A A A

Oostenbrink Marginus, "In 2005 Keizer generaal Afdeling Noord-Oost (NL)"


Terwijl Koning Winter plotseling weer zijn tanden laat zien, ga ik net voor de jaarwisseling op bezoek bij de sterkste speler van het afgelopen jaar van de Afdeling 10 Noord-Oost Nederland. Marginus Oostenbrink is de liefhebber, die dit huzarenstukje voor zijn rekening nam. Marginus, roepnaam Giel, is samen met zijn vrouw Zwaantje woonachtig in Spier, een rustig dorp gelegen ten noorden van Hoogeveen. Spier behoort tot de Gemeente Midden Drente. Het dorp ligt niet ver van het prachtige natuurgebied ‘Dwingelderveld’. Een nadeel van dit mooie gebied is dat het de broedplaats is van een grote hoeveelheid haviken, die meer dan eens een ongewenst bezoek aan de duivenmelkers in de omgeving brengen. Op een winterse middag beleef ik bij Giel en Zwaantje Oostenbrink een genoeglijke middag melken. Hier het verhaal van een bijzonder succesvol liefhebber, die al jaren aan de top staat en werkelijk alles voor zijn sport over heeft.


Giel Oostenbrink, in alles een gedreven man

De 52 jarige Giel heeft al ruim 40 jaar postduiven. Het begon allemaal in het dorp Holthe, gelegen onder de rook van Beilen. Inmiddels speelt hij al ruim 25 jaar met duiven in Spier. In vroegere jaren stond hij bovendien zijn mannetje bij het marathonschaatsen en het voetbal. Voetbal en duiven dat ging op zaterdagmiddag eigenlijk niet zo goed samen. Zijn passie voor de duivensport won het van het voetbal en het is meerdere keren voorgekomen dat Giel tijdens de wedstrijd in de lucht stond te kijken en soms van het veld ging om snel naar het hok te gaan om zijn duifjes te gaan klokken. De wil om te winnen, altijd komt dit weer naar boven. Deze gedrevenheid heeft Giel zeker als het gaat om de duivensport. Niets wordt aan het toeval over gelaten, hij gaat ervoor, ook al moet hij daarvoor zich vele opofferingen getroosten. Zo is onze hoofdrolspeler in ploegendienst werkzaam bij Essent Milieu in Wijster. Als hij in het seizoen om half vijf ’s morgens van zijn nachtdienst thuiskomt, gaat om zeven uur de wekker alweer. Op tijd en punctueel de duiven verzorgen en dan maar weer naar bed! Maar deze geweldige inzet betaalt zich ook dubbel en dwars uit. Al jarenlang behoort Marginus Oostenbrink tot de beste spelers van Noord Oost Nederland. Zo was hij al in 1989 Keizer Generaal van de toenmalige Afdeling F van de NABvP, ook 5e en 6e Beste Liefhbber van Nederland WHZB en de laatste jaren speelt hij zich onafgebroken bij de Generaal Kampioenen van de Afdeling 10 Noord Oost Nederland. Deze afdeling telt ca. 2.300 leden en bestaat uit de provincies Groningen, Drente en een stukje Overijssel.

De huidige stamduiven
In 1989 werd vanwege gezondheidsproblemen totaal verkocht. Al snel bleek dat Giel niet zonder duiven kon en begon hij opnieuw met de sport. Bij de volgende melkers werden duiven aangeschaft, welke tot op de dag van vandaag nog nauw verweven zijn in zijn huidige stam duiven:

A.J. van Dam, Hattem. Jarenlang één van de sterkste spelers van Nederland op de programmavluchten. Giel haalde ze uit de lijn van de bekende ‘Leo’ en de gekende ‘Huyskes van Riel’ duiven.
Harrie Oving en Zoon, Odoorn. Hier haalde Giel een kleinzoon van de bekende ‘Betarixdoffer’ van Corneel & Gerard Koopman, die nu in Spier de stamvader van het hok is. Met verschillende duivinnen heeft deze klassevererver al vele kopvliegers gegeven. Verder kwamen er jongen van rechtstreekse duiven van Willem de Bruyn, waarbij we in de stambomen vaak de naam van de legendarische Gebrs. de Wit zien.
Gebr. Bolk, Tweede Exloermond. Van hem kwam een zoon van die geweldige ’Dreamer King’, in die jaren een levende sensatie en stamvader van het hok van helaas overleden Evert Glazenburg uit Winschoten. De duivin die toen op de ‘Dreamer King’ stond is ‘Dochter Ballon’, uit ‘Kleinzoon Leo’ van A.J. van Dam x ‘De Ballon’ van de Gebr. Bolk.
Jan Kwint, Beilen. Van hem kwam ‘Het Sproetje’, een allround duivin, die kop vloog van 100 tot 1.000 kilometer. Ook van haar zin we nog vele nazaten in de stam. Ervaring heeft geleerd dat nazaten van deze duiven ook kop konden vliegen op Bergerac!
Comb. Visscher, Glanerbrug. Een Janssen-van Loon duif van deze combinatie zorgt voor uitsekende nazaten.
Cees Suyckerbuyck, Eefde. Na de herstart kwamen hiervan als eerste zes eieren, uit de allerbeste lijnen, die nu nog altijd ten grondslag liggen aan vele kampioenshokken in binnen- en buitenland.

