A A A

Iets over veldvliegen.

Mijn duiven heb ik altijd in een goede conditie weten te houden, maar zekere dag stelde ik vast dat de uitwerpselen van mijn duiven zeer bruin waren en zelfs ietwat drekkig ...

Zekere dag ontvingen wij van de heer De S. te Lede een brief die wij hier zo beknopt mogelijk laten volgen ; «Mijn duiven heb ik altijd in een goede conditie weten te houden, maar zekere dag stelde ik vast dat de uitwerpselen van mijn duiven zeer bruin waren en zelfs ietwat drekkig, t.t.z. niet meer zo gebonden, geen bolletjes meer. Dit ziende heb ik onmiddellijk het voeder gekontroleerd. Ik verkreeg een goede indruk over voeder — reuk en smaak — aangezien de mengeling bij een zeer vertrouwbare firma werd aangekocht. Dan maar verder gezocht en alles goed in het oog gehouden ; maar aangezien ik dagelijks van huis weg ben om mijn boterham te verdienen en de zorgen aan de duiven aan mijn  echtgenote moet overgelaten worden, moest ik dus tot een zaterdag of zondag wachten om zelf alles grondig na te zien.

Zaterdag en een zeer zonnige namiddag, was een goede gelegenheid om de duiven vrij te laten. Ik plaatste mij in de hof en nadat alle duiven een paar toeren in de lucht hadden gemaakt, streken ze neder in een weide onmiddellijk achter mijn hokken gelegen, t.t.z. een stuk bouwland  waar het ene jaar aardappelen groeien en het volgende jaar jarig gras op groeit. Nu is het gras ongeveer vier a vijf maand gezaaid en het heeft
een hoogte bereikt van 4 a 5 cm. Precies als jachthonden liepen mijn duiven de weide af, liepen het hardst om toch maar zoveel mogelijk te kunnen pikken, bij zover dat ik onmiddellijk ging zien wat in die weide feitelijk op te pikken lag. Toch kon ik niet onmiddellijk vaststellen wat mijn duiven in feite naar binnen hadden gewerkt, en natuurlijk bleven de uitwerpselen bruin en drekkig.

De volgende dag werden de duiven opnieuw buiten gelaten en in een handomdraai liepen ze terug de weide op en af tot ze verzadigd waren. Zij keerden op het hok terug en ik liep onmiddellijk het hok op. Bijna op hetzelfde ogenblik zag ik een duif braken en hoorde ik korrels op de grond vallen, die ik opraapte en naar mijn oordeel bruine korrels moeten zijn. (Ik voeg ze bij mijn schrijven).
Ik weet nu niet of die steentjes gevaarlijk zijn maar hun uitwerpselen doen mij toch twijfelen dat hun konditie er zou kunnen door aangetast  worden.
Mijn duiven hebben alles op het hok wat ze nodig hebben, o.a. korrelgrit, gevitamineerde mineralen, iedere week groenten.
Moet ik nog iets  anders doen opdat ze niet naar het veld zouden trekken ?
Mag ik u vragen mij hieromtrent een antwoord te laten geworden. »

De brief waarvan hierboven sprake, hebben wij aan Dr. G. Dobbels, een gespecialiseerd dierkundige overgemaakt, samen met het staal steentjes.
Ziehier wat dhr. Dr. Dobbels ons als antwoord voor de heer De S. in Lede mededeelde. « Naar hetgeen in uw brief uiteengezet wordt kan men praktisch met zekerheid zeggen en uitmaken dat het hier om geen besmettelijke ziekte gaat, integendeel de eetlust schijnt enigszins verhoogd.  Het is volledig normaal dat een duif kleine steentjes oppikt. Dit is noodzakelijk voor de normale spijsvertering en het assimilatie proces. Hier in uw geval zijn de steentjes nogal grof, wat een braken als gevolg kan hebben bij een te grote opname :

a) braken
b) onvolledige assimilatie


t.t.z. resorptie via maagdarmkanaal ; gevolg : lichte diarree. De kleur is normaal, maar u moet aandachtig de uitwerpselen nagaan of er geen parasieten (ronde wormen) of stukjes lintworn in aanwezig zijn. Parasieten geven analoge verschijnselen in beginstadium : verhoogde eetlust, mindere prestaties, vermagering, luchte diarree. U moet ook nagaan of de drekkige uitwerpselen geen groene kleur bevatten (paratyfus).
Besluit: Indien geen parasieten aanwezig zijn mag u gerust zijn.
Ik denk dat het hier een toevallig, voorbijgaand verschijnsel betreft.
Houd uw duiven wat afgezonderd van het stuk land en ga de resultaten na.

De heer De S. heeft ons nadien volgend antwoord gezonden.
« Ik heb mijn duiven gedurende enkele dagen binnen gehouden en alles zorgvuldig nagegaan. De uitwerpselen zijn terug zoals vroeger en van wormen of stukjes lintworm is er geen sprake. » Wat de steentjes betreft die de heer De S. ter nazicht en ontleding opstuurde, waren het wel  degelijk bruine steentjes van ± 3 mm.
In de door De S. bedoelde weide lagen ze bij vele duizendtallen verspreid. Zij waren afkomstig uit een soort meststof die de eigenaar op zijn weide had uitgestrooid. Indien de door de duiven opgepikte steentjes niet te groot waren, konden ze deze gemakkelijk verteren met het gekend gevolg. Waren ze te groot dan gingen de duiven aan het braken.
De heer De S. heeft er goed aan gedaan het advies van een bevoegd dierenarts in te winnen. Beter dan zelf menen de oorzaak te kennen en  aan duiven allerhande middelen toe te dienen die toch tot niets zouden hebben geholpen. Indien er nu in de schoot van onze K.B.D.D. een gezondheidsdienst voor duiven ingericht ware, zou dit onze  duizenden duivenliefhebbers zeer veel diensten kunnen bewijzen.
Zeer spijtig lopen er de dag vandaag nog te veel kwakzalvers rond die onverantwoord geld uit de zakken van goedgelovigen spelen, door hen allerlei onbenullige zaken in de handen te duwen.