Men mag dit noemen zoals men wil, maar dit zal de pronostiek zijn van de liefhebber. En het zal slechts deze pronostiek zijn die zal dienen voor het aanduiden van de te « poelen » duiven.
Drie punten van bijna even groot belang kunnen op gelukkige of ongelukkige manier de aanduiding van de eerste getekende beïnvloeden.
Het zijn :
de weersomstandigheden, de waarde van de duiven die zullen ingezet worden en de door de liefhebber opgedane opmerkingen.
Laat ons deze drie punten ontleden.
Wij zullen allen akkoord gaan dat de grootste missingen zich voordoen, wanneer het weer uitermate slecht is, bij stormachtig weer, wanneer de zichtbaarheid te wensen laat, of wanneer de atmosfeer beladen is met elektriciteit.
In dergelijke gevallen ziet men dat de grote inzetten weggenomen worden tot het einde van de uitslagen. En toch past het een onderscheid te maken, wanneer het gaat om een fondvlucht, want voor deze wedstrijden spelen de weersomstandigheden werkelijk een belangrijke rol.
Het is op de grote afstanden dat de gelegenheid zich voordoet, een stortbui, een orkaan, of heel eenvoudig een nevel te ontmoeten. Men mag de naam van lange afstandsvlieger niet geven aan een duif die slechts haar prijzen wint bij mooi weer. Voor de lange afstand moet men rekening houden met het feit, dat bij slecht weer de afstand daar is om te beletten dat een middelmatige duif gensters slaat. De vermoeienis speelt altijd een grote rol. Doch dit belet niet dat er bij mooi weer niet altijd de grote snelheid is, dat de goede liefhebbers het best hun eerste getekende weten te klasseren.
Het is dan, dat de grootste prijzen zich het meest en gewoonlijk aan de kop van de uitslagen bevinden.
De waarde van een hok kan de aanduidingen van de te « poelen » duiven dwarsbomen, in die zin dat, indien er in een zelfde kolonie 6, 8 of 10 duiven zijn van bijna gelijke waarde, hun eigenaar in de verlegenheid zal zijn op het moment dat hij zijn pronostiek moet opmaken, t.t.z. op het moment van zijn inschrijvingsblad.
Op dit gebied critiseert men gemakkelijk de sterke speler, die een laatste getekende op kop van de uitslag klasseert. Toch... geven deze missingen slechts meer waarde aan het hok, voor zo verre, een groot procent — ingeschreven duiven voor het grof geld — het geld opstrijken wanneer zij ingeschreven zijn ; de andere voeren slechts het bewijs aan dat er buiten de goede — de geklasseerde duiven — er nog andere zijn, die in staat zijn goede prestaties te leveren. De eigenaar van slechts één goede duif zal meer kans hebben de eerste te klokken, doch dit bewijst geenszins dat hij behendiger is dan zijn konfrater die meerdere duiven inzet, en vooral niet... dat hij betere duiven bezit.
Eindelijk... de aandacht en de regelmatige opmerkzaamheid, de min of meer bevoegdheid van de liefhebber, mogen geenszins over het hoofd gezien worden in de kwestie waarover wij het hier hebben.
De liefhebber, die kan rekenen op medewerking van 6, 8 of 10 duiven van bijna de zelfde waarde, zal nooit zijn inschrijvingsbuletijn zonder enige vrees invullen. Wanneer het gaat om een snelheids- of halve-fondvlucht, is het alleen de forme die de doorslag zal geven en men zich hierom meer moet bekommeren dan in de vroegere verwezenlijkte prestaties.
Men critiseert gemakkelijk de kampioenen duivenliefhebbers, die er niet toekomen hun duiven regelmatig op kop van de uitslagen te klasseren. En toch is voor hen, zowel als voor alle andere duivenliefhebbers, de forme een grillige fee ; voor hen, zowel als voor de andere, zijn de weersomstandigheden slecht; hun duiven, precies zoals de uwe, zijn slechte dieren.
