Voor hun eerste africhtingen, worden deze jongen gelost op enkele km van het hok. Vervolgens zullen zij na enkele herhalingen afzonderlijk kunnen gelost worden en wanneer zij recht op het hok afstormen zal men ze één- of tweemaal kunnen lossen op een afstand van 20 km, vóór dat ze de eigenlijke training met de duiven van de maatschappij moeten aanvangen.
Deze jongen, van goede oorsprong, goed geleid en in goede gezondheid, zullen rap alles begrepen hebben wat men van hen verlangt en zullen gerust kunnen doorgetraind worden tot 150 km en meer. Indien het voor u de eerste stappen zijn die ge in de duivensport zet, dan zal het een tasten zijn in het duister, een zoeken. De plicht legt u op niet alle jonge duiven ineens te riskeren en... laat ze dan liever geen te grote afstanden vliegen.
Wanneer gij voor een belangrijk aantal jonge duiven komt te staan, legt de eerste verplichting een totale selektie op. Maar, in de veronderstelling dat uw ervaringen op gebied van keurder eerder beperkt zijn, zult gij noodzakelijk en om een doeltreffende bewerking te verkrijgen, de proefnemingen of liever de trainingen verdubbelen.
In dit laatste geval moet het gaan juist zoals met het ingangseksamen in de hogere scholen, dus te groter het aantal kandidaten, des te moeilijker de vragen zullen zijn.
Wij hebben onze jonge vrienden duivenliefhebbers vaak laten verstaan dat men op het hok van de jonge duiven nooit de minste afwijking mag dulden. Deze met de kleinste misvorming, deze die een erfelijke afwijking vertonen zullen zichzelf uitschakelen naarmate ze op de baan moeilijkheden ontmoeten of dat de af te leggen afstand zal vergroten. ,
In de duivensport, zijn de overwinnaars en meesters alleenlijk deze, met een stalen wilskracht.
Een duif, van welk beroemd hok zij ook komt, zal slechts waarde hebben wanneer zij er het bewijs van levert. Indien zij niets waard is, verdient zij niet meer waarde op het hok dan de doodgewone graaneter.
Men gaat van langs om verder in de duivensport, zodat wedstrijden speciaal voorbehouden aan de jonge duiven reeds op het programma der inrichtende maatschappijen staan. In sommige streken van het land werden reeds jonge duiven gespeeld op 1 mei !
Wij raden onze jonge liefhebbers aan slechts einde juni - begin juli het vertrek te nemen met hun jonge duiven en dit zal dan het ogenblik zijn van de grote ontroering voor iedere beginneling.

De eerste risiko's leveren altijd gevaren op. Deze duiven, men mag ze gekregen of gekocht hebben met het oog op het vormen van een ernstige basis, voor de nieuweling is het dus een kwestie van voorzichtig zijn, door te profiteren van onze raadgevingen of nog, door de raad te volgen van ouderen en ervaren duivenliefhebbers. Want, wanneer het moeilijk is zich een goed hok jongen op te richten kan men op een dag alles zien verloren gaan.
Een nieuweling mag beslist zijn gedragslijn niet op dezelfde leest schoeien als een sinds jaren bekende liefhebber, doch het zou foutief zijn de jongen niet te trainen in de hoop dat zij minder gemakkelijk zullen verloren gaan in het jaar dat volgt op hun geboorte.
Aan jonge duiven, die als waarborg geven, uit hoofde van hun gekende oorsprong, zal men africhtingen opleggen van 80 km teneinde ze te gewennen aan de ''mand en aan te tonen wat er van hen in de toekomst wordt verwacht.
Voor wat de jonge duiven betreft, over dewelke enige twijfel bestaat inzake origine en kwaliteit zal men geen ogenblik aarzelen deze tot 200 km en zelfs verder te lanceren. Het beschikbaar aantal jonge duiven in ploegen verdelen, zelfs in ploegen van twee kategoriën die op verschillende dagen zullen getraind en gespeeld worden, zal toelaten geen gevaar te lopen alles ineens te zien verloren gaan in een enkele rampzalige oefenvlucht of wedstrijd.
Een goed liefhebber, moet al zijn duiven inspekteren. Hij zal er iedere week vinden waarvan de rui niet normaal is. De oude pluimen zullen plaats gemaakt hebben voor huisjes vol vloeistof en bloed, waaruit er baardjes zullen ontstaan zonder enige weerstand.
Dergelijke jongen moeten met rust gelaten worden. Dezelfde staat doet zich eveneens voor bij ziekelijke of overspannen jongen.
Gij zult u hoeden deze slechte pluim (bloedpluim) weg te nemen. Laat de rui doorgaan en alleenlijk daarna, wanneer de duif terug in goede konditie is, zult gij ze mogen uittrekken. Indien gij deze pluim wegneemt terwijl de rui bezig is, zoudt gij nutteloos de duif uitputten en een nieuwe bloedpen zou te voorschijn komen en mogelijks dan nog in slechtere kondities uitgroeien. Draag, bij het uittrekken van een pen, er goed zorg voor het vel niet te scheuren, door ze aan haar basis te beschermen en de pen tussen de vingers te nemen om de bewerking te vergemakkelijken. Dompel de vleugel onder in lauw water — voor enkele minuten — en alles zal zonder gevaar verlopen.
Opdat een duif op alle oogpunt van strukturen voldoening zou geven, moet zij zoveel mogelijk het « STANDAARD » type bevorderen. .
