Search

   

Het dopingdossier van de KBDB blijft de tongen beroeren

Op de vergaderingssessie met de pers had de voorzitter van het nationaal sportcomité Dirk Schreel reeds aangegeven dat de aanpak van de doping topprioriteit was voor 2014. Hij beloofde tekst en uitleg op de Algemene Vergadering van 23 oktober.

Dirk Schreel hield woord. Al is het jammer dat een bepaald duivenpersorgaan blijkbaar een primeur wou hebben en één dag voor de Algemene Vergadering zaken liet uitlekken. In het bewuste interview was er sprake van cocaïne en ontstekingsremmers waarmee sportduiven zouden worden gedopeerd. Ook de nationale pers sprong er op. De duivensport kwam weer eens in het nieuws, zij het niet meteen met zijn fraaiste kant… cocaïne gevonden in meststalen van duiven! Een kwakkel zo hoog als de Eiffeltoren. Al is het kwaad ondertussen geschied.

In geen enkele meststaal werd immers cocaïne teruggevonden! Het ging hem wel degelijk om cafeïne, toch een wereld van verschil. Onze voorzitter van het NS, Dirk Schreel, zat hier duidelijk mee verveeld. Dat maakte hij ook meteen duidelijk op de Algemene Vergadering (AV) bij zijn uitleg omtrent het dopingdossier. Hijzelf sprak voor het eerst over het dopingdossier op deze AV van de KBDB en vond het jammer dat de geheimhouding was geschonden. Dirk Schreel is momenteel trouwens de enige binnen de KBDB die het ganse (doping)dossier in zijn bezit heeft.

Op weg naar een nieuwe en vooral moderne duivensport

De KBDB is er zich heel goed van bewust dat er meer controles op allerlei vlak noodzakelijk zijn om te komen tot een duivensport met meer gelijke kansen (dit los van externe factoren zoals weer, wind, ligging, enz.). Zo doktert men aan een nieuw informaticasysteem naar de vluchten en zijn opvolging toe. Het streefdoel is om de duif te kunnen volgen vanaf het moment dat ze in de mand gaat, tot aan het einde van zijn traject bij thuiskomst. Dirk Schreel beloofde meer uitleg daaromtrent op de Algemene Vergadering van februari 2014. Hij wil in ieder geval klaar zijn tegen de finale van de Belgian Master in 2014, waar de eerste testen worden gedaan met het nieuwe informaticasysteem. Hij zou er graag de nieuwe ontwikkelingen aan de media (geschreven pers en TV) voorstellen. Onder meer met de trajectcontrole van de duiven. Die zou op een groot scherm worden geprojecteerd waarbij men dus de terugreis van de duiven kan volgen en waar ze zich ongeveer bevinden op hun terugweg richting Nevele. Indien dat op punt staat, opent dit meteen de deuren in de aanpak naar een moderne duivensport toe. Controlegummi’s zouden dan in de toekomst overbodig worden, evenals aparte chipringen vermits de chip in de nieuwe aluminiumring zal ingebouwd zitten. In een later (lees: finaal) stadium zou de liefhebber zelfs nog enkel richting lokaal moeten om zijn duiven in te korven. De registratie van de kloktijden zou dan rechtstreeks naar een centrale server kunnen doorgegeven worden (een soort algemene versie van het huidige Briconweb met de Bricon Xtreme) waardoor liefhebbers zelfs niet meer richting lokaal hoeven met hun klokken na afloop van de wedvlucht. Al zal er voor dit laatste nog wel enkele jaartjes overheen gaan vooraleer het zover komt en alles en iedereen op punt staat om dat in te voeren. Al is het streefdoel uiterlijk 2017 om ermee van start te gaan, liefst zelfs nog een jaartje vroeger indien haalbaar! Volledige automatisatie, zoals aangegeven, zal dan wellicht vrij vlug volgen.