Wij zegden : « de forme », deze toverende fee, die zó dikwijls de gek houdt met de slimsten. Zij weten het te kennen, wanneer het hen behaagt deze of gene duif voor een week thuis te houden. Zij hebben trouwens nota genomen. Zij zullen ook weten hoe de zaken zich precies zullen voordoen, wanneer hun duiven in de beste konditie zullen zijn en hun schoonste prestaties zullen leveren. Bij het krieken van de dag zullen hun weduwnaars — vol levenslust — hen wekken. Zij groeten op hun manier de opkomende zon.
Zij openen de oren, het gerucht valt stil, om plotseling bij de eerste gelegenheid te hervatten. Het gehoorde concert is waarlijk interessant, men zou waarlijk
zeggen dat het effectief talrijker is, of dat hun stemmen harder of scherper geworden zijn. De duiven schijnen te gehoorzamen aan het maatstokje van een
kapelmeester, zij zwijgen bijna allen opeens, om enkele ogenblikken later opeens harder te herbeginnen.
Wat gebeurt er op deze hokken ?
Ieder duiver bevindt zich op de rand van zijn vakje, nerveus, vol leven, de keel half opgeblazen, de vleugels gedeeltelijk verwijderd van het lichaam.
Bij het binnenkomen van hun verzorger heffen zij nog de vleugels op.
Zij zijn klaar voor de sprong. Zij hebben het venster goed in het oog, dat zal geopend worden en wachten slechts nog om allen tesamen als een weerlicht buiten te vliegen.
Daar zijn zij weg, een sliert fijne dons na zich latend. In een handomdraai zijn zij reeds vijftig meters hoog. Zij herstellen zich en vliegen recht door, steeds hoger, tot zij buiten zicht komen ; men ziet ze allen samen in de zelfde richting verdwijnen ; men zou denken dat ze nooit meer zouden terugkeren.
Vijftien a twintig minuten later ziet men ze hoog in de lucht opnieuw opdagen, somtijds uit een heel andere richting dan van waaruit zij vertrokken zijn.
Zij verspreiden zich een beetje bij de aankomst en schijnen als stenen naar beneden te vallen.
Men zou zeggen een wedijver om eerst binnen te zijn.
Vervolgens doen zij nog enkele rondjes, de vleugels klapperend, vanaf nu zijn zij dikwijls verspreid. Zij verzamelen opnieuw om de hoogte te hernemen en zij vertrekken nogmaals, doch deze keer zal het niet zijn voor een lange duur.
Bij hun terugkeer maken zij in het gezichtsveld grote omlopen, gedurende dewelke zij gemakkelijk hoogte nemen. Wanneer zij boven een andere duif vliegen, onttrekken sommige duivers zich van de groep om deze dikwijls zeer ver te vergezellen. Wanneer zij na een lang wegblijven terug in het zicht van het hok
komen, zijn de vurigste de eerste. Zij klapwieken ijverig om vervolgens hun plaats in de groep terug te nemen.
Zij verliezen tenslotte slechts hun hoogte enkele minuten vóór de tijd verstreken is van de duur van de vlucht. Op het hok wordt ieder vakje na de vlucht bezocht en dit onderzoek laat toe kostbare inlichtingen op te doen.
De uitwerpsels zijn noch groot, noch overvloedig, noch riekend. Men moet deze bijna allen op dezelfde plaats vinden, wat een bewijs is dat de weduwnaars kalm waren op het hok. Vooral gedurende de nacht zijn de uitwerpsels — op het einde van de week — hard, zij rollen als knikkers, bij zo verre... dat men deze in één trek zou kunnen wegnemen zonder spoor na te laten.
Ieder hoopje uitwerpsels is omgeven van fijne dons.
De drinkbakken worden insgelijks nauwkeurig nagegaan, want... een duif die overvloedig drinkt, moet nauwkeurig gekontroleerd vooraleer ingemand te worden.