De omtrek van een duif, in silhouet gezien, moet zonder onderbreking golvend zijn van kop tot staart. Daar waar de vleugels vast zijn, mogen zij niet uitsteken en de uiteinden mogen niet hoger zijn dan de staart.
De vleugel moet samengevoegd zijn met het lichaam, de verhouding van de kop en de poten moet in verband staan met het lichaam.
De ogen moeten in de juiste plaats gepland zijn midden de verlenging van een lijn, getrokken tussen het onderdeel en het bovendeel van de bek.
Het borstbeen moet recht zijn en de vork gesloten, de buik mag niet hangend zijn, de vleugels moeten een goede lengte hebben, normaal schommelend tussen 23 en 25 cm, soms iets meer.
Het oog moet voldoende uitdrukking bezitten en de levendigheid en de nervositeit weerspiegelen. De duif moet begiftigd zijn met een rijk en zacht pluimage die de zenuwen niet laat voelen, wanneer men ze in de hand neemt, moet men het gevoel hebben een pak watten of zijde te houden.
Ze behoorlijk in de hand houdend, moet het lichaam in evenwicht blijven. Sommige zullen te ver naar voor hellen, doch de goed gevormde duif geeft de indruk van een peer.
Brede lenden geven dikwijls het bewijs van een sterke duif, een goed ontwikkelde borst insgelijks. Voor wat het gewicht van een normale duif betreft, dit varieert ongeveer tussen 450 en 500 gr., wat daarom niet wil zeggen dat de lichtere van mindere waarde zijn.
Als al deze voorwaarden vervuld zijn, bestaat er veel kans dat zulk een sujekt zich onderscheid, voor zover het de nodige forme bezit.
Een duif in forme vertoont de volgende kenmerken : zij is gezond, want zonder gezondheid is de forme onmogelijk, haar pluimage is bepoederd, de spleet van de bek is open en de kleur ervan is roze tot licht rood. Haar poten zijn levendig rood en warm, de uitwerpsels er niet meer aanklevend, het borstvlees roze zonder velletjes, de spieren zijn gespannen en men voelt ze dikwijls trillen wanneer men ze ter hand neemt, de duif geeft een neiging strijdlustig te zijn.
Tijdens het vliegen, houdt zij de staart in de verlenging van het lichaam, opdat hij in horizontale richting weze en zonder val, op het ogenblik dat zij de lucht ingaat, slaat zij de vleugels. Haar uitwerpsels zijn hard en om zo te zeggen geurloos.
Gans deze samenvatting is slechts een algemene aanduiding, waaraan men nog moet voegen het helder ziende oog van de liefhebber die in ieder zijner duiven de bijzonderheden moet onderscheiden, de volmaakte vorm aanwijzen en dit wordt enkel verkregen door een aandachtige opmerkzaamheid van gans de kolonie.
Kommentare
In sommige streken van het land werden reeds jonge duiven gespeeld op 1 mei !
Wij raden onze jonge liefhebbers aan slechts einde juni - begin juli het vertrek te nemen met hun jonge duiven en dit zal dan het ogenblik zijn van de grote ontroering voor iedere beginneling.
Verdere informatie:
Velen die aan winterkweek doen, scheiden de geslachten, en koppelen hun vroegrijpe jonge duiven om deze op het nest te spelen, sommigen onder de liefhebbers zelfs op weduwschap zo hun jongen te stimuleren naar huis te komen.
Let op deze "vroegrijpe jonge duiven" zijn vaak die duiven die als jong zo goed presteerden en als jaarling of als oude duif géén platte prijzen meer vliegt.
Met deze kennis zijn velen overgestapt op het jonge duivenspel, jaarse en oude duiven kunnen zich niet weeren (lees zijn afgevlogen en hebben het beste van hun kunnen al gegeven).
Jonge duiven zijn vaak roekeloos en nemen door hun weinige ervaring risico's onderweg naar huis, een jonge duif die goed presteerd is nog altijd géén garantie dat het een goede duif is!!
Jonge duiven en zeker voor de Grote Fond en de Halve Fond worden vaak doorgehouden naar het volgende jaar en daar als jaarling worden zij beoordeeld op hun kunnen, en word er beslist of deze ene goede, ene middelmatige of een slechte vliegduif is.
Soms kan de achtergrond (bloedlijn /stamboom) een reden zijn toch een duif aan te houden om ander bloed in te brengen.
Zieke en zwakke duiven hiermee geen compassie te hebben, verwijder ze direct van het hok alvorens deze het hele hok ziek maken.
Beslis of u ze wilt genezen, of verwijder ze definitief, blijft het een zwakke duif na medicatie verwijder deze.
Jacob Manni
We zijn 34 jaar later en waar zijn de prijzen van deze mijnheer Gallez Jules, allemaal mooi uitgelegd
maar waar zijn de bewijzen.Het is niet omdat ik atletisch gebouwd ben ook een atleet ben. Als de duif
zo mooi als ze is en zij de slimheid niet in de genen heeft zij nooit zal presteren.Kijk eens naar het
voetbal hoeveel Belgen spelen bij FC Barcelona,en trek nu uw conclusies,maar geen nood pech in het spel
is mischien geluk in de ???
Florian,
Jules Gallez is een van de weinige schrijvers die niet onder een schuilnaam zijn artikels publiceerde wat niet van iedereen kan gezegd worden, vooral in die tijd....
Natuurlijk is het niet allemaal evangelie, van niemand trouwens. Maar een goede raad is veel lezen over de duivensport en er zef Uw conclusies uit trekken om een eigen systeem op te bouwen.
MD