koppelingen zelf.
Moest men dan tot de vaststelling komen dat een of meerdere duiven niet in de gewenste konditie verkeren, hetzij door ziekte of opgelopen kwetsuur, dan worden ze vervangen door de duiven die we teveel overhielden. Is alles normaal, dan kunnen de plaatsvervangers worden verwijderd.
Een zeer groot aantal duivenmelkers zonder enige ondervinding zullen zich afvragen wie de jaarlijkse sortering der duiven en zelfs de koppelingen moet uitvoeren ? We menen te weten dat theoretisch gezien dit werkje door de eigenaar zelf dient opgeknapt te worden. Daar er niet zodanig veel kampioenen zijn, die zich met het sorteren en koppelen der duiven gelasten, zal men best doen een paar vrienden naar het hok uit te nodigen, die beter speelden of door jaren ondervinding meer kennis en wetenschap hebben opgedaan dan gij zelf. Wanneer ge bijvoorbeeld bij één enkele liefhebber uw duiven hebt aangeschaft, en deze ieder seizoen om ter best presteert, dan is het geboden hem zoveel mogelijk na te doen. Wanneer uw kennis inzake sortering en kennis van duiven onvoldoende is, vraag hem dan bij u te komen, om het werkje voor u op te knappen. Hij alléén zal uw beste leidsman zijn.
Wanneer deze liefhebber ook een specialist-keurder van doen heeft, neem dan dezelfde en laat zo mogelijk het ziften van uw duiven doorgaan in zijn aanwezigheid of bij hem thuis op het ogenblik dat zijn duiven worden gesorteerd. Zodoende zal uw kolonie veel kans bezitten eerlang op de zijne te gaan gelijken en zult ge er zonder enige twijfel toe komen zijn suksessen na enkele jaren te evenaren.
Ten tweede, zult ge noodzakelijkerwijze veel hebben bijgeleerd aangaande de methode die hem tot een volledig sukses heeft gebracht en het is zelfs met onmogelijk dat hij u de nodige duiver of duivin verschaft tot versterking van uw eigen kolonie, hetzij dat ge ze als geschenk krijgt of ze u ter hand stelt tegen een zeer schappelijke prijs. Uitgezonderd het voorgaande geval, moeten diegenen welke niet dezelfde kansen bezitten, zich de diensten weten te verzekeren van beroepsmensen- of keurders, die uw volledig vertrouwen waardig zijn.
Laat hem zoveel mogelijk bij u thuis komen : hij zal er meer zijn tijd kunnen van doen, minder verstrooid zijn dan in het lokaal. Een sortering van duiven op het hok en zelfs in het lokaal kost beslist duur, maar laten we niet uit het oog verliezen dat de voeding die we aan onze duiven geven ook niet goedkoop is, en zo de keurder er u toe dwingt een en zelfs meerdere duiven van kant te maken, zullen de door u gedane kosten wel spoedig vergoed zijn. We zullen niet zo ijdel zijn van te gaan beweren dat we er meer van kennen dan diegenen aan wie ge uw duiven ter keuring zult toevertrouwen. Veel sterke spelers hebben zelfs nog beroepsmensen nodig.
Als bewijs hiervan kunnen we een citaat aanhalen uit het boek van wijlen de grote kampioen Ernest Duray, die in zijn werk « Vijftig jaar praktijk in de Duivensport» verklaarde de raad van keurders nodig te hebben om zijn kolonie ieder seizoen op te bouwen. Maar, zult ge opwerpen, waarom een beroepskeurder vragen die dient betaald te worden, alswanneer het voor niets kan gedaan worden door medehulp van vrienden, en toch hetzelfde resultaat zal bekomen worden.
De specialist keurder aanvaard dezelfde redenen niet bij zijn werk, als gij deze naar voren zoudt brengen. Ge zoudt hem een nietsnut doen behouden alleenlijk omwille van de oorsprong en om hem het leed niet aan te doen zich van een duif te ontdoen. De specialist-keurder, werkt zonder gevoeligheid, hij is onbevooroordeeld ; hij is objektief. Terwijl hij zijn beroep uitoefent, komen hem ieder seizoen, duizenden duiven door de handen, die hem ontegensprekelijk veel ondervinding doet opdoen. Hoe men zijn keurder moet zoeken hebben we reeds uiteengezet. Best is hem op het hok te krijgen en dan nog in de persoon waar ge uw duiven hebt geput.
Zo uw kolonie tot stand gekomen is uit duiven van verschillende hokken, neem dan de meest gekende keurder uit uw streek, of tenminste deze die het sterkst speelt, en de meest bekende hokken bezoekt. Hij zal de meeste kansen bezitten « die » duiven te kennen welke het best aan de streek zijn aangepast of aan het spel welke er wordt gespeeld. Verander onder dit opzicht niet ieder jaar zonder ernstige redenen, opdat het uw kolonie zou toelaten zich van jaar tot jaar uit te breiden, op peil te houden, of te verstevigen. Een keurder moet in volle vrijheid mogen handelen. Zo hij de liefhebber ondervraagt, moet deze laatste in staat zijn hem in de kortst mogelijke tijd te antwoorden op de door hem gestelde vraag. Eerst na het werk zal hij hem spreken en vragen stellen. Het onderhoud mag daaromtrent op de hierna volgende toon gebeuren :
Zeg hem het getal duiven die ge wenst te behouden of de soort welke ge verkiest. Ge spreekt hem over de koppelingen die goede uitslagen hebben opgeleverd en welke hij heeft veranderd. Som hem de duiven op welke hij komt te veroordelen en die in het seizoen hun prijzen hebben gewonnen.
Ge duidt hem de duif aan op hetwelk ge uw hoop had gevestigd en welke hij komt te verwijzen. Ge spreekt hem over de bloedverwante kweek die ge zonder goed gevolg hebt beproefd. Het is maar al te duidelijk dat dit alles niet als kritiek bedoeld wordt en geenszins om hem te beïnvloeden of tegen te spreken, maar enkel ten titel van inlichting en persoonlijke vervolmaking. Mocht hij na dit onderhoud enig punt aan zijn werk veranderen, neem er dan nota van, evenals van de redenen welke hij opgeeft wanneer hij weerhoudt wat hij heeft gedaan.
Maar moet men dan zo maar blindelings de keurder volgen ? Naar ons bescheiden oordeel NEEN, vooral niet het eerste jaar. Maar indien ge slechts uw eigen gedacht volgt, neem dan nota van de redenen die u een tegenover gestelde beslissing heeft doen nemen. Verander het kweekkoppel die u voldoening heeft geschonken, slechts voor een of twee koppels eieren. Behoud de duiven waarop ge alle hoop had gesteld, en die door de keurder van de hand werden gewezen.
Nu er van alles zorgvuldig nota werd gehouden, zijn er negen kansen op tien dat ge op het einde van het seizoen de keurder moet gelijk geven. Geloof vooral niet, beste vrienden lezers, dat het uit eigen belang is of uit een voorliefde tot de keurders, dat we hen deze kritiek wijden. Zoals het altijd het geval is geweest, hebben we hier ronduit onze mening naar voren gebracht. In de bijdrage die hierop volgt zullen we onze mening naar voor brengen, op welke wijze ge zelf uw duiven zult sorteren zonder daarom uit het oog te verliezen dat buiten de grote « jaarlijkse zifting », men het ganse jaar door moet sorteren.