
De inteeltcoëfficiënt F (Wright) geeft aan welk procent van de allelen van een dier, afkomstig van 1 of meer gemeenschappelijke voorouders, zich in homozygote toestand bevindt. Daarvoor gebruikt men de volgende formule:
Fx=S(1/2)m+n+1(1+FA)
waarbij
Dit lijkt misschien wat ingewikkeld maar ik zal het wat verduidelijken met voorbeelden.
De sterkste inteelt is broer x zus, vader x dochter en moeder x zoon. De inteeltcoëfficiënt van deze koppelingen is identiek dezelfde, namelijk bij FA=0 is F=0.250 of 25%.
Men zal merken dat de meeste duiven een inteeltcoëfficiënt nul hebben. Bij sommige duiven waarvan je zou kunnen denken dat ze sterk ingeteeld zijn omdat je dezelfde duif meerdere keren terugvindt, zal je merken dat de inteeltcoëfficiënt relatief laag is. Vanaf een F>0.05 zou ik spreken van inteelt. Bij de meeste duivenliefhebbers zal men geen of weinig duiven tegenkomen die dit getal overschrijden, dit naargelang de kweekmethode natuurlijk. Bij de berekening moet men dus steeds zoeken naar gemeenschappelijke voorouders bij beide ouders. Gemeenschappelijke voorouders langs één kant (één van de twee ouders) mag men dus niet gebruiken. Hoe sterk een ouder dus ook is ingeteeld, indien de andere ouder geen voorouders gemeenschappelijk heeft, dan is de inteeltcoëfficiënt nul. Men kan inteelt dus altijd gemakkelijk teniet doen.
Hieronder zal ik enkele voorbeelden uitwerken(uit het verleden en nu).
Deze duif was een zeer goede kweker in zijn tijd en is één van die duiven die zeer veel invloed hebben gehad op de vorming van de belgische fondduif. De invloed van Stichelbaut is enorm geweest op het fondgebeuren in ons land en vanzelfsprekend dan ook in het buitenland. Er waren nog heel wat meer Stichelbautduiven die hun invloed hebben gehad maar ik neem deze eruit wegens zijn beroemdheid en omdat ik er een mooie pedigree van heb (want die heb je vanzelfsprekend nodig om de inteeltcoëfficiënt te berekenen).
De "Oude Ijzeren" was vader van:
De "Geschoten Ijzeren" bij Vanhee
De "Jonge Ijzeren" o.a. 1e nat. Libourne (gekocht door Vereecke)
Deze Jonge Ijzeren was op zijn beurt vader van de "Ijzeren" en de "Oude Kennedy" bij Bostijn
pedigree
Dus F = 1/16 (Zwarte Witpen) + 1/16 (Jonge Zwarte) + 1/32 (Zwarte)= 0.156 of 15.6%
Hierbij is er geen rekening gehouden met eventuele vroegere inteelt (die er wel zal geweest zijn, de kweekmethode van Stichelbaut kennende).
Hij vloog de 1e internationaal Barcelona in 1966 en was zeer belangrijk voor de verdere stamuitbouw van Vanbruaene. Hij is in de stamboom van meerdere internationale Barcelonawinnaars terug te vinden.
Pedigree
Dus F= 1/32 (Jonge Stier) + 1/64 (Oude Stier)=3/64 = 0.047 of bijna 5%
Men kan hier dus bijna van inteelt spreken naargelang de grens die je trekt. Men zou nochtans op het eerste gezicht kunnen denken dat er veel meer inteelt is. Eventuele nog verdere verwantschappen zijn verwaarloosbaar.
Deze duivin vloog de 1e internationaal Barcelona in '73. De Carlensduiven zorgen nog steeds voor successen op verschillende hokken.
Pedigree
Allereerst opmerken dat de Jonge Bleke zelf een inteeltcoëficiënt heeft van 0.125, dus daar moeten we mee rekening houden.
F= 1/16 x (1 + 0.125) (Jonge Bleke) + 1/64 (ouder Jonge Bleke) = 0.086 of 8.6%
Merk op dat de moeder hier F=0.125 dus > dan F(Mona Lisa) zelf.
Deze duif behaalde superuitslagen op Barcelona met o.a. de Gouden Vleugel. Hij werd ook een ongelofelijk kweker en werd zowel in binnen- als buitenland bekend.
Deze duif heeft een inteeltcoëfficiënt van practisch nul (er is enkel een kleine verwantschap via de "45" van Catrysse).
Hij won de 1e int Barcelona 1995 en de Gouden Vleugel. Deze duif heeft nu reeds fenomenale kweekresultaten. Aangezien het hier een kruising betreft (Vanbruaene x Brouckaert), is F=0.
Zij vliegt de 1e int Barcelona 2000. Zij van zuivere Wim Müller-origine.
F=0.063 of 6.3% (lichte inteelt op de Kruisbek)
Ik kan nog vele voorbeelden geven, maar dat zou te veel tijd in beslag nemen. Probeer het zelf eens te berekenen bij uw eigen duiven. Als u geen gemeenschappelijke voorouders vindt bij de vader ?n moeder, dan is de inteeltcoëfficiënt sowieso nul. Dit is het geval voor de meeste duiven.
Hieronder nog een voorbeeld van op eigen hok (Lanckriet Ludo en Ruben, Zwevezele).
De "Laureaat" 4567687/98 is een laat jong van 1998 verkregen van de familie Gyselbrecht. Hij is genoemd naar zijn wereldberoemde voorouders bij Gyselbrecht. Hij kweekte voor de eerste maal in mei ?99. Vanaf 2000 konden we dus al enkele meegeven op de fond.
Resultaten van zijn nakomelingen (telkens met verschillende duivinnen) in 2000 en 2001 op vluchten van 600 km of verder:
pedigree
F= 0.125 (inteelt op Laureaat Barcelona) (verdere verwantschappen zijn verwaarloosd)
Comments