Aanpak doping geniet absolute prioriteit

Iedereen op de Algemene Vergadering zat uiteraard op het puntje van zijn stoel te wachten op de onthullingen omtrent de doping. Dirk Schreel gaf meteen tekst en uitleg waarom dit dossier topprioriteit geniet voor 2014. "De vaak gehoorde klachten en het ongeloof geuit door de liefhebbers omtrent de kettinguitslagen van bepaalde hokken deed ons nadenken over de dopingproblematiek", aldus Dirk Schreel. Als men in andere sporten zo vindingrijk is rond het gebruik en het omzeilen van dopingcontroles, waarom zou dat dan ook niet in de duivensport kunnen ingeburgerd zijn? Er zitten tal van ingenieurs, laboranten, apothekers, medici, enz. in het duivengild, mensen die wellicht iets meer kunnen weten omtrent deze dopingproblematiek (of het omzeilen ervan). Vandaar dat de KBDB vooraf ook een infosessie met de dierenartsen had. We zitten immers nog altijd met datzelfde (verouderd) dopingreglement, daterend van in de periode 1994-1995. Het bevoegd labo voor dopingonderzoek in ons land (te Merelbeke) had in 2009 aan toenmalig voorzitter Pierre De Rijst, reeds te kennen gegeven niet verder te willen investeren in moderne apparatuur, iets wat aan ons huidig bestuur nogmaals werd bevestigd. Het komt erop neer dat men enkel nog zocht naar cortisonegebruik bij duiven. Navraag aan het bevoegde ministerie of er volgens hen andere prestatiebevorderende producten voor duiven bestonden dan cortisone luidde het antwoord bij de bevoegde instanties volkomen "nee". Het deed de mensen binnen de KBDB de wenkbrauwen fronsen! In 2013 deed men in ons land 104 dopingcontroles, allen op het gebruik van cortisone uiteraard. Wat uiteindelijk 5 positieve gevallen opleverde. Gezien nog enkele dossiers lopende zijn qua tegenexpertises, en dus nog moeten voorkomen in de juridische kamers waarbij het recht van verdediging nog geldt, kunnen de 5 namen nog niet vrijgegeven worden. Deze zullen normaal verschijnen in het eerstvolgende Bondsblad.

Toen de afvaardiging van de KBDB in Zuid-Afrika was voor de ontwikkelingen omtrent het nieuwe IT-systeem kwamen ze toevallig in contact met professor Schalk de Kock van The National Horseracing Authority of Southern Africa, een expert in dopingonderzoek bij paarden en duiven in Zuid-Afrika. Ook de Britse duivenfederatie laat sinds enkele jaren haar stalen ginds onderzoeken. Ruim 10 jaar is men in Zuid-Afrika bezig met dit dopingonderzoek bij paarden en duiven. Men heeft er één jaar lang controles uitgeoefend zonder dat iemand er iets van afwist. Hetgeen men vond aan prestatiebevorderende middelen was frappant. Er kwam prompt een nieuw dopingreglement. Van de tien tophokken die men begon te controleren, bleven er na twee jaar speurwerk nog slechts twee overeind aan de top! Enkelen liepen tegen de lamp, de rest kwam niet meer aan de bak. Toch een opvallend gegeven. "Geef mij een pluimpje (borstveertje) en ik kan de stoffen die aan die bepaalde duif werden toegediend de jongste maanden zo opsporen", aldus professor Schalk de Kock. Hij is zo zeker van zijn stuk dat hij zelfs wil komen getuigen en pleiten in mogelijke rechtszaken.

De professor wou voor de KBDB zelfs enkele stalen gratis analyseren, om zo de degelijkheid van zijn labo-onderzoek te bewijzen. De KBDB nam daarop de proef op de som. Er werden 20 (meng)stalen verzonden naar het laboratorium The National Horseracing Authority of Southern Africa in Johannesburg waarvan er 6 (zijnde 30%) positief werden bevonden. In deze zes positieve gevallen werden zes verschillende verboden producten gevonden die niet werden teruggevonden in de controles in België. Het gaat voornamelijk om cafeïne (**) en NSAID, zijnde niet-steroïdale anti-inflammatoire producten (lees: ontstekingsremmers). Er werden ook namen genoemd als flumixine (in de humane geneeskunde gebruikt bij hartritmestoornissen) en atropine (waartegen een nultolerantie bestaat in de paardensport). Verder werden nog andere substanties of producten teruggevonden waarop duiven positief reageren, maar dewelke nog niet in de dopingwetgeving of op de lijst met verboden middelen voorkomen in ons land.

