Catharina Zoé was het negende in het boerengezin. 
Het gezin leefde in bittere armoede. Aanvankelijk werkte Catharina als dienstmaagd bij een welgestelde familie.
In 1830 trad zij in het klooster van de dochters van Liefde van de stichter Vincentius de Paulo in Parijs.
Tientallen jaren verpleegde zij in het ziekenhuis d'Enghien aan de Rue de Reuilly in Parijs, daarnaast was zij tevens abdis. Nederigheid, dienstbaarheid, trouw aan de Orde maakte haar tot een geliefde medezuster in het klooster en ziekenhuis. Regelmatig verscheen haar Maria, de moeder van Jezus. Bij een van de verschijningen ontving zij de opdracht tot het slaan van een bijzondere medaille.
Zo wilde Maria onder alle mensen meer bekendheid brengen.
Deze "Wonderdadige" medaille is de meest verspreidde medaille in de wereld Op 31 december 1870 is ze overleden.
Zij ligt begraven in de kerk van de "Filles de Charité" in de Rue du Bac in Parijs. Op 27 juli 1947 werd ze door paus Pius XII heilig verklaard en werd patrones van de duivenmelkers.