A A A

Paratyfus: behandeling en nieuwe ontwikkelingen

Mijn scriptie om af te studeren als dierenarts handelde over een nieuw antibioticum florfenicol en zijn eventuele werking tegen paratyfus bij sportduiven.

Flornicol
De molecule florfenicol is een analoog van het antibioticum chloramphenicol. Dit laatste is één van de bestanddelen van altabactine dat vaak gebruikt werd (wordt) in de behandeling van paratyfus. Chloramphenicol is nu niet meer toegelaten bij voedselproducerende dieren waartoe duiven officieel nog steeds behoren. Dit had te maken met het feit dat een zeer kleine hoeveelheid chloramphenicol bij de mens in zeldzame gevallen een allergische reactie kon induceren met de dood tot gevolg. Dit kon in theorie dus ook het geval zijn bij het eten van vlees waarin er zich resten chloramphenicol bevonden. Kortom, altabactine of eender welk ander product met chloramphenicol mag in België niet meer toegediend worden aan duiven.
Florfenicol geeft daarentegen geen aanleiding tot dergelijke ernstige allergie bij de mens en mag aldus gebruikt worden bij voedselproducerende dieren. Het antibioticum wordt heden ten dage frequent gebruikt bij varkens, rundvee en industrieel gekweekte zalm.

Salmonelse of paratyfus
Door de inhoud van mijn onderzoek heb ik de kans gekregen mij te verdiepen in deze probleemziekte bij duiven. Daarbij kwam ik zowel bij het doornemen van de beschikbare literatuur als bij het onderzoek zelf tot enkele verrassende conclusies.
Paratyfus is een slepende, chronische ziekte die bijzonder moeilijk weg te krijgen is uit een kolonie. Ze wordt veroorzaakt door een duivenspecifieke Salmonella-stam die zich zeer goed heeft weten aan te passen aan de duif. Het grootste probleem in de behandeling van de ziekte betreft de zogenaamde dragers van de ziekte. De bacterie slaagt er namelijk in zich op uiterst efficiënte wijze te “verstoppen” in het duivenlichaam en slechts af en toe uitgescheiden te worden om telkenmale opnieuw de omgeving en andere duiven te besmetten. De duivenspecifieke Salmonella kan blijven leven en vermeerderen in een soort van witte bloedcellen, macrofagen genaamd, en op die manier in het duivenlichaam aanwezig blijven. De duiven ontwikkelen wel een immuniteit tegen de kiem, maar bij zogenaamde dragers is dit niet genoeg om de bacterie uit het lichaam te krijgen.
Daarenboven kan de kiem tot wel twee jaar in organisch materiaal zoals mest in leven blijven.

Behandeling
De behandeling en preventie van paratyfus blijkt een heel moeilijke opdracht. Experten zijn het niet steeds met elkaar eens gewoon omdat er (nog) geen echt effectieve behandeling bestaat. Dit is eigenlijk oud nieuws niettegenstaande er toch heel wat misverstanden over de behandeling van paratyfus bestaan. Zo behandelen de meeste duivenmelkers in de winter hun duiven 10 dagen met een of ander antibioticum om de duiven te ‘zuiveren’ van paratyfus. Eigenlijk is dit een foute veronderstelling. Het is namelijk gebleken dat de meeste antibiotica de kiem niet wegkrijgen uit het lichaam. Integendeel, in mijn onderzoek was de kiem zelfs meer in organen aanwezig. Ook in vroegere onderzoeken was de uitscheiding van Salmonella vaak groter na stopzetten van de antibioticabehandeling dan bij duiven die niet waren behandeld. Hoogstwaarschijnlijk heeft dit te maken met het feit dat Salmonella zich in de cellen kan nestelen en zich daar verstoppen waardoor het antibioticum de kiem niet goed kan bereiken en elimineren. Bovendien wordt de immuniteit van de duif zelf waarschijnlijk op dat moment ook niet voldoende aangewakkerd om de kiem te elimineren. Men kan zich dan ook terecht afvragen of men geen paratyfusdragers in de hand werkt door deze antibioticumkuur.

De resultaten van mijn onderzoek toonden aan dat er een heel efficiënte onderdrukking van uitscheiding van de kiem was bij behandelde duiven m.a.w. er bevond zich praktisch geen Salmonella in de mest van met het antibioticum behandelde duiven. Het was dan ook des te verrassend dat de behandelde duiven veel meer Salmonella in hun organen hadden zitten dan de duiven die niet behandeld waren. Blijkbaar waren de duiven die niet behandeld werden voor de ziekte bezig met een betere immuniteit op te bouwen! De waarde van de antibioticum-kuur blijkt dus vooral te liggen in het feit dat er minder darmschade optreedt en dat de omgeving niet meer besmet wordt. De duiven kunnen zich dus niet meer herbesmetten en vertonen minder diarree tijdens een kuur (wat op zich natuurlijk ook al heel waardevol is bij een aan de gang zijnde paratyfus-uitbraak). Maar men mag zich dus dan ook wel verwachten aan meer dragers van de ziekte. Vanuit dit oogpunt lijkt mij een preventieve antibiotica-kuur buiten het seizoen geen goede optie. Enkel een goed uitgevoerd vaccinatie-plan kan mijns inziens het voorkomen van dragers zoveel mogelijk indijken.
Men merkt nu vaak in reportages van goedspelende liefhebbers dat deze preventieve kuur uitgevoerd wordt. Dit kan weliswaar een vertekend beeld geven aangezien volgens mij bijna iedereen tegenwoordig deze preventieve kuur doet.
Antibiotica zijn er volgens mij voor als er echt problemen zijn en dan kunnen ze samen met een efficiënt vaccinatieplan heel nuttig blijken. Gelukkig is er heel weinig resistentie bij paratyfus te merken maar dat neemt niet weg dat veel vaak nutteloze antibiotica-kuren wél resistentie bij andere kiemen geven zoals E. coli of streptococcen. Geneesmiddelen kunnen op kritieke momenten heel waardevol zijn op voorwaarde dat ze op dat moment natuurlijk nog werkzaam zijn.

Share/Save/Bookmark
Dr Ruben Lanckriet - 24/02/2010

Comments

Can you post it in English also please,this seems very interesting

Wat verstaat u onder een goed vaccinatie-plan ?