Wat wel opviel, is het feit dat bij de meststalen afkomstig van de nationale winnaars - welke dus enkele dagen na de vlucht werden genomen - weinig of niks werd teruggevonden (behalve cortisone). Controle 2 tot 3 dagen na de vlucht heeft dus weinig of geen zin. De verboden producten werden quasi allen ontdekt in de stalen die werden genomen net voor de inkorving, zijnde op donderdag- en vrijdagnamiddag!

Toch is het opletten geblazen met het noemen van producten, zoals die reeds in bepaalde duivenmedia zijn verschenen. Bij een labonderzoek kan men enkel (verboden) substanties terugvinden, niet meteen het bewuste product waarin ze verwerkt zitten. De voornaamste teruggevonden ontstekingsremmer is de stof Meloxicam (**), naast Paracetamol. Meloxicam is sinds 2007 immers de enige toegelaten NSAID voor langdurig gebruik bij katten. Het gerucht deed reeds langer de ronde dat een specifieke medicatie voor katten veelvuldig werd gebruikt in duivenmiddens, ook de kattenpil. Labotesten bevestigen dat. Het is nu ook klaar en duidelijk waarom. Fittere duiven en de pijngrens verleggen. In de humane geneeskunde treft men deze substantie aan in het product Mobic. Bij de KBDB nam men daarop de proef op de som. Men behandelde de duiven die op de hokken te Halle vertoeven (maar niet aan wedvluchten deelnemen nota bene) met Mobic. Op maandag, dinsdag, woensdag en donderdag werd het product aan de duiven toegediend. Op donderdag werd een meststaal genomen dat zwaar positief testte. Idem op vrijdag. Bij staalname op zaterdag trof men enkel nog sporen van het product aan in de mest (licht positief). Op zondag trof men zelfs in het geheel geen spoor meer aan van het product in de mest. Vandaar de overtuiging dat dopingcontroles moeten plaatsvinden vlak voor de inkorving. Liefst bij inkorving. Omdat dat echter een schending van de privacy van de betrokken liefhebbers betekent, gebeuren de controles nu nog thuis in de late namiddag op de dag van inkorving. Het is meteen duidelijk waarom. Gewoon omdat sommige substanties binnen de 24 tot 48 uur na de vlucht zelfs niet meer opspoorbaar zijn. Vorig jaar vond men in Angerville eens 18 dode duiven in een mand. Ze bleken behandeld met (een overdosis?) cafeïne. Handen af van experimenten met dergelijke producten is de boodschap!

Het gaat om voorlopige uitslagen waarbij nog moet worden bekeken of men dieper kan gaan in het onderzoek naar bepaalde (andere) stoffen, ook qua reglementeringen. Daarom is het ook belangrijk om de lichaamseigen stoffen bij de duiven verder te onderzoeken en de hoeveelheid ervan die in een normaal duivenlichaam aanwezig zijn. Dat ook om te bepalen vanaf wanneer er sprake kan zijn van doping. (Denk maar aan de bepaling van de hematocriet bij onze humane sporters en het al dan niet gebruik van epo). Niet alle lichaamseigen stoffen bij duiven zijn met 100% zekerheid bekend.

Nu begint het pas

Dat men ontdekt heeft dat aan duiven producten worden toegediend die een prestatiebevorderend effect hebben, is een goede zaak. Toch is dit pas een begin. In feite staat men nog nergens. Prioriteit is nu de erkenning door het ministerie van dierenwelzijn van het labo uit Zuid-Afrika als zijnde bevoegd voor het onderzoek van de stalen uit de dopingcontroles en tegenexpertises. Dat zou wel eens het grootste obstakel kunnen vormen. Pas dan zijn het actualiseren van de verouderde dopinglijst en het opstellen van een juridisch sluitend dopingreglement (procedurefouten moeten te allen tijde vermeden worden) aan de orde. Met naast schorsing ook boetes die de mogelijke toedieners van verboden producten moeten doen afschrikken. De dwangsom van € 10.000 wordt genoemd als boete bij een eerste positieve test. Een som die zou kunnen oplopen tot € 250.000 bij een volgend vergrijp. Kijken of dat juridisch te verantwoorden is en in een wettelijk kader kan gegoten worden.
Niemand heeft de namen van wie de meststalen afkomstig waren gezien  het om mengstalen ging. Straffen zou toch niet mogelijk geweest zijn omdat het labo van Zuid-Afrika nog niet erkend was door ons ministerie. Een resem rechtszaken omwille van laster en eerroof zou wellicht het gevolg zijn. Die kunnen ze in Halle missen als de pest. De onderzoeken in Zuid-Afrika hadden ook niet als doel namen van liefhebbers te ontdekken, wel van verboden producten die in ons land niet opspoorbaar leken. In die opzet is men dus met glans geslaagd. Verdere stappen kunnen en moeten nu (dringend) ondernomen worden!

