Search

   

Voeding van de jonge duiven

Voeding van de jonge duiven in voorbereiding tot snelheids- en halve-fondwedstrijden

Om in dit soort wedstrijden bij de uitblinkers of kampioenen te behoren, is het een hele kunst om de jonge duiven de gepaste voeding toe te dienen teneinde hen iedere week in de beste konditie te krijgen.
Bij de Vanhee's wordt de 3e en 4e ronde jonge duiven meestal  ingezet in wedstrijden van kortere afstand : 160 tot 260 km.
Vanzelfsprekend gaat het hier om jonge duiven die in gemeenschap leven en omwille van hun ouderdom geen kans krijgen om aan de wedstrijden van de grote halve-fond en fondvluchten deel te nemen. Ten gerieve van diegenen die in een speelseizoen slechts aan snelheid en kleine halve-fond deelnemen, kunnen vader en zoon Vanhee volgende voedingsmethode aanbevelen, die voor hen steeds tot mooie suksessen heeft geleid.
Na een reeks oefen vluchten, t.t.z. dat de jonge duiven voldoende getraind geweest zijn, wordt volgend voedingssysteem streng gevolgd :

1) 's morgens,
een uur vóór ze de vrijheid krijgen ; een mengeling bestaande uit geroosterd brood. Het vers brood wordt eerst tot korrels gemalen en daarna in een oven gedroogd.
Hieraan wordt toegevoegd, 7 soorten kleine granen : canariezaad ronde of platte miller, rood koolzaad, gewoon zwart koolzaad, raapzaad, hennep, lijnzaad en rijst. Dit mengsel bestaat uit ieder een deel, t.t.z. op basis van 1 kg per soort, geroosterd brood inbegrepen.
Van dit mengsel krijgen de jonge duiven iedere morgen 1 soeplepel toegediend. Dit mengsel bezorgt jonge duiven tijdens de dag nooit geen opgezwollen krop en is meteen goed verteerbaar.

2) 's avonds :
wordt de gewone mengeling toegediend, t.t.z. zoals alle oude duiven dit krijgen. Het voeder wordt langzaam toegediend tot de eerste duif naar de drinkpot loopt om te drinken. Een paar dagen vóór de inkorving worden de nog hongerige duiven een extraatje toegediend.
De dag van de inkorving wordt 's morgens uitsluitend de lichte voeding van 's morgens toegediend.
Vader en zoon Vanhee leggen de nadruk op de kunst jonge duiven met gestrenge hand te voederen, om wekelijks in de wedstrijden tot 250 km uit te blinken.
De piepers mogen in ieder geval niet een overvloedige voeding ontvangen. Eerder worden ze vooral 's morgens een beetje hongerig gehouden, maar 's avonds moeten ze niettemin een goede mengeling ontvangen, nodig voor hun verdere ontwikkeling en sterkte voor de volgende wedstrijd.
Het is vanzelfsprekend dat ook deze kategorie jonge duiven, als toevoeging aan de voeding, de nodige vitaminen worden toegediend via het drinkwater, wat dan meestal op maandag op donderdag toegediend wordt.
Jonge duiven die uitsluitend snelheid en kleine halve-fond vliegen, en dit soms weken na elkaar doen, verbruiken omwille van de opgelegde afstand, niet zoveel energie, maar moeten over voldoende krachten bezitten om de hen opgelegde afstand met sukses af te leggen en bij thuiskomst van de wedstrijd, snel binnen te komen.