Giel zegt het volgende over het aanschaffen van nieuw materiaal: ‘Als ik iets aanschaf doe ik dat graag bij een kleine niet commerciële melker. Uit de goede lijnen en vooral uit eerste prijswinnaars in Groot Verband. Vaak geven deze duiven hun goede eigenschappen door. Ik kruis deze duiven op mijn andere duiven. Inteelt gebeurt hier wel, maar niet te nauw. Ik hou er altijd drie generaties tussen. Het is mijn ervaring dat je zo de sterkste en beste duiven over houdt’.


Hokken en duivenbestand

Wie denkt achter de woning van Giel een mega-accommodatie aan te treffen komt bedrogen uit. Een tuinhok van in totaal zo’n tien meter lengte en in een winkelhaak geplaatst, biedt plaats aan 24 vliegkoppels en 50 jonge duiven. Er wordt met doffers en duivinnen gespeeld. De duivinnen zijn gehuisvest in een deel van het hok, waar het overdag gewoon schemerig is. De vlieghokken staan gericht op het zuiden en westen en ondanks het gure weer is het er die middag prima toeven. Daarnaast is er een klein kweekhokje met ren, wat plaats biedt aan 8 kweekkoppels.

Voorbereiding en spelmethode
‘ Een duivenliefhebber moet vier ogen in zijn kop hebben’. Als ik op dit moment van het jaar zijn duiven zie en kijk hoe hij met zijn duiven omgaat weet ik wat Giel bedoelt. De hokken prachtig schoon. De duiven stralen als spiegels en als Giel ze maar eventjes aanspreekt tollen de duivinnen in het rond en vechten de doffers een robbertje met Giel. Wat een schitterend samenspel tussen duif en baas! Het kan niet anders of hier moet wel veel tijd in gestoken zijn.

Half januari wordt alles gekoppeld. Van de kwekers wordt een ronde eieren overgelegd. Als de jongen een dag of 16 oud zijn, gaat de duivin met één jong naar het jonge duivenhok. Het andere jong blijft bij de doffer. Ze worden daarna niet opnieuw gekoppeld. De duivinnen worden de eerste vijf weken extra verduisterd om ze rustig te houden. Duivinnen die aanlopen gaan eruit. De duivinnen gaan alle weken mee. De doffers gaan alle weken mee tot de eerste dagfondvlucht. Daarna wordt een ploegje van 10 duiven apart gehouden voor de dagfond, die om de week worden gespeeld. Volgens Giel is dat echter niet nodig, want een duif die in het ritme zit kan volgens hem echt alles aan. Het spel met de duivinnen heeft zijn grote liefde: ‘Ik heb zoals je ziet hele makke duiven. Mijn ervaring is dat de makste duiven het beste te motiveren zijn. Vooral mijn duivinnen presteren geweldig. Tachtig procent van mijn duiven die voorop komen zijn duivinnen. Ze trainen dagelijks anderhalfuur als gekken, werkelijk formidabel. Het liefst speelde ik alleen met 24 duivinnen!’

Mooiste kampioenschappen in 2005
AFDELIN 10 ( 2.300 L.): 1e VITESSE O.A. – 2e MIDFOND O.A. – 1e JONG A. EN 6e O.A. – 3e NATOER O.A. - 1e GENERAAL O.A. – 3e GENERAAL A. – 1e KEIZER GENERAAL
RAYON 5 ( 200 L.) : 1e VITESSE O.A. – 1e MIDFOND O.A. – 2e MIDFOND A. – 1e FOND O.A. – 2e JONG O.A. – 1e JONG A. – 1e NATOER O.A. – 3e NATOER A. – 1e GENERAAL O.A. – 1e GENERAAL A. – 1e KEIZER GENERAAL