Het doel is duidelijk een schrikbewind uitvoeren. De mentaliteit die nu bij sommigen heerst - als ik gepakt word, stop ik ermee - is een doorn in het oog van onze duivensport en vooral onze bestuurders. Het is de KBDB duidelijk menens. Men wil de lat terug gelijk leggen voor ieder duivenliefhebber, in een streven naar een cleane duivensport!

De KBDB vreest als grootste obstakel dus de erkenning van het labo in Zuid-Afrika door ons ministerie. De kostprijs in er in ieder geval een stuk lager dan in ons land. Hier mag men al vlug rekenen tussen de 300 en € 350 per controle per substantie of product, ginds is het € 400 voor onderzoek naar het ganse gamma producten. Wanneer het ministerie dat labo niet zou erkennen, zitten ze in Halle met een serieuze kater opgezadeld. Het is momenteel nog een federale bevoegdheid, die midden volgend jaar naar de gewesten wordt overgeheveld. Het zal dan zaak zijn om het Vlaams, Waals en Brussels gewest op één lijn te krijgen en te houden! Het zou al te belachelijk klinken dat ieder gewest er een apart dopingreglement of de toepassing ervan zou op nahouden.

Volgens Dirk Schreel zijn er bij niet-erkenning slechts 2 opties. Ofwel ga je enkel nog op het gebruik van cortisone controleren en laat je de rest zijn vrije gang gaan, ofwel moeten sportduiven uit de voedselketen gehaald worden (zoals wedstrijdpaarden in de paardensport). Dan heeft men het ministerie niet meer nodig en kan de KBDB zelf zijn dopinglabo kiezen en een sluitende reglementering opstellen. Dat laatste impliceert wel dat alles een stuk duurder dreigt te worden, alleen al omdat de btw van 6% naar 21% zou gaan op alles wat met sportduiven te maken heeft. Hopelijk valt hier dan nog over te onderhandelen, want een duurder prijskaartje zou wel eens als een strop rond de hals van onze duivensport kunnen hangen. Dirk Schreel verwacht een beslissing ergens in april 2014, dus bij de start van het komende vliegseizoen.

Niet iedereen over dezelfde kam scheren

Dat er in om het even welke sport altijd individuen zullen tussen zitten die de grenzen proberen af te tasten of zelfs een scheve schaats durven rijden is zonneklaar. Dat de KBDB daarom de controles wil opdrijven om deze individuen er uit te halen, zo nodig te straffen, kunnen we alleen maar toejuichen. Toch mogen deze ontwikkelingen niet de indruk geven dat de successen van alle topliefhebbers of betere duivenspelers in ons land toe te schrijven zijn aan het gebruik van doping. Niets is minder waar. Dat er tussen zitten, is duidelijk! Toch geeft dat niemand het recht om iedereen over dezelfde kam te scheren.

Te veel liefhebbers denken nog altijd dat topduivensport draait rond geheime producten of middelen. Ze slaan de bal compleet mis. Topduivensport draait nog altijd rond ‘goeie duiven’. Het zal met een aangepast dopingreglement en strengere controles niet anders zijn. Aangeboren talent en klasse, prestatiebekwaamheid zo u wil. Ten tweede is er ook nog de liefhebber aan het roer die deze talenten ten volle moet laten renderen, alles uit dat frêle en tengere duivenlijfje moet weten te halen. Ook dat is kunde, naast systeem en een stuk feeling! Wie reeds jaren meedraait aan de top van onze duivensport beschikt wellicht over een stam van die betere, zeg maar 'goeie', duiven. Duiven die boven de grijze middenmoot uitsteken, die net dat tikkeltje meer hebben dan de rest. Oriëntatievermogen, kracht, snelheid, slimheid, de drang naar hun hokje of territorium. Duiven die daarvoor alles uit hun kastje halen, die willen thuis zijn! Duivenmannen die een familie duiven hebben waar ook reeds tal van anderen opmerkelijk mee geslaagd zijn. Daar kan men prat op gaan, dat ze over die betere duiven beschikken. Kijk om je heen, je zal zo tal van namen kunnen opnoemen.

Dat er liefhebbers of hokken door de mand zullen vallen of straks een toontje lager zullen zingen, staat buiten kijf. Al zullen er minstens evenveel zijn die standhouden aan de top van de duivensport ladder. Wie vandaag de dag tot de categorie Lierse, Waasland-Beveren, Oostende of Bergen (of nog een stuk lager) behoort in onze duivensport, moet niet denken dat hij plots zomaar tot het Anderlecht, Standard, Genk of Club Brugge van de duivensport zal behoren omdat men de doping strenger gaat aanpakken. Laat staan dat zij denken te kunnen wedijveren met de absolute top op internationaal vlak. Enige realiteitszin is toch geboden. Strenger selecteren en ernaar handelen, is de enige weg die hen kan hogerop brengen.

Jammer genoeg zitten er in onze duivensport, net als in alle andere sporten, ook enkele ‘schuinsmarcheerders’, zoals we ze nog vriendelijk willen omschrijven. Mannen die de grenzen van het toelaatbare durven aftasten, zelfs overschrijden. Die is iedereen wellicht veel liever kwijt dan rijk. Duivensport gestoeld op oneerlijke praktijken, het is lachen met uw sportvrienden, en vooral uw sport, uw eigen duivensport. Daar wil de KBDB nu paal en perk aan stellen omdat het bij sommigen iets te gortig aan het worden is. Wekelijkse kettinguitslagen met nagenoeg dezelfde duiven, mensen gaan zich daar vragen bij stellen. Indien de KBDB erin slaagt om zijn verhaal sterk te maken bij de bevoegde instanties (lees: ministerie), kunnen meer en gerichte controles de uitkomst zijn om te komen tot een cleanere duivensport. Een duivensport met meer gelijke kansen, waar de klasse en kwaliteit van de duif het verschil maakt. Niet hetgeen in de drinkpot gaat, in de strot van de duif wordt geduwd, of bij de duif wordt geïnjecteerd.

Het lab van The National Horseracing Authority of Southern Africa in Johannesburg lijkt voorlopig als enige bekwaam in een degelijk onderzoek naar doping bij duiven. Duivenminnend België rekent dan ook op het gezond verstand in de Wetstraat te Brussel om dat labo te erkennen voor het dopingonderzoek bij duiven. Zo kan onze KBDB werk maken van een cleanere en eerlijkere duivensport vanaf 2014!

Korte uitleg bij enkele gebruikte namen in het artikel (bron: Wikipedia)

** Meloxicam is een pijnstillend en ontstekingsremmend middel, dat behoort tot de NSAID's (niet-steroïdale ontstekingsremmers). Het is ontwikkeld door Boehringer-Ingelheim en sinds 1996 op de markt. Het wordt toegepast bij acute verergering van artrose, en bij de langdurige behandeling van reumatoïde artritis (reuma). In het eerste geval is het pijnstillend effect vrij snel, na 1 à 1,5 uur, merkbaar; in het tweede geval is het ontstekingsremmend karakter van belang, dat na enkele dagen of weken merkbaar effect heeft.

** Cafeïne is een psychoactieve stof met een stimulerende werking. Cafeïne wordt soms toegevoegd aan pijnstillers zoals paracetamol om een mogelijke versterking van het analgetische effect en een verlengde werkingsduur te bekomen. Cafeïne heeft ook enige invloed op de stofwisseling. Daarom is cafeïne een veelgebruikt ingrediënt in populaire vetverbranders (fatburners). Cafeïne heeft adrenerge effecten: het stimuleert het orthosympathische zenuwstelsel, de hartslag en de ademhaling.