Een fantastische verzorging
Giel besteedt al zijn tijd aan de verzorging van zijn duiven. Brandschone hokken, een goede en doordachte voeding en vooral het observeren en motiveren van zijn oogappels slokken al zijn tijd op. Hij doet het echter met alle plezier en kan er uren van genieten. Wat een passie bij deze man als hij erover praat. Alle duiven krijgen tijdens het seizoen dezelfde mengeling. Deze bestaat voor 50% uit GARVO Profiline 2, een lichte mengeling en voor 50% uit een kweekmengeling van Mariman. Op de dagfond voert Giel een extra vetrijke mengeling van GARVO met daarbij nog wat vetrijke zaden. Hij is een ruime voerder en heeft een hekel aan krap voeren. In tegenstelling tot veel anderen is zijn credo: In het begin van de week vrij zwaar voeren en aan het eind van de week wat lichter! Giel daarover: ‘Als je hard hebt gewerkt en je moet de eerste drie dagen op droge beschuit leven, ja dat gaat echt niet. Mijn duiven moeten wekelijks vol aan de bak en dan zijn ze met de laatste twee dagen van de week ruim voeren bepaald niet op krachten om de volgende vlucht aan te kunnen’. Een dierenarts komt alleen in beeld bij de verplichte paramixo-enting. ‘Ik ben mijn eigen dierenarts. Na ruim veertig jaar ervaring in de duivensport zie ik heus zelf wel of een duif in orde is of niet. Preventief geef ik in het najaar een 14 daagse kuur tegen paratyfus. Verder in het seizoen eens per drie weken een tweedaagse kuur tegen het geel en twee keer per week lookolie en biergist, dat is het wel zo’n beetje’.

Enkele mooie uitslagen 2005 :
Deventer: 65 km. 1.977 d. 1,4,5,8,10,22,30,37,39 etc. 40/23
Maaseik: 196 km. 2.359 d. 3,4,5,9,17,21,24,34,35,47,54 etc. 36/25
Strepy Thieu 306 km. 1.291 d. 1,2,8,12,14,15,27,45 e4tc. 20/11
Le Mans 695 km. 733 d. 8,10,3.43,88,101. ’s Avonds alle 10 duiven thuis!
Boxtel 156 km. 1.929 d. 1,3,4,6, ( ook allemaal bij de eerste acht in de Afdeling tegen
Ruim 10.000 duiven) 16,25,28,45,54,74 etc. 40/21

Een verhaal apart
Het afgelopen seizoen zag het er zeker niet naar uit dat onze Giel de allerhoogste titel in de Afdeling zou halen. Zijn ploeg jonge duiven, die vanaf 1 maart tot 21 mei was verduisterd, wilde maar niet gezond blijven. Voortdurend had men hier te maken met coli-uitbraken. De jonge duiven trainden niet en zaten lusteloos ineengedoken op het hok. Maar ja, je staat bovenaan in de klassementen en tegen beter weten in begin je met het africhten. Enkele kleine stukjes ging nog wel, maar op een warme zaterdagmorgen sloeg het noodlot toe, toen Giel zijn jonge garde al voor zes uur in de ochtend in Ommen loste. Enkele dagen later hadden slechts twaalf jonge vogels het hok bereikt. In de weken daarna liep dit aantal nog op tot 21, maar de meeste van de duiven die lang daarna thuiskwamen bleken later niet meer in staat om potten te breken. De duiven die wel vrij snel terug waren gekomen vormden koppeltjes en met tien stuks werd het jonge duivenprogramma afgewerkt. Ze trainden nauwelijks maar waren ontzettend gefixeerd op hun nest en partner. Door jaloezie wist Giel de motivatie tot het uiterste op te voeren. Ze kwamen wekelijks als kometen naar huis en verspeelden bij thuiskomst werkelijk geen seconde, zo gedreven waren ze. Het resultaat: met dit kleine clubje jonge duiven werd een 6e Jong O.A. en een 1e Jong A. in de Afdeling behaald. Gevolg: in 2006 wordt een groep van 30 jonge duiven gekweekt, alleen uit de allerbeste koppels. Want je hebt er niet veel nodig om goed te presteren. Dat is het leermoment van 2005 voor Giel!

Ten slotte
Als ik het ter afronding met Giel heb over zijn ambities voor het komende seizoen zegt hij: ‘Laten we vooral hopen dat we het komend jaar allemaal gezond mogen blijven. Maar als ik daarnaast toch nog wat zou mogen wensen dan is het een NPO overwinning. Ik heb er al vaak dichtbij gezeten, maar het lijkt me geweldig je naam als eerste op teletekst te zien staan’. We zullen moeten afwachten, maar de concurrentie is gewaarschuwd. Marginus Oostenbrink heeft een geweldig hok met duiven, die werkelijk tot veel in staat